Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-04-16
ECLI:NL:RBNNE:2026:1314
Bestuursrecht
Eerste aanleg - meervoudig
4,072 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1314 text/xml public 2026-05-11T09:59:14 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-16 LEE 23/5008 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Groningen Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1314 text/html public 2026-05-11T09:57:02 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1314 Rechtbank Noord-Nederland , 16-04-2026 / LEE 23/5008 Niet-ontvankelijk beroep. Deze uitspraak gaat over het beroep dat de raad van de gemeente Westerkwartier (de raad) heeft ingesteld bij de rechtbank. Het beroep is gericht tegen het besluit dat door Gedeputeerde Staten van Groningen is genomen op het administratief beroep van derde-partij. Dat administratief beroep is door derde-partij ingesteld tegen het besluit van de raad, nadat de raad het verzoek van derde-partij had afgewezen dat ertoe strekt om de straat gedeeltelijk aan het openbaar verkeer te onttrekken. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 23/5008 uitspraak van de meervoudige kamer van 16 april 2026 in de zaak tussen de raad van de gemeente Westerkwartier (gemachtigden: A. Veenstra en mr. P. Zoeten ) en Gedeputeerde Staten van Groningen (gemachtigden: mr. D. Schuldink en D.G.I. Joosten ). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [naam 1 uit woonplaats] (gemachtigde: [naam 2] ). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat de raad van de gemeente Westerkwartier (de raad) heeft ingesteld bij de rechtbank. Het beroep is gericht tegen het besluit dat door Gedeputeerde Staten van Groningen is genomen op het administratief beroep van [naam 1] . Dat administratief beroep is door [naam 1] ingesteld tegen het besluit van de raad, nadat de raad het verzoek van [naam 1] had afgewezen dat ertoe strekt om de [straatnaam] gedeeltelijk aan het openbaar verkeer te onttrekken. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van de raad niet-ontvankelijk is. De rechtbank beoordeelt de zaak dus niet inhoudelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt. Procesverloop 2. Bij wet van 11 juli 2018 is met ingang van de datum van herindeling de nieuwe gemeente Westerkwartier ingesteld, bestaande uit het grondgebied van de opgeheven gemeenten Grootegast, Leek, Marum en Zuidhorn en een deel van het grondgebied van de gemeente Winsum. Die wet is op 15 september 2018 in werking getreden. 2.1. De [straatnaam] te [woonplaats] vormt een verbinding tussen de Provincialeweg (N981) aan de noordzijde en de Zuiderweg aan de zuidzijde. [naam 1] woont op het adres [straatnaam] 2. Zijn woning ligt op het perceel kadastraal aangeduid als Gemeente Grootegast, [perceel 1] . Perceelnummer [perceel 2] ligt ten oosten daarvan en parallel daaraan. Over laatstgenoemd perceel loopt de [straatnaam] . Beide percelen zijn eigendom van [naam 1] . De [straatnaam] ligt op het grondgebied van de gemeente Westerkwartier. 2.2. Bij brief van 21 januari 2022 heeft [naam 1] de raad verzocht om de [straatnaam] gedeeltelijk aan de openbaarheid te onttrekken. Het verzoek ziet op het gedeelte van de [straatnaam] dat ligt op perceelnummer [perceel 2] . 2.3. Bij besluit van 22 februari 2023 heeft de raad het verzoek van [naam 1] afgewezen. [naam 1] heeft daartegen administratief beroep ingesteld bij Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten hebben vervolgens in hun besluit van 17 oktober 2023 de motivering van het besluit van de raad gewijzigd en het besluit van de raad verder in stand gelaten. 3. De raad heeft beroep bij de rechtbank ingesteld tegen dat besluit van Gedeputeerde Staten. Bij brief van 29 december 2023 heeft de raad het beroep aangevuld. 3.1. Bij brief van 14 oktober 2024 is de zaak verwezen naar een meervoudige kamer. 3.2. Bij brief van 14 oktober 2024 is aan partijen medegedeeld dat het onderhavige beroep gevoegd wordt behandeld met het beroep van [naam 1] , dat is ingeschreven onder zaaknummer LEE 23/5006. 3.3. Bij brief van 23 januari 2025 heeft [naam 1] nieuwe gronden ingediend. Die brief bevat verder een verzoek om schadevergoeding inzake overschrijding van de redelijke termijn en een verzoek om de zaak met voorrang te behandelen. 3.4. Op 4 mei 2025 heeft [naam 1] producties in het geding gebracht. 3.5. Bij brief van 29 december 2025 heeft de raad het beroep aangevuld. 3.6. Bij brief van 4 januari 2026 heeft [naam 1] beroepsgronden en producties in het geding gebracht. In hetzelfde geschrift heeft hij het verzoek aangevuld dat gaat over immateriële schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. 3.7. Gedeputeerde Staten hebben op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 3.8. Bij e-mailbericht, verzonden op 9 januari 2026 hebben Gedeputeerde Staten de op de zaak betrekking hebbende stukken aangevuld met een brief van 3 juli 2006 van het college van de toenmalige gemeente Grootegast over de uitoefening van de brandweerzorg. 3.9. Bij brief van 12 januari 2026 heeft [naam 1] gereageerd op de schriftelijke uiteenzetting die de raad van de gemeente Westerkwartier heeft ingediend als derde-partij in het beroep van [naam 1] . 3.10. Bij brief van 12 januari 2026 hebben Gedeputeerde Staten de op de zaak betrekking hebbende stukken aangevuld. 