Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-04-20
ECLI:NL:RBNNE:2026:1815
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
16,309 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1815 text/xml public 2026-05-19T15:31:30 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-20 25/1894 en 25/1943 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Groningen Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1815 text/html public 2026-05-19T15:27:07 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1815 Rechtbank Noord-Nederland , 20-04-2026 / 25/1894 en 25/1943 Beroep tegen een omgevingsvergunning voor het renoveren en uitbreiden van een verzorgingshuis. Crisis- en herstelwet niet van toepassing. Ten onrechte geen verklaring van geen bedenkingen gevraagd. In beroep hersteld. Gebrek gepasseerd met 6:22 Awb. Geen strijd met een goede ruimtelijke ordening. Voldoende aannemelijk dat het project geen onevenredige problemen voor parkeren oplevert. Ook geen onevenredige sprake van schending van privacy. Het college mocht daarom de omgevingsvergunning in redelijkheid verlenen. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummers: LEE 25/1894 en LEE 25/1943 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 april 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit Bolsward, eiseres (gemachtigde: mr. R.H. de Kamper), [eiser] , uit Bolsward, eiser (gemachtigde: mr. R.J. de Nekker) en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân , het college (gemachtigde: mr. M.R. van der Velde en E.E. van der Pal). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Stichting Elkien uit Heerenveen (vergunninghoudster) (gemachtigde: P. Geertsma). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het verlenen van een omgevingsvergunning aan vergunninghoudster voor het verzorgingshuis 'Menniste Skil' in Bolsward. De omgevingsvergunning is verleend voor (1) de renovatie van acht zorgappartementen en (2) het uitbreiden van het verzorgingshuis met 24 zorgappartementen. Eiseres en eiser zijn het niet eens met de verleende omgevingsvergunning. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de verleende omgevingsvergunning. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de omgevingsvergunning mocht verlenen. Het college heeft zich namelijk in redelijkheid op het standpunt mogen stellen dat de omgevingsvergunning niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Eiseres en eiser krijgen dus geen gelijk en de beroepen zijn dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot haar oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Aan het Laag Bolwerk 12 in Bolsward staat het verzorgingshuis ‘Menniste Skil’. Vergunninghoudster is voornemens de acht zorgwoningen op dat adres te renoveren. Verder heeft vergunninghoudster een uitbreiding van het verzorgingshuis aan de Skilwyk 15 in Bolsward voor ogen. Om dat te realiseren heeft vergunninghoudster de voormalige panden van de Rabobank aan de Skilwyk aangekocht (het perceel). De nieuwbouw zal door een verbindingsgang worden verbonden met het bestaande verzorgingshuis aan het Laag Bolwerk. Eiseres woont aan [straat] [nummer 1]. Eiser woont aan [straat] [nummer 1]. Die beide percelen grenzen aan het perceel. 2.1. Op 22 december 2023 heeft vergunninghoudster een aanvraag omgevingsvergunning ingediend (het project). 2.2. Op 8 oktober 2024 heeft het college het ontwerpbesluit genomen en ter inzage gelegd. Eiseres en eiser hebben daar zienswijzen tegen ingediend. 2.3. Met het bestreden besluit van 22 april 2025 heeft het college de omgevingsvergunning voor het project verleend. De omgevingsvergunning is verleend voor de activiteiten ‘bouwen’ en ‘handelen in strijd met de regels van ruimtelijke ordening’. 2.4. Eiseres en eiser hebben beroepen ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.5. De rechtbank heeft de beroepen op 6 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde, de gemachtigde van eiser, de gemachtigden van het college en de gemachtigde van vergunninghoudster. Beoordeling door de rechtbank Wat is het toetsingskader? 3. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in bijlage 2 bij deze uitspraak. 3.1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Omdat de aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend voordat de Omgevingswet in werking is getreden, blijft de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van toepassing zoals die gold voor 1 januari 2024. 3.2. Op het perceel zijn de bestemmingsplannen ‘Bolsward – Binnenstad’ (bestemmingsplan) en ‘Parapluplan parkeernormen SWF’ van toepassing. Aan het perceel is onder meer de bestemming ‘Gemengd – 1’ toegekend. 3.3. Voor het gebruik van gronden in strijd met het bestemmingsplan is een omgevingsvergunning vereist. In dit geval kan een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan worden verleend, als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. 3.4. Het college komt bij de beslissing om al dan niet toepassing te geven aan de toegekende bevoegdheid om in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen, beleidsruimte toe en het moet de betrokken belangen afwegen. De bestuursrechter oordeelt niet zelf of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met de verlening van de omgevingsvergunning te dienen doelen. Is de Crisis- en herstelwet (Chw) van toepassing? 3.5. De rechtbank oordeelt dat in dit geval de Chw niet van toepassing is. Als van het bestemmingsplan buitenplans wordt afgeweken voor de bouw van meer dan elf woningen in een aaneengesloten gebied, is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Chw van toepassing. 3.6. De rechtbank stelt vast dat de 24 zorgappartementen niet kunnen worden aangemerkt als woningen in de zin van de Chw. Het college heeft toegelicht dat de appartementen weliswaar een eigen woon- en slaapkamer, een hal en eigen sanitair hebben, maar de appartementen hebben geen eigen kookgelegenheid. De rechtbank concludeert daarom dat de zorgappartementen niet kunnen worden beschouwd als (zelfstandige) woningen, zodat de Chw in dit geval niet van toepassing is. Is het college bevoegd om de omgevingsvergunning te verlenen? 4. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of het college bevoegd is om de omgevingsvergunning te verlenen. 4.1. Als van een bestemmingsplan wordt afgeweken , dan mag het college alleen een omgevingsvergunning verlenen als de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) heeft afgegeven. Dit vereiste geldt niet als het project valt in een categorie waarvan de gemeenteraad heeft bepaald dat geen vvgb hoeft te worden gevraagd. 5. De rechtbank oordeelt dat het college ten tijde van de vergunningverlening niet bevoegd was om de omgevingsvergunning te verlenen. 5.1. Het college heeft in het bestreden besluit ten onrechte gesteld dat een vvgb niet nodig is, gelet op categorie 3 wonen van het categorieënbesluit van de gemeenteraad van Súdwest-Fryslân. Hieruit volgt dat een vvgb niet vereist is bij het realiseren van maximaal 30 woningen met bijbehorende voorzieningen binnen de bebouwde kom. Op de zitting heeft het college toegelicht dat deze categorie niet van toepassing is op een zorgcomplex zoals het project. De rechtbank volgt het college hierin. De zorgappartementen kunnen namelijk niet worden beschouwd als zelfstandige woningen. 5.2. De rechtbank stelt vast dat het college het bevoegdheidsgebrek heeft hersteld. Het college heeft tijdens deze beroepsprocedure alsnog een raadsvoorstel aan de gemeenteraad gedaan om planologisch in te stemmen met het project. De gemeenteraad heeft vervolgens ingestemd. Dit kan worden gezien als een geval als bedoeld onder categorie 9 van het categorieënbesluit waarvoor geen vvgb vereist is. 5.3. De rechtbank oordeelt dat het gebrek kan worden gepasseerd.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1815 text/xml public 2026-05-19T15:31:30 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-20 25/1894 en 25/1943 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Groningen Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1815 text/html public 2026-05-19T15:27:07 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1815 Rechtbank Noord-Nederland , 20-04-2026 / 25/1894 en 25/1943 Beroep tegen een omgevingsvergunning voor het renoveren en uitbreiden van een verzorgingshuis. Crisis- en herstelwet niet van toepassing. Ten onrechte geen verklaring van geen bedenkingen gevraagd. In beroep hersteld. Gebrek gepasseerd met 6:22 Awb. Geen strijd met een goede ruimtelijke ordening. Voldoende aannemelijk dat het project geen onevenredige problemen voor parkeren oplevert. Ook geen onevenredige sprake van schending van privacy. Het college mocht daarom de omgevingsvergunning in redelijkheid verlenen. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummers: LEE 25/1894 en LEE 25/1943 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 april 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit Bolsward, eiseres (gemachtigde: mr. R.H. de Kamper), [eiser] , uit Bolsward, eiser (gemachtigde: mr. R.J. de Nekker) en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân , het college (gemachtigde: mr. M.R. van der Velde en E.E. van der Pal). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Stichting Elkien uit Heerenveen (vergunninghoudster) (gemachtigde: P. Geertsma). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het verlenen van een omgevingsvergunning aan vergunninghoudster voor het verzorgingshuis 'Menniste Skil' in Bolsward. De omgevingsvergunning is verleend voor (1) de renovatie van acht zorgappartementen en (2) het uitbreiden van het verzorgingshuis met 24 zorgappartementen. Eiseres en eiser zijn het niet eens met de verleende omgevingsvergunning. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de verleende omgevingsvergunning. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de omgevingsvergunning mocht verlenen. Het college heeft zich namelijk in redelijkheid op het standpunt mogen stellen dat de omgevingsvergunning niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Eiseres en eiser krijgen dus geen gelijk en de beroepen zijn dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot haar oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Aan het Laag Bolwerk 12 in Bolsward staat het verzorgingshuis ‘Menniste Skil’. Vergunninghoudster is voornemens de acht zorgwoningen op dat adres te renoveren. Verder heeft vergunninghoudster een uitbreiding van het verzorgingshuis aan de Skilwyk 15 in Bolsward voor ogen. Om dat te realiseren heeft vergunninghoudster de voormalige panden van de Rabobank aan de Skilwyk aangekocht (het perceel). De nieuwbouw zal door een verbindingsgang worden verbonden met het bestaande verzorgingshuis aan het Laag Bolwerk. Eiseres woont aan [straat] [nummer 1]. Eiser woont aan [straat] [nummer 1]. Die beide percelen grenzen aan het perceel. 2.1. Op 22 december 2023 heeft vergunninghoudster een aanvraag omgevingsvergunning ingediend (het project). 2.2. Op 8 oktober 2024 heeft het college het ontwerpbesluit genomen en ter inzage gelegd. Eiseres en eiser hebben daar zienswijzen tegen ingediend. 2.3. Met het bestreden besluit van 22 april 2025 heeft het college de omgevingsvergunning voor het project verleend. De omgevingsvergunning is verleend voor de activiteiten ‘bouwen’ en ‘handelen in strijd met de regels van ruimtelijke ordening’. 2.4. Eiseres en eiser hebben beroepen ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.5. De rechtbank heeft de beroepen op 6 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde, de gemachtigde van eiser, de gemachtigden van het college en de gemachtigde van vergunninghoudster. Beoordeling door de rechtbank Wat is het toetsingskader? 3. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in bijlage 2 bij deze uitspraak. 3.1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Omdat de aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend voordat de Omgevingswet in werking is getreden, blijft de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van toepassing zoals die gold voor 1 januari 2024. 3.2. Op het perceel zijn de bestemmingsplannen ‘Bolsward – Binnenstad’ (bestemmingsplan) en ‘Parapluplan parkeernormen SWF’ van toepassing. Aan het perceel is onder meer de bestemming ‘Gemengd – 1’ toegekend. 3.3. Voor het gebruik van gronden in strijd met het bestemmingsplan is een omgevingsvergunning vereist. In dit geval kan een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan worden verleend, als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. 3.4. Het college komt bij de beslissing om al dan niet toepassing te geven aan de toegekende bevoegdheid om in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen, beleidsruimte toe en het moet de betrokken belangen afwegen. De bestuursrechter oordeelt niet zelf of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met de verlening van de omgevingsvergunning te dienen doelen. Is de Crisis- en herstelwet (Chw) van toepassing? 3.5. De rechtbank oordeelt dat in dit geval de Chw niet van toepassing is. Als van het bestemmingsplan buitenplans wordt afgeweken voor de bouw van meer dan elf woningen in een aaneengesloten gebied, is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Chw van toepassing. 3.6. De rechtbank stelt vast dat de 24 zorgappartementen niet kunnen worden aangemerkt als woningen in de zin van de Chw. Het college heeft toegelicht dat de appartementen weliswaar een eigen woon- en slaapkamer, een hal en eigen sanitair hebben, maar de appartementen hebben geen eigen kookgelegenheid. De rechtbank concludeert daarom dat de zorgappartementen niet kunnen worden beschouwd als (zelfstandige) woningen, zodat de Chw in dit geval niet van toepassing is. Is het college bevoegd om de omgevingsvergunning te verlenen? 4. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of het college bevoegd is om de omgevingsvergunning te verlenen. 4.1. Als van een bestemmingsplan wordt afgeweken , dan mag het college alleen een omgevingsvergunning verlenen als de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) heeft afgegeven. Dit vereiste geldt niet als het project valt in een categorie waarvan de gemeenteraad heeft bepaald dat geen vvgb hoeft te worden gevraagd. 5. De rechtbank oordeelt dat het college ten tijde van de vergunningverlening niet bevoegd was om de omgevingsvergunning te verlenen. 5.1. Het college heeft in het bestreden besluit ten onrechte gesteld dat een vvgb niet nodig is, gelet op categorie 3 wonen van het categorieënbesluit van de gemeenteraad van Súdwest-Fryslân. Hieruit volgt dat een vvgb niet vereist is bij het realiseren van maximaal 30 woningen met bijbehorende voorzieningen binnen de bebouwde kom. Op de zitting heeft het college toegelicht dat deze categorie niet van toepassing is op een zorgcomplex zoals het project. De rechtbank volgt het college hierin. De zorgappartementen kunnen namelijk niet worden beschouwd als zelfstandige woningen. 5.2. De rechtbank stelt vast dat het college het bevoegdheidsgebrek heeft hersteld. Het college heeft tijdens deze beroepsprocedure alsnog een raadsvoorstel aan de gemeenteraad gedaan om planologisch in te stemmen met het project. De gemeenteraad heeft vervolgens ingestemd. Dit kan worden gezien als een geval als bedoeld onder categorie 9 van het categorieënbesluit waarvoor geen vvgb vereist is. 5.3. De rechtbank oordeelt dat het gebrek kan worden gepasseerd.
Volledig
Het is de rechtbank uit het raadsvoorstel gebleken dat de ruimtelijke bezwaren van eiseres en eiser daarin zijn samengevat. Daarmee staat vast dat de gemeenteraad voldoende op de hoogte is geraakt van deze ruimtelijke bezwaren. De rechtbank leidt hieruit af dat eiseres en eiser door het bevoegdheidsgebrek niet zijn benadeeld. Welke onderdelen van de omgevingsvergunning worden betwist? 6. Eiser heeft op de zitting de beroepsgronden die gaan over het Bouwbesluit 2012 en de bouwverordening van de gemeente, het archeologisch onderzoek, de AERIUS-berekening, de m.e.r.-beoordeling, de Wet natuurbescherming, de mogelijke schade aan zijn woning en de schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, ingetrokken. Verder heeft eiser toegelicht dat de beroepsgronden die gaan over participatie en de civielrechtelijke zaken niet als beroepsgronden zijn bedoeld. De rechtbank laat deze beroepsgronden daarom buiten beschouwing. Eiser heeft tot slot toegelicht dat zijn beroepsgrond over het woongenot opgaat in de beroepsgronden over privacy en geluidsoverlast. 6.1. De rechtbank stelt vast dat eiseres en eiser geen beroepsgronden hebben ingediend tegen de omgevingsvergunning voor zover die ziet op de renovatie van het bestaande verzorgingshuis aan het Laag Bolwerk. 6.2. Voor zover de omgevingsvergunning gaat over de uitbreiding van het verzorgingshuis, richten de beroepen zich niet tegen de activiteit ‘bouwen’. De beroepen gaan ook niet over het bouwen in afwijking van de maximaal toegestane bouw- en goothoogte aan de Skilwyk. De rechtbank beoordeelt deze onderdelen van het bestreden besluit daarom niet. 6.3. De beroepen van eiseres en eiser gaan over de afwijking van het bestemmingsplan voor zover het gaat om bouwen buiten het bouwvlak. Het beroep van eiser richt zich ook tegen de afwijking van het bestemmingsplan voor zover het gaat om wonen op de eerste bouwlaag (de begane grond), maar alleen voor de delen die buiten het bouwvlak komen. De beroepen van eiseres en eiser gaan tot slot over de gevolgen van het project voor parkeren. 6.4. Partijen zijn het erover eens dat de delen die buiten het bouwvlak worden gebouwd, zijn aangegeven met de kleur geel op de overzichtskaart in bijlage 1 van deze uitspraak. Partijen zijn het er verder over eens dat het gebruik van het perceel ten behoeve van het verzorgingshuis past binnen de bestemming ‘Gemengd - 1’. 6.5. De rechtbank zal hieronder eerst het beroep van eiseres beoordelen, daarna het beroep van eiser. Zaaknummer LEE 25/1894 Is sprake van een goede ruimtelijke ordening? 7. Eiseres stelt dat het project in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De rechtbank zal hierna ingaan op de beroepsgronden die hierover gaan. De rechtbank toetst in dit kader alleen of de punten waarop het project afwijkt van het bestemmingsplan leiden tot strijd met een goede ruimtelijke ordening. Voor de delen van het project die passen binnen het bestemmingsplan, is deze afweging namelijk al gemaakt bij de vaststelling van het bestemmingsplan. 8. Ter verduidelijking verwijst de rechtbank in haar oordeel naar de overzichtskaart in bijlage 1 van deze uitspraak. Aan die kaart zijn nummers toegevoegd om de plekken aan te geven waarover partijen het niet eens zijn en die op de zitting zijn besproken. Privacy 9. Eiseres voert aan dat haar privacy door het project onevenredig wordt geschaad. Aan haar belang is ten onrechte minder gewicht toegekend dan aan de belangen van het project. 9.1. Het college stelt dat de privacy van eiseres niet onevenredig wordt geschaad. De ramen op de westgevel die rechtstreeks uitzicht bieden op het perceel van eiseres worden geblindeerd. Op de plek waar buiten het bouwvlak wordt gebouwd wordt een blinde muur geplaatst. Op de plek waar wel ramen worden geplaatst, zijn die nu ook al aanwezig. De noodtrap wordt alleen in noodsituaties gebruikt en die grenst ook niet direct aan het perceel van eiseres. 9.2. De rechtbank geeft eiseres geen gelijk en overweegt het volgende. 9.2.1. Het college mocht concluderen dat de privacy van eiseres niet onevenredig wordt geschaad. Het college heeft op de zitting toegelicht dat op de plek van de overschrijding van het bouwvlak bij nummer 6 op de overzichtskaart een blinde muur wordt geplaatst. Verder komt bij nummer 5 op de overzichtskaart een noodtrap. Het college heeft daarover opgemerkt dat dit een dichte deur is die alleen in noodsituaties zal worden gebruikt. De privacy van eiseres wordt door deze onderdelen niet of in geringe mate geschaad. Op de plek bij nummer 7 is sprake van een overschrijding van het bouwvlak met ongeveer een meter. Weliswaar worden op die plek ramen geplaatst, maar die plek is niet direct achter de woning van eiseres gelegen. Bovendien zijn in de bestaande bebouwing op die plek al ramen aanwezig. Gelet daarop, wordt de privacy van eiseres daar in geringe mate geschaad. De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank overweegt ten overvloede dat de ramen in het deel van de westgevel dat binnen het bouwvlak wordt gebouwd en dat rechtstreeks zicht biedt op het perceel van eiseres, geblindeerd worden om de privacy van eiseres te waarborgen. Uitzicht 10. Eiseres stelt dat het project haar uitzicht vermindert. De verbindingsgang neemt haar uitzicht op de kerk weg. 10.1. Het college stelt dat sprake is van enige aantasting van het uitzicht, omdat de verbindingsgang voor de kerk komt te staan. Het grootste deel van de verbindingsgang is echter planologisch toegestaan. De belemmering van het uitzicht vindt met name plaats op een plek waar de bouw binnen het bouwvlak plaatsvindt. De verbindingsgang is verder 6 meter hoog en dat valt binnen de toegestane bouwhoogte. Dit staat de omgevingsvergunning voor het project daarom niet in de weg. 10.2. De rechtbank oordeelt dat het college mocht concluderen dat het project geen onevenredige aantasting van het uitzicht van eiseres met zich meebrengt. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. 10.2.1. De rechtbank stelt vast dat de bouw van de verbindingsgang voor zover die ligt aan het Laag Bolwerk niet in strijd is met het bestemmingsplan. Uit de overzichtskaart leidt de rechtbank af dat de verbindingsgang daar niet buiten het bouwvlak wordt gebouwd. Op de zitting is verder besproken dat ook de bouwhoogte van 6 meter van de verbindingsgang planologisch is toegestaan. Het college hoeft dit onderdeel van de verbindingsgang daarom niet in de belangenafweging te betrekken. 10.2.2. Hoewel het uiterste deel van de verbindingsgang wel buiten het bouwvlak wordt geplaatst en daar een noodtrap wordt aangebracht, maakt dat niet dat het uitzicht onevenredig wordt belemmerd. De rechtbank constateert dat op die plek een boom staat, die al zorgt voor een belemmering van het uitzicht. De belemmering van het uitzicht door de verbindingsgang op het perceel blijft daarom beperkt. Bovendien bestaat er geen recht op blijvend vrij uitzicht en des te minder nog in een binnenstad. De beroepsgrond slaagt daarom niet. Bezonning 11. Eiseres voert aan dat door het project de daglichttoetreding zal verminderen. Er komt minder (ochtend)zon in de tuin, omdat aan de oostkant van het perceel van eiseres de bebouwing wordt verhoogd. Dit werkt door in de woning. 11.1. Het college stelt dat de mate waarin de ochtendzon wordt beperkt zeer gering is. Het college wijst erop dat het grootste deel van de verbindingsgang voldoet aan de regels van het bestemmingsplan. De schaduwwerking van het project is beperkt omdat het project aan de noordwestzijde van het perceel van eiseres wordt gesitueerd. 11.2. De rechtbank geeft eiseres geen gelijk. Eiseres heeft op de zitting erkend dat het project een beperkte vermindering van zonlicht meebrengt. Eiseres heeft ook erkend dat de TNO-norm voor bezonning niet wordt geschonden. De geringe vermindering van ochtendzon, kan daarom niet tot het oordeel leiden dat de omgevingsvergunning geen stand kan houden. Deze beroepsgrond slaagt niet. Parkeren 12. Eiseres stelt zich op het standpunt dat het project onaanvaardbare gevolgen meebrengt voor het parkeren voor haarzelf en de omgeving. Eiseres kan haar achterom niet meer gebruiken door de parkeerplaatsen die daar zijn ingetekend en die haar doorgang blokkeren.
