Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-05-04
ECLI:NL:RBNNE:2026:1639
Strafrecht; Materieel strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
16,189 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1639 text/xml public 2026-05-15T10:25:17 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-05-04 18-135882-24 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig Op tegenspraak NL Leeuwarden Strafrecht; Materieel strafrecht Wetboek van Strafrecht 311 Wetboek van Strafrecht 57 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1639 text/html public 2026-05-15T10:24:51 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1639 Rechtbank Noord-Nederland , 04-05-2026 / 18-135882-24 Reeks vermogensfeiten, te weten: diefstallen. Verdachte is veroorzaakt voor het medeplegen van vijf diefstallen bij kwetsbare slachtoffers tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van 3 jaren. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18-135882-24 Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken van 4 mei 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 21 april 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.A. Scholtmeijer, advocaat te Heerenveen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A.J. Kemkers. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. zij in of omstreeks de periode omvattende de dagen 7 oktober 2023 en 8 oktober 2023 te [plaats] , in elk geval in de gemeente Weststellingwerf, in/uit een woning, gelegen aan of bij [adres] , aldaar, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een tas met inhoud (te weten een rijbewijs en/of een identiteitskaart en/of een hoeveelheid geld (ongeveer 40 euro)) en/of en/of een telefoontoestel (van het merk Samsung) en/of een huissleutel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen voornoemd(e) goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een of meer valse sleutel(s), te weten door middel van het oneigenlijk gebruikmaken van een cijfercombinatie en/of de toegang tot een sleutelkastje en/of de huissleutel van die woning uit dat sleutelkastje; 2. zij in of omstreeks de periode van 18 augustus 2023 tot en met 25 augustus 2023 te [plaats] , in elk geval in de gemeente Weststellingwerf, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, in/uit een woning gelegen aan [adres] , een (zwarte) portemonnee, inhoudende twee pasjes van de ABN AMRO (ten namen van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] (en/of [slachtoffer 3] ), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader, toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of haar mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen voornoemde goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een of meer valse sleutel(s), te weten door middel van het oneigenlijk gebruikmaken van een cijfercombinatie en/of de toegang tot een sleutelkastje en/of de huissleutel van die woning uit dat sleutelkastje; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [medeverdachte] , althans een persoon, in of omstreeks de periode van 18 augustus 2023 tot en met 25 augustus 2023 te [plaats] , in elk geval in de gemeente Weststellingwerf, in/uit een woning gelegen aan [adres] , een (zwarte) portemonnee, inhoudende twee pasjes van de ABN AMRO (ten namen van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] (en/of [slachtoffer 3] ), in elk geval aan een ander dan die [medeverdachte] , althans persoon, toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die [medeverdachte] , althans persoon, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen voornoemde goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een of meer valse sleutel(s), te weten door middel van het oneigenlijk gebruikmaken van een cijfercombinatie en/of de toegang tot een sleutelkastje en/of de huissleutel van die woning uit dat sleutelkastje, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest door in de (onmiddellijke) nabijheid van de plaats van het misdrijf zogenoemd op de uitkijk te staan, teneinde die [medeverdachte] , althans persoon, te helpen vluchten, althans de vlucht mogelijk te maken en/of gemakkelijk te maken en/of zo nodig die [medeverdachte] , althans persoon, bij onraad te waarschuwen, althans op enigerlei wijze opzettelijk behulpzaam is geweest; 3. zij op of omstreeks 6 oktober 2023 te [plaats] , in elk geval in de gemeente Weststellingwerf, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in/uit een woning (gelegen aan of bij [adres] ), een tablet en/of een portemonnee met inhoud (onder meer een bankpas (van de Rabobank) en/of (ongeveer) 40 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die voornoemde weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door middel van het oneigenlijk/onrechtmatig gebruikmaken van een cijfercombinatie en/of de toegang tot een sleutelkastje en/of de huissleutel van die woning uit dat sleutelkastje; 4. zij op of omstreeks 6 oktober 2023, in elk geval in de maand oktober 2023, te [plaats] , in elk geval in de gemeente Weststellingwerf, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, in/uit een woning (gelegen aan of bij [adres] ), twee bankpassen (van de Rabobank en/of de ING-bank) en/of een creditcard (van de ING-bank), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 5. zij op of omstreeks 25 november 2023 te [plaats] , in elk geval in de gemeente Weststellingwerf, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid geld (te weten (ongeveer) 800 euro), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s), toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geld onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door middel van het onrechtmatig gebruikmaken van een bankpas ten name van die [slachtoffer 6] , welke eerder (door verdachte) was weggenomen en/of onder valse voorwendselen door die [slachtoffer 6] (onder voorwaarden) aan verdachte was uitgeleend. Beoordeling van het bewijs Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd voor het onder feit 2. primair ten laste gelegde. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd. Er is geen sprake van medeplegen, want verdachte heeft slechts op de uitkijk gestaan terwijl de medeverdachte de woning is binnengedrongen en de goederen van de moeder van aangeefster heeft weggenomen. Deze handeling van verdachte kan slechts gekwalificeerd worden als medeplichtigheid.