3.11. Bij e-mailbericht verzonden op 15 januari 2026 hebben Gedeputeerde Staten op telefonisch verzoek van de griffier alsnog de stukken met betrekking tot de wegenlegger van de [straatnaam] te [woonplaats] van de gemeente Grootegast (de wegenlegger) ingediend. 3.12. Bij e-mailbericht verzonden op 15 januari 2026 heeft [naam 1] foto’s in het geding gebracht. 3.13. De rechtbank heeft het beroep van [naam 1] en het beroep van de raad gevoegd behandeld op de zitting van 22 januari 2026. De raad heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Gedeputeerde Staten hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. [naam 1] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. 3.14. De rechtbank heeft de zaken LEE 23/5006 en LEE 23/5008 na de behandeling op de zitting gesplitst. Daarom wordt op beide beroepen separaat uitspraak gedaan. Beoordeling door de rechtbank 4. De relevante verdrags- en wetsbepalingen staan in de bijlage. Heeft de raad procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het besluit van Gedeputeerde Staten van 17 oktober 2023? 5. De rechtbank is van oordeel dat de raad geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het besluit van Gedeputeerde Staten van 17 oktober 2023. 5.1. Gelet op het geschil dat partijen verdeeld houdt is relevant of de raad van de gemeente Westerkwartier een belang heeft bij de uitkomst van deze procedure. Het gaat om het antwoord op de vraag wat hij concreet met zijn rechtsmiddel wil dan wel kan bereiken. Het betreft niet de vraag óf hij gelijk heeft. Het gaat erom of hij een reëel en actueel belang heeft bij het gelijk, als hij dat zou hebben. Als een reëel en actueel belang niet aanwezig is, dan is de bestuursrechter niet geroepen uitspraak te doen uitsluitend vanwege de principiële betekenis daarvan. Evenmin is procesbelang aanwezig als het alleen nog gaat om de vraag of de door Gedeputeerde Staten gevolgde procedure in rechte stand zou houden. 5.2. De beantwoording van de vraag of de raad procesbelang heeft is gebaseerd op de ter zake doende stukken, zoals die tot de sluiting van het onderzoek op 22 januari 2026 door partijen in het geding zijn gebracht. 5.3. Tussen partijen is niet in geschil dat Gedeputeerde Staten het besluit van de raad in stand heeft gelaten en dat het besluit van de raad strekt tot afwijzing van het verzoek van [naam 1] van 21 januari 2022. Daarmee had de raad ten tijde van het instellen van beroep reeds bereikt wat hij wilde, te weten dat de [straatnaam] niet gedeeltelijk aan de openbaarheid zou worden onttrokken. Het procesbelang van de raad bij een beroep op de bestuursrechter heeft dus van meet af aan ontbroken, omdat de raad reeds bereikt had wat hij wilde. 5.4. Voor zover de raad door het instellen van beroep beoogde in de gelegenheid te worden gesteld om de eigen belangen en de eigen motivering te onderbouwen levert dat evenmin procesbelang op.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1314 text/xml public 2026-05-11T09:59:14 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-16 LEE 23/5008 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Groningen Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1314 text/html public 2026-05-11T09:57:02 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1314 Rechtbank Noord-Nederland , 16-04-2026 / LEE 23/5008 Niet-ontvankelijk beroep. Deze uitspraak gaat over het beroep dat de raad van de gemeente Westerkwartier (de raad) heeft ingesteld bij de rechtbank. Het beroep is gericht tegen het besluit dat door Gedeputeerde Staten van Groningen is genomen op het administratief beroep van derde-partij. Dat administratief beroep is door derde-partij ingesteld tegen het besluit van de raad, nadat de raad het verzoek van derde-partij had afgewezen dat ertoe strekt om de straat gedeeltelijk aan het openbaar verkeer te onttrekken. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 23/5008 uitspraak van de meervoudige kamer van 16 april 2026 in de zaak tussen de raad van de gemeente Westerkwartier (gemachtigden: A. Veenstra en mr. P. Zoeten ) en Gedeputeerde Staten van Groningen (gemachtigden: mr. D. Schuldink en D.G.I. Joosten ). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [naam 1 uit woonplaats] (gemachtigde: [naam 2] ). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat de raad van de gemeente Westerkwartier (de raad) heeft ingesteld bij de rechtbank. Het beroep is gericht tegen het besluit dat door Gedeputeerde Staten van Groningen is genomen op het administratief beroep van [naam 1] . Dat administratief beroep is door [naam 1] ingesteld tegen het besluit van de raad, nadat de raad het verzoek van [naam 1] had afgewezen dat ertoe strekt om de [straatnaam] gedeeltelijk aan het openbaar verkeer te onttrekken. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van de raad niet-ontvankelijk is. De rechtbank beoordeelt de zaak dus niet inhoudelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt. Procesverloop 2. Bij wet van 11 juli 2018 is met ingang van de datum van herindeling de nieuwe gemeente Westerkwartier ingesteld, bestaande uit het grondgebied van de opgeheven gemeenten Grootegast, Leek, Marum en Zuidhorn en een deel van het grondgebied van de gemeente Winsum. Die wet is op 15 september 2018 in werking getreden. 2.1. De [straatnaam] te [woonplaats] vormt een verbinding tussen de Provincialeweg (N981) aan de noordzijde en de Zuiderweg aan de zuidzijde. [naam 1] woont op het adres [straatnaam] 2. Zijn woning ligt op het perceel kadastraal aangeduid als Gemeente Grootegast, [perceel 1] . