Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-01-15
ECLI:NL:RBNNE:2026:1559
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
4,011 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1559 text/xml public 2026-05-07T08:29:15 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-01-15 11704773 BU VERZ 25-1072, 11704788 BU VERZ 25-1073 en 11713530 BU VERZ 25-1091 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Groningen Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1559 text/html public 2026-05-07T08:28:49 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1559 Rechtbank Noord-Nederland , 15-01-2026 / 11704773 BU VERZ 25-1072, 11704788 BU VERZ 25-1073 en 11713530 BU VERZ 25-1091 Stilstaan op het trottoir. Naar het oordeel van de kantonrechter is het weggedeelte waarop het voertuig van betrokkene stond naar de uiterlijke verschijningsvorm bestemd om uitsluitend door voetgangers te worden gebruikt. Na raadpleging van de situatie aan de hand van een foto op Google Street View is het hem gebleken dat het om een stoep gaat; zo staan er lantaarns en een elektriciteitshuisje. De kantonrechter ziet wel aanleiding om één van de boetes te matigen. Betrokkene heeft ter zitting verduidelijkt dat deze drie boetes zijn opgelegd omdat zijn vriend zijn auto ter plekke heeft geparkeerd. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht beschikkingsnummers: 265799924, 265452286 en 265515719 zaaknummers: 11704773 BU VERZ 25-1072, 11704788 BU VERZ 25-1073 en 11713530 BU VERZ 25-1091. proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 15 januari 2026 in de zaken van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [plaats] . Inleiding 1. Aan betrokkene zijn drie boetes opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De eerste verkeersovertreding waarvoor een boete is opgelegd is: ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 11 april 2024, om 10:54 uur, op de Toxopeusstraat in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. De tweede verkeersovertreding waarvoor een boete is opgelegd is: ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 20 maart 2024, om 09:55 uur, op de Toxopeusstraat in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten). 1.2. De derde verkeersovertreding waarvoor een boete is opgelegd is: ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 2 april 2024, om 11:16 uur, op de Toxopeusstraat in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten). 1.3. Betrokkene heeft tegen de boetes beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft de beroepen ongegrond verklaard. Tegen die beslissingen heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.4. De kantonrechter heeft de beroepen op 15 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. M. van der Spek. 1.5. Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Beslissing 2. De kantonrechter beoordeelt de beroepen aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het eerste beroep (11704773 BU VERZ 25-1072) gegrond is en de andere twee beroepen ongegrond zijn. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Standpunten 3. Betrokkene stelt dat het op de desbetreffende locatie onduidelijk is dat daar niet geparkeerd mag worden. Het hele gebied is vrij parkeren, wat de gedachte wekt dat parkeren langs de kant van de weg is toegestaan. Verder wordt de locatie door veel bestuurders niet als een trottoir herkend. Het ontbreken van duidelijke markeringen of borden die aangeven dat het om een trottoir gaat, draagt bij aan de verwarring. Daarnaast stond betrokkenes auto langs een hek en niet op een doorgaand trottoir, waardoor er geen hinder werd veroorzaakt. Een gemiddelde verkeersdeelnemer zou niet op de hoogte zijn van het feit dat parkeren op die locatie verboden is. Verder was betrokkene op vakantie, waardoor hij niet wist dat zijn voertuig verkeerd geparkeerd stond; een vriend van hem had betrokkenes auto daar namelijk geparkeerd om met zijn hond uit te gaan. Hierdoor heeft betrokkene meerdere boetes ontvangen voor dezelfde overtreding. Hij heeft foto’s bijgevoegd. Op de zitting voegt hij toe dat er ter plekke al een hele rij auto’s geparkeerd stond. Als het leeg zou staan zou hij zich wel afvragen of hij daar mocht parkeren. Betrokkene snapt dat boetes dienen als signaal, maar vindt het oneerlijk omdat het ter plekke lijkt op een parkeerplaats. 4. De vertegenwoordigster zegt dat betrokkene de verkeersovertreding niet betwist, maar vooral ingaat op de omstandigheid dat ter plekke meer auto’s stonden. Uit de jurisprudentie van het hof volgt echter dat dit de situatie niet anders maakt. Hinder is hierbij ook niet relevant. De vertegenwoordigster benoemt dat op 9 februari 2024 ook een boete aan betrokkene was opgelegd, voordat hij deze drie boetes heeft ontvangen. Betrokkene weet dus dat ter plekke niet geparkeerd mag worden. De omstandigheid dat een vriend van betrokkene ter plekke heeft geparkeerd, kan hem niet baten. Dat dient voor eigen rekening en risico van betrokkene te komen. Als er fout wordt geparkeerd kan er op elk tijdstip een boete worden opgelegd. De vertegenwoordigster is dan ook van mening dat deze boetes terecht zijn opgelegd. Overwegingen 5. Betrokkene betwist de verkeersovertredingen. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel. 5.1. De verklaringen van de verbalisanten, zoals opgenomen in het zaaksoverzicht, luiden als volgt: “ Ik zag daar toen dat het motorvoertuig niet de rijbaan gebruikte. Ik zag namelijk dat het voertuig stilstond op een trottoir, een weggedeelte bestemd voor voetgangers .” 5.2. De verkeersovertredingen zijn overtredingen van artikel 10, eerste lid, van het Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels 1990 (RVV 1990); daarin staat dat bestuurders van motorvoertuigen de rijbaan gebruiken en dat zij voor het parkeren van hun voertuig ook andere weggedeelten mogen gebruiken, behalve het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of het ruiterpad. Daarom moet beoordeeld worden of de plek waar het voertuig van betrokkene stond een trottoir is. Het RVV 1990 bevat geen definitie of omschrijving van het begrip “trottoir”. Bij het bepalen of een weggedeelte een trottoir is, moet daarom worden uitgegaan van hoe het weggedeelte zich voor de gemiddelde weggebruiker voordoet. 5.3. Naar het oordeel van de kantonrechter is het weggedeelte waarop het voertuig van betrokkene stond naar de uiterlijke verschijningsvorm bestemd om uitsluitend door voetgangers te worden gebruikt. Na raadpleging van de situatie aan de hand van een foto op Google Street View is het hem gebleken dat het om een stoep gaat; zo staan er lantaarns en een elektriciteitshuisje. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld. 5.4. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden bestaan die aanleiding geven tot matiging. Betrokkene is zelf, vóór deze boetes, al tegen een boete aangelopen. Hij heeft ter zitting verduidelijkt dat deze drie boetes zijn opgelegd omdat zijn vriend zijn auto ter plekke heeft geparkeerd. Ondanks dat de kantonrechter het met de vertegenwoordigster eens is dat dit de verantwoordelijkheid van betrokkene is, ziet hij in de omstandigheden van dit geval wél aanleiding om één van de boetes te matigen. Hij zal de boete met zaaknummer 11704773 BU VERZ 25-1072 daarom matigen tot nul.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1559 text/xml public 2026-05-07T08:29:15 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-01-15 11704773 BU VERZ 25-1072, 11704788 BU VERZ 25-1073 en 11713530 BU VERZ 25-1091 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Groningen Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1559 text/html public 2026-05-07T08:28:49 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1559 Rechtbank Noord-Nederland , 15-01-2026 / 11704773 BU VERZ 25-1072, 11704788 BU VERZ 25-1073 en 11713530 BU VERZ 25-1091 Stilstaan op het trottoir. Naar het oordeel van de kantonrechter is het weggedeelte waarop het voertuig van betrokkene stond naar de uiterlijke verschijningsvorm bestemd om uitsluitend door voetgangers te worden gebruikt. Na raadpleging van de situatie aan de hand van een foto op Google Street View is het hem gebleken dat het om een stoep gaat; zo staan er lantaarns en een elektriciteitshuisje. De kantonrechter ziet wel aanleiding om één van de boetes te matigen. Betrokkene heeft ter zitting verduidelijkt dat deze drie boetes zijn opgelegd omdat zijn vriend zijn auto ter plekke heeft geparkeerd. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht beschikkingsnummers: 265799924, 265452286 en 265515719 zaaknummers: 11704773 BU VERZ 25-1072, 11704788 BU VERZ 25-1073 en 11713530 BU VERZ 25-1091. proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 15 januari 2026 in de zaken van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [plaats] . Inleiding 1. Aan betrokkene zijn drie boetes opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De eerste verkeersovertreding waarvoor een boete is opgelegd is: ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 11 april 2024, om 10:54 uur, op de Toxopeusstraat in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. De tweede verkeersovertreding waarvoor een boete is opgelegd is: ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 20 maart 2024, om 09:55 uur, op de Toxopeusstraat in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten). 1.2. De derde verkeersovertreding waarvoor een boete is opgelegd is: ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 2 april 2024, om 11:16 uur, op de Toxopeusstraat in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten). 