Volledig
Het is de rechtbank uit het raadsvoorstel gebleken dat de ruimtelijke bezwaren van eiseres en eiser daarin zijn samengevat. Daarmee staat vast dat de gemeenteraad voldoende op de hoogte is geraakt van deze ruimtelijke bezwaren. De rechtbank leidt hieruit af dat eiseres en eiser door het bevoegdheidsgebrek niet zijn benadeeld. Welke onderdelen van de omgevingsvergunning worden betwist? 6. Eiser heeft op de zitting de beroepsgronden die gaan over het Bouwbesluit 2012 en de bouwverordening van de gemeente, het archeologisch onderzoek, de AERIUS-berekening, de m.e.r.-beoordeling, de Wet natuurbescherming, de mogelijke schade aan zijn woning en de schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, ingetrokken. Verder heeft eiser toegelicht dat de beroepsgronden die gaan over participatie en de civielrechtelijke zaken niet als beroepsgronden zijn bedoeld. De rechtbank laat deze beroepsgronden daarom buiten beschouwing. Eiser heeft tot slot toegelicht dat zijn beroepsgrond over het woongenot opgaat in de beroepsgronden over privacy en geluidsoverlast. 6.1. De rechtbank stelt vast dat eiseres en eiser geen beroepsgronden hebben ingediend tegen de omgevingsvergunning voor zover die ziet op de renovatie van het bestaande verzorgingshuis aan het Laag Bolwerk. 6.2. Voor zover de omgevingsvergunning gaat over de uitbreiding van het verzorgingshuis, richten de beroepen zich niet tegen de activiteit ‘bouwen’. De beroepen gaan ook niet over het bouwen in afwijking van de maximaal toegestane bouw- en goothoogte aan de Skilwyk. De rechtbank beoordeelt deze onderdelen van het bestreden besluit daarom niet. 6.3. De beroepen van eiseres en eiser gaan over de afwijking van het bestemmingsplan voor zover het gaat om bouwen buiten het bouwvlak. Het beroep van eiser richt zich ook tegen de afwijking van het bestemmingsplan voor zover het gaat om wonen op de eerste bouwlaag (de begane grond), maar alleen voor de delen die buiten het bouwvlak komen. De beroepen van eiseres en eiser gaan tot slot over de gevolgen van het project voor parkeren. 6.4. Partijen zijn het erover eens dat de delen die buiten het bouwvlak worden gebouwd, zijn aangegeven met de kleur geel op de overzichtskaart in bijlage 1 van deze uitspraak. Partijen zijn het er verder over eens dat het gebruik van het perceel ten behoeve van het verzorgingshuis past binnen de bestemming ‘Gemengd - 1’. 6.5. De rechtbank zal hieronder eerst het beroep van eiseres beoordelen, daarna het beroep van eiser. Zaaknummer LEE 25/1894 Is sprake van een goede ruimtelijke ordening? 7. Eiseres stelt dat het project in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De rechtbank zal hierna ingaan op de beroepsgronden die hierover gaan. De rechtbank toetst in dit kader alleen of de punten waarop het project afwijkt van het bestemmingsplan leiden tot strijd met een goede ruimtelijke ordening. Voor de delen van het project die passen binnen het bestemmingsplan, is deze afweging namelijk al gemaakt bij de vaststelling van het bestemmingsplan. 8. Ter verduidelijking verwijst de rechtbank in haar oordeel naar de overzichtskaart in bijlage 1 van deze uitspraak. Aan die kaart zijn nummers toegevoegd om de plekken aan te geven waarover partijen het niet eens zijn en die op de zitting zijn besproken. Privacy 9. Eiseres voert aan dat haar privacy door het project onevenredig wordt geschaad. Aan haar belang is ten onrechte minder gewicht toegekend dan aan de belangen van het project. 9.1. Het college stelt dat de privacy van eiseres niet onevenredig wordt geschaad. De ramen op de westgevel die rechtstreeks uitzicht bieden op het perceel van eiseres worden geblindeerd. Op de plek waar buiten het bouwvlak wordt gebouwd wordt een blinde muur geplaatst. Op de plek waar wel ramen worden geplaatst, zijn die nu ook al aanwezig. De noodtrap wordt alleen in noodsituaties gebruikt en die grenst ook niet direct aan het perceel van eiseres. 9.2. De rechtbank geeft eiseres geen gelijk en overweegt het volgende. 9.2.1. Het college mocht concluderen dat de privacy van eiseres niet onevenredig wordt geschaad. Het college heeft op de zitting toegelicht dat op de plek van de overschrijding van het bouwvlak bij nummer 6 op de overzichtskaart een blinde muur wordt geplaatst. Verder komt bij nummer 5 op de overzichtskaart een noodtrap. Het college heeft daarover opgemerkt dat dit een dichte deur is die alleen in noodsituaties zal worden gebruikt. De privacy van eiseres wordt door deze onderdelen niet of in geringe mate geschaad. Op de plek bij nummer 7 is sprake van een overschrijding van het bouwvlak met ongeveer een meter. Weliswaar worden op die plek ramen geplaatst, maar die plek is niet direct achter de woning van eiseres gelegen. Bovendien zijn in de bestaande bebouwing op die plek al ramen aanwezig. Gelet daarop, wordt de privacy van eiseres daar in geringe mate geschaad. De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank overweegt ten overvloede dat de ramen in het deel van de westgevel dat binnen het bouwvlak wordt gebouwd en dat rechtstreeks zicht biedt op het perceel van eiseres, geblindeerd worden om de privacy van eiseres te waarborgen. Uitzicht 10. Eiseres stelt dat het project haar uitzicht vermindert. De verbindingsgang neemt haar uitzicht op de kerk weg. 10.1. Het college stelt dat sprake is van enige aantasting van het uitzicht, omdat de verbindingsgang voor de kerk komt te staan. Het grootste deel van de verbindingsgang is echter planologisch toegestaan. De belemmering van het uitzicht vindt met name plaats op een plek waar de bouw binnen het bouwvlak plaatsvindt. De verbindingsgang is verder 6 meter hoog en dat valt binnen de toegestane bouwhoogte. Dit staat de omgevingsvergunning voor het project daarom niet in de weg. 10.2. De rechtbank oordeelt dat het college mocht concluderen dat het project geen onevenredige aantasting van het uitzicht van eiseres met zich meebrengt. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. 10.2.1. De rechtbank stelt vast dat de bouw van de verbindingsgang voor zover die ligt aan het Laag Bolwerk niet in strijd is met het bestemmingsplan. Uit de overzichtskaart leidt de rechtbank af dat de verbindingsgang daar niet buiten het bouwvlak wordt gebouwd. Op de zitting is verder besproken dat ook de bouwhoogte van 6 meter van de verbindingsgang planologisch is toegestaan. Het college hoeft dit onderdeel van de verbindingsgang daarom niet in de belangenafweging te betrekken. 10.2.2. Hoewel het uiterste deel van de verbindingsgang wel buiten het bouwvlak wordt geplaatst en daar een noodtrap wordt aangebracht, maakt dat niet dat het uitzicht onevenredig wordt belemmerd. De rechtbank constateert dat op die plek een boom staat, die al zorgt voor een belemmering van het uitzicht. De belemmering van het uitzicht door de verbindingsgang op het perceel blijft daarom beperkt. Bovendien bestaat er geen recht op blijvend vrij uitzicht en des te minder nog in een binnenstad. De beroepsgrond slaagt daarom niet. Bezonning 11. Eiseres voert aan dat door het project de daglichttoetreding zal verminderen. Er komt minder (ochtend)zon in de tuin, omdat aan de oostkant van het perceel van eiseres de bebouwing wordt verhoogd. Dit werkt door in de woning. 11.1. Het college stelt dat de mate waarin de ochtendzon wordt beperkt zeer gering is. Het college wijst erop dat het grootste deel van de verbindingsgang voldoet aan de regels van het bestemmingsplan. De schaduwwerking van het project is beperkt omdat het project aan de noordwestzijde van het perceel van eiseres wordt gesitueerd. 11.2. De rechtbank geeft eiseres geen gelijk. Eiseres heeft op de zitting erkend dat het project een beperkte vermindering van zonlicht meebrengt. Eiseres heeft ook erkend dat de TNO-norm voor bezonning niet wordt geschonden. De geringe vermindering van ochtendzon, kan daarom niet tot het oordeel leiden dat de omgevingsvergunning geen stand kan houden. Deze beroepsgrond slaagt niet. Parkeren 12. Eiseres stelt zich op het standpunt dat het project onaanvaardbare gevolgen meebrengt voor het parkeren voor haarzelf en de omgeving. Eiseres kan haar achterom niet meer gebruiken door de parkeerplaatsen die daar zijn ingetekend en die haar doorgang blokkeren.
