Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-04-23
ECLI:NL:RBNNE:2026:1485
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,549 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1485 text/xml public 2026-05-08T10:32:21 2026-04-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-23 AWB_LEE_24-4619 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Groningen Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1485 text/html public 2026-05-08T10:31:47 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1485 Rechtbank Noord-Nederland , 23-04-2026 / AWB_LEE_24-4619 WOZ/compromis/proceskosten/taxatierapport/deskundige bij hoorzitting/gegrond RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 24/4619 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 23 april 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser, (gemachtigde: [naam 1] ), en de heffingsambtenaar van de gemeente Westerwolde, (gemachtigde: [naam 2] ). Inleiding 1. De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak [adres] (de woning) op 1 januari 2023 (de waardepeildatum), vastgesteld op € 184.000 (de beschikking). 1.1. Bij uitspraak op bezwaar van 14 november 2024 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. 1.2. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 3 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam 3] als waarnemer van de gemachtigde van eiser, en de gemachtigde van de heffingsambtenaar. Overwegingen 2. Ter zitting hebben partijen overeenstemming bereikt dat de WOZ-waarde van de woning wordt verlaagd naar € 165.000. De rechtbank volgt partijen hierin en zal de waarde verminderen naar dat bedrag. De rechtbank zal het beroep gegrond verklaren en de uitspraak op bezwaar vernietigen. 2.1. Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar het griffierecht á € 51 aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten. De heffingsambtenaar moet deze vergoeding betalen. De proceskosten in bezwaar en beroep 3. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser recht heeft op een vergoeding vanwege de beroepsmatige bijstand in de bezwaar- en beroepsfase. De rechtbank berekent deze vergoeding in overeenstemming met het Besluit proceskosten bestuursrecht en de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm op € 800. 4. Eiser heeft verzocht om een vergoeding van € 212 (4 uren á € 53 excl btw). voor het door hem ingebrachte taxatierapport. De heffingsambtenaar heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt. De rechtbank zal dit bedrag daarom toekennen. 5. Over het verzoek om een vergoeding voor het inschakelen van de deskundige bij de hoorzitting overweegt de rechtbank als volgt. De gemachtigde van eiser heeft een deskundige (taxateur) meegebracht naar de hoorzitting. Eiser heeft daarvoor in beroep een vergoeding verzocht van € 32,07. De rechtbank zal de verzochte vergoeding toekennen. De stelling van de heffingsambtenaar dat een vergoeding voor de inbreng van de deskundige bij de hoorzitting niet van toepassing kan zijn, omdat deze werkzaamheden al in het forfaitaire bedrag voor de vergoeding van de beroepsmatige bijstand zijn inbegrepen, volgt de rechtbank niet. Uit artikel 1, aanhef en onder b van het Besluit proceskosten bestuursrecht volgt namelijk juist dat naast de vergoeding voor beroepsmatig verleende bijstand, ook een vergoeding mogelijk is voor een meegebrachte deskundige. 6. De rechtbank stelt de vergoeding voor de proceskosten van eiser daarom vast op € 1.044,07. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt de uitspraak op bezwaar; - vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de woning tot een bedrag van € 165.000; - bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de vernietigde uitspraak op bezwaar; - bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51 aan eiser moet vergoeden; - veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 1.044,07 aan proceskosten aan eiser. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. de Jonge , rechter, in aanwezigheid van R.H. Wolfslag, griffier. griffier rechter Uitgesproken op 23 april 2026. Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. 2 punten voor de bezwaarfase * wegingsfactor 0,25 (tekst 2024) * € 666 en 2 punten voor de beroepsfase * wegingsfactor 0,25 * € 934. € 800 + € 212 + 32,07.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1485 text/xml public 2026-05-08T10:32:21 2026-04-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-23 AWB_LEE_24-4619 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Groningen Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1485 text/html public 2026-05-08T10:31:47 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1485 Rechtbank Noord-Nederland , 23-04-2026 / AWB_LEE_24-4619 WOZ/compromis/proceskosten/taxatierapport/deskundige bij hoorzitting/gegrond RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 24/4619 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 23 april 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser, (gemachtigde: [naam 1] ), en de heffingsambtenaar van de gemeente Westerwolde, (gemachtigde: [naam 2] ). Inleiding 1. De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak [adres] (de woning) op 1 januari 2023 (de waardepeildatum), vastgesteld op € 184.000 (de beschikking). 1.1. Bij uitspraak op bezwaar van 14 november 2024 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. 1.2. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 3 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam 3] als waarnemer van de gemachtigde van eiser, en de gemachtigde van de heffingsambtenaar. Overwegingen 2. Ter zitting hebben partijen overeenstemming bereikt dat de WOZ-waarde van de woning wordt verlaagd naar € 165.000. De rechtbank volgt partijen hierin en zal de waarde verminderen naar dat bedrag. De rechtbank zal het beroep gegrond verklaren en de uitspraak op bezwaar vernietigen. 2.1. Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar het griffierecht á € 51 aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten. De heffingsambtenaar moet deze vergoeding betalen. De proceskosten in bezwaar en beroep 3. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser recht heeft op een vergoeding vanwege de beroepsmatige bijstand in de bezwaar- en beroepsfase. De rechtbank berekent deze vergoeding in overeenstemming met het Besluit proceskosten bestuursrecht en de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm op € 800. 4. Eiser heeft verzocht om een vergoeding van € 212 (4 uren á € 53 excl btw). voor het door hem ingebrachte taxatierapport. De heffingsambtenaar heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt. De rechtbank zal dit bedrag daarom toekennen. 5. Over het verzoek om een vergoeding voor het inschakelen van de deskundige bij de hoorzitting overweegt de rechtbank als volgt. De gemachtigde van eiser heeft een deskundige (taxateur) meegebracht naar de hoorzitting. Eiser heeft daarvoor in beroep een vergoeding verzocht van € 32,07. De rechtbank zal de verzochte vergoeding toekennen. De stelling van de heffingsambtenaar dat een vergoeding voor de inbreng van de deskundige bij de hoorzitting niet van toepassing kan zijn, omdat deze werkzaamheden al in het forfaitaire bedrag voor de vergoeding van de beroepsmatige bijstand zijn inbegrepen, volgt de rechtbank niet. Uit artikel 1, aanhef en onder b van het Besluit proceskosten bestuursrecht volgt namelijk juist dat naast de vergoeding voor beroepsmatig verleende bijstand, ook een vergoeding mogelijk is voor een meegebrachte deskundige. 6. De rechtbank stelt de vergoeding voor de proceskosten van eiser daarom vast op € 1.044,07. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt de uitspraak op bezwaar; - vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de woning tot een bedrag van € 165.000; - bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de vernietigde uitspraak op bezwaar; - bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51 aan eiser moet vergoeden; - veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 1.044,07 aan proceskosten aan eiser. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. de Jonge , rechter, in aanwezigheid van R.H. Wolfslag, griffier. griffier rechter Uitgesproken op 23 april 2026. Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. 2 punten voor de bezwaarfase * wegingsfactor 0,25 (tekst 2024) * € 666 en 2 punten voor de beroepsfase * wegingsfactor 0,25 * € 934. € 800 + € 212 + 32,07.