Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-02-19
ECLI:NL:RBNNE:2026:1363
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
2,926 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1363 text/xml public 2026-04-30T10:48:15 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-02-19 11919695 BU VERZ 25-2148 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Leeuwarden Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1363 text/html public 2026-04-30T10:47:45 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1363 Rechtbank Noord-Nederland , 19-02-2026 / 11919695 BU VERZ 25-2148 Wahv. Wijzigen pleeglocatie. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Leeuwarden Bestuursrecht beschikkingsnummer: 271043895 zaaknummer: 11919695 BU VERZ 25-2148 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 19 februari 2026 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [woonplaats] , gemachtigde: M.J.M. Bergers, Boete.nu B.V. Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder een duidelijk zichtbare en geldige gehandicaptenparkeerkaart’, verricht op 4 december 2024, om 08:49 uur, op de Bargemerk in Dokkum, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 379,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 19 februari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. S. Bayram. 1.3. Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Standpunten 2. Gemachtigde voert namens betrokkene aan dat er op de Bargemerk geen parkeerplaatsen zijn. Het is voor betrokkene tot op heden onduidelijk waar de foto is gemaakt. Daarnaast stelt gemachtigde dat het monteren van een E6 bord tegen de muur erg ongebruikelijk is, en het daarbij ook niet duidelijk is op welk parkeervak dit bord betrekking heeft. 3. De vertegenwoordigster is van mening dat de pleeglocatie moet worden gewijzigd en dat het beroep voor het overige ongegrond verklaard moet worden. Beslissing 4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Overwegingen 5. De kantonrechter stelt allereerst vast dat in de inleidende beschikking een onjuiste pleeglocatie is vermeld, namelijk Bargemerk in Dokkum in plaats van Koningstraat in Dokkum. Artikel 4, eerste lid, van de Wahv beoogt te verzekeren dat het een betrokkene, aan wie een administratieve sanctie wordt opgelegd, redelijkerwijs duidelijk is op welke gedraging die sanctie is gebaseerd en, waartegen hij zich heeft te verdedigen. 6. Op grond van het zaakoverzicht en met name dat wat op de foto’s is te zien, is de kantonrechter van oordeel dat het dossier voldoende informatie bevat om de exacte locatie van de gedraging waarop de inleidende beschikking betrekking heeft te preciseren. De gemachtigde heeft onvoldoende onderbouwd waarom het voor betrokkene ondanks deze informatie niet duidelijk zou zijn waar de gedraging heeft plaatsgevonden. Gewezen is door betrokkene immers op een bord op de muur waaruit kan worden afgeleid dat de pleeglocatie bekend is bij betrokkene. Betrokkene is in dit geval dan ook niet in haar verdedigingsbelang geschaad. De kantonrechter zal de pleeglocatie daarom wijzigen van “Bargemerk in Dokkum” naar “Koningstraat in Dokkum”. 7. De kantonrechter oordeelt dat de gedraging kan worden vastgesteld. Het E6 bord hoort gelet op de desbetreffende foto duidelijk bij het parkeervak waar betrokkene haar auto heeft geparkeerd. 8. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete. 9. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. Van de door gemachtigde aangevoerde omstandigheid, dat het plaatsen van het E6 bord aan de muur zorgt voor onduidelijkheid, is de kantonrechter niet overtuigd. Bovendien mag van iedere weggebruiker worden verwacht dat hij oplettend is op de aanwezige bebording. Eventueel dient de bestuurder na het parkeren te controleren of zij hier mag parkeren. Dat betrokkene dit niet of onvoldoende heeft gedaan komt voor haar eigen rekening en risico. Conclusie De kantonrechter: vernietigt de beslissing van de officier van justitie, voor zover deze betrekking heeft op de pleeglocatie van de gedraging in de inleidende beschikking; wijzigt de inleidende beschikking in die zin dat als pleeglocatie luidt “Koningstraat in Dokkum”; verklaart het beroep ongegrond. Waarvan proces-verbaal, mr. A.G.Z. Lagerweij, griffier mr. T.F. Bruinenberg, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2 maart 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1832, r.o. 5.