Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-05-20
ECLI:NL:RBNNE:2026:1847
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
7,445 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1847 text/xml public 2026-05-20T14:00:15 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-05-20 LEE 26/1170 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Groningen Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1847 text/html public 2026-05-20T11:35:59 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1847 Rechtbank Noord-Nederland , 20-05-2026 / LEE 26/1170 Omgevingswet. Omgevingsvergunning voor het plaatsen van een geluidscherm op het sportpark in Veendam. Gelet op de aanvraag is er sprake van het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘werk, niet zijnde een bouwwerk of werkzaamheid uitvoeren’ (aanlegactiviteiten). Een vergunning voor aanlegactiviteiten is alleen vereist als deze werkzaamheden moeten worden aangemerkt als omgevingsplanactiviteit. In het bestemmingsplan staat geen enkele beperking of eis voor aanlegactiviteiten. Dit brengt met zich dat de door het college verleende omgevingsvergunning voor het plaatsen van het geluidscherm in dit geval niet nodig is. Hieruit volgt dat verzoeksters met de gevraagde schorsing van het bestreden besluit niet kunnen bereiken wat zij beogen, namelijk het tegenhouden van het plaatsen van het geluidscherm om daarmee intensiveren van padelactiviteiten op het sportpark te voorkomen. Dit betekent dat verzoekers geen belang hebben bij schorsing van de omgevingsvergunning voor het geluidscherm. Afwijzing van het verzoek. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Bestuursrecht locatie Groningen zaaknummer: LEE 26/1170 uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 mei 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen 1. [Verzoeksters] uit [plaats], verzoeksters onder 1, 2. [Verzoeksters] uit [plaats], verzoeksters onder 2, 3. [verzoekster] uit [plaats], verzoekster onder 3, 4. [verzoekster] uit [plaats], verzoekster onder 4, 5. [verzoeker] uit [plaats], verzoeker onder 5, 6. [verzoeker] uit [plaats], verzoeker onder 6, 7. [verzoeker] uit [plaats], verzoeker onder 7, 8. [Verzoeksters] uit [plaats], verzoeksters onder 8, 9. [verzoeker] uit [plaats], verzoeker onder 9, 10. [verzoeker] uit [plaats], verzoeker onder 10, 11. [verzoeker] uit [plaats], verzoeker onder 11, 12. [Verzoeksters] uit [plaats], verzoeksters onder 12, 13. [verzoeker] uit [plaats], verzoeker onder 13, 14. [verzoeker] uit [plaats], verzoeker onder 14, 15. [verzoeker] uit [plaats], verzoekster onder 15, gezamenlijk verzoeksters, (gemachtigde: mr. A. Kwint-Ocelikova), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veendam , het college, (gemachtigde: mr. L.A. Horlings). Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [Vergunninghoudster], gevestigd in [plaats], vergunninghoudster. (gemachtigde: [naam]). Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om schorsing van de omgevingsvergunning die is verleend voor het plaatsen van een geluidscherm op het sportpark van vergunninghoudster aan de [adres] (het sportpark) in Veendam. 1.1. Bij het bestreden besluit van 25 februari 2026 heeft het college aan vergunninghoudster een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een geluidscherm op het sportpark. Verzoeksters hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd de verleende omgevingsvergunning voor het plaatsen van het geluidsscherm te schorsen totdat op de bezwaren is beslist. 1.2. Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 13 mei 2026 op zitting behandeld. Namens verzoeksters zijn verschenen [naam], bijgestaan door hun gemachtigde. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Vergunninghoudster is vertegenwoordigd door haar gemachtigde en [naam] Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. 2.1. De voor de beoordeling van het verzoek belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak. Feiten 3. De voorzieningenrechter gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. 3.1. Verzoeksters zijn allen woonachtig aan de [adres] in Veendam. Het sportpark ligt in de directe omgeving van hun woningen en tuinen. 4.2. Vergunninghoudster heeft op 2 september 2025 een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor uitbreiding van het sportpark door het realiseren van twee padelbanen. Op dezelfde datum heeft vergunninghoudster een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een geluidscherm. 4.3. Bij primair besluit van 25 februari 2026 heeft het college aan vergunninghoudster een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van twee padelbanen op het sportpark. In die vergunning is als voorschrift opgenomen dat de banen niet eerder in gebruik mogen worden genomen ‘dan nadat het geluidscherm gereed is’. 4.4. Bij het bestreden besluit heeft het college aan vergunninghoudster een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een geluidscherm op het sportpark. Vergunningplichten in de Omgevingswet 5. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) in werking getreden. Met de inwerkingtreding van deze wet geldt een systeem waarin meerdere vergunningen benodigd kunnen zijn. Anders dan in het verleden geldt daarbij geen onlosmakelijke samenhang of aanhaakverplichting: vergunningen voor de te onderscheiden activiteiten kunnen los van elkaar worden aangevraagd en verleend. In deze zaak zijn de volgende activiteiten van belang. 5.1. Op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Ow is het verboden om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten. Onder de ‘omgevingsplanactiviteit’ wordt op grond van bijlage A behorend bij artikel 1.1 van de Ow verstaan een activiteit die in strijd is met het omgevingsplan en/of waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten. 5.1.1. Met de inwerkingtreding van de Ow heeft elke gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege dat regels geeft over de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente. Dat omgevingsplan bestaat voor nu uit een tijdelijk deel, waarin onder meer alle bestemmingsplannen zijn opgenomen die vóór 1 januari 2024 golden. 5.2. Daarnaast is op grond van de Ow voor aangewezen bouwwerken een vergunning vereist voor zogenoemde ‘technische bouwactiviteiten’. Dat volgt uit artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder a, van de Ow. De aanwijzing van bouwwerken waarvoor een vergunningplicht geldt is gebeurd in de artikelen 2.25 en verder van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De verleende omgevingsvergunning voor het geluidscherm 6. De motivering van de verleende vergunning is beperkt tot een verwijzing naar artikel 5.1 van de Ow en het Omgevingsplan. Daarmee is volstrekt onduidelijk voor welke activiteiten vergunning is verleend. De voorzieningenrechter stelt vast, mede gelet op de ingediende aanvraag, dat het college een omgevingsvergunning heeft verleend voor de activiteit ‘werk, niet zijnde een bouwwerk of werkzaamheid uitvoeren’ (aanlegactiviteiten). Een vergunning voor aanlegactiviteiten is alleen vereist als deze werkzaamheden moeten worden aangemerkt als omgevingsplanactiviteit. De rechtbank stelt vast dat dit niet het geval is; in het bestemmingsplan staat geen enkele beperking of eis voor aanlegactiviteiten. Dit brengt met zich dat de door het college verleende omgevingsvergunning voor het plaatsen van het geluidscherm in dit geval niet nodig is. Hieruit volgt dat verzoeksters met de gevraagde schorsing van het bestreden besluit niet kunnen bereiken wat zij beogen, namelijk het tegenhouden van het plaatsen van het geluidscherm om daarmee intensiveren van padelactiviteiten op het sportpark te voorkomen. Dit betekent dat verzoekers geen belang hebben bij schorsing van de omgevingsvergunning voor het geluidscherm.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1847 text/xml public 2026-05-20T14:00:15 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-05-20 LEE 26/1170 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Groningen Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1847 text/html public 2026-05-20T11:35:59 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1847 Rechtbank Noord-Nederland , 20-05-2026 / LEE 26/1170 Omgevingswet. Omgevingsvergunning voor het plaatsen van een geluidscherm op het sportpark in Veendam. Gelet op de aanvraag is er sprake van het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘werk, niet zijnde een bouwwerk of werkzaamheid uitvoeren’ (aanlegactiviteiten). Een vergunning voor aanlegactiviteiten is alleen vereist als deze werkzaamheden moeten worden aangemerkt als omgevingsplanactiviteit. In het bestemmingsplan staat geen enkele beperking of eis voor aanlegactiviteiten. Dit brengt met zich dat de door het college verleende omgevingsvergunning voor het plaatsen van het geluidscherm in dit geval niet nodig is. Hieruit volgt dat verzoeksters met de gevraagde schorsing van het bestreden besluit niet kunnen bereiken wat zij beogen, namelijk het tegenhouden van het plaatsen van het geluidscherm om daarmee intensiveren van padelactiviteiten op het sportpark te voorkomen. Dit betekent dat verzoekers geen belang hebben bij schorsing van de omgevingsvergunning voor het geluidscherm. Afwijzing van het verzoek. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Bestuursrecht locatie Groningen zaaknummer: LEE 26/1170 uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 mei 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen 1. [Verzoeksters] uit [plaats], verzoeksters onder 1, 2. [Verzoeksters] uit [plaats], verzoeksters onder 2, 3. [verzoekster] uit [plaats], verzoekster onder 3, 4. [verzoekster] uit [plaats], verzoekster onder 4, 5. [verzoeker] uit [plaats], verzoeker onder 5, 6. [verzoeker] uit [plaats], verzoeker onder 6, 7. [verzoeker] uit [plaats], verzoeker onder 7, 8. [Verzoeksters] uit [plaats], verzoeksters onder 8, 9. [verzoeker] uit [plaats], verzoeker onder 9, 10. [verzoeker] uit [plaats], verzoeker onder 10, 11. [verzoeker] uit [plaats], verzoeker onder 11, 12. [Verzoeksters] uit [plaats], verzoeksters onder 12, 13. [verzoeker] uit [plaats], verzoeker onder 13, 14. [verzoeker] uit [plaats], verzoeker onder 14, 15. [verzoeker] uit [plaats], verzoekster onder 15, gezamenlijk verzoeksters, (gemachtigde: mr. A. Kwint-Ocelikova), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veendam , het college, (gemachtigde: mr. L.A. Horlings). Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [Vergunninghoudster], gevestigd in [plaats], vergunninghoudster. (gemachtigde: [naam]). Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om schorsing van de omgevingsvergunning die is verleend voor het plaatsen van een geluidscherm op het sportpark van vergunninghoudster aan de [adres] (het sportpark) in Veendam. 1.1. Bij het bestreden besluit van 25 februari 2026 heeft het college aan vergunninghoudster een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een geluidscherm op het sportpark. Verzoeksters hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd de verleende omgevingsvergunning voor het plaatsen van het geluidsscherm te schorsen totdat op de bezwaren is beslist. 1.2. Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 13 mei 2026 op zitting behandeld. Namens verzoeksters zijn verschenen [naam], bijgestaan door hun gemachtigde. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Vergunninghoudster is vertegenwoordigd door haar gemachtigde en [naam] Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. 2.1. De voor de beoordeling van het verzoek belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak. Feiten 3. De voorzieningenrechter gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. 3.1. Verzoeksters zijn allen woonachtig aan de [adres] in Veendam. Het sportpark ligt in de directe omgeving van hun woningen en tuinen. 4.2. Vergunninghoudster heeft op 2 september 2025 een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor uitbreiding van het sportpark door het realiseren van twee padelbanen. Op dezelfde datum heeft vergunninghoudster een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een geluidscherm. 4.3. Bij primair besluit van 25 februari 2026 heeft het college aan vergunninghoudster een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van twee padelbanen op het sportpark. In die vergunning is als voorschrift opgenomen dat de banen niet eerder in gebruik mogen worden genomen ‘dan nadat het geluidscherm gereed is’. 4.4. Bij het bestreden besluit heeft het college aan vergunninghoudster een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een geluidscherm op het sportpark. Vergunningplichten in de Omgevingswet 5. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) in werking getreden. Met de inwerkingtreding van deze wet geldt een systeem waarin meerdere vergunningen benodigd kunnen zijn. Anders dan in het verleden geldt daarbij geen onlosmakelijke samenhang of aanhaakverplichting: vergunningen voor de te onderscheiden activiteiten kunnen los van elkaar worden aangevraagd en verleend. In deze zaak zijn de volgende activiteiten van belang. 5.1. Op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Ow is het verboden om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten. Onder de ‘omgevingsplanactiviteit’ wordt op grond van bijlage A behorend bij artikel 1.1 van de Ow verstaan een activiteit die in strijd is met het omgevingsplan en/of waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten. 5.1.1. Met de inwerkingtreding van de Ow heeft elke gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege dat regels geeft over de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente. Dat omgevingsplan bestaat voor nu uit een tijdelijk deel, waarin onder meer alle bestemmingsplannen zijn opgenomen die vóór 1 januari 2024 golden. 5.2. Daarnaast is op grond van de Ow voor aangewezen bouwwerken een vergunning vereist voor zogenoemde ‘technische bouwactiviteiten’. Dat volgt uit artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder a, van de Ow. De aanwijzing van bouwwerken waarvoor een vergunningplicht geldt is gebeurd in de artikelen 2.25 en verder van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De verleende omgevingsvergunning voor het geluidscherm 6. De motivering van de verleende vergunning is beperkt tot een verwijzing naar artikel 5.1 van de Ow en het Omgevingsplan. Daarmee is volstrekt onduidelijk voor welke activiteiten vergunning is verleend. De voorzieningenrechter stelt vast, mede gelet op de ingediende aanvraag, dat het college een omgevingsvergunning heeft verleend voor de activiteit ‘werk, niet zijnde een bouwwerk of werkzaamheid uitvoeren’ (aanlegactiviteiten). Een vergunning voor aanlegactiviteiten is alleen vereist als deze werkzaamheden moeten worden aangemerkt als omgevingsplanactiviteit. De rechtbank stelt vast dat dit niet het geval is; in het bestemmingsplan staat geen enkele beperking of eis voor aanlegactiviteiten. Dit brengt met zich dat de door het college verleende omgevingsvergunning voor het plaatsen van het geluidscherm in dit geval niet nodig is. Hieruit volgt dat verzoeksters met de gevraagde schorsing van het bestreden besluit niet kunnen bereiken wat zij beogen, namelijk het tegenhouden van het plaatsen van het geluidscherm om daarmee intensiveren van padelactiviteiten op het sportpark te voorkomen. Dit betekent dat verzoekers geen belang hebben bij schorsing van de omgevingsvergunning voor het geluidscherm.
