Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-04-07
ECLI:NL:RBNNE:2026:1697
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
2,619 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1697 text/xml public 2026-05-15T12:04:54 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-07 11764927 BU VERZ 25-1297 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Leeuwarden Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1697 text/html public 2026-05-15T12:04:33 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1697 Rechtbank Noord-Nederland , 07-04-2026 / 11764927 BU VERZ 25-1297 Wahv. R402C – ‘met een voertuig parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats die is gereserveerd voor een ander voertuig’. Gegrond beroep. Overtreding kan worden vastgesteld maar boete gematigd tot nul vanwege overmacht, medische omstandigheden. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Leeuwarden Bestuursrecht beschikkingsnummer: 268664791 zaaknummer: 11764927 BU VERZ 25-1297 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 7 april 2026 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [woonplaats] . Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R402C – ‘met een voertuig parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats die is gereserveerd voor een ander voertuig’, verricht op 14 augustus 2024, om 19:47 uur, op de Tweebaksmarkt in Leeuwarden, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 499,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 7 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde. 1.3. Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Standpunten 2. Betrokkene had afgesproken in een hotel met haar zoon, die elders in het land woont maar voor zijn werk in Leeuwarden was. Omdat betrokkene aan de ziekte van Crohn lijdt, ervaart zij problemen met haar stoelgang. Zij wilde in het hotel naar het toilet, maar kon geen lege parkeerplaats vinden. Daarom heeft zij geparkeerd op een gehandicaptenparkeerplaats en is zij naar het toilet gegaan. Vervolgens heeft zij de auto in een parkeergarage geparkeerd, die op tien minuten loopafstand lag. Dit was de dichtstbijzijnde parkeergelegenheid. 3. De vertegenwoordigster stelt dat de boete terecht is opgelegd, maar verzoekt de kantonrechter om de boete op nul te stellen vanwege een overmachtssituatie. Beslissing 4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen tot nul. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Overwegingen 5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet. Deze kan daarom worden vastgesteld. 6. Betrokkene beroept zich op overmacht. Een beroep op overmacht kan slagen als feiten en omstandigheden worden aangevoerd op grond waarvan aannemelijk wordt dat de betrokkene onder de gegeven omstandigheden niet anders heeft kunnen handelen dan hij of zij heeft gedaan. 6.1. De kantonrechter overweegt dat dit het geval is. Betrokkene had hoge nood door medische omstandigheden en er waren geen parkeerplekken beschikbaar, behalve een gehandicaptenparkeerplaats tegenover het hotel waar zij had afgesproken. Dit is aannemelijk, aangezien de boete om kwart voor acht ’s avonds is opgelegd en het de kantonrechter bekend is dat het hotel zich in een drukke horecabuurt bevindt. Vervolgens heeft betrokkene de auto verplaatst naar de parkeergarage op tien minuten loopafstand, waarmee de gehandicaptenparkeerplaats weer voor anderen beschikbaar kwam. Het handelen van betrokkene is begrijpelijk en van haar kon niet anders worden verwacht. Daarom zal de kantonrechter de boete matigen tot nul. Conclusie De kantonrechter: verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; vernietigt die beslissing; wijzigt de inleidende beschikking en matigt de boete tot nul; bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt. Waarvan proces-verbaal, D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1697 text/xml public 2026-05-15T12:04:54 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-07 11764927 BU VERZ 25-1297 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Leeuwarden Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1697 text/html public 2026-05-15T12:04:33 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1697 Rechtbank Noord-Nederland , 07-04-2026 / 11764927 BU VERZ 25-1297 Wahv. R402C – ‘met een voertuig parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats die is gereserveerd voor een ander voertuig’. Gegrond beroep. Overtreding kan worden vastgesteld maar boete gematigd tot nul vanwege overmacht, medische omstandigheden. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Leeuwarden Bestuursrecht beschikkingsnummer: 268664791 zaaknummer: 11764927 BU VERZ 25-1297 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 7 april 2026 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [woonplaats] . Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R402C – ‘met een voertuig parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats die is gereserveerd voor een ander voertuig’, verricht op 14 augustus 2024, om 19:47 uur, op de Tweebaksmarkt in Leeuwarden, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 499,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 7 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde. 1.3. Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Standpunten 2. Betrokkene had afgesproken in een hotel met haar zoon, die elders in het land woont maar voor zijn werk in Leeuwarden was. Omdat betrokkene aan de ziekte van Crohn lijdt, ervaart zij problemen met haar stoelgang. Zij wilde in het hotel naar het toilet, maar kon geen lege parkeerplaats vinden. Daarom heeft zij geparkeerd op een gehandicaptenparkeerplaats en is zij naar het toilet gegaan. Vervolgens heeft zij de auto in een parkeergarage geparkeerd, die op tien minuten loopafstand lag. Dit was de dichtstbijzijnde parkeergelegenheid. 3. De vertegenwoordigster stelt dat de boete terecht is opgelegd, maar verzoekt de kantonrechter om de boete op nul te stellen vanwege een overmachtssituatie. Beslissing 4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen tot nul. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Overwegingen 5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet. Deze kan daarom worden vastgesteld. 6. Betrokkene beroept zich op overmacht. Een beroep op overmacht kan slagen als feiten en omstandigheden worden aangevoerd op grond waarvan aannemelijk wordt dat de betrokkene onder de gegeven omstandigheden niet anders heeft kunnen handelen dan hij of zij heeft gedaan. 6.1. De kantonrechter overweegt dat dit het geval is. Betrokkene had hoge nood door medische omstandigheden en er waren geen parkeerplekken beschikbaar, behalve een gehandicaptenparkeerplaats tegenover het hotel waar zij had afgesproken. Dit is aannemelijk, aangezien de boete om kwart voor acht ’s avonds is opgelegd en het de kantonrechter bekend is dat het hotel zich in een drukke horecabuurt bevindt. Vervolgens heeft betrokkene de auto verplaatst naar de parkeergarage op tien minuten loopafstand, waarmee de gehandicaptenparkeerplaats weer voor anderen beschikbaar kwam. Het handelen van betrokkene is begrijpelijk en van haar kon niet anders worden verwacht. Daarom zal de kantonrechter de boete matigen tot nul. Conclusie De kantonrechter: verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; vernietigt die beslissing; wijzigt de inleidende beschikking en matigt de boete tot nul; bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt. Waarvan proces-verbaal, D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.