Volledig
Eiseres heeft in de aanvullende beroepsgronden gewezen op een notariële akte van erfdienstbaarheid waaruit volgens haar volgt dat aan de achterzijde van het zorgcomplex geen auto’s mogen worden geparkeerd. Het college heeft daarom ten onrechte rekening gehouden met tien parkeerplaatsen op eigen terrein. Verder staat het pand al enkele jaren (gedeeltelijk) leeg en daarom mag er volgens de Parkeernormennota Súdwest-Fryslân (parkeernormennota) niet meer gesaldeerd worden. 12.1. Het college stelt dat het project geen problemen voor parkeren met zich meebrengt. Tussen de achterom van eiseres en de beoogde parkeerplekken zit voldoende ruimte. Eiseres kan daarom van haar achterom gebruik blijven maken. Volgens het college vormt de notariële akte van erfdienstbaarheid geen evidente privaatrechtelijke belemmering die aan het verlenen van de omgevingsvergunning in de weg staat. Los daarvan, kan de totale parkeervraag die het project oproept in de omgeving worden gesaldeerd, omdat die lager is dan de parkeervraag van het voormalige gebruik van het pand. 12.2. De rechtbank geeft eiseres geen gelijk. Het college mocht concluderen dat het project voor het parkeren niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. 12.2.1. Op de zitting heeft eiseres toegelicht dat haar beroepsgrond over de bestaande erfdienstbaarheid niet ziet op een evidente privaatrechtelijke belemmering, maar op strijd met de parkeernormennota. De rechtbank zal deze beroepsgrond daarom beoordelen in het licht van de vraag of sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening. 12.2.2. De rechtbank oordeelt dat het college mocht concluderen dat acht parkeerplekken op het eigen perceel kunnen worden gerealiseerd. De rechtbank begrijpt de notariële akte van erfdienstbaarheid zo dat op een gedeelte van het perceel [nummer 2] privaatrechtelijk geen auto’s mogen worden geplaatst. Dit gedeelte is de in-/ uitrit naar het Laag Bolwerk en het gedeelte dat nodig is om de percelen [nummer 2] en [nummer 2] te bereiken. De rechtbank leidt dat af uit de volgende zin in de akte: (…) “ wat perceel [nummer 2] betreft: voor zover dit de in-uitrit naar het Laag Bolwerk betreft en erf voor wat betreft dat gedeelte dat nodig is om het heersend erf te bereiken.” (…) 12.2.3. Dit is anders voor de twee parkeerplaatsen op perceelnummer [nummer 2]. De rechtbank begrijpt de notariële akte zo dat op dit perceel privaatrechtelijk gezien geen auto’s mogen worden geplaatst, waarmee de achterom van eiseres behouden zou blijven. 12.2.4. Dit maakt echter niet dat het project in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, omdat het college in het kader daarvan de parkeerbehoefte beoordeelt en niet de parkeerplaatsen. 12.2.5. De rechtbank oordeelt dat het college terecht heeft geconcludeerd dat er geen extra parkeerbehoefte van het project valt te verwachten. Partijen zijn het erover eens dat met het project een parkeerbehoefte van twaalf parkeerplaatsen ontstaat. Weliswaar kunnen geen tien maar acht parkeerplekken op eigen terrein worden gerealiseerd, maar de rechtbank volgt het college in het standpunt dat de resterende vier parkeerplekken in de omgeving kunnen worden opgevangen door te salderen met toepassing van de parkeernormennota. Het college mocht salderen, ook al staat het pand op het perceel sinds september 2024 leeg. Uit de parkeernormennota volgt namelijk dat alleen bij langdurige leegstand niet gesaldeerd mag worden. Gelet op de toelichting van het college dat het pand tot september 2024 werd verhuurd aan anti-krakers, de Werkgroep Historisch Bolsward en de Inboedelbank is daar geen sprake van. Verder heeft het college uiteengezet dat de parkeerbehoefte van het voormalige gebruik van het pand op grond van de parkeernormennota groter is dan de parkeerbehoefte van het project. Dat op zichzelf heeft eiseres niet betwist. De rechtbank komt tot de conclusie dat het college mocht salderen en mocht concluderen dat het project voor het parkeren geen strijd oplevert met een goede ruimtelijke ordening. De beroepsgrond slaagt niet. Zaaknummer LEE 25/1943 Is sprake van een goede ruimtelijke ordening? 13. Eiser stelt dat het project in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De rechtbank zal hierna ingaan op de beroepsgronden die hierover gaan. De rechtbank toetst in dit kader alleen of de punten waarop het project afwijkt van het bestemmingsplan leiden tot strijd met een goede ruimtelijke ordening. Voor de delen van het project die passen binnen het bestemmingsplan, is deze afweging namelijk al gemaakt bij de vaststelling van het bestemmingsplan. 14. Ter verduidelijking verwijst de rechtbank in haar oordeel ook hier naar de overzichtskaart in bijlage 1 bij deze uitspraak. Aan die kaart zijn nummers toegevoegd om de plekken aan te geven waarover partijen het niet eens zijn en die op de zitting zijn besproken. Privacy 15. Eiser stelt dat zijn privacy onevenredig wordt aangetast door de zorgappartementen die buiten het bouwvlak worden gebouwd. Dit wordt namelijk dicht op de grens van zijn tuin gebouwd. Er is onvoldoende rekening gehouden met zijn belangen. 15.1. Het college stelt zich op het standpunt dat de aantasting van de privacy van eiser beperkt is. In de belangenafweging is voldoende rekening gehouden met zijn belangen. 15.2. De rechtbank geeft eiser geen gelijk en overweegt het volgende. 15.2.1. Het college mocht concluderen dat de privacy van eiser niet onevenredig wordt geschaad. Het college heeft op de zitting toegelicht dat bij nummer 2 op de overzichtskaart een blinde muur komt. Verder worden weliswaar op de plek van de overschrijding van het bouwvlak bij nummer 1 op de overzichtskaart ramen geplaatst, maar die ramen bieden geen rechtstreeks zicht vanuit de zorgappartementen op het perceel van eiser. De noodtrap die bij nummer 3 wordt geplaatst heeft een dichte deur en wordt alleen in noodsituaties gebruikt. De gevolgen voor eiser zijn in zoverre daarom beperkt. Voor zover de overschrijding van het bouwvlak ziet op nummer 4 op de overzichtskaart heeft het college toegelicht dat de overschrijding van het bouwvlak daar ongeveer 0,6 meter bedraagt. Daar worden overlopen gerealiseerd. Weliswaar worden daar ramen geplaatst met deels uitzicht op het perceel van eiser, maar door het college is toegelicht dat de ramen binnen twee meter van de perceelsgrens worden geblindeerd. Bovendien is vast komen te staan dat de bestaande bebouwing daar ook al ramen heeft. De beroepsgrond slaagt daarom niet. Geluid 16. Eiser stelt dat hij door het project onevenredig nadelige gevolgen door overlast van geluid zal ondervinden. Voorheen was het gebouw een kantoorpand, dat na 17:00 uur geen geluid veroorzaakte. Nu het project een verzorgingshuis mogelijk maakt, zal dit meer overlast van geluid met zich meebrengen. 16.1. Het college stelt dat van een verzorgingshuis niet meer geluid valt te verwachten dan de bestemming nu toestaat. 16.2. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Het college heeft voldoende gemotiveerd dat ten aanzien van het geluid geen sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening. 16.2.1. Eiser heeft op de zitting toegelicht dat het hem met name gaat om de delen van de begane grond en de eerste verdieping die buiten het bouwvlak worden gebouwd aan de zijde van zijn perceel. De rechtbank stelt vast dat dit twee zorgappartementen en twee overlopen zijn. Eiser stelt dat de geluidsoverlast hierdoor toeneemt. 16.2.2. Het college heeft mogen concluderen dat de functiewijziging van het pand niet zal leiden tot een onaanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat. Het college stelt terecht dat moet worden gekeken naar de planologische mogelijkheden van het pand en niet naar wat eiser gewend was. Het staat tussen partijen vast dat het verzorgingshuis past binnen de bestemming ‘Gemengd – 1’. Op de begane grond zijn onder meer horecabedrijven en bedrijven tot categorie 2 toegestaan, ook na 17.00 uur. Op de eerste verdieping is wonen toegestaan. Gelet hierop, heeft het college mogen concluderen dat het geluid dat van het zorgcomplex is te verwachten niet meer zal zijn dan van wat planologisch al is toegestaan. De beroepsgrond slaagt niet. Parkeren 17.