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1639 text/xml public 2026-05-15T10:25:17 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-05-04 18-135882-24 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig Op tegenspraak NL Leeuwarden Strafrecht; Materieel strafrecht Wetboek van Strafrecht 311 Wetboek van Strafrecht 57 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1639 text/html public 2026-05-15T10:24:51 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1639 Rechtbank Noord-Nederland , 04-05-2026 / 18-135882-24 Reeks vermogensfeiten, te weten: diefstallen. Verdachte is veroorzaakt voor het medeplegen van vijf diefstallen bij kwetsbare slachtoffers tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van 3 jaren. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18-135882-24 Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken van 4 mei 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 21 april 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.A. Scholtmeijer, advocaat te Heerenveen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A.J. Kemkers. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. zij in of omstreeks de periode omvattende de dagen 7 oktober 2023 en 8 oktober 2023 te [plaats] , in elk geval in de gemeente Weststellingwerf, in/uit een woning, gelegen aan of bij [adres] , aldaar, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een tas met inhoud (te weten een rijbewijs en/of een identiteitskaart en/of een hoeveelheid geld (ongeveer 40 euro)) en/of en/of een telefoontoestel (van het merk Samsung) en/of een huissleutel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen voornoemd(e) goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een of meer valse sleutel(s), te weten door middel van het oneigenlijk gebruikmaken van een cijfercombinatie en/of de toegang tot een sleutelkastje en/of de huissleutel van die woning uit dat sleutelkastje; 2. zij in of omstreeks de periode van 18 augustus 2023 tot en met 25 augustus 2023 te [plaats] , in elk geval in de gemeente Weststellingwerf, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, in/uit een woning gelegen aan [adres] , een (zwarte) portemonnee, inhoudende twee pasjes van de ABN AMRO (ten namen van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] (en/of [slachtoffer 3] ), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader, toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of haar mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen voornoemde goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een of meer valse sleutel(s), te weten door middel van het oneigenlijk gebruikmaken van een cijfercombinatie en/of de toegang tot een sleutelkastje en/of de huissleutel van die woning uit dat sleutelkastje; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [medeverdachte] , althans een persoon, in of omstreeks de periode van 18 augustus 2023 tot en met 25 augustus 2023 te [plaats] , in elk geval in de gemeente Weststellingwerf, in/uit een woning gelegen aan [adres] , een (zwarte) portemonnee, inhoudende twee pasjes van de ABN AMRO (ten namen van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] (en/of [slachtoffer 3] ), in elk geval aan een ander dan die [medeverdachte] , althans persoon, toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die [medeverdachte] , althans persoon, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen voornoemde goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een of meer valse sleutel(s), te weten door middel van het oneigenlijk gebruikmaken van een cijfercombinatie en/of de toegang tot een sleutelkastje en/of de huissleutel van die woning uit dat sleutelkastje, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest door in de (onmiddellijke) nabijheid van de plaats van het misdrijf zogenoemd op de uitkijk te staan, teneinde die [medeverdachte] , althans persoon, te helpen vluchten, althans de vlucht mogelijk te maken en/of gemakkelijk te maken en/of zo nodig die [medeverdachte] , althans persoon, bij onraad te waarschuwen, althans op enigerlei wijze opzettelijk behulpzaam is geweest; 3. zij op of omstreeks 6 oktober 2023 te [plaats] , in elk geval in de gemeente Weststellingwerf, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in/uit een woning (gelegen aan of bij [adres] ), een tablet en/of een portemonnee met inhoud (onder meer een bankpas (van de Rabobank) en/of (ongeveer) 40 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die voornoemde weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door middel van het oneigenlijk/onrechtmatig gebruikmaken van een cijfercombinatie en/of de toegang tot een sleutelkastje en/of de huissleutel van die woning uit dat sleutelkastje; 4. zij op of omstreeks 6 oktober 2023, in elk geval in de maand oktober 2023, te [plaats] , in elk geval in de gemeente Weststellingwerf, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, in/uit een woning (gelegen aan of bij [adres] ), twee bankpassen (van de Rabobank en/of de ING-bank) en/of een creditcard (van de ING-bank), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 5. zij op of omstreeks 25 november 2023 te [plaats] , in elk geval in de gemeente Weststellingwerf, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid geld (te weten (ongeveer) 800 euro), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s), toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geld onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door middel van het onrechtmatig gebruikmaken van een bankpas ten name van die [slachtoffer 6] , welke eerder (door verdachte) was weggenomen en/of onder valse voorwendselen door die [slachtoffer 6] (onder voorwaarden) aan verdachte was uitgeleend. Beoordeling van het bewijs Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd voor het onder feit 2. primair ten laste gelegde. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd. Er is geen sprake van medeplegen, want verdachte heeft slechts op de uitkijk gestaan terwijl de medeverdachte de woning is binnengedrongen en de goederen van de moeder van aangeefster heeft weggenomen. Deze handeling van verdachte kan slechts gekwalificeerd worden als medeplichtigheid.