Volledig
Daarom wordt gelet op artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Overweging ten overvloede 7. De conclusie in het bovenstaande sluit niet uit dat voor plaatsing van het geluidscherm andere vergunningen zijn vereist. Uitsluitend ter informatie van partijen gaat de voorzieningenrechter in het onderstaande in op de vraag of voor het plaatsen van het geluidscherm een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit nodig is en daarna of een omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit nodig is. Is een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit nodig? 7.1. Volgens het tijdelijk deel van het omgevingsplan (het bestemmingsplan “Buitenwoel”) geldt op het perceel de bestemming “Sport”. Op grond van artikel 13.1 van de planregels van dit bestemmingsplan zijn de gronden bestemd voor binnen- en buitensportvoorzieningen, verkeers- en verblijfsvoorzieningen, speelvoorzieningen en groenvoorzieningen en water. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter valt het plaatsen van het geluidscherm niet onder de bestemmingsomschrijving, als bedoeld in artikel 13.1 van de planregels, omdat het geluidscherm niet kan worden aangemerkt als een binnen- en buitensportvoorziening of een speelvoorziening. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat verzoeksters er in dit verband terecht op wijzen dat het geluidscherm een zelfstandige bouwkundige voorziening is die erop gericht is om de milieugevolgen van het sportpark richting de omgeving te beperken en niet op het faciliteren van de sportbeoefening zelf. Gelet op de strijdigheid met artikel 13.1 van de planregels van dit bestemmingsplan is voor het plaatsen van het geluidscherm een omgevingsvergunning vereist voor een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid en onder a, van de Ow. Omdat sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geldt daarbij gelet op artikel 8.0a, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, dat een omgevingsvergunning alleen kan worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Is een omgevingsvergunning voor een ’technische bouwactiviteit’ nodig? 7.2. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is voor het plaatsen van het geluidscherm geen omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid en onder a, van de Ow, vereist. De vergunningplicht geldt zoals gezegd alleen voor in het Bbl aangewezen bouwwerken. Uit artikel 2.26, eerste lid, aanhef en onder a, van het Bbl volgt dat er geen omgevingsvergunningplicht geldt voor een bouwwerk zonder dak dat niet hoger is dan 5 meter. Verder is geen sprake van een erf- of perceelafscheiding, waarvoor ingevolge artikel 2.26, tweede lid, aanhef en onder c, van het Bbl een vergunning is vereist als de afscheiding hoger is dan 2 meter. Daarbij wordt verwezen naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Conclusie en gevolgen 8. Gelet op overweging 6. is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek daartoe wordt afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling, als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter: - wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Knuttel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.L.A. van Kats als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Bijlage Algemene wet bestuursrecht Artikel 8:81 1. Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. (…). Omgevingswet Artikel 5.1 omgevingsvergunningplichtige activiteiten wet 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten: a. een omgevingsplanactiviteit (…), tenzij het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval. 2. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten: a. een bouwactiviteit (…), voor zover het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval. Bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet A. Begrippen Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder: omgevingsplanactiviteit : activiteit, inhoudende: a. een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan, b. een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of c. een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. Besluit bouwwerken leefomgeving Artikel 2.26 aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwactiviteit – bouwwerken zonder dak 1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten, geldt voor een bouwactiviteit, voor zover die betrekking heeft op een bouwwerk zonder dak en dat bouwwerk: a. hoger is dan 5 m; (…). 2. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten, geldt ook voor een bouwactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk zonder dak als het gaat om een van de volgende bouwwerken: (…); c. een erf- of perceelafscheiding hoger dan 2 m. (…). Bestemmingsplan “Buitenwoel” Artikel 13 Sport Artikel 13.1 Bestemmingsomschrijving De voor “sport” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. binnen- en buitensportvoorzieningen; b. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; c. speelvoorzieningen; d. groenvoorzieningen en water; met daaraan ondergeschikt: - sociaal-culturele doeleinden; - detailhandel, voor zover dit verband houdt met de sportvoorziening; - dienstverlening; - kantoren. Onder binnen- en buitensportvoorzieningen worden mede verstaan voorzieningen, zoals tribunes, was- en kleedruimten, kantine, bergings- en stallingsruimten en verenigingsgebouwen. (…). Zie artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Ow in samenhang met artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:410.
