Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-02-24
ECLI:NL:RBNNE:2026:1369
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
3,078 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1369 text/xml public 2026-04-30T11:21:46 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-02-24 11714008 BU VERZ 25-1096 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Groningen Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1369 text/html public 2026-04-30T11:21:03 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1369 Rechtbank Noord-Nederland , 24-02-2026 / 11714008 BU VERZ 25-1096 Wahv. R509 – ‘keren zonder het andere verkeer voor te laten gaan’. Gegrond beroep. Verkeerde feitcode gehanteerd. Betrokkene was nog niet gekeerd op het moment dat hij geen voorrang verleende, aangezien hij volgens de verbalisant geen voorrang verleende bij het van rijstrook wisselen. Feitcode R512 had gebruikt moeten worden. Wijziging feitcode niet mogelijk i.v.m. schaden van verdedigingsbelang. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht beschikkingsnummer: 267709139 zaaknummer: 11714008 BU VERZ 25-1096 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 24 februari 2026 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [woonplaats] . Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R509 – ‘keren zonder het andere verkeer voor te laten gaan’, verricht op 16 juli 2024, om 11:35 uur, op de Laan Corpus den Hoorn in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 309,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 24 februari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. P.A. Veenstra. 1.3. Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Standpunten 2. Betrokkene vindt de boete onterecht. Er was geen ander verkeer aanwezig op de locatie, dus hij hoefde geen verkeer te laten voorgaan. Ook heeft hij geen hinder veroorzaakt. 3. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond is. Beslissing 4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Overwegingen 5. De kantonrechter stelt allereerst vast dat betrokkene te weinig zekerheid heeft gesteld. Betrokkene moest (tijdig) een bedrag van minstens € 234,00 (inclusief administratiekosten) betalen als zekerheid voor de boete en de administratiekosten. Betrokkene heeft € 34,33 betaald en verklaard dat hij meerdere betalingsregelingen heeft voor schulden. De kantonrechter ziet hierin aanleiding om het te betalen bedrag aan zekerheid op € 34,33 te zetten en de zaak inhoudelijk te behandelen. 6. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel. 6.1. De verklaring van de verbalisant luidt: “Ik, verbalisant, zag dat de bestuurder van het ingevoerde voertuig van baan veranderde om te keren. Ik zag dat hij hierbij op de [sic] andere voorsorteervlak reed. Wij verbalisanten reden hier en moest [sic] zowel uitwijken als remmen om een ongeval te voorkomen. Bij de verlichting [sic] gaf de bestuurder tevens geen richting aan.” 6.2. Betrokkene stelt dat hij geen hinder veroorzaakt heeft bij het keren. De kantonrechter begrijpt de verklaring van de verbalisant zo dat betrokkene eerst van rijstrook is gewisseld, waarbij hij de verbalisant heeft afgesneden, en vervolgens een u-bocht heeft gemaakt. Dat betrokkene geen hinder heeft veroorzaakt heeft bij het keren kan kloppen, want dat wordt hem niet verweten volgens de verklaring. 6.3. Bij de door betrokkene verrichte handeling hoort een andere feitcode dan R509. Feitcode R509 is namelijk bedoeld voor gevallen waarin geen voorrang wordt verleend aan kruisend verkeer, maar betrokkene had de u-bocht nog niet gemaakt. Daarom had feitcode R512 gebruikt moeten worden, die is bedoeld voor het van rijstrook wisselen zonder ander verkeer voor te laten gaan. 6.4. Wijziging van de feitcode is niet mogelijk, overweegt de kantonrechter. Daardoor zou betrokkene in zijn verdedigingsbelangen worden geschaad, aangezien hij pas op de zitting bekend is geworden met wat hem wordt verweten. 6.5. Daarom kan de verkeersovertreding niet worden vastgesteld en zal de kantonrechter het beroep gegrond verklaren. Dat betekent dat betrokkene de boete niet hoeft te betalen. Conclusie De kantonrechter: verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; vernietigt die beslissing; verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond; vernietigt die beschikking; bepaalt dat betrokkene de zekerheidstelling terugkrijgt. Waarvan proces-verbaal, D.W. Veenstra, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd. Artikel 11 van de Wahv.