Volledig
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1., 2. subsidiair, 3., 4. en 5. ten laste gelegde. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 2. primair ten laste gelegde wegens het ontbreken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte. De raadsman heeft ten aanzien van het onder 1., 2. subsidiair, 3., 4., en 5. ten laste gelegde geen bewijsverweer gevoerd. Oordeel van de rechtbank De rechtbank acht het onder 1., 2. primair., 3., 4., en 5. ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte de feiten 1., 3., 4., en 5 duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend alsmede de feitelijke handelingen ten aanzien van feit 2. primair heeft erkend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Deze opgave luidt als volgt: de verklaring van verdachte afgelegd ter zitting van 21 april 2026; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte inclusief goederenbijlage van 8 oktober 2023, opgenomen op pagina 33 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2023272432 van 7 juli 2024, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 1] ; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 14 september 2023, opgenomen op pagina 64 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [naam 1] ; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 18 september 2023, opgenomen op pagina 70 van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 13 oktober 2023, opgenomen op pagina 127 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [naam 2] ; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 26 oktober 2023, opgenomen op pagina 155 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [naam 3] ; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 7 december 2023, opgenomen op pagina 183 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 6] . Feit 2: Bewijsoverweging De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of er sprake is geweest van medeplegen of medeplichtigheid. De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Uit het dossier en het onderzoek ter zitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af. De medeverdachte [medeverdachte] heeft het initiatief genomen om met behulp van de sleutel uit het sleutelkastje bij de moeder van aangeefster, [naam 1] , in te breken. Verdachte heeft haar werktablet met allerlei medische gegevens van [naam 1] aan de medeverdachte ter beschikking gesteld. Hierin was onder andere te lezen wat de code van het sleutelkasje was en op welke momenten de thuiszorg langskwam. Tijdens de inbraak stond verdachte op de uitkijk, terwijl de medeverdachte de woning is binnengegaan. Hij heeft een portemonnee met daarin twee bankpassen weggenomen. Vervolgens heeft de medeverdachte een aantal dagen na de diefstal in het bijzijn van verdachte met de bankpassen gepind. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat het puur toeval was dat de medeverdachte in plaats van zijzelf naar binnen is gegaan en dat het net zo goed andersom had kunnen zijn. Ten aanzien van het onder 1., 3. en 4. ten laste gelegde is er sprake van een nagenoeg overeenkomstige modus operandi. In die zaken heeft verdachte ook haar werktablet ter beschikking gesteld aan haar medeverdachte, waarna de medeverdachte opdracht gaf aan verdachte om bij desbetreffende aangevers in te breken met de sleutel uit het sleutelkastje. De medeverdachte stond in die zaken telkens op de uitkijk. De rechtbank heeft in al deze zaken de rol van medeverdachte gekwalificeerd als medepleger. De zaak die onder 2. ten laste is gelegd wijkt slechts in zoverre af, dat het verdachte is geweest die op de uitkijk heeft gestaan en dat de medeverdachte met de sleutel uit het sleutelkastje de woning is binnen gegaan. Gelet op de verklaring van de verdachte en de modus operandi in de verschillende zaken, is de rechtbank van oordeel dat de rollen van verdachte en medeverdachte kennelijk inwisselbaar waren. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank, anders dan de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat er sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en haar medeverdachte die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. De rechtbank acht het onder 2. primair ten laste gelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen. Bewezenverklaring De rechtbank acht het onder 1., 2. primair, 3., 4. en 5. ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat: 1. zij in de periode van 7 oktober 2023 en 8 oktober 2023 te [plaats] , uit een woning gelegen aan [adres] , tezamen en in vereniging met een ander, een tas met inhoud (te weten een rijbewijs, een identiteitskaart en een hoeveelheid geld), een telefoontoestel van het merk Samsung en een huissleutel die aan [slachtoffer 1] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en haar mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten door middel van het oneigenlijk gebruikmaken van een cijfercombinatie en de toegang tot een sleutelkastje ende huissleutel van die woning uit dat sleutelkastje; 2. primair zij in de periode van 18 augustus 2023 tot en met 25 augustus 2023 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, uit een woning gelegen aan [adres] , een zwarte portemonnee, inhoudende twee pasjes van de ABN AMRO ten name van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] die aan [slachtoffer 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en haar mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten door middel van het oneigenlijk gebruikmaken van een cijfercombinatie en de toegang tot een sleutelkastje en de huissleutel van die woning uit dat sleutelkastje; zij op 6 oktober 2023 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, uit een woning gelegen aan [adres] , een tablet en een portemonnee met inhoud (onder meer een bankpas van de Rabobank en 40 euro), die aan [slachtoffer 4] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en haar mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten door middel van het oneigenlijk gebruikmaken van een cijfercombinatie en de toegang tot een sleutelkastje en de huissleutel van die woning uit dat sleutelkastje; zij op 6 oktober 2023 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, uit een woning gelegen aan [adres] , twee bankpassen van de Rabobank en de ING-bank en een creditcard van de ING-bank die aan [slachtoffer 5] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; zij op 25 november 2023 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, een hoeveelheid geld dat aan [slachtoffer 6] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en haar mededader dat weg te nemen geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door middel van het onrechtmatig gebruikmaken van een bankpas ten name van [slachtoffer 6] , welke eerder door verdachte onder valse voorwendselen door [slachtoffer 6] aan verdachte was uitgeleend.
