Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-04-16
ECLI:NL:RBNNE:2026:1547
Strafrecht; Materieel strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,991 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1547 text/xml public 2026-05-01T08:59:17 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-16 18-011772-26 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig Op tegenspraak NL Groningen Strafrecht; Materieel strafrecht Wetboek van Strafrecht 310 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1547 text/html public 2026-05-01T08:58:51 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1547 Rechtbank Noord-Nederland , 16-04-2026 / 18-011772-26 De rechtbank in Groningen veroordeeld verdachte voor een diefstal op 12 januari 2026 uit een supermarkt in Ter Apel. Verdachte is een veelpleger die voldoet aan de voorwaarden voor een oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel). De rechtbank legt aan verdachte op de ISD-maatregel voor de duur van 2 jaren. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Locatie Groningen parketnummer: 18-011772-26 Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 16 april 2026 in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] , zonder vaste woon- of verblijfplaats, thans gedetineerd te [instelling] . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 2 april 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.A.M. Staal-Olislaegers, advocaat te Winschoten. Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. N. Hof. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 12 januari 2026 te Ter Apel, gemeente Westerwolde 3 halve liters Heineken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [supermarkt] Ter Apel, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Beoordeling van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft ten aanzien van de bewezenverklaring zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Deze opgave luidt als volgt: de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 april 2026; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 12 januari 2026, opgenomen op pagina 6 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met registratienummer PL0100-2026010171 d.d. 12 januari 2026, inhoudend de verklaring van [naam] die aangifte heeft gedaan namens de supermarkt [supermarkt] Ter Apel. Bewezenverklaring De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat: hij op 12 januari 2026 te Ter Apel 3 halve liters Heineken die geheel aan de [supermarkt] Ter Apel toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op: - diefstal. Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. Strafbaarheid van verdachte De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken. Strafmotivering De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel tot een plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders wordt opgelegd voor de duur van twee jaren, zonder aftrek van het voorarrest (hierna: ISD-maatregel). Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft primair afwijzing van de vordering tot oplegging van de ISD-maatregel bepleit. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de ISD-maatregel een ultimum remedium is. Er zijn nog geen minder ingrijpende interventies geprobeerd. Subsidiair heeft raadsvrouw verzocht in het vonnis te bepalen dat de ISD-maatregel na één jaar tussentijds wordt beoordeeld. Het oordeel van de rechtbank Bij haar oordeel heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het reclasseringsadvies van 31 maart 2026, het uittreksel uit de justitiële documentatie van 9 maart 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De ernst van het feit Verdachte heeft op 12 januari 2026 meerdere halve liters bier gestolen van een supermarkt in Ter Apel. Hij heeft hierdoor hinder en schade veroorzaakt voor de winkelier en onrust veroorzaakt bij winkelmedewerkers die met deze diefstal zijn geconfronteerd. De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte in de afgelopen vijf jaren negen keren onherroepelijk is veroordeeld tot gevangenisstraffen voor het plegen van voornamelijk diefstallen. De rechtbank stelt vast dat de eerder opgelegde gevangenisstraffen niet tot de gewenste gedragsverandering hebben geleid. De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het reclasseringsadvies. De reclassering heeft geconstateerd dat verdachte een rechtmatige verblijfstitel in Nederland heeft. Het lukt hem echter niet om zijn leven hier positief vorm te geven. Verdachte heeft geen vaste woonplek. Hij mag niet meer verblijven op meerdere opvanglocaties voor asielzoekers, omdat hij zich daar niet aan de huisregels en afspraken heeft gehouden. Verdachte heeft laten weten dat hij de diefstallen geen punt vindt en geeft aan niet anders te kunnen. Eerdere rapporteurs geven aan dat verdachte snel afhaakt als hij niet meteen de hulp krijgt die hij verwacht. Het is door de opstelling van verdachte niet gelukt om middels interventies de risicos te beperken. De taalbarrière is een obstakel in het contact met verdachte. Er zijn sterke vermoedens van een combinatie van psychische problemen en een licht verstandelijke beperking. Er is echter geen mogelijkheid voor diagnostiek, omdat verdachte door heel Nederland zwerft en afspraken niet nakomt. De reclassering ziet geen mogelijkheden om recidive te voorkomen met een ambulant kader. Daarnaast is er een kans aanwezig dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst de verblijfsvergunning van verdachte in zal trekken gelet op de stelselmatigheid van de delicten. De reclassering schat het risico op recidive en het onttrekken aan voorwaarden in als hoog. De reclassering adviseert de oplegging van een ISD-maatregel. De namens de reclassering ter terechtzitting aanwezige deskundige A. Weijering heeft het reclasseringsadvies bevestigd. Zij heeft aangegeven dat het Centrum voor Transculturele Psychiatrie Veldzicht in [plaats] voor verdachte een geschikte locatie kan zijn voor een eventuele ISD-maatregel, omdat daar mensen zijn die verdachte zijn taal spreken. Verdachte kan daar ook behandeling ondergaan voor zijn psychosociale problemen. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij verslaafd is aan cocaïne en zijn geld daaraan uitgeeft. Hij steelt om zijn verslaving en levensonderhoud te kunnen bekostigen. De oplegging van de ISD-maatregel De rechtbank zal aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opleggen.