Rechtspraak Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-26
ECLI:NL:RBNNE:2026:1490
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: LEE 26/1344 uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 april 2026 in de zaak tussen Vereniging [verenigingsnaam] , statutair gevestigd te Utrecht, verzoekster (gemachtigde: mr. W.H. Jebbink) en de burgemeester van Noardeast-Fryslân (gemachtigde: mr. F.S. Helder) Inleiding 1. Omdat onverwijlde spoed dat vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder een zitting te houden. Artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek zal worden afgewezen. 2. Op maandag 27 april 2026 vindt de viering van Koningsdag – Keningsdei − plaats. Zijne Majesteit de Koning is voornemens om, samen met leden van het koninklijk gezin en leden van de koninklijke familie, de viering bij te wonen in Dokkum. 3. Op 29 januari 2026 is tijdig via een digitaal formulier een kennisgeving ingediend namens verzoekster. De kennisgeving betreft het voornemen van leden van verzoekster om tijdens Koningsdag binnen hoor- en zichtafstand van het koninklijk bezoek te demonstreren. Volgens de kennisgeving worden 50 deelnemers verwacht. Tussen partijen is overleg geweest over de aard en wijze waarop de demonstratie kan plaatsvinden. 4. Bij brief van 21 april 2026 heeft de politie een advies uitgebracht met als onderwerp “Advies over (on)mogelijkheid opblaasobject ‘Dino Wim’ t.b.v. demonstratie”. 5. Bij besluit, verzonden op 23 april 2026 (2026-023212), heeft de burgemeester de ontvangst van de kennisgeving bevestigd en een aantal voorwaarden en beperkingen aan de voorgenomen demonstratie verbonden. 6. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen dat besluit. Verzoekster heeft tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend op vrijdag 23 april 2026 om 16:59. De gevraagde voorlopige voorziening heeft betrekking op een beperking die is gesteld aan de demonstratie. Uit het verzoekschrift is het volgende citaat afkomstig. “De demonstratie is voorzien voor aanstaande maandag, 27 april 2026. Van cliënte kan niet worden gevergd de beslissing op het bezwaar af te wachten. Daarom verzoek ik u een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt dat cliënte met 50 personen mag demonstreren inclusief de inzet van ‘Dino Wim’ op ofwel de reeds aangewezen locatie ofwel op een andere locatie langs de wandelroute van de Koning c.s.” 7. Partijen zijn gevraagd stukken in te dienen en inlichtingen te verstrekken. Partijen hebben schriftelijk standpunten gewisseld en zijn in de gelegenheid gesteld om op elkaars standpunten te reageren. Verweerder heeft op verzoek een verweerschrift ingediend. Verzoekster heeft het verzoekschrift aangevuld. Bij e-mailbericht, verzonden op 25 april 2026, heeft verzoekster het volgende medegedeeld. “Cliënte is bereid om zo nodig met minder dan 50 (40? 30?) personen in het aangewezen demonstratievak te protesteren, als ‘Dino Wim’ maar onderdeel kan uitmaken van haar demonstratie.” De voorzieningenrechter begrijpt de vorige alinea aldus dat subsidiair wordt verzocht dat het verzoekster bij wege van voorlopige voorziening zal worden toegestaan om een deel van de sympathisanten en ‘Dino Wim’ tegelijkertijd in het aangewezen demonstratievak aanwezig te laten zijn, omdat verzoekster eraan hecht zoveel mogelijk aandacht op zich gevestigd te krijgen en te houden. Beoordeling door de voorzieningenrechter 8. De relevante wetgeving staat in de bijlage. 9. De voorzieningenrechter geeft een voorlopig rechtmatigheidsoordeel. Op basis daarvan zal het verzoek worden afgewezen. Redengevend is het navolgende. 