Volledig
Daarom wordt gelet op artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Overweging ten overvloede 7. De conclusie in het bovenstaande sluit niet uit dat voor plaatsing van het geluidscherm andere vergunningen zijn vereist. Uitsluitend ter informatie van partijen gaat de voorzieningenrechter in het onderstaande in op de vraag of voor het plaatsen van het geluidscherm een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit nodig is en daarna of een omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit nodig is. Is een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit nodig? 7.1. Volgens het tijdelijk deel van het omgevingsplan (het bestemmingsplan “Buitenwoel”) geldt op het perceel de bestemming “Sport”. Op grond van artikel 13.1 van de planregels van dit bestemmingsplan zijn de gronden bestemd voor binnen- en buitensportvoorzieningen, verkeers- en verblijfsvoorzieningen, speelvoorzieningen en groenvoorzieningen en water. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter valt het plaatsen van het geluidscherm niet onder de bestemmingsomschrijving, als bedoeld in artikel 13.1 van de planregels, omdat het geluidscherm niet kan worden aangemerkt als een binnen- en buitensportvoorziening of een speelvoorziening. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat verzoeksters er in dit verband terecht op wijzen dat het geluidscherm een zelfstandige bouwkundige voorziening is die erop gericht is om de milieugevolgen van het sportpark richting de omgeving te beperken en niet op het faciliteren van de sportbeoefening zelf. Gelet op de strijdigheid met artikel 13.1 van de planregels van dit bestemmingsplan is voor het plaatsen van het geluidscherm een omgevingsvergunning vereist voor een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid en onder a, van de Ow. Omdat sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geldt daarbij gelet op artikel 8.0a, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, dat een omgevingsvergunning alleen kan worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Is een omgevingsvergunning voor een ’technische bouwactiviteit’ nodig? 7.2. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is voor het plaatsen van het geluidscherm geen omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid en onder a, van de Ow, vereist. De vergunningplicht geldt zoals gezegd alleen voor in het Bbl aangewezen bouwwerken. Uit artikel 2.26, eerste lid, aanhef en onder a, van het Bbl volgt dat er geen omgevingsvergunningplicht geldt voor een bouwwerk zonder dak dat niet hoger is dan 5 meter. Verder is geen sprake van een erf- of perceelafscheiding, waarvoor ingevolge artikel 2.26, tweede lid, aanhef en onder c, van het Bbl een vergunning is vereist als de afscheiding hoger is dan 2 meter. Daarbij wordt verwezen naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Conclusie en gevolgen 8. Gelet op overweging 6. is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek daartoe wordt afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling, als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter: - wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Knuttel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.L.A. van Kats als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Bijlage Algemene wet bestuursrecht Artikel 8:81 1. Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. (…). Omgevingswet Artikel 5.1 omgevingsvergunningplichtige activiteiten wet 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten: a. een omgevingsplanactiviteit (…), tenzij het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval. 2. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten: a. een bouwactiviteit (…), voor zover het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval. Bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet A. Begrippen Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder: omgevingsplanactiviteit : activiteit, inhoudende: a. een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan, b. een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of c. een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. Besluit bouwwerken leefomgeving Artikel 2.26 aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwactiviteit – bouwwerken zonder dak 1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten, geldt voor een bouwactiviteit, voor zover die betrekking heeft op een bouwwerk zonder dak en dat bouwwerk: a. hoger is dan 5 m; (…). 2. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten, geldt ook voor een bouwactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk zonder dak als het gaat om een van de volgende bouwwerken: (…); c. een erf- of perceelafscheiding hoger dan 2 m. (…). Bestemmingsplan “Buitenwoel” Artikel 13 Sport Artikel 13.1 Bestemmingsomschrijving De voor “sport” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. binnen- en buitensportvoorzieningen; b. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; c. speelvoorzieningen; d. groenvoorzieningen en water; met daaraan ondergeschikt: - sociaal-culturele doeleinden; - detailhandel, voor zover dit verband houdt met de sportvoorziening; - dienstverlening; - kantoren. Onder binnen- en buitensportvoorzieningen worden mede verstaan voorzieningen, zoals tribunes, was- en kleedruimten, kantine, bergings- en stallingsruimten en verenigingsgebouwen. (…). Zie artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Ow in samenhang met artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:410.