Volledig
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1., 2. subsidiair, 3., 4. en 5. ten laste gelegde. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 2. primair ten laste gelegde wegens het ontbreken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte. De raadsman heeft ten aanzien van het onder 1., 2. subsidiair, 3., 4., en 5. ten laste gelegde geen bewijsverweer gevoerd. Oordeel van de rechtbank De rechtbank acht het onder 1., 2. primair., 3., 4., en 5. ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte de feiten 1., 3., 4., en 5 duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend alsmede de feitelijke handelingen ten aanzien van feit 2. primair heeft erkend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Deze opgave luidt als volgt: de verklaring van verdachte afgelegd ter zitting van 21 april 2026; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte inclusief goederenbijlage van 8 oktober 2023, opgenomen op pagina 33 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2023272432 van 7 juli 2024, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 1] ; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 14 september 2023, opgenomen op pagina 64 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [naam 1] ; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 18 september 2023, opgenomen op pagina 70 van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 13 oktober 2023, opgenomen op pagina 127 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [naam 2] ; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 26 oktober 2023, opgenomen op pagina 155 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [naam 3] ; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 7 december 2023, opgenomen op pagina 183 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 6] . Feit 2: Bewijsoverweging De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of er sprake is geweest van medeplegen of medeplichtigheid. De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Uit het dossier en het onderzoek ter zitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af. De medeverdachte [medeverdachte] heeft het initiatief genomen om met behulp van de sleutel uit het sleutelkastje bij de moeder van aangeefster, [naam 1] , in te breken. Verdachte heeft haar werktablet met allerlei medische gegevens van [naam 1] aan de medeverdachte ter beschikking gesteld. Hierin was onder andere te lezen wat de code van het sleutelkasje was en op welke momenten de thuiszorg langskwam. Tijdens de inbraak stond verdachte op de uitkijk, terwijl de medeverdachte de woning is binnengegaan. Hij heeft een portemonnee met daarin twee bankpassen weggenomen. Vervolgens heeft de medeverdachte een aantal dagen na de diefstal in het bijzijn van verdachte met de bankpassen gepind. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat het puur toeval was dat de medeverdachte in plaats van zijzelf naar binnen is gegaan en dat het net zo goed andersom had kunnen zijn. Ten aanzien van het onder 1., 3. en 4. ten laste gelegde is er sprake van een nagenoeg overeenkomstige modus operandi. In die zaken heeft verdachte ook haar werktablet ter beschikking gesteld aan haar medeverdachte, waarna de medeverdachte opdracht gaf aan verdachte om bij desbetreffende aangevers in te breken met de sleutel uit het sleutelkastje. De medeverdachte stond in die zaken telkens op de uitkijk. De rechtbank heeft in al deze zaken de rol van medeverdachte gekwalificeerd als medepleger. De zaak die onder 2. ten laste is gelegd wijkt slechts in zoverre af, dat het verdachte is geweest die op de uitkijk heeft gestaan en dat de medeverdachte met de sleutel uit het sleutelkastje de woning is binnen gegaan. Gelet op de verklaring van de verdachte en de modus operandi in de verschillende zaken, is de rechtbank van oordeel dat de rollen van verdachte en medeverdachte kennelijk inwisselbaar waren. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank, anders dan de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat er sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en haar medeverdachte die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. De rechtbank acht het onder 2. primair ten laste gelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen. Bewezenverklaring De rechtbank acht het onder 1., 2. primair, 3., 4. en 5. ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat: 1. zij in de periode van 7 oktober 2023 en 8 oktober 2023 te [plaats] , uit een woning gelegen aan [adres] , tezamen en in vereniging met een ander, een tas met inhoud (te weten een rijbewijs, een identiteitskaart en een hoeveelheid geld), een telefoontoestel van het merk Samsung en een huissleutel die aan [slachtoffer 1] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en haar mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten door middel van het oneigenlijk gebruikmaken van een cijfercombinatie en de toegang tot een sleutelkastje ende huissleutel van die woning uit dat sleutelkastje; 2. primair zij in de periode van 18 augustus 2023 tot en met 25 augustus 2023 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, uit een woning gelegen aan [adres] , een zwarte portemonnee, inhoudende twee pasjes van de ABN AMRO ten name van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] die aan [slachtoffer 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en haar mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten door middel van het oneigenlijk gebruikmaken van een cijfercombinatie en de toegang tot een sleutelkastje en de huissleutel van die woning uit dat sleutelkastje; zij op 6 oktober 2023 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, uit een woning gelegen aan [adres] , een tablet en een portemonnee met inhoud (onder meer een bankpas van de Rabobank en 40 euro), die aan [slachtoffer 4] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en haar mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten door middel van het oneigenlijk gebruikmaken van een cijfercombinatie en de toegang tot een sleutelkastje en de huissleutel van die woning uit dat sleutelkastje; zij op 6 oktober 2023 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, uit een woning gelegen aan [adres] , twee bankpassen van de Rabobank en de ING-bank en een creditcard van de ING-bank die aan [slachtoffer 5] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; zij op 25 november 2023 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, een hoeveelheid geld dat aan [slachtoffer 6] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en haar mededader dat weg te nemen geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door middel van het onrechtmatig gebruikmaken van een bankpas ten name van [slachtoffer 6] , welke eerder door verdachte onder valse voorwendselen door [slachtoffer 6] aan verdachte was uitgeleend.