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1369 text/xml public 2026-04-30T11:21:46 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-02-24 11714008 BU VERZ 25-1096 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Groningen Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1369 text/html public 2026-04-30T11:21:03 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1369 Rechtbank Noord-Nederland , 24-02-2026 / 11714008 BU VERZ 25-1096 Wahv. R509 – ‘keren zonder het andere verkeer voor te laten gaan’. Gegrond beroep. Verkeerde feitcode gehanteerd. Betrokkene was nog niet gekeerd op het moment dat hij geen voorrang verleende, aangezien hij volgens de verbalisant geen voorrang verleende bij het van rijstrook wisselen. Feitcode R512 had gebruikt moeten worden. Wijziging feitcode niet mogelijk i.v.m. schaden van verdedigingsbelang. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht beschikkingsnummer: 267709139 zaaknummer: 11714008 BU VERZ 25-1096 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 24 februari 2026 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [woonplaats] . Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R509 – ‘keren zonder het andere verkeer voor te laten gaan’, verricht op 16 juli 2024, om 11:35 uur, op de Laan Corpus den Hoorn in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 309,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 24 februari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. P.A. Veenstra. 1.3. Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Standpunten 2. Betrokkene vindt de boete onterecht. Er was geen ander verkeer aanwezig op de locatie, dus hij hoefde geen verkeer te laten voorgaan. Ook heeft hij geen hinder veroorzaakt. 3. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond is. Beslissing 4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Overwegingen 5. De kantonrechter stelt allereerst vast dat betrokkene te weinig zekerheid heeft gesteld. Betrokkene moest (tijdig) een bedrag van minstens € 234,00 (inclusief administratiekosten) betalen als zekerheid voor de boete en de administratiekosten. Betrokkene heeft € 34,33 betaald en verklaard dat hij meerdere betalingsregelingen heeft voor schulden. De kantonrechter ziet hierin aanleiding om het te betalen bedrag aan zekerheid op € 34,33 te zetten en de zaak inhoudelijk te behandelen. 6. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel. 6.1. De verklaring van de verbalisant luidt: “Ik, verbalisant, zag dat de bestuurder van het ingevoerde voertuig van baan veranderde om te keren. Ik zag dat hij hierbij op de [sic] andere voorsorteervlak reed. Wij verbalisanten reden hier en moest [sic] zowel uitwijken als remmen om een ongeval te voorkomen. Bij de verlichting [sic] gaf de bestuurder tevens geen richting aan.” 6.2. Betrokkene stelt dat hij geen hinder veroorzaakt heeft bij het keren. De kantonrechter begrijpt de verklaring van de verbalisant zo dat betrokkene eerst van rijstrook is gewisseld, waarbij hij de verbalisant heeft afgesneden, en vervolgens een u-bocht heeft gemaakt. Dat betrokkene geen hinder heeft veroorzaakt heeft bij het keren kan kloppen, want dat wordt hem niet verweten volgens de verklaring. 6.3. Bij de door betrokkene verrichte handeling hoort een andere feitcode dan R509. Feitcode R509 is namelijk bedoeld voor gevallen waarin geen voorrang wordt verleend aan kruisend verkeer, maar betrokkene had de u-bocht nog niet gemaakt. Daarom had feitcode R512 gebruikt moeten worden, die is bedoeld voor het van rijstrook wisselen zonder ander verkeer voor te laten gaan. 6.4. Wijziging van de feitcode is niet mogelijk, overweegt de kantonrechter. Daardoor zou betrokkene in zijn verdedigingsbelangen worden geschaad, aangezien hij pas op de zitting bekend is geworden met wat hem wordt verweten. 6.5. Daarom kan de verkeersovertreding niet worden vastgesteld en zal de kantonrechter het beroep gegrond verklaren. Dat betekent dat betrokkene de boete niet hoeft te betalen. Conclusie De kantonrechter: verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; vernietigt die beslissing; verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond; vernietigt die beschikking; bepaalt dat betrokkene de zekerheidstelling terugkrijgt. Waarvan proces-verbaal, D.W. Veenstra, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd. Artikel 11 van de Wahv.