Volledig
Eiseres heeft in de aanvullende beroepsgronden gewezen op een notariële akte van erfdienstbaarheid waaruit volgens haar volgt dat aan de achterzijde van het zorgcomplex geen auto’s mogen worden geparkeerd. Het college heeft daarom ten onrechte rekening gehouden met tien parkeerplaatsen op eigen terrein. Verder staat het pand al enkele jaren (gedeeltelijk) leeg en daarom mag er volgens de Parkeernormennota Súdwest-Fryslân (parkeernormennota) niet meer gesaldeerd worden. 12.1. Het college stelt dat het project geen problemen voor parkeren met zich meebrengt. Tussen de achterom van eiseres en de beoogde parkeerplekken zit voldoende ruimte. Eiseres kan daarom van haar achterom gebruik blijven maken. Volgens het college vormt de notariële akte van erfdienstbaarheid geen evidente privaatrechtelijke belemmering die aan het verlenen van de omgevingsvergunning in de weg staat. Los daarvan, kan de totale parkeervraag die het project oproept in de omgeving worden gesaldeerd, omdat die lager is dan de parkeervraag van het voormalige gebruik van het pand. 12.2. De rechtbank geeft eiseres geen gelijk. Het college mocht concluderen dat het project voor het parkeren niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. 12.2.1. Op de zitting heeft eiseres toegelicht dat haar beroepsgrond over de bestaande erfdienstbaarheid niet ziet op een evidente privaatrechtelijke belemmering, maar op strijd met de parkeernormennota. De rechtbank zal deze beroepsgrond daarom beoordelen in het licht van de vraag of sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening. 12.2.2. De rechtbank oordeelt dat het college mocht concluderen dat acht parkeerplekken op het eigen perceel kunnen worden gerealiseerd. De rechtbank begrijpt de notariële akte van erfdienstbaarheid zo dat op een gedeelte van het perceel [nummer 2] privaatrechtelijk geen auto’s mogen worden geplaatst. Dit gedeelte is de in-/ uitrit naar het Laag Bolwerk en het gedeelte dat nodig is om de percelen [nummer 2] en [nummer 2] te bereiken. De rechtbank leidt dat af uit de volgende zin in de akte: (…) “ wat perceel [nummer 2] betreft: voor zover dit de in-uitrit naar het Laag Bolwerk betreft en erf voor wat betreft dat gedeelte dat nodig is om het heersend erf te bereiken.” (…) 12.2.3. Dit is anders voor de twee parkeerplaatsen op perceelnummer [nummer 2]. De rechtbank begrijpt de notariële akte zo dat op dit perceel privaatrechtelijk gezien geen auto’s mogen worden geplaatst, waarmee de achterom van eiseres behouden zou blijven. 12.2.4. Dit maakt echter niet dat het project in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, omdat het college in het kader daarvan de parkeerbehoefte beoordeelt en niet de parkeerplaatsen. 12.2.5. De rechtbank oordeelt dat het college terecht heeft geconcludeerd dat er geen extra parkeerbehoefte van het project valt te verwachten. Partijen zijn het erover eens dat met het project een parkeerbehoefte van twaalf parkeerplaatsen ontstaat. Weliswaar kunnen geen tien maar acht parkeerplekken op eigen terrein worden gerealiseerd, maar de rechtbank volgt het college in het standpunt dat de resterende vier parkeerplekken in de omgeving kunnen worden opgevangen door te salderen met toepassing van de parkeernormennota. Het college mocht salderen, ook al staat het pand op het perceel sinds september 2024 leeg. Uit de parkeernormennota volgt namelijk dat alleen bij langdurige leegstand niet gesaldeerd mag worden. Gelet op de toelichting van het college dat het pand tot september 2024 werd verhuurd aan anti-krakers, de Werkgroep Historisch Bolsward en de Inboedelbank is daar geen sprake van. Verder heeft het college uiteengezet dat de parkeerbehoefte van het voormalige gebruik van het pand op grond van de parkeernormennota groter is dan de parkeerbehoefte van het project. Dat op zichzelf heeft eiseres niet betwist. De rechtbank komt tot de conclusie dat het college mocht salderen en mocht concluderen dat het project voor het parkeren geen strijd oplevert met een goede ruimtelijke ordening. De beroepsgrond slaagt niet. Zaaknummer LEE 25/1943 Is sprake van een goede ruimtelijke ordening? 13. Eiser stelt dat het project in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De rechtbank zal hierna ingaan op de beroepsgronden die hierover gaan. De rechtbank toetst in dit kader alleen of de punten waarop het project afwijkt van het bestemmingsplan leiden tot strijd met een goede ruimtelijke ordening. Voor de delen van het project die passen binnen het bestemmingsplan, is deze afweging namelijk al gemaakt bij de vaststelling van het bestemmingsplan. 14. Ter verduidelijking verwijst de rechtbank in haar oordeel ook hier naar de overzichtskaart in bijlage 1 bij deze uitspraak. Aan die kaart zijn nummers toegevoegd om de plekken aan te geven waarover partijen het niet eens zijn en die op de zitting zijn besproken. Privacy 15. Eiser stelt dat zijn privacy onevenredig wordt aangetast door de zorgappartementen die buiten het bouwvlak worden gebouwd. Dit wordt namelijk dicht op de grens van zijn tuin gebouwd. Er is onvoldoende rekening gehouden met zijn belangen. 15.1. Het college stelt zich op het standpunt dat de aantasting van de privacy van eiser beperkt is. In de belangenafweging is voldoende rekening gehouden met zijn belangen. 15.2. De rechtbank geeft eiser geen gelijk en overweegt het volgende. 15.2.1. Het college mocht concluderen dat de privacy van eiser niet onevenredig wordt geschaad. Het college heeft op de zitting toegelicht dat bij nummer 2 op de overzichtskaart een blinde muur komt. Verder worden weliswaar op de plek van de overschrijding van het bouwvlak bij nummer 1 op de overzichtskaart ramen geplaatst, maar die ramen bieden geen rechtstreeks zicht vanuit de zorgappartementen op het perceel van eiser. De noodtrap die bij nummer 3 wordt geplaatst heeft een dichte deur en wordt alleen in noodsituaties gebruikt. De gevolgen voor eiser zijn in zoverre daarom beperkt. Voor zover de overschrijding van het bouwvlak ziet op nummer 4 op de overzichtskaart heeft het college toegelicht dat de overschrijding van het bouwvlak daar ongeveer 0,6 meter bedraagt. Daar worden overlopen gerealiseerd. Weliswaar worden daar ramen geplaatst met deels uitzicht op het perceel van eiser, maar door het college is toegelicht dat de ramen binnen twee meter van de perceelsgrens worden geblindeerd. Bovendien is vast komen te staan dat de bestaande bebouwing daar ook al ramen heeft. De beroepsgrond slaagt daarom niet. Geluid 16. Eiser stelt dat hij door het project onevenredig nadelige gevolgen door overlast van geluid zal ondervinden. Voorheen was het gebouw een kantoorpand, dat na 17:00 uur geen geluid veroorzaakte. Nu het project een verzorgingshuis mogelijk maakt, zal dit meer overlast van geluid met zich meebrengen. 16.1. Het college stelt dat van een verzorgingshuis niet meer geluid valt te verwachten dan de bestemming nu toestaat. 16.2. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Het college heeft voldoende gemotiveerd dat ten aanzien van het geluid geen sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening. 16.2.1. Eiser heeft op de zitting toegelicht dat het hem met name gaat om de delen van de begane grond en de eerste verdieping die buiten het bouwvlak worden gebouwd aan de zijde van zijn perceel. De rechtbank stelt vast dat dit twee zorgappartementen en twee overlopen zijn. Eiser stelt dat de geluidsoverlast hierdoor toeneemt. 16.2.2. Het college heeft mogen concluderen dat de functiewijziging van het pand niet zal leiden tot een onaanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat. Het college stelt terecht dat moet worden gekeken naar de planologische mogelijkheden van het pand en niet naar wat eiser gewend was. Het staat tussen partijen vast dat het verzorgingshuis past binnen de bestemming ‘Gemengd – 1’. Op de begane grond zijn onder meer horecabedrijven en bedrijven tot categorie 2 toegestaan, ook na 17.00 uur. Op de eerste verdieping is wonen toegestaan. Gelet hierop, heeft het college mogen concluderen dat het geluid dat van het zorgcomplex is te verwachten niet meer zal zijn dan van wat planologisch al is toegestaan. De beroepsgrond slaagt niet. Parkeren 17.