1.3. Betrokkene heeft tegen de boetes beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft de beroepen ongegrond verklaard. Tegen die beslissingen heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.4. De kantonrechter heeft de beroepen op 15 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. M. van der Spek. 1.5. Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Beslissing 2. De kantonrechter beoordeelt de beroepen aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het eerste beroep (11704773 BU VERZ 25-1072) gegrond is en de andere twee beroepen ongegrond zijn. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Standpunten 3. Betrokkene stelt dat het op de desbetreffende locatie onduidelijk is dat daar niet geparkeerd mag worden. Het hele gebied is vrij parkeren, wat de gedachte wekt dat parkeren langs de kant van de weg is toegestaan. Verder wordt de locatie door veel bestuurders niet als een trottoir herkend. Het ontbreken van duidelijke markeringen of borden die aangeven dat het om een trottoir gaat, draagt bij aan de verwarring. Daarnaast stond betrokkenes auto langs een hek en niet op een doorgaand trottoir, waardoor er geen hinder werd veroorzaakt. Een gemiddelde verkeersdeelnemer zou niet op de hoogte zijn van het feit dat parkeren op die locatie verboden is. Verder was betrokkene op vakantie, waardoor hij niet wist dat zijn voertuig verkeerd geparkeerd stond; een vriend van hem had betrokkenes auto daar namelijk geparkeerd om met zijn hond uit te gaan. Hierdoor heeft betrokkene meerdere boetes ontvangen voor dezelfde overtreding. Hij heeft foto’s bijgevoegd. Op de zitting voegt hij toe dat er ter plekke al een hele rij auto’s geparkeerd stond. Als het leeg zou staan zou hij zich wel afvragen of hij daar mocht parkeren. Betrokkene snapt dat boetes dienen als signaal, maar vindt het oneerlijk omdat het ter plekke lijkt op een parkeerplaats. 4. De vertegenwoordigster zegt dat betrokkene de verkeersovertreding niet betwist, maar vooral ingaat op de omstandigheid dat ter plekke meer auto’s stonden. Uit de jurisprudentie van het hof volgt echter dat dit de situatie niet anders maakt. Hinder is hierbij ook niet relevant. De vertegenwoordigster benoemt dat op 9 februari 2024 ook een boete aan betrokkene was opgelegd, voordat hij deze drie boetes heeft ontvangen. Betrokkene weet dus dat ter plekke niet geparkeerd mag worden. De omstandigheid dat een vriend van betrokkene ter plekke heeft geparkeerd, kan hem niet baten. Dat dient voor eigen rekening en risico van betrokkene te komen. Als er fout wordt geparkeerd kan er op elk tijdstip een boete worden opgelegd. De vertegenwoordigster is dan ook van mening dat deze boetes terecht zijn opgelegd. Overwegingen 5. Betrokkene betwist de verkeersovertredingen. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel. 5.1. De verklaringen van de verbalisanten, zoals opgenomen in het zaaksoverzicht, luiden als volgt: “ Ik zag daar toen dat het motorvoertuig niet de rijbaan gebruikte. Ik zag namelijk dat het voertuig stilstond op een trottoir, een weggedeelte bestemd voor voetgangers .” 5.2. De verkeersovertredingen zijn overtredingen van artikel 10, eerste lid, van het Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels 1990 (RVV 1990); daarin staat dat bestuurders van motorvoertuigen de rijbaan gebruiken en dat zij voor het parkeren van hun voertuig ook andere weggedeelten mogen gebruiken, behalve het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of het ruiterpad. Daarom moet beoordeeld worden of de plek waar het voertuig van betrokkene stond een trottoir is. Het RVV 1990 bevat geen definitie of omschrijving van het begrip “trottoir”. Bij het bepalen of een weggedeelte een trottoir is, moet daarom worden uitgegaan van hoe het weggedeelte zich voor de gemiddelde weggebruiker voordoet. 5.3. Naar het oordeel van de kantonrechter is het weggedeelte waarop het voertuig van betrokkene stond naar de uiterlijke verschijningsvorm bestemd om uitsluitend door voetgangers te worden gebruikt. Na raadpleging van de situatie aan de hand van een foto op Google Street View is het hem gebleken dat het om een stoep gaat; zo staan er lantaarns en een elektriciteitshuisje. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld. 5.4. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden bestaan die aanleiding geven tot matiging. Betrokkene is zelf, vóór deze boetes, al tegen een boete aangelopen. Hij heeft ter zitting verduidelijkt dat deze drie boetes zijn opgelegd omdat zijn vriend zijn auto ter plekke heeft geparkeerd. Ondanks dat de kantonrechter het met de vertegenwoordigster eens is dat dit de verantwoordelijkheid van betrokkene is, ziet hij in de omstandigheden van dit geval wél aanleiding om één van de boetes te matigen. Hij zal de boete met zaaknummer 11704773 BU VERZ 25-1072 daarom matigen tot nul.