Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-04-07
ECLI:NL:RBNNE:2026:1704
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
3,412 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1704 text/xml public 2026-05-15T14:09:30 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1705 Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-07 11813073 BU VERZ 25-1630 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Leeuwarden Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1704 text/html public 2026-05-15T12:12:06 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1704 Rechtbank Noord-Nederland , 07-04-2026 / 11813073 BU VERZ 25-1630 Wahv. R584 – ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’. Gegrond beroep, matiging boete tot nul. De gemachtigde heeft een boete gekregen terwijl zij met de buurman op zoek was naar startkabels toen de auto niet startte. Sprake van een pechgeval, boete niet op haar plaats. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Leeuwarden Bestuursrecht beschikkingsnummer: 267996963 zaaknummer: 11813073 BU VERZ 25-1630 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 7 april 2026 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [woonplaats] , gemachtigde: [gemachtigde] . Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R584 – ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’, verricht op 2 juni 2024, om 09:30 uur, op het [adres] , met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 7 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene, haar gemachtigde en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde. 1.3. Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Standpunten 2. De gemachtigde is de moeder van betrokkene en reed in betrokkenes auto. In de straat waar gemachtigde woont en waar de vermeende overtreding is begaan, zijn alleen maar vergunninghoudersparkeerplaatsen, die allemaal bezet waren. Gemachtigde moest drie kratten en een tapijtreiniger in huis brengen. Haar man is invalide en zij kan zelf weinig tillen, dus kon het niet anders dan op deze manier. Toen zij de auto na het lossen wilde verplaatsen, startte deze niet. Gemachtigde heeft eerst in haar eigen schuur naar startkabels gezocht, maar kon die niet vinden. Vervolgens heeft zij bij de overbuurman aangeklopt, die na enige tijd zoeken wel startkabels kon vinden. Dit alles heeft ongeveer een kwartier geduurd. In de tussentijd heeft zij een boete gekregen. Later is gebleken dat het probleem werd veroorzaakt door een kapotte accu. De door gemachtigde gekozen oplossing was sneller dan de ANWB bellen en het was zondag dus de garages waren dicht. Gemachtigde merkt op dat wordt gesproken over een onveilige situatie, maar het betreft een brede, doodlopende straat waar op zondagen eigenlijk alleen bestemmingsverkeer komt. Haar man heeft een gehandicaptenpar-keerplaats, waar vaak mensen illegaal geparkeerd staan. De handhaving zegt dan tegen gemachtigde en haar man dat ze de auto op precies dezelfde plek langs de straat mogen parkeren. Op schooldagen staan er driemaal daags ongeveer 30 auto’s langs de straat en daartegen wordt niet opgetreden. 3. De vertegenwoordigster stelt dat feitelijk is geparkeerd buiten een vak, waar dat niet mag. Laden en lossen dient volgens haar bij voortduring te gebeuren, wat hier niet zo is. De verkeersovertreding is volgens de vertegenwoordigster begaan. Dat het een doodlopende straat is, doet niet af aan de verwijtbaarheid. Zij wil het verhaal van gemachtigde wel aannemen, maar mist onderbouwing over het defecte voertuig. Een pardontijd is volgens de vertegenwoordigster niet verplicht. Zij verzoekt om ongegrondverklaring van het beroep. Beslissing 4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen tot nul. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Overwegingen 5. Als eerst speelt de zogenoemde zekerheidstelling. Op grond van artikel 11 van de Wahv moet de betrokkene het boetebedrag (tot een hoogte van € 234,00 inclusief administratiekosten) betalen voordat de kantonrechter het beroep kan behandelen. 5.1. Als niet betaald kan worden, moet de betrokkene onderbouwen waarom dat het geval is. Dit wordt een draagkrachtverweer genoemd. In dit geval was sprake van een misverstand en heeft de gemachtigde voorafgaand aan de zitting een verweer gevoerd over háár draagkracht, in plaats van dat van betrokkene. 5.2. Op de zitting heeft betrokkene haar financiële situatie toegelicht en heeft de gemachtigde verteld dat betrokkenes grootmoeder het boetebedrag heeft voorgeschoten. Er is dus alsnog zekerheid gesteld, waardoor de kantonrechter het beroep kan behandelen. 6. De verkeersovertreding wordt niet betwist. Deze kan daarom worden vastgesteld. 7. De kantonrechter overweegt dat de gemachtigde een geloofwaardig verhaal heeft verteld. Het is aannemelijk dat zij een boete heeft gekregen, terwijl zij met de buurman op zoek was naar startkabels. Dit was sneller dan de ANWB bellen en een garage inschakelen kon niet. Hier is sprake van een pechgeval en daarom oordeelt de kantonrechter dat oplegging van een boete niet op haar plaats is. Hij zal de boete matigen tot nul. Conclusie De kantonrechter: verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; vernietigt die beslissing; wijzigt de inleidende beschikking en matigt de boete tot nul; bepaalt dat betrokkene de zekerheidstelling terugkrijgt. Waarvan proces-verbaal, D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1704 text/xml public 2026-05-15T14:09:30 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1705 Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-07 11813073 BU VERZ 25-1630 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Leeuwarden Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1704 text/html public 2026-05-15T12:12:06 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1704 Rechtbank Noord-Nederland , 07-04-2026 / 11813073 BU VERZ 25-1630 Wahv. R584 – ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’. Gegrond beroep, matiging boete tot nul. De gemachtigde heeft een boete gekregen terwijl zij met de buurman op zoek was naar startkabels toen de auto niet startte. Sprake van een pechgeval, boete niet op haar plaats. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Leeuwarden Bestuursrecht beschikkingsnummer: 267996963 zaaknummer: 11813073 BU VERZ 25-1630 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 7 april 2026 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [woonplaats] , gemachtigde: [gemachtigde] . Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R584 – ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’, verricht op 2 juni 2024, om 09:30 uur, op het [adres] , met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 7 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene, haar gemachtigde en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde. 1.3. Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Standpunten 2. De gemachtigde is de moeder van betrokkene en reed in betrokkenes auto. In de straat waar gemachtigde woont en waar de vermeende overtreding is begaan, zijn alleen maar vergunninghoudersparkeerplaatsen, die allemaal bezet waren. Gemachtigde moest drie kratten en een tapijtreiniger in huis brengen. Haar man is invalide en zij kan zelf weinig tillen, dus kon het niet anders dan op deze manier. Toen zij de auto na het lossen wilde verplaatsen, startte deze niet. Gemachtigde heeft eerst in haar eigen schuur naar startkabels gezocht, maar kon die niet vinden. Vervolgens heeft zij bij de overbuurman aangeklopt, die na enige tijd zoeken wel startkabels kon vinden. Dit alles heeft ongeveer een kwartier geduurd. In de tussentijd heeft zij een boete gekregen. Later is gebleken dat het probleem werd veroorzaakt door een kapotte accu. De door gemachtigde gekozen oplossing was sneller dan de ANWB bellen en het was zondag dus de garages waren dicht. Gemachtigde merkt op dat wordt gesproken over een onveilige situatie, maar het betreft een brede, doodlopende straat waar op zondagen eigenlijk alleen bestemmingsverkeer komt. Haar man heeft een gehandicaptenpar-keerplaats, waar vaak mensen illegaal geparkeerd staan. De handhaving zegt dan tegen gemachtigde en haar man dat ze de auto op precies dezelfde plek langs de straat mogen parkeren. Op schooldagen staan er driemaal daags ongeveer 30 auto’s langs de straat en daartegen wordt niet opgetreden. 3. De vertegenwoordigster stelt dat feitelijk is geparkeerd buiten een vak, waar dat niet mag. Laden en lossen dient volgens haar bij voortduring te gebeuren, wat hier niet zo is. De verkeersovertreding is volgens de vertegenwoordigster begaan. Dat het een doodlopende straat is, doet niet af aan de verwijtbaarheid. Zij wil het verhaal van gemachtigde wel aannemen, maar mist onderbouwing over het defecte voertuig. Een pardontijd is volgens de vertegenwoordigster niet verplicht. Zij verzoekt om ongegrondverklaring van het beroep. Beslissing 4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen tot nul. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Overwegingen 5. Als eerst speelt de zogenoemde zekerheidstelling. Op grond van artikel 11 van de Wahv moet de betrokkene het boetebedrag (tot een hoogte van € 234,00 inclusief administratiekosten) betalen voordat de kantonrechter het beroep kan behandelen. 5.1. Als niet betaald kan worden, moet de betrokkene onderbouwen waarom dat het geval is. Dit wordt een draagkrachtverweer genoemd. In dit geval was sprake van een misverstand en heeft de gemachtigde voorafgaand aan de zitting een verweer gevoerd over háár draagkracht, in plaats van dat van betrokkene. 5.2. Op de zitting heeft betrokkene haar financiële situatie toegelicht en heeft de gemachtigde verteld dat betrokkenes grootmoeder het boetebedrag heeft voorgeschoten. Er is dus alsnog zekerheid gesteld, waardoor de kantonrechter het beroep kan behandelen. 6. De verkeersovertreding wordt niet betwist. Deze kan daarom worden vastgesteld. 7. De kantonrechter overweegt dat de gemachtigde een geloofwaardig verhaal heeft verteld. Het is aannemelijk dat zij een boete heeft gekregen, terwijl zij met de buurman op zoek was naar startkabels. Dit was sneller dan de ANWB bellen en een garage inschakelen kon niet. Hier is sprake van een pechgeval en daarom oordeelt de kantonrechter dat oplegging van een boete niet op haar plaats is. Hij zal de boete matigen tot nul. Conclusie De kantonrechter: verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; vernietigt die beslissing; wijzigt de inleidende beschikking en matigt de boete tot nul; bepaalt dat betrokkene de zekerheidstelling terugkrijgt. Waarvan proces-verbaal, D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.