Volledig
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op: 1. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels. 2. primair diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels. 3. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels. 4. diefstal door twee of meer verenigde personen. 5. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel. Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. Strafbaarheid van verdachte De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken. Strafmotivering Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1., 2. subsidiair., 3., 4. en 5. ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van twee jaren. Bij deze eis heeft de officier van justitie ook rekening gehouden met het ad informandum gevoegde feit zoals vermeld onder 6. op de dagvaarding. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft primair betoogd om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Indien de rechtbank komt tot oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf heeft de raadsman subsidiair gepleit voor aanhouding van de zaak om verdachte nader psychologisch te laten onderzoeken vanwege haar ongerijmde wijze van handelen waardoor er kan worden getwijfeld aan haar toerekeningsvatbaarheid. Voorts heeft de raadsman bepleit dat bij het bepalen van de hoogte van de straf rekening dient te worden gehouden met de ondergeschikte rol van verdachte, het tijdsverloop, de mogelijk verminderde mate van toerekenbaarheid, het reclasseringsadvies en het feit dat verdachte zich al twee jaar lang houdt aan een gedragsaanwijzing met betrekking tot deze feiten. Oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het reclasseringsadvies van het Leger de Heils van 15 april 2026, de brief van GGZ-Friesland van 3 oktober 2025, het uittreksel uit de justitiële documentatie van 31 maart 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met het door verdachte erkende ad informandum gevoegde feit, dat hiermee is afgedaan. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Ernst van de feiten De verdachte heeft zich in een relatief korte tijd schuldig gemaakt aan een reeks vermogensdelicten. De aard en de ernst van deze feiten baren de rechtbank zorgen. Verdachte was werkzaam als [functie] in de thuiszorg en in die hoedanigheid had zij toegang tot de (medische) gegevens van de slachtoffers, waaronder ook de toegangscodes van de sleutelkastjes met daarin de sleutels tot de woningen van de slachtoffers. Zij heeft haar medeverdachte inzicht gegeven in die gegevens, op basis waarvan vervolgens de slachtoffers werden uitgekozen. Door middel van de sleutels die in de beveiligde sleutelkastjes zaten, is verdachte of haar medeverdachte de woningen van de slachtoffers binnengedrongen om hun goederen weg te nemen. Verdachte heeft met haar handelen de kern van het thuiszorgsysteem geraakt. Als hulpbehoevenden er niet meer op kunnen vertrouwen dat thuiszorgmedewerkers op correcte wijze omgaan met de vertrouwelijke informatie waar zij in het kader van hun beroepsuitoefening toegang toe hebben, wordt daarmee feitelijk het hele thuiszorgsysteem onwerkbaar. De rechtbank rekent het verdachte daarom zwaar aan dat zij misbruik heeft gemaakt van de afhankelijkheid en kwetsbaarheid van ouderen die waren aangewezen op zorg, en het vertrouwen dat zij als thuiszorgmedewerkster van deze ouderen kreeg. Zij en de medeverdachte hebben op een grove wijze inbreuk gemaakt op hun persoonlijke levenssfeer. Een woninginbraak is op zichzelf al zeer ingrijpend, maar in deze context - waarbij sprake was van hulpbehoevende slachtoffers en toegang werd verkregen via zorginformatie - is het bijzonder schrijnend. Voorts heeft verdachte niet alleen het vertrouwen van haar cliënten geschaad, maar ook het vertrouwen van haar buurvrouw. Zij heeft namelijk vanuit goed vertrouwen gevraagd of verdachte haar wilde helpen met het activeren van haar nieuwe pinpas en heeft haar pinpas aan verdachte uitgeleend. Verdachte heeft hier echter op brutale wijze misbruik van gemaakt door zonder toestemming geld te pinnen en een nieuwe telefoon te kopen met de pas van het slachtoffer. Verdachte heeft met haar handelen duidelijk gemaakt geen respect te hebben voor andermans eigendommen. Persoon van de verdachte De reclassering heeft in april 2025 met verdachte gesproken en zij zien de relatie met de medeverdachte die tevens haar (ex-)partner is als grootste risicofactor. Hoewel de medeverdachte op dit moment gedetineerd is en verdachte ter zitting heeft verklaard het contact recent met hem te hebben verbroken, is de kans op recidive hoog zodra hij en verdachte weer in contact komen met elkaar. Verdachte is een kwetsbare vrouw die in haar leven verschillende traumatiserende gebeurtenissen heeft meegemaakt. Het afgelopen jaar ging het niet goed met haar en daarom heeft zij zich aangemeld bij de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) in [plaats] . Verdachte kampt met paniekaanvallen en schaamt zich voor alles wat er is gebeurd. De GGZ heeft verdachte na een aantal behandelafspraken doorwezen naar [instelling] en bij deze hulpinstatie staat verdachte nu op de wachtlijst. Voorts heeft verdachte zich het afgelopen jaar op school en stage gericht en hoopt zij in oktober 2026 haar diploma te behalen. Verdachte heeft schulden en daarom staat zij onder bewind. Wekelijks ontvangt zij 150 euro leefgeld en hier kan zij van rondkomen. Vanwege de huidige strafzaak is er vooralsnog geen schuldsaneringstraject opgestart. De reclassering adviseert negatief ten aanzien van oplegging van bijzondere voorwaarden. De kans op onttrekken aan de voorwaarden wordt namelijk ingeschat als gemiddeld tot hoog. Hoewel verdachte heeft meegewerkt aan de opgestelde reclasseringsrapportage, schat de reclassering in dat bijzondere voorwaarden onvoldoende zullen bijdragen aan gedragsverandering. Dit heeft met name te maken met het feit dat verdachte nog werkzaam is binnen de zorg en weinig openheid wil dan wel durft te geven over de verdenkingen. Dit hangt sterk samen met de relatie met de medeverdachte. Verder adviseert de reclassering negatief ten aanzien van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Dit zou er namelijk voor kunnen zorgen dat verdachte haar opleiding niet kan afronden. Hierdoor moet zij mogelijk haar prestatiebeurs terugbetalen waardoor haar schulden nog meer oplopen. Verder zal verdachte bij oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf haar werk en inkomsten verliezen en dit heeft gevolgen voor het opstarten van het schuldsaneringstraject.
