Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-04-07
ECLI:NL:RBNNE:2026:1702
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
3,105 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1702 text/xml public 2026-05-15T14:08:59 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1701 Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-07 11813128 BU VERZ 25-1634 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Leeuwarden Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1702 text/html public 2026-05-15T12:09:21 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1702 Rechtbank Noord-Nederland , 07-04-2026 / 11813128 BU VERZ 25-1634 Wahv. R545 – ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’. Ongegrond beroep. Boete mocht op kenteken worden opgelegd. Geen reden voor twijfel aan de verklaring van de verbalisant. De boete is in dit geval niet buitenproportioneel, gezien de gevaarzetting. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Leeuwarden Bestuursrecht beschikkingsnummer: 268633995 zaaknummer: 11813128 BU VERZ 25-1634 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 7 april 2026 in de zaak van Peking B.V., gevestigd in Leeuwarden, gemachtigde: [gemachtigde] . Inleiding 1. Aan Peking B.V. is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R545 – ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 24 augustus 2024, om 17:56 uur, in de d’Hondecoeterstraat in Leeuwarden, met een tweewielige bromfiets, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 299,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. De gemachtigde heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 7 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: de gemachtigde en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde. 1.3. Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Standpunten 2. De gemachtigde is de moeder van de maaltijdbezorger, die in dienst van Peking B.V. is beboet. Zij betwist dat haar zoon met een mobiele telefoon in de hand heeft gereden. Op de bezorgscooter zit een houder, dus is het niet logisch dat hij de telefoon in zijn hand zou hebben gehad. Verder heeft de verbalisant gemachtigdes zoon alleen op de rug gezien, aangezien hij de andere kant op reed. De gemachtigde stelt dat ten onrechte geen staandehouding heeft plaatsgevonden en zij vindt de boete te hoog voor een destijds zeventienjarige. 3. De vertegenwoordigster twijfelt niet aan de verklaring van de verbalisant, die volgens haar heel duidelijk is. Een staandehouding geldt als uitgangspunt, maar zonder reële mogelijkheid daartoe is het toegestaan om te bekeuren op kenteken. Vanwege de gevaarzetting heeft de verbalisant hier een boete opgelegd. Hij was te voet en in privétijd en in dat geval bestaat geen reële mogelijkheid tot staandehouding. Beslissing 4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is en zal hierna uitleggen waarom dat het geval is. Overwegingen 5. In principe houdt de ambtenaar de bestuurder staande op het moment dat een verkeersovertreding wordt vastgesteld. Dit is alleen anders als er geen reële mogelijkheid is om betrokkene staande te houden en zijn identiteit te controleren. Dan mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd. 5.1. De verbalisant geeft in het zaakoverzicht aan dat de bestuurder niet is staande gehouden omdat de verbalisant lopend, in privétijd en in burger gekleed was. De scooter reed van hem af. De ambtenaar had daarom niet een reële mogelijkheid om betrokkene staande te houden. In dit geval mocht hij daarom op kenteken bekeuren. 6. De gemachtigde betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel. 6.1. De verbalisant heeft verklaard dat de bestuurder tijdens het rijden een telefoon in de linkerhand ter hoogte van het bovenlichaam vasthield. Hij heeft duidelijk naar het voertuig en het apparaat kunnen kijken. 6.2. De kantonrechter ziet geen reden voor twijfel aan deze verklaring. De verbalisant legt in zijn privétijd geen boetes op voor zijn lol. De verbalisant is getraind om waarnemingen als deze te doen en heeft oog gehad voor de gevaarzetting. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld. 7. De hoogte van de boetes is landelijk vastgesteld. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van deze boete worden afgeweken. De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan te nemen dat de boete in dit concrete geval buitenproportioneel is, gezien de gevaarzetting van de overtreding. De verbalisant heeft verklaard dat de bestuurder een kruispunt passeerde met de telefoon in zijn hand. Bij dergelijk gevaarlijk gedrag is een hoge verkeersboete passend. Conclusie De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond. Waarvan proces-verbaal, D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd. Hof Arnhem-Leeuwarden 7 april 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:3333. Artikel 5 van de Wahv.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1702 text/xml public 2026-05-15T14:08:59 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1701 Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-07 11813128 BU VERZ 25-1634 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Leeuwarden Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1702 text/html public 2026-05-15T12:09:21 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1702 Rechtbank Noord-Nederland , 07-04-2026 / 11813128 BU VERZ 25-1634 Wahv. R545 – ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’. Ongegrond beroep. Boete mocht op kenteken worden opgelegd. Geen reden voor twijfel aan de verklaring van de verbalisant. De boete is in dit geval niet buitenproportioneel, gezien de gevaarzetting. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Leeuwarden Bestuursrecht beschikkingsnummer: 268633995 zaaknummer: 11813128 BU VERZ 25-1634 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 7 april 2026 in de zaak van Peking B.V., gevestigd in Leeuwarden, gemachtigde: [gemachtigde] . Inleiding 1. Aan Peking B.V. is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R545 – ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 24 augustus 2024, om 17:56 uur, in de d’Hondecoeterstraat in Leeuwarden, met een tweewielige bromfiets, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 299,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. De gemachtigde heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 7 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: de gemachtigde en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde. 1.3. Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Standpunten 2. De gemachtigde is de moeder van de maaltijdbezorger, die in dienst van Peking B.V. is beboet. Zij betwist dat haar zoon met een mobiele telefoon in de hand heeft gereden. Op de bezorgscooter zit een houder, dus is het niet logisch dat hij de telefoon in zijn hand zou hebben gehad. Verder heeft de verbalisant gemachtigdes zoon alleen op de rug gezien, aangezien hij de andere kant op reed. De gemachtigde stelt dat ten onrechte geen staandehouding heeft plaatsgevonden en zij vindt de boete te hoog voor een destijds zeventienjarige. 3. De vertegenwoordigster twijfelt niet aan de verklaring van de verbalisant, die volgens haar heel duidelijk is. Een staandehouding geldt als uitgangspunt, maar zonder reële mogelijkheid daartoe is het toegestaan om te bekeuren op kenteken. Vanwege de gevaarzetting heeft de verbalisant hier een boete opgelegd. Hij was te voet en in privétijd en in dat geval bestaat geen reële mogelijkheid tot staandehouding. Beslissing 4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is en zal hierna uitleggen waarom dat het geval is. Overwegingen 5. In principe houdt de ambtenaar de bestuurder staande op het moment dat een verkeersovertreding wordt vastgesteld. Dit is alleen anders als er geen reële mogelijkheid is om betrokkene staande te houden en zijn identiteit te controleren. Dan mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd. 5.1. De verbalisant geeft in het zaakoverzicht aan dat de bestuurder niet is staande gehouden omdat de verbalisant lopend, in privétijd en in burger gekleed was. De scooter reed van hem af. De ambtenaar had daarom niet een reële mogelijkheid om betrokkene staande te houden. In dit geval mocht hij daarom op kenteken bekeuren. 6. De gemachtigde betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel. 6.1. De verbalisant heeft verklaard dat de bestuurder tijdens het rijden een telefoon in de linkerhand ter hoogte van het bovenlichaam vasthield. Hij heeft duidelijk naar het voertuig en het apparaat kunnen kijken. 6.2. De kantonrechter ziet geen reden voor twijfel aan deze verklaring. De verbalisant legt in zijn privétijd geen boetes op voor zijn lol. De verbalisant is getraind om waarnemingen als deze te doen en heeft oog gehad voor de gevaarzetting. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld. 7. De hoogte van de boetes is landelijk vastgesteld. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van deze boete worden afgeweken. De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan te nemen dat de boete in dit concrete geval buitenproportioneel is, gezien de gevaarzetting van de overtreding. De verbalisant heeft verklaard dat de bestuurder een kruispunt passeerde met de telefoon in zijn hand. Bij dergelijk gevaarlijk gedrag is een hoge verkeersboete passend. Conclusie De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond. Waarvan proces-verbaal, D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd. Hof Arnhem-Leeuwarden 7 april 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:3333. Artikel 5 van de Wahv.