10. De burgemeester heeft een demonstratievak aangewezen in het bestreden besluit. Dat vak bevindt zich aan de Keppelstraat te Dokkum, ter hoogte van de splitsing met de Steenhouwerssteeg. Een precieze plaatsbepaling bevindt zich onder d De nu genomen mitigerende maatregelen om deze scenario's beheersbaar te maken zijn al zeer ingrijpend en nog meer maatregelen zal ten koste gaan van een feestelijke Keningsdei. Het opblaasobject dat de demonstranten van '[verenigingsnaam]' willen opstellen in het demonstratievak, in combinatie met de beschreven specifieke geografische context van Dokkum en de genomen beheersmaatregelen, is van dien grootte dat dit direct van invloed is op de veiligheid en mobiliteit van de bezoekers van Keningsdei en het feestelijke karakter. […] Bij een evacuatie van het gebied zal dit opblaasobject een obstakel zijn bij de uitstroom, waarbij de uitstroom onbedoeld langer zal duren door congestie en kans op letsel door verdrukking en vallen van bezoekers. Met uitstroom wordt in deze niet alleen de "normale" uitstroom bedoeld maar ook de spoedontruiming/-evacuatie in het scenario 'paniek in menigte'. Zoals verwoord is dit één van de 13 scenario's die door de hulpdiensten is uitgewerkt in de shortlist. Het opblaasobject belemmert de werkzaamheden van de hulp/veiligheidsdiensten, waardoor er mogelijk (grote) veiligheidsissues kunnen ontstaan die niet met mitigerende maatregelen beheersbaar zijn te maken. Advies Wij adviseren de burgemeester om gebruik te maken van zijn bevoegdheid om beperkingen op te leggen, in casu het niet laten meenemen van het opblaasobject ‘Dino Wim’ op 27 april a.s. door demonstranten van '[verenigingsnaam]'.” 16. De burgemeester heeft, onder verwijzing naar het advies van de politie van 21 april 2026, overwogen dat: “Ondanks het feit dat u te kennen heeft gegeven stil te hebben gestaan bij de veiligheid van het opblaasbare object, kan ik de inzet van de opblaasfiguur tijdens de demonstratie helaas niet toestaan in het aangewezen demonstratievak. Dit demonstratievak voldoet ruimschoots aan het 'within sight and sound criterium', daar het direct langs de route ligt waarlangs de leden van het Koninklijk huis zullen lopen en het daarmee in het zicht- en gehoorafstand van de koning is. Ik volg hierin het advies dat de politie op 21 april 2026 heeft uitgebracht ten aanzien van de plaatsing van het door u als "‘Dino Wim’" aangeduide opblaasfiguur in het demonstratievak, zie bijlage 3. Volgens de politie zal het opblaasobject een gevaar opleveren bij een eventuele evacuatie van het publiek in het evenementengebied. De politie merkt op dat [de] looproute van de Koninklijke familie door Dokkum in tegenstelling tot eerdere edities van Koningsdag relatief kort is, namelijk ongeveer 900 meter. In deze editie van Keningsdei is volgens de politie de verwachting dat veel publiek (circa 25.000 bezoekers) zich direct langs de route gaat verzamelen om de koning en het koninklijk gezelschap in het echt en van dichtbij te kunnen zien. Gelet op de bestaande infrastructuur in Dokkum en de te nemen maatregelen in het kader van bewaken en beveiligen, is het volgens de politie zeer aannemelijk dat de organisator al snel van crowdmanagement en het faciliteren van bezoekersstromen over moet gaan naar actieve crowdcontrole en het dwingend sturen van mensenmassa's. Het opblaasobject [dat] u in het demonstratievak wilt opstellen, in combinatie met de beschreven specifieke geografische context van Dokkum en de reeds genomen beheersmaatregelen, is van dien grootte dat dit opblaasbare object volgens de politie direct van invloed is op de veiligheid en mobiliteit van de bezoekers van Keningsdei en het feestelijke karakter. Bij een evacuatie van het gebied zal dit opblaasobject volgens de politie een obstakel zijn bij de uitstroom van bezoekers op Keningsdei in Dokkum, waarbij de uitstroom onbedoeld langer zal duren door congestie en kans op letsel door verdrukking en vallen van bezoekers. Met uitstroom wordt in deze niet alleen de "normale" uitstroom bedoeld maar ook de spoedontruiming/-evacuatie in het scenario 'paniek in menigte'. Het opblaasobject belemmert volgens de politie de werkzaamheden van de hulp/veiligheidsdiensten, waardoor er mogelijk (grote