Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-04-07
ECLI:NL:RBNNE:2026:1698
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
3,274 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1698 text/xml public 2026-05-15T12:01:24 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-07 11813115 BU VERZ 25-1633 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Leeuwarden Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1698 text/html public 2026-05-15T12:00:39 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1698 Rechtbank Noord-Nederland , 07-04-2026 / 11813115 BU VERZ 25-1633 Wahv. VM030 – ‘30 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)’. Gegrond beroep. Twijfel aan waarneming verbalisant in het voordeel van gemachtigde uitgelegd. Gemachtigde heeft aannemelijk gemaakt dat hij de verkeersovertreding niet kan hebben begaan. Het voertuig kan wel ter plaatse hebben gereden, maar er heeft geen staandehouding plaatsgevonden en de verbalisant heeft geen aanvullende informatie aangeleverd. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Leeuwarden Bestuursrecht beschikkingsnummer: 265568431 zaaknummer: 11813115 BU VERZ 25-1633 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 7 april 2026 in de zaak van Valent Holding B.V. (Valent), gevestigd in Lelystad, gemachtigde: [gemachtigde] . Inleiding 1. Aan Valent is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: VM030 – ‘30 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)’, verricht op 16 april 2024, om 12:16 uur, op de Rijksweg A7 bij Terwispel, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 377,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. De gemachtigde, bestuurder van Valent, heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft de gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 7 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: de gemachtigde en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde. 1.3. Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Standpunten 2. De gemachtigde (om wiens auto het gaat) voert aan dat hij ten tijde van de overtreding op kantoor in Lelystad was. Om 11:00 uur had hij daar een afspraak die minimaal een uur heeft geduurd; daardoor kan hij om 12:16 uur niet op de plek van de overtreding zijn geweest. Dit onderbouwt gemachtigde door een e-mail van een van zijn gesprekspartners over te leggen. Niemand anders reed in zijn auto. 3. De vertegenwoordigster heeft bij de verbalisant nagevraagd of er een fout kan zijn gemaakt bij het noteren van het kenteken. Daar heeft zij geen reactie op gekregen. Aangezien kentekenfraude onwaarschijnlijk is, zijn er volgens haar twee mogelijkheden: of het voertuig reed daar, of het kenteken is verkeerd opgeschreven. De vertegenwoordigster twijfelt en daarom verzoekt zij om gegrondverklaring van het beroep. Beslissing 4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van Valent. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Overwegingen 5. De gemachtigde betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel. 5.1. Daarvan is sprake, oordeelt de kantonrechter. Gemachtigde heeft op de zitting aannemelijk gemaakt dat hij de verkeersovertreding niet kan hebben begaan. De mogelijkheid bestaat dat het voertuig wel daar heeft gereden, maar aangezien geen staandehouding heeft plaatsgevonden en geen aanvullende informatie is aangeleverd door de verbalisant, twijfelt de kantonrechter. Deze twijfel moet in het voordeel van gemachtigde worden uitgelegd. De verkeersovertreding kan niet worden vastgesteld. 6. De gemachtigde heeft een verzoek om proceskostenvergoeding gedaan. Hij verzoekt om € 58,24 aan reiskosten (104 kilometer x 2 x € 0,28) en € 400,00 aan verletkosten voor vier uren afwezigheid bij Valent. 6.1. De reiskosten worden normaliter berekend op basis van openbaar vervoer, tweede klas. Als de rechtbank niet per openbaar vervoer bereikt kan worden, kan worden verzocht om reiskostenvergoeding van € 0,28 per gereden kilometer. De gevraagde reiskosten en de kosten per openbaar vervoer liggen echter zo dicht bij elkaar, dat de kantonrechter de gevraagde reiskosten zal toekennen. 6.2. Over de verletkosten heeft gemachtigde zelf aangegeven te twijfelen, aangezien hij eigenaar is van het bedrijf waar hij werkt. De verletkosten heeft hij niet onderbouwd, behalve dat hij de verantwoordelijkheid heeft over 22 medewerkers en een omzet van € 4 miljoen. De gemachtigde heeft niet inzichtelijk gemaakt hoeveel vier uren afwezigheid hem kosten. Daarom kent de kantonrechter viermaal het wettelijk minimumuurloon (€ 14,71 in 2026) toe aan verletkosten, in totaal € 58,84. 6.3. De totale proceskostenvergoeding bedraagt (€ 58,24 + € 58,84 =) € 117,08. Conclusie De kantonrechter: verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; vernietigt die beslissing; verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond; vernietigt die beschikking; bepaalt dat Valent de zekerheidstelling terugkrijgt; veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van € 117,08. Waarvan proces-verbaal, D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1698 text/xml public 2026-05-15T12:01:24 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-07 11813115 BU VERZ 25-1633 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Leeuwarden Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1698 text/html public 2026-05-15T12:00:39 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1698 Rechtbank Noord-Nederland , 07-04-2026 / 11813115 BU VERZ 25-1633 Wahv. VM030 – ‘30 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)’. Gegrond beroep. Twijfel aan waarneming verbalisant in het voordeel van gemachtigde uitgelegd. Gemachtigde heeft aannemelijk gemaakt dat hij de verkeersovertreding niet kan hebben begaan. Het voertuig kan wel ter plaatse hebben gereden, maar er heeft geen staandehouding plaatsgevonden en de verbalisant heeft geen aanvullende informatie aangeleverd. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Leeuwarden Bestuursrecht beschikkingsnummer: 265568431 zaaknummer: 11813115 BU VERZ 25-1633 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 7 april 2026 in de zaak van Valent Holding B.V. (Valent), gevestigd in Lelystad, gemachtigde: [gemachtigde] . Inleiding 1. Aan Valent is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: VM030 – ‘30 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)’, verricht op 16 april 2024, om 12:16 uur, op de Rijksweg A7 bij Terwispel, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 377,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. De gemachtigde, bestuurder van Valent, heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft de gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 7 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: de gemachtigde en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde. 1.3. Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Standpunten 2. De gemachtigde (om wiens auto het gaat) voert aan dat hij ten tijde van de overtreding op kantoor in Lelystad was. Om 11:00 uur had hij daar een afspraak die minimaal een uur heeft geduurd; daardoor kan hij om 12:16 uur niet op de plek van de overtreding zijn geweest. Dit onderbouwt gemachtigde door een e-mail van een van zijn gesprekspartners over te leggen. Niemand anders reed in zijn auto. 3. De vertegenwoordigster heeft bij de verbalisant nagevraagd of er een fout kan zijn gemaakt bij het noteren van het kenteken. Daar heeft zij geen reactie op gekregen. Aangezien kentekenfraude onwaarschijnlijk is, zijn er volgens haar twee mogelijkheden: of het voertuig reed daar, of het kenteken is verkeerd opgeschreven. De vertegenwoordigster twijfelt en daarom verzoekt zij om gegrondverklaring van het beroep. Beslissing 4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van Valent. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Overwegingen 5. De gemachtigde betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel. 5.1. Daarvan is sprake, oordeelt de kantonrechter. Gemachtigde heeft op de zitting aannemelijk gemaakt dat hij de verkeersovertreding niet kan hebben begaan. De mogelijkheid bestaat dat het voertuig wel daar heeft gereden, maar aangezien geen staandehouding heeft plaatsgevonden en geen aanvullende informatie is aangeleverd door de verbalisant, twijfelt de kantonrechter. Deze twijfel moet in het voordeel van gemachtigde worden uitgelegd. De verkeersovertreding kan niet worden vastgesteld. 6. De gemachtigde heeft een verzoek om proceskostenvergoeding gedaan. Hij verzoekt om € 58,24 aan reiskosten (104 kilometer x 2 x € 0,28) en € 400,00 aan verletkosten voor vier uren afwezigheid bij Valent. 6.1. De reiskosten worden normaliter berekend op basis van openbaar vervoer, tweede klas. Als de rechtbank niet per openbaar vervoer bereikt kan worden, kan worden verzocht om reiskostenvergoeding van € 0,28 per gereden kilometer. De gevraagde reiskosten en de kosten per openbaar vervoer liggen echter zo dicht bij elkaar, dat de kantonrechter de gevraagde reiskosten zal toekennen. 6.2. Over de verletkosten heeft gemachtigde zelf aangegeven te twijfelen, aangezien hij eigenaar is van het bedrijf waar hij werkt. De verletkosten heeft hij niet onderbouwd, behalve dat hij de verantwoordelijkheid heeft over 22 medewerkers en een omzet van € 4 miljoen. De gemachtigde heeft niet inzichtelijk gemaakt hoeveel vier uren afwezigheid hem kosten. Daarom kent de kantonrechter viermaal het wettelijk minimumuurloon (€ 14,71 in 2026) toe aan verletkosten, in totaal € 58,84. 6.3. De totale proceskostenvergoeding bedraagt (€ 58,24 + € 58,84 =) € 117,08. Conclusie De kantonrechter: verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; vernietigt die beslissing; verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond; vernietigt die beschikking; bepaalt dat Valent de zekerheidstelling terugkrijgt; veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van € 117,08. Waarvan proces-verbaal, D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.