Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-01-09
ECLI:NL:RBNNE:2026:174
Bestuursrecht
Bodemzaak
2,031 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBNNE:2026:174 text/xml public 2026-01-29T13:54:32 2026-01-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-01-09 AWB 25-1506 Uitspraak Bodemzaak NL Leeuwarden Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:174 text/html public 2026-01-29T13:53:44 2026-01-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:174 Rechtbank Noord-Nederland , 09-01-2026 / AWB 25-1506 Beroep tegen ongehuwdenpensioen niet-ontvankelijk. Geen procesbelang. Eiser wil zijn huidige pensioen behouden, maar dan op basis van een huwelijk én een duurzaam gescheiden leven. Een nieuw huwelijk is een toekomstige onzekere gebeurtenis. Eiser kan met zijn beroep niet in een betere positie komen. Mocht eiser in de toekomst weer trouwen, dan kan hij de Svb vragen zijn situatie opnieuw te beoordelen. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Leeuwarden Bestuursrecht zaaknummer: LEE 25/1506 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 januari 2026 in de zaak tussen [eiser], uit [woonplaats], eiser, en de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de Svb (gemachtigde: mr. E.M. Mulder). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het ongehuwdenpensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) dat de Svb tijdens de beroepsprocedure alsnog aan eiser heeft toegekend. Deze is het op zich daarmee eens, maar meent procesbelang te hebben bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand daarvan beoordeelt de rechtbank eisers beroep. 1.1. Zij komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiser geen procesbelang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep en dat het beroep niet-ontvankelijk is. Hierna legt zij uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. De Svb heeft eisers aanvraag om een AOW-uitkering met zijn besluit van 11 december 2024 ingewilligd: eiser kreeg met ingang van 15 april 2025 (de dag waarop hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikte) een half gehuwdenpensioen. Hij was het daarmee niet eens, omdat hij een ongehuwdenpensioen wilde (dat hoger is). Met zijn besluit van 13 maart 2025 op het bezwaar van eiser is de Svb echter bij zijn besluit van 11 december 2024 gebleven. 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 13 maart 2025. 2.2. Met een nieuw besluit op bezwaar van 9 mei 2025 heeft de Svb eiser alsnog vanaf 15 april 2025 een ongehuwdenpensioen toegekend, omdat hij sinds 28 februari 2025 gescheiden is en alleen woont. De rechtbank neemt dit nieuwe besluit mee in haar beoordeling . 2.3. De Svb heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Op 9 december 2025 heeft eiser gereageerd op dat verweerschrift en op het nieuwe besluit van 9 mei 2025. 2.4. De rechtbank heeft het beroep op 22 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van de Svb. Beoordeling door de rechtbank Wat moet de rechtbank beoordelen? 3. Op de zitting heeft de Svb de rechtbank gevraagd om het besluit van 9 mei 2025 (dat is ingericht als een primair besluit) te beschouwen als een nieuw besluit op bezwaar; dat komt dan in de plaats van het besluit op bezwaar van 13 maart 2025. Om te voorkomen dat eiser tegen het besluit van 9 mei 2025 een nieuwe bezwaarschriftprocedure moet beginnen, heeft de rechtbank daarmee ingestemd. Het beroep richt zich nu dus tegen de beslissingen van 13 maart 2025 én 9 mei 2025. 3.1. De Svb is in het besluit van 9 mei 2025 teruggekomen van zijn besluit van 13 maart 2025; daarom heeft eiser geen procesbelang meer bij zijn beroep tegen het besluit van 13 maart 2025. De rechtbank moet vervolgens eerst beoordelen of eiser nog procesbelang heeft bij zijn beroep tegen het besluit van 9 mei 2025; immers, de Svb heeft hem in dat besluit per 15 april 2025 alsnog het hogere ongehuwdenpensioen toegekend dat hij wenste. Wat vinden partijen? 