Volledig
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op: 1. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels. 2. primair diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels. 3. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels. 4. diefstal door twee of meer verenigde personen. 5. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel. Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. Strafbaarheid van verdachte De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken. Strafmotivering Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1., 2. subsidiair., 3., 4. en 5. ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van twee jaren. Bij deze eis heeft de officier van justitie ook rekening gehouden met het ad informandum gevoegde feit zoals vermeld onder 6. op de dagvaarding. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft primair betoogd om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Indien de rechtbank komt tot oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf heeft de raadsman subsidiair gepleit voor aanhouding van de zaak om verdachte nader psychologisch te laten onderzoeken vanwege haar ongerijmde wijze van handelen waardoor er kan worden getwijfeld aan haar toerekeningsvatbaarheid. Voorts heeft de raadsman bepleit dat bij het bepalen van de hoogte van de straf rekening dient te worden gehouden met de ondergeschikte rol van verdachte, het tijdsverloop, de mogelijk verminderde mate van toerekenbaarheid, het reclasseringsadvies en het feit dat verdachte zich al twee jaar lang houdt aan een gedragsaanwijzing met betrekking tot deze feiten. Oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het reclasseringsadvies van het Leger de Heils van 15 april 2026, de brief van GGZ-Friesland van 3 oktober 2025, het uittreksel uit de justitiële documentatie van 31 maart 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met het door verdachte erkende ad informandum gevoegde feit, dat hiermee is afgedaan. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Ernst van de feiten De verdachte heeft zich in een relatief korte tijd schuldig gemaakt aan een reeks vermogensdelicten. De aard en de ernst van deze feiten baren de rechtbank zorgen. Verdachte was werkzaam als [functie] in de thuiszorg en in die hoedanigheid had zij toegang tot de (medische) gegevens van de slachtoffers, waaronder ook de toegangscodes van de sleutelkastjes met daarin de sleutels tot de woningen van de slachtoffers. Zij heeft haar medeverdachte inzicht gegeven in die gegevens, op basis waarvan vervolgens de slachtoffers werden uitgekozen. Door middel van de sleutels die in de beveiligde sleutelkastjes zaten, is verdachte of haar medeverdachte de woningen van de slachtoffers binnengedrongen om hun goederen weg te nemen. Verdachte heeft met haar handelen de kern van het thuiszorgsysteem geraakt. Als hulpbehoevenden er niet meer op kunnen vertrouwen dat thuiszorgmedewerkers op correcte wijze omgaan met de vertrouwelijke informatie waar zij in het kader van hun beroepsuitoefening toegang toe hebben, wordt daarmee feitelijk het hele thuiszorgsysteem onwerkbaar. De rechtbank rekent het verdachte daarom zwaar aan dat zij misbruik heeft gemaakt van de afhankelijkheid en kwetsbaarheid van ouderen die waren aangewezen op zorg, en het vertrouwen dat zij als thuiszorgmedewerkster van deze ouderen kreeg. Zij en de medeverdachte hebben op een grove wijze inbreuk gemaakt op hun persoonlijke levenssfeer. Een woninginbraak is op zichzelf al zeer ingrijpend, maar in deze context - waarbij sprake was van hulpbehoevende slachtoffers en toegang werd verkregen via zorginformatie - is het bijzonder schrijnend. Voorts heeft verdachte niet alleen het vertrouwen van haar cliënten geschaad, maar ook het vertrouwen van haar buurvrouw. Zij heeft namelijk vanuit goed vertrouwen gevraagd of verdachte haar wilde helpen met het activeren van haar nieuwe pinpas en heeft haar pinpas aan verdachte uitgeleend. Verdachte heeft hier echter op brutale wijze misbruik van gemaakt door zonder toestemming geld te pinnen en een nieuwe telefoon te kopen met de pas van het slachtoffer. Verdachte heeft met haar handelen duidelijk gemaakt geen respect te hebben voor andermans eigendommen. Persoon van de verdachte De reclassering heeft in april 2025 met verdachte gesproken en zij zien de relatie met de medeverdachte die tevens haar (ex-)partner is als grootste risicofactor. Hoewel de medeverdachte op dit moment gedetineerd is en verdachte ter zitting heeft verklaard het contact recent met hem te hebben verbroken, is de kans op recidive hoog zodra hij en verdachte weer in contact komen met elkaar. Verdachte is een kwetsbare vrouw die in haar leven verschillende traumatiserende gebeurtenissen heeft meegemaakt. Het afgelopen jaar ging het niet goed met haar en daarom heeft zij zich aangemeld bij de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) in [plaats] . Verdachte kampt met paniekaanvallen en schaamt zich voor alles wat er is gebeurd. De GGZ heeft verdachte na een aantal behandelafspraken doorwezen naar [instelling] en bij deze hulpinstatie staat verdachte nu op de wachtlijst. Voorts heeft verdachte zich het afgelopen jaar op school en stage gericht en hoopt zij in oktober 2026 haar diploma te behalen. Verdachte heeft schulden en daarom staat zij onder bewind. Wekelijks ontvangt zij 150 euro leefgeld en hier kan zij van rondkomen. Vanwege de huidige strafzaak is er vooralsnog geen schuldsaneringstraject opgestart. De reclassering adviseert negatief ten aanzien van oplegging van bijzondere voorwaarden. De kans op onttrekken aan de voorwaarden wordt namelijk ingeschat als gemiddeld tot hoog. Hoewel verdachte heeft meegewerkt aan de opgestelde reclasseringsrapportage, schat de reclassering in dat bijzondere voorwaarden onvoldoende zullen bijdragen aan gedragsverandering. Dit heeft met name te maken met het feit dat verdachte nog werkzaam is binnen de zorg en weinig openheid wil dan wel durft te geven over de verdenkingen. Dit hangt sterk samen met de relatie met de medeverdachte. Verder adviseert de reclassering negatief ten aanzien van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Dit zou er namelijk voor kunnen zorgen dat verdachte haar opleiding niet kan afronden. Hierdoor moet zij mogelijk haar prestatiebeurs terugbetalen waardoor haar schulden nog meer oplopen. Verder zal verdachte bij oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf haar werk en inkomsten verliezen en dit heeft gevolgen voor het opstarten van het schuldsaneringstraject.
Volledig
Op te leggen straf De rechtbank acht zich op basis van het reclasseringsrapport van 15 april 2026 en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen voldoende geïnformeerd over de problematiek van verdachte. De rechtbank ziet geen aanleiding om de behandeling van de zaak aan te houden om nader psychologisch onderzoek te laten verrichten en wijst het verzoek van de raadsman daartoe af. De aard en ernst van de bewezen verklaarde feiten rechtvaardigen dat een vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur in de vorm van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte wordt opgelegd. Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank in strafverminderende zin rekening met de overschrijding van de redelijke termijn voor berechting van de zaak, de kwetsbare positie van verdachte en de druk en angst die verdachte door het handelen van de medeverdachte heeft gevoeld om de feiten te plegen. De rechtbank houdt echter in strafverzwarende zin ook rekening met de kwetsbare positie van de slachtoffers, de rol van verdachte als hulpverlener en het feit dat er sprake is van medeplegen. De officier van justitie is in haar strafeis uitgegaan van de richtlijnen van het openbaar ministerie. De rechtbank houdt echter rekening met de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voorts houdt de rechtbank in strafverminderende zin rekening met de persoonlijke problematiek van verdachte. De rechtbank zal daarom afwijken van de strafeis van de officier van justitie. Alles afwegende komt de rechtbank tot oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van drie jaren. Het voorwaardelijke strafdeel dient daarbij als waarschuwing aan verdachte, teneinde te voorkomen dat verdachte zich nogmaals schuldig maakt aan (soortgelijke) strafbare feiten. Benadeelde partij De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding: [slachtoffer 5] (feit 4), tot een bedrag van 400,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan; [slachtoffer 6] (feit 5), tot een bedrag van 5.100,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. Standpunt van de officier van justitie Ten aanzien van [slachtoffer 5] De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering volledig kan worden toegewezen. Hoewel de gevorderde schade geen rechtstreeks geleden schade is, blijkt uit het dossier voldoende dat de benadeelde partij schade heeft geleden. De officier van justitie heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat het toe te wijzen schadebedrag kan worden vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van [slachtoffer 6] De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen tot een bedrag van 800,00 en verzoekt de vordering voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren. De officier van justitie heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat het toe te wijzen schadebedrag kan worden vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Standpunt van de verdediging Ten aanzien van [slachtoffer 5] De raadsman heeft bepleit de vordering niet-ontvankelijk te verklaren omdat de gestelde schade niet is onderbouwd. Ten aanzien van [slachtoffer 6] De raadsman heeft bepleit de vordering tot een bedrag van 800,00 toe te wijzen en verzoekt de vordering voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren omdat de overige gevorderde schade niet door verdachte is veroorzaakt. Oordeel van de rechtbank Ten aanzien van [slachtoffer 5] De benadeelde partij heeft schade gevorderd in verband met administratieve werkzaamheden naar aanleiding van de diefstal van de bankpassen. De rechtbank constateert dat de benadeelde partij de vordering niet voldoende heeft onderbouwd met stukken en de rechtbank zal deze daarom niet-ontvankelijk verklaren. Ten aanzien van [slachtoffer 6] De rechtbank zal de schade toewijzen tot een bedrag van 1.315,00. Deze schade bestaat uit de schadeposten welke zien op geldopnames (van 500,00 en 15,00) en de aankoop van een mobiele telefoon ( 800,00) door verdachte met de bankpas van de benadeelde partij. De transacties dateren van 25 november 2023. Naar het oordeel van de rechtbank is het voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij deze schade heeft geleden en dat de schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 5. bewezen verklaarde feit. De rechtbank zal het overige gevorderde afwijzen omdat deze schade niet in rechtstreeks verband staat met het bewezen verklaarde feit. De rechtbank wijst er in dat verband op dat het bewezen verklaarde feit is gepleegd op 25 november 2023, terwijl de overige opgevoerde schadeposten banktransacties van andere data betreffen. De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met [medeverdachte] heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien haar medeverdachte deze al heeft betaald, en andersom. De rechtbank zal verdachte veroordelen tot betaling van het hiervoor genoemde schadebedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 25 november 2023 tot de dag der algehele voldoening. Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden. Uitspraak De rechtbank Verklaart het onder 1., 2. primair, 3., 4., en 5. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. Veroordeelt verdachte tot: een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. Bepaalt dat deze gevangenisstraf ( een gedeelte, groot 6 maanden ), niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht. Benadeelde partijen Ten aanzien van feit 4 Verklaart de vordering van [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Bepaalt dat [slachtoffer 5] zijn eigen proceskosten draagt. Ten aanzien van feit 5 Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van 1.315,00 en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als [medeverdachte] betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [slachtoffer 6] te betalen: het bedrag van 1.315,00 (zegge: duizend driehonderd vijftien euro); de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 november 2023 tot de dag van algehele voldoening; de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil. Wijst de vordering van [slachtoffer 6] voor het overige af.
