Rechtspraak Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-17
ECLI:NL:RBNNE:2026:1497
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 25/96 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2026 in de zaak tussen [eiser], uit [woonplaats] , eiser en De directie van de Dienst Wegverkeer (de RDW), verweerder (gemachtigden: S.L.I. Meekel en F. Schuring). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over gaat over het besluit van de RDW om de APK-erkenning van eiser tijdelijk in te trekken. Eiser is het daar niet mee eens. Aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de RDW deze sanctie overeenkomstig de toezichtsbeleidsbrieven in redelijkheid kon opleggen. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 1.2. Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan. 1.3. De wettelijke regels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak. Procesverloop 2. Met het besluit van 31 oktober 2023 heeft de RDW de APK-keuringsbevoegdheid van eiser tijdelijk ingetrokken. Eiser heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt. 2.1. Met het bestreden besluit van 22 juli 2024 heeft de RDW het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. 2.2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De RDW heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.3. De rechtbank heeft het beroep op 12 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigden van de RDW deelgenomen. Eiser heeft zich afgemeld voor de zitting. Beoordeling door de rechtbank Totstandkoming van het bestreden besluit 3. Eiser is erkenninghouder en keurmeester als bedoeld in artikel 1 van de Regeling erkenning en keuringsbevoegdheid APK (de Regeling). 3.1. Een toezichthouder van de RDW heeft eiser gehoord. De aanleiding hiervoor was een melding van een voertuigeigenaar dat zijn voertuig was afgemeld voor de APK, terwijl hij het voertuig niet had aangeboden voor de APK. 3.2. Eiser heeft tijdens de horing aangegeven dat hij een ander voertuig, met een bijna identiek kenteken, heeft gekeurd, waarbij hij geen voertuiggegevens heeft geraadpleegd. Enige tijd na deze keuring kreeg de eigenaar van het voertuig een brief van de RDW dat de APK op zijn voertuig was verlopen. Deze eigenaar heeft toen contact opgenomen met eiser, die het voertuig nogmaals heeft gekeurd en heeft afgemeld bij de RDW. Ook hierbij heeft eiser de voertuiggegevens niet geraadpleegd. 3.3. Eiser heeft tijdens de horing verder aangegeven dat hij naar aanleiding van bovenstaande gebeurtenissen contact heeft opgenomen met de RDW. Hij zou daarna de RDW een mail sturen om te melden dat er een verkeerd kenteken was afgemeld voor de APK, en om te verzoeken om de keuring te verwijderen, maar is dit vergeten. 3.4. Met het besluit van 31 oktober 2023 (kenmerk RO2023/1332) heeft de RDW de APK-keuringsbevoegdheid van eiser voor de categorie voertuigen tot en met 3500kg ingetrokken, voor de duur van vier weken, waarvan twee weken voorwaardelijk. De RDW legt hieraan ten grondslag dat sprake is van een overtreding van artikel 30, tweede lid, van de Regeling, waarvoor zij een sanctie kan opleggen op grond van artikel 87, tweede lid, onder f, van de Wegenverkeerswet 1994 (de WVW 1994). De RDW stelt dat het tot dit besluit komt na afweging van de belangen en de afwezigheid van bijzondere feiten en omstandigheden. Daarbij weegt de RDW mee dat er in de afgelopen 24 maanden al eerder een overtreding is geconstateerd en dat het feit een overtreding van categorie II is. 3.5. Op 7 november 2023 heeft eiser een bezwaarschrift ingediend tegen dat besluit. Eiser stelt dat hij de aangetekende brief met het besluit van 31 oktober 2023 niet heeft ontvangen en dat deze De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de RDW het bezwaar van eiser ongegrond mocht verklaren, omdat het de sanctie in redelijkheid heeft kunnen opleggen. De rechtbank beoordeelt daarvoor aan de hand van de beroepsgronden van eiser of het handelen overeenkomstig de toezichtsbeleidsbrieven onevenredig was voor eiser. Was het handelen van de RDW overeenkomstig de toezichtsbeleidsbrieven onevenredig voor eiser? 7. Eiser stelt dat hij geen brieven van de RDW ontvangt, ook niet als deze aangetekend worden verstuurd. Verder stelt eiser dat het contact met de RDW via de mail niet soepel verloopt. 7.1. De RDW stelt zich op het standpunt dat het primaire besluit op de juiste manier is aangeboden door het aangetekend te verzenden via PostNL. De RDW volgt eiser daarentegen wel in zijn stelling dat hij niet heeft getekend voor de ontvangst van het besluit. De gebruikte handtekening lijkt namelijk niet op de handtekening die eiser gebruikte bij de RDW om documenten te ondertekenen. Ook is er om 16:42 uur getekend voor de ontvangst op het woonadres van eiser, terwijl eiser enkele minuten later twee voertuigen afmeldde op het autobedrijf. Volgens de RDW zou het dus kunnen dat PostNL een fout heeft gemaakt. De RDW stelt zich echter op het standpunt dat het niet kon weten dat eiser niet op de hoogte was van het besluit. Op de zitting heeft de RDW toegelicht dat de RDW pas bekend werd met het feit dat eiser het primaire besluit mogelijk niet had ontvangen toen het bezwaarschrift van eiser was verwerkt door de afdeling juridische zaken, op 8 november 2023. De sanctie is toen alsnog zo snel mogelijk opgeschort. Deze opschorting is vroeg in de ochtend van 8 november 2023 ingegaan, waardoor eiser vanaf dat moment weer voertuigen kon keuren. De RDW rekent daarom dat 2 dagen van de sanctie al voor de opschorting daarvan zijn vervuld. De overige 12 dagen zijn ingegaan na het bestreden besluit. De sanctie is inmiddels dan ook voldaan. De RDW stelt zich verder op het standpunt dat eisers stelling dat het contact met de RDW niet soepel verloopt er niet toe kan leiden dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven. Ook wijst de RDW erop dat het bereikwaar was via verschillende e-mailadressen en telefoonnummers. Eiser is hierover geïnformeerd en ook is er rechtstreeks e-mail contact geweest tussen de behandelaar van het bezwaar en eiser. 7.2. Eisers beroepsgrond slaagt niet. Dat eiser het primaire besluit mogelijk niet heeft ontvangen en het mailcontact met de RDW als ‘niet soepel’ ervaart maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat handelen overeenkomstig de beleidsregel onevenredig is. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. 7.2.1. Een besluit treedt niet in werking voordat het bekend is gemaakt. De bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen. Als een besluit aangetekend wordt verzonden met PostNL, aan het juiste adres, en de zending is niet retour ontvangen, staat de verzending vast. Als een besluit aangetekend is verzonden en de belanghebbende de ontvangst ontkent, moet worden onderzocht of het stuk door PostNL op regelmatige wijze aan het adres van de belanghebbende is aangeboden. Als het poststuk volgens de gegevens van PostNL is uitgereikt aan een bewoner, dan wel gebruiker, van het adres van de geadresseerde, dan ligt het op de weg van de belanghebbende om feiten aannemelijk te maken op grond waarvan redelijkerwijs kan worden betwijfeld dat het poststuk is uitgereikt. 7.2.2. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser aannemelijk gemaakt dat in ieder geval kan worden getwijfeld of het primaire besluit aan hem is uitgereikt voordat deze in werking trad op 7 november 2023. Dit is aannemelijk omdat eiser niet om 16:42 kan hebben getekend voor ontvangst op zijn huisadres, terwijl hij om 16:46 en 16:47 voertuigen heeft afgemeld voor de APK op het autobedrijf. Dit is tussen partijen ook niet in geschil. Dat betekent dat het primaire besluit niet in w