Volledig
Eiser stelt dat het project onaanvaardbare gevolgen voor parkeren met zich meebrengt. Er is ten onrechte aansluiting gezocht bij de norm voor een serviceflat/ aanleunwoning. Verder is het onduidelijk of het gebruik van parkeerplaatsen door het personeel bij het benodigd aantal parkeerplaatsen is inbegrepen. Daarnaast is geen rekening gehouden met de bestaande parkeerproblemen in de omgeving. 17.1. Het college stelt dat het project geen problemen voor parkeren met zich meebrengt. De norm van 0,5 parkeerplaats per wooneenheid is gebaseerd op de CROW-norm en het personeel is daarin inbegrepen. Verder blijven bestaande parkeertekorten bij de beoordeling of het project voorziet in voldoende parkeergelegenheid buiten beschouwing. 17.2. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Het college mocht concluderen dat het project voor verkeer en parkeren niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. 17.2.1. De rechtbank stelt vast dat het college voor het aantal motorvoertuigbewegingen heeft aangesloten bij de norm voor een serviceflat/ aanleunwoning, niet voor het parkeren. Het college verwacht dat de verkeersgeneratie geen knelpunten zal opleveren, gelet op het aantal motorvoertuigbewegingen dat wordt verwacht. Eiser heeft dit niet betwist. 17.2.2. De rechtbank oordeelt verder dat het college voor het parkeren mocht aansluiten bij de norm voor een zorgcomplex uit de parkeernormennota. Eiser heeft dat ook niet betwist. De rechtbank stelt vast dat de norm van 0,5 parkeerplaats per wooneenheid is gebaseerd op de CROW-norm. Het is gangbaar dat in die norm het personeel is inbegrepen. Verder hoeft alleen rekening te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het project ten opzichte van de bestaande parkeerbehoefte. Het college hoeft dus geen rekening te houden met al bestaande parkeerproblemen. Overigens heeft het college toegelicht dat er een nieuw parkeerterrein wordt gerealiseerd aan de Harlingerstraat 1 in Bolsward. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 18. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de omgevingsvergunning die aan vergunninghoudster is verleend, blijft bestaan. 19. Omdat de rechtbank toepassing heeft gegeven aan artikel 6:22 van de Awb bepaalt de rechtbank dat het college de door eiseres (€ 194) en eiser (€ 194) betaalde griffierechten vergoedt. 20. Verder veroordeelt de rechtbank het college in de door eiseres en eiser gemaakte proceskosten. De rechtbank stelt deze kosten voor eiseres en eiser apart vast op € 1.868, omdat hun gemachtigden beroepschriften hebben ingediend en op de zitting zijn verschenen. Beslissing De rechtbank: - verklaart de beroepen ongegrond. - draagt het college op het betaalde griffierecht van € 194 aan eiseres te vergoeden; - draagt het college op het betaalde griffierecht van € 194 aan eiser te vergoeden; - veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.868; - veroordeelt het college in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Lok, rechter, in aanwezigheid van mr. D.W.K. Veenstra, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 20 april 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Bijlage 1: overzichtskaart Bijlage 2: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving Algemene wet bestuursrecht Artikel 6:22 Een besluit waartegen bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld, kan, ondanks schending van een geschreven of ongeschreven rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel, door het orgaan dat op het bezwaar of beroep beslist in stand worden gelaten indien aannemelijk is dat de belanghebbenden daardoor niet zijn benadeeld. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Artikel 2.12 1. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c , kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en: a. indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan of de beheersverordening: (…) 3°. in overige gevallen, indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat; (…) Artikel 2.27 1. In bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën gevallen wordt een omgevingsvergunning niet verleend dan nadat een daarbij aangewezen bestuursorgaan heeft verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft. Bij een maatregel als bedoeld in de eerste volzin worden slechts categorieën gevallen aangewezen waarin voor het verrichten van de betrokken activiteit een afzonderlijke toestemming van het aangewezen bestuursorgaan wenselijk is gezien de bijzondere deskundigheid die dat orgaan ten aanzien van die activiteit bezit of de verantwoordelijkheid die dat orgaan draagt voor het beleid dat betrekking heeft op de betrokken categorie activiteiten. Bij die maatregel kan worden bepaald dat het aangewezen bestuursorgaan categorieën gevallen kan aanwijzen waarin de verklaring niet is vereist. Crisis- en herstelwet (Chw) Artikel 1.1 1. Afdeling 2 (https://wetten.overheid.nl/BWBR0027431/2023-07-01) is van toepassing op: a. alle besluiten die krachtens enig wettelijk voorschrift zijn vereist voor de ontwikkeling of verwezenlijking van de in bijlage I (https://wetten.overheid.nl/BWBR0027431/2023-07-01) bij deze wet bedoelde categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten dan wel voor de in bijlage II (https://wetten.overheid.nl/BWBR0027431/2023-07-01) bij deze wet bedoelde ruimtelijke en infrastructurele projecten; (…) Bijlage I Chw. Catgorieën ruimtelijke infrastructurele projecten als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid 3. Gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang 3.1. Ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden krachtens afdeling 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening of een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan, het inpassingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, ten behoeve van de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden Besluit omgevingsrecht (Bor) Artikel 6.5 1. Voor zover een aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet , wordt de omgevingsvergunning, waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de wet wordt afgeweken van het bestemmingsplan of de beheersverordening, niet verleend dan nadat de gemeenteraad van de gemeente waar het project geheel of in hoofdzaak zal worden of wordt uitgevoerd, heeft verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft, tenzij artikel 3.2, aanhef en onder b , van dit besluit of artikel 3.36 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing is. (…) 3. De gemeenteraad kan categorieën gevallen aanwijzen waarin een verklaring niet is vereist. (…) Bestemmingsplan ‘Bolsward – Binnenstad’ Artikel 1 Begrippen 34. eerste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond; 66. maatschappelijke voorzieningen: educatieve, informatieve, (sociaal-)medische, levenbeschouwelijke, sociaalculturele, sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen op het gebied van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte horeca ten dienste van deze voorzieningen; 93. woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden c.q. een daarmee gelijk te stellen samenhangende groep van personen; 94.
Volledig
Eiser stelt dat het project onaanvaardbare gevolgen voor parkeren met zich meebrengt. Er is ten onrechte aansluiting gezocht bij de norm voor een serviceflat/ aanleunwoning. Verder is het onduidelijk of het gebruik van parkeerplaatsen door het personeel bij het benodigd aantal parkeerplaatsen is inbegrepen. Daarnaast is geen rekening gehouden met de bestaande parkeerproblemen in de omgeving. 17.1. Het college stelt dat het project geen problemen voor parkeren met zich meebrengt. De norm van 0,5 parkeerplaats per wooneenheid is gebaseerd op de CROW-norm en het personeel is daarin inbegrepen. Verder blijven bestaande parkeertekorten bij de beoordeling of het project voorziet in voldoende parkeergelegenheid buiten beschouwing. 17.2. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Het college mocht concluderen dat het project voor verkeer en parkeren niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. 17.2.1. De rechtbank stelt vast dat het college voor het aantal motorvoertuigbewegingen heeft aangesloten bij de norm voor een serviceflat/ aanleunwoning, niet voor het parkeren. Het college verwacht dat de verkeersgeneratie geen knelpunten zal opleveren, gelet op het aantal motorvoertuigbewegingen dat wordt verwacht. Eiser heeft dit niet betwist. 17.2.2. De rechtbank oordeelt verder dat het college voor het parkeren mocht aansluiten bij de norm voor een zorgcomplex uit de parkeernormennota. Eiser heeft dat ook niet betwist. De rechtbank stelt vast dat de norm van 0,5 parkeerplaats per wooneenheid is gebaseerd op de CROW-norm. Het is gangbaar dat in die norm het personeel is inbegrepen. Verder hoeft alleen rekening te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het project ten opzichte van de bestaande parkeerbehoefte. Het college hoeft dus geen rekening te houden met al bestaande parkeerproblemen. Overigens heeft het college toegelicht dat er een nieuw parkeerterrein wordt gerealiseerd aan de Harlingerstraat 1 in Bolsward. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 18. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de omgevingsvergunning die aan vergunninghoudster is verleend, blijft bestaan. 19. Omdat de rechtbank toepassing heeft gegeven aan artikel 6:22 van de Awb bepaalt de rechtbank dat het college de door eiseres (€ 194) en eiser (€ 194) betaalde griffierechten vergoedt. 20. Verder veroordeelt de rechtbank het college in de door eiseres en eiser gemaakte proceskosten. De rechtbank stelt deze kosten voor eiseres en eiser apart vast op € 1.868, omdat hun gemachtigden beroepschriften hebben ingediend en op de zitting zijn verschenen. Beslissing De rechtbank: - verklaart de beroepen ongegrond. - draagt het college op het betaalde griffierecht van € 194 aan eiseres te vergoeden; - draagt het college op het betaalde griffierecht van € 194 aan eiser te vergoeden; - veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.868; - veroordeelt het college in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Lok, rechter, in aanwezigheid van mr. D.W.K. Veenstra, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 20 april 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Bijlage 1: overzichtskaart Bijlage 2: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving Algemene wet bestuursrecht Artikel 6:22 Een besluit waartegen bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld, kan, ondanks schending van een geschreven of ongeschreven rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel, door het orgaan dat op het bezwaar of beroep beslist in stand worden gelaten indien aannemelijk is dat de belanghebbenden daardoor niet zijn benadeeld. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Artikel 2.12 1. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c , kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en: a. indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan of de beheersverordening: (…) 3°. in overige gevallen, indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat; (…) Artikel 2.27 1. In bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën gevallen wordt een omgevingsvergunning niet verleend dan nadat een daarbij aangewezen bestuursorgaan heeft verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft. Bij een maatregel als bedoeld in de eerste volzin worden slechts categorieën gevallen aangewezen waarin voor het verrichten van de betrokken activiteit een afzonderlijke toestemming van het aangewezen bestuursorgaan wenselijk is gezien de bijzondere deskundigheid die dat orgaan ten aanzien van die activiteit bezit of de verantwoordelijkheid die dat orgaan draagt voor het beleid dat betrekking heeft op de betrokken categorie activiteiten. Bij die maatregel kan worden bepaald dat het aangewezen bestuursorgaan categorieën gevallen kan aanwijzen waarin de verklaring niet is vereist. Crisis- en herstelwet (Chw) Artikel 1.1 1. Afdeling 2 (https://wetten.overheid.nl/BWBR0027431/2023-07-01) is van toepassing op: a. alle besluiten die krachtens enig wettelijk voorschrift zijn vereist voor de ontwikkeling of verwezenlijking van de in bijlage I (https://wetten.overheid.nl/BWBR0027431/2023-07-01) bij deze wet bedoelde categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten dan wel voor de in bijlage II (https://wetten.overheid.nl/BWBR0027431/2023-07-01) bij deze wet bedoelde ruimtelijke en infrastructurele projecten; (…) Bijlage I Chw. Catgorieën ruimtelijke infrastructurele projecten als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid 3. Gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang 3.1. Ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden krachtens afdeling 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening of een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan, het inpassingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, ten behoeve van de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden Besluit omgevingsrecht (Bor) Artikel 6.5 1. Voor zover een aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet , wordt de omgevingsvergunning, waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de wet wordt afgeweken van het bestemmingsplan of de beheersverordening, niet verleend dan nadat de gemeenteraad van de gemeente waar het project geheel of in hoofdzaak zal worden of wordt uitgevoerd, heeft verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft, tenzij artikel 3.2, aanhef en onder b , van dit besluit of artikel 3.36 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing is. (…) 3. De gemeenteraad kan categorieën gevallen aanwijzen waarin een verklaring niet is vereist. (…) Bestemmingsplan ‘Bolsward – Binnenstad’ Artikel 1 Begrippen 34. eerste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond; 66. maatschappelijke voorzieningen: educatieve, informatieve, (sociaal-)medische, levenbeschouwelijke, sociaalculturele, sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen op het gebied van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte horeca ten dienste van deze voorzieningen; 93. woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden c.q. een daarmee gelijk te stellen samenhangende groep van personen; 94.