Volledig
Op te leggen straf De rechtbank acht zich op basis van het reclasseringsrapport van 15 april 2026 en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen voldoende geïnformeerd over de problematiek van verdachte. De rechtbank ziet geen aanleiding om de behandeling van de zaak aan te houden om nader psychologisch onderzoek te laten verrichten en wijst het verzoek van de raadsman daartoe af. De aard en ernst van de bewezen verklaarde feiten rechtvaardigen dat een vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur in de vorm van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte wordt opgelegd. Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank in strafverminderende zin rekening met de overschrijding van de redelijke termijn voor berechting van de zaak, de kwetsbare positie van verdachte en de druk en angst die verdachte door het handelen van de medeverdachte heeft gevoeld om de feiten te plegen. De rechtbank houdt echter in strafverzwarende zin ook rekening met de kwetsbare positie van de slachtoffers, de rol van verdachte als hulpverlener en het feit dat er sprake is van medeplegen. De officier van justitie is in haar strafeis uitgegaan van de richtlijnen van het openbaar ministerie. De rechtbank houdt echter rekening met de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voorts houdt de rechtbank in strafverminderende zin rekening met de persoonlijke problematiek van verdachte. De rechtbank zal daarom afwijken van de strafeis van de officier van justitie. Alles afwegende komt de rechtbank tot oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van drie jaren. Het voorwaardelijke strafdeel dient daarbij als waarschuwing aan verdachte, teneinde te voorkomen dat verdachte zich nogmaals schuldig maakt aan (soortgelijke) strafbare feiten. Benadeelde partij De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding: [slachtoffer 5] (feit 4), tot een bedrag van 400,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan; [slachtoffer 6] (feit 5), tot een bedrag van 5.100,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. Standpunt van de officier van justitie Ten aanzien van [slachtoffer 5] De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering volledig kan worden toegewezen. Hoewel de gevorderde schade geen rechtstreeks geleden schade is, blijkt uit het dossier voldoende dat de benadeelde partij schade heeft geleden. De officier van justitie heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat het toe te wijzen schadebedrag kan worden vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van [slachtoffer 6] De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen tot een bedrag van 800,00 en verzoekt de vordering voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren. De officier van justitie heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat het toe te wijzen schadebedrag kan worden vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Standpunt van de verdediging Ten aanzien van [slachtoffer 5] De raadsman heeft bepleit de vordering niet-ontvankelijk te verklaren omdat de gestelde schade niet is onderbouwd. Ten aanzien van [slachtoffer 6] De raadsman heeft bepleit de vordering tot een bedrag van 800,00 toe te wijzen en verzoekt de vordering voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren omdat de overige gevorderde schade niet door verdachte is veroorzaakt. Oordeel van de rechtbank Ten aanzien van [slachtoffer 5] De benadeelde partij heeft schade gevorderd in verband met administratieve werkzaamheden naar aanleiding van de diefstal van de bankpassen. De rechtbank constateert dat de benadeelde partij de vordering niet voldoende heeft onderbouwd met stukken en de rechtbank zal deze daarom niet-ontvankelijk verklaren. Ten aanzien van [slachtoffer 6] De rechtbank zal de schade toewijzen tot een bedrag van 1.315,00. Deze schade bestaat uit de schadeposten welke zien op geldopnames (van 500,00 en 15,00) en de aankoop van een mobiele telefoon ( 800,00) door verdachte met de bankpas van de benadeelde partij. De transacties dateren van 25 november 2023. Naar het oordeel van de rechtbank is het voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij deze schade heeft geleden en dat de schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 5. bewezen verklaarde feit. De rechtbank zal het overige gevorderde afwijzen omdat deze schade niet in rechtstreeks verband staat met het bewezen verklaarde feit. De rechtbank wijst er in dat verband op dat het bewezen verklaarde feit is gepleegd op 25 november 2023, terwijl de overige opgevoerde schadeposten banktransacties van andere data betreffen. De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met [medeverdachte] heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien haar medeverdachte deze al heeft betaald, en andersom. De rechtbank zal verdachte veroordelen tot betaling van het hiervoor genoemde schadebedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 25 november 2023 tot de dag der algehele voldoening. Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden. Uitspraak De rechtbank Verklaart het onder 1., 2. primair, 3., 4., en 5. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. Veroordeelt verdachte tot: een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. Bepaalt dat deze gevangenisstraf ( een gedeelte, groot 6 maanden ), niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht. Benadeelde partijen Ten aanzien van feit 4 Verklaart de vordering van [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Bepaalt dat [slachtoffer 5] zijn eigen proceskosten draagt. Ten aanzien van feit 5 Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van 1.315,00 en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als [medeverdachte] betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [slachtoffer 6] te betalen: het bedrag van 1.315,00 (zegge: duizend driehonderd vijftien euro); de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 november 2023 tot de dag van algehele voldoening; de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil. Wijst de vordering van [slachtoffer 6] voor het overige af.