4. Volgens eiser vindt de Svb ten onrechte dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat hij al een ongehuwdenpensioen ontvangt. Hij wil dat pensioen wel, maar dan als duurzaam gescheiden levend van zijn partner in Moskou én als zijnde met haar getrouwd. De Svb beoordeelt het criterium “duurzaam gescheiden leven” op basis van verouderde wetgeving. Een Svb-medewerker heeft eiser geadviseerd om dan maar te scheiden, en dat heeft hij op 28 februari 2025 gedaan. Die medewerker vond dat de Svb behoefte heeft aan nieuwe wetgeving en regelgeving. Erkenning van duurzaam gescheiden leven kan bijdragen aan een uniforme toepassing van de regelgeving voor diverse vormen van relaties in deze veranderende tijd. 4.1. Eiser voert verder aan dat hij sinds 2 maart 2025 geen regelmatig contact meer heeft met zijn ex-echtgenote, mede door blokkades vanuit de Russische overheid. Er bestaat geen intentie of mogelijkheid om samen te wonen en dat wordt in de nabije toekomst ook niet verwacht. Er is dus geen sprake van een gezamenlijke huishouding, gezamenlijke dagelijkse taken en onderlinge zorgtaken. Ook zijn er geen gezamenlijke bankrekeningen, geen gezamenlijk bezit en geen gezamenlijke kosten. Hun inkomsten en financiën zijn volledig gescheiden: betalingen zijn niet mogelijk door de geldende sancties. Eiser vraagt de rechtbank om vast te stellen dat hij duurzaam gescheiden leeft, om hem in aanmerking te laten komen voor ongehuwdenpensioen en om hiermee de mogelijkheid te scheppen om opnieuw te trouwen. 5. In zijn verweerschrift schrijft de Svb dat, omdat eiser op het moment van de aanvraag was gehuwd en niet ondubbelzinnig bleek dat sprake was van duurzaam gescheiden leven, hem in december 2024 is meegedeeld dat hij recht heeft op een half gehuwdenpensioen. Omdat eiser per 28 februari 2025 is gescheiden heeft de Svb hem per ingangsdatum 15 april 2025 alsnog een ongehuwdenpensioen toegekend. Daarom kan hij met deze procedure niet meer bereiken dan hij inmiddels krijgt, namelijk een ongehuwdenpensioen. Het beroep is volgens de Svb niet-ontvankelijk, omdat eiser geen procesbelang meer heeft. 5.1. Op de zitting heeft de Svb hieraan toegevoegd dat eiser zijn pensioen wil behouden zoals dat nu is, maar dan op basis van een huwelijk én een duurzaam gescheiden leven. Eiser is echter niet getrouwd. Een huwelijk is dus een toekomstige onzekere gebeurtenis. Als eiser procesbelang had willen hebben, had hij nog gehuwd moeten zijn. Op dit moment is hij dat zowel feitelijk als juridisch echter niet; dat was hij ook niet op zijn pensioengerechtigde leeftijd. Als hij weer gaat trouwen, kan de Svb opnieuw de feiten bekijken en beoordelen. Toekomstige onzekere gebeurtenissen leveren volgens de Svb geen procesbelang op. Wat vindt de rechtbank? 6. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) is pas sprake van procesbelang als het resultaat dat iemand met zijn beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt; het realiseren van dat resultaat moet voor hem feitelijk betekenis kunnen hebben. Er is dus pas aanleiding om een beroep inhoudelijk te beoordelen als de indiener daarbij een actueel en reëel belang heeft. Een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang. Verder is in deze rechtspraak uitgemaakt dat een toekomstige onzekere gebeurtenis geen procesbelang oplevert. 6.1. Zo heeft de CRvB in een AOW-zaak het volgende overwogen (waarbij de onderstreping van de rechtbank is): “De rechtbank heeft terecht overwogen dat de grond van appellant, inhoudende dat hij in deze procedure een uitspraak wenst over de hoogte van het AOW‑pensioen in de situatie van omgang met zijn echtgenote in de mate waarin zij die voorheen hadden, omdat zij in de toekomst weer intensiever met elkaar willen omgaan zonder dat de dreiging bestaat dat het AOW-pensioen wordt verlaagd naar de gehuwdennorm, een onzekere toekomstige gebeurtenis is die de rechter in deze procedure niet in de beoordeling kan betrekken. Die toekomstige situatie zal worden beoordeeld aan de hand van de zich dan voordoende feitelijke situatie. Appellant kan rechtsmiddelen aanwenden tegen een besluit tot verlaging van de AOW-pensioen en alsdan zijn gronden tegen dat besluit naar voren brengen.