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1363 text/xml public 2026-04-30T10:48:15 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-02-19 11919695 BU VERZ 25-2148 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Leeuwarden Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1363 text/html public 2026-04-30T10:47:45 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1363 Rechtbank Noord-Nederland , 19-02-2026 / 11919695 BU VERZ 25-2148 Wahv. Wijzigen pleeglocatie. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Leeuwarden Bestuursrecht beschikkingsnummer: 271043895 zaaknummer: 11919695 BU VERZ 25-2148 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 19 februari 2026 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [woonplaats] , gemachtigde: M.J.M. Bergers, Boete.nu B.V. Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder een duidelijk zichtbare en geldige gehandicaptenparkeerkaart’, verricht op 4 december 2024, om 08:49 uur, op de Bargemerk in Dokkum, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 379,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 19 februari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. S. Bayram. 1.3. Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Standpunten 2. Gemachtigde voert namens betrokkene aan dat er op de Bargemerk geen parkeerplaatsen zijn. Het is voor betrokkene tot op heden onduidelijk waar de foto is gemaakt. Daarnaast stelt gemachtigde dat het monteren van een E6 bord tegen de muur erg ongebruikelijk is, en het daarbij ook niet duidelijk is op welk parkeervak dit bord betrekking heeft. 3. De vertegenwoordigster is van mening dat de pleeglocatie moet worden gewijzigd en dat het beroep voor het overige ongegrond verklaard moet worden. Beslissing 4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Overwegingen 5. De kantonrechter stelt allereerst vast dat in de inleidende beschikking een onjuiste pleeglocatie is vermeld, namelijk Bargemerk in Dokkum in plaats van Koningstraat in Dokkum. Artikel 4, eerste lid, van de Wahv beoogt te verzekeren dat het een betrokkene, aan wie een administratieve sanctie wordt opgelegd, redelijkerwijs duidelijk is op welke gedraging die sanctie is gebaseerd en, waartegen hij zich heeft te verdedigen. 6. Op grond van het zaakoverzicht en met name dat wat op de foto’s is te zien, is de kantonrechter van oordeel dat het dossier voldoende informatie bevat om de exacte locatie van de gedraging waarop de inleidende beschikking betrekking heeft te preciseren. De gemachtigde heeft onvoldoende onderbouwd waarom het voor betrokkene ondanks deze informatie niet duidelijk zou zijn waar de gedraging heeft plaatsgevonden. Gewezen is door betrokkene immers op een bord op de muur waaruit kan worden afgeleid dat de pleeglocatie bekend is bij betrokkene. Betrokkene is in dit geval dan ook niet in haar verdedigingsbelang geschaad. De kantonrechter zal de pleeglocatie daarom wijzigen van “Bargemerk in Dokkum” naar “Koningstraat in Dokkum”. 7. De kantonrechter oordeelt dat de gedraging kan worden vastgesteld. Het E6 bord hoort gelet op de desbetreffende foto duidelijk bij het parkeervak waar betrokkene haar auto heeft geparkeerd. 8. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete. 9. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. Van de door gemachtigde aangevoerde omstandigheid, dat het plaatsen van het E6 bord aan de muur zorgt voor onduidelijkheid, is de kantonrechter niet overtuigd. Bovendien mag van iedere weggebruiker worden verwacht dat hij oplettend is op de aanwezige bebording. Eventueel dient de bestuurder na het parkeren te controleren of zij hier mag parkeren. Dat betrokkene dit niet of onvoldoende heeft gedaan komt voor haar eigen rekening en risico. Conclusie De kantonrechter: vernietigt de beslissing van de officier van justitie, voor zover deze betrekking heeft op de pleeglocatie van de gedraging in de inleidende beschikking; wijzigt de inleidende beschikking in die zin dat als pleeglocatie luidt “Koningstraat in Dokkum”; verklaart het beroep ongegrond. Waarvan proces-verbaal, mr. A.G.Z. Lagerweij, griffier mr. T.F. Bruinenberg, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2 maart 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1832, r.o. 5.