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1547 text/xml public 2026-05-01T08:59:17 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-16 18-011772-26 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig Op tegenspraak NL Groningen Strafrecht; Materieel strafrecht Wetboek van Strafrecht 310 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1547 text/html public 2026-05-01T08:58:51 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1547 Rechtbank Noord-Nederland , 16-04-2026 / 18-011772-26 De rechtbank in Groningen veroordeeld verdachte voor een diefstal op 12 januari 2026 uit een supermarkt in Ter Apel. Verdachte is een veelpleger die voldoet aan de voorwaarden voor een oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel). De rechtbank legt aan verdachte op de ISD-maatregel voor de duur van 2 jaren. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Locatie Groningen parketnummer: 18-011772-26 Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 16 april 2026 in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] , zonder vaste woon- of verblijfplaats, thans gedetineerd te [instelling] . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 2 april 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.A.M. Staal-Olislaegers, advocaat te Winschoten. Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. N. Hof. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 12 januari 2026 te Ter Apel, gemeente Westerwolde 3 halve liters Heineken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [supermarkt] Ter Apel, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Beoordeling van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft ten aanzien van de bewezenverklaring zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Deze opgave luidt als volgt: de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 april 2026; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 12 januari 2026, opgenomen op pagina 6 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met registratienummer PL0100-2026010171 d.d. 12 januari 2026, inhoudend de verklaring van [naam] die aangifte heeft gedaan namens de supermarkt [supermarkt] Ter Apel. Bewezenverklaring De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat: hij op 12 januari 2026 te Ter Apel 3 halve liters Heineken die geheel aan de [supermarkt] Ter Apel toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op: - diefstal. Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. Strafbaarheid van verdachte De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken. Strafmotivering De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel tot een plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders wordt opgelegd voor de duur van twee jaren, zonder aftrek van het voorarrest (hierna: ISD-maatregel). Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft primair afwijzing van de vordering tot oplegging van de ISD-maatregel bepleit. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de ISD-maatregel een ultimum remedium is. Er zijn nog geen minder ingrijpende interventies geprobeerd. Subsidiair heeft raadsvrouw verzocht in het vonnis te bepalen dat de ISD-maatregel na één jaar tussentijds wordt beoordeeld. Het oordeel van de rechtbank Bij haar oordeel heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het reclasseringsadvies van 31 maart 2026, het uittreksel uit de justitiële documentatie van 9 maart 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De ernst van het feit Verdachte heeft op 12 januari 2026 meerdere halve liters bier gestolen van een supermarkt in Ter Apel. Hij heeft hierdoor hinder en schade veroorzaakt voor de winkelier en onrust veroorzaakt bij winkelmedewerkers die met deze diefstal zijn geconfronteerd. De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte in de afgelopen vijf jaren negen keren onherroepelijk is veroordeeld tot gevangenisstraffen voor het plegen van voornamelijk diefstallen. De rechtbank stelt vast dat de eerder opgelegde gevangenisstraffen niet tot de gewenste gedragsverandering hebben geleid. De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het reclasseringsadvies. De reclassering heeft geconstateerd dat verdachte een rechtmatige verblijfstitel in Nederland heeft. Het lukt hem echter niet om zijn leven hier positief vorm te geven. Verdachte heeft geen vaste woonplek. Hij mag niet meer verblijven op meerdere opvanglocaties voor asielzoekers, omdat hij zich daar niet aan de huisregels en afspraken heeft gehouden. Verdachte heeft laten weten dat hij de diefstallen geen punt vindt en geeft aan niet anders te kunnen. Eerdere rapporteurs geven aan dat verdachte snel afhaakt als hij niet meteen de hulp krijgt die hij verwacht. Het is door de opstelling van verdachte niet gelukt om middels interventies de risicos te beperken. De taalbarrière is een obstakel in het contact met verdachte. Er zijn sterke vermoedens van een combinatie van psychische problemen en een licht verstandelijke beperking. Er is echter geen mogelijkheid voor diagnostiek, omdat verdachte door heel Nederland zwerft en afspraken niet nakomt. De reclassering ziet geen mogelijkheden om recidive te voorkomen met een ambulant kader. Daarnaast is er een kans aanwezig dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst de verblijfsvergunning van verdachte in zal trekken gelet op de stelselmatigheid van de delicten. De reclassering schat het risico op recidive en het onttrekken aan voorwaarden in als hoog. De reclassering adviseert de oplegging van een ISD-maatregel. De namens de reclassering ter terechtzitting aanwezige deskundige A. Weijering heeft het reclasseringsadvies bevestigd. Zij heeft aangegeven dat het Centrum voor Transculturele Psychiatrie Veldzicht in [plaats] voor verdachte een geschikte locatie kan zijn voor een eventuele ISD-maatregel, omdat daar mensen zijn die verdachte zijn taal spreken. Verdachte kan daar ook behandeling ondergaan voor zijn psychosociale problemen. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij verslaafd is aan cocaïne en zijn geld daaraan uitgeeft. Hij steelt om zijn verslaving en levensonderhoud te kunnen bekostigen. De oplegging van de ISD-maatregel De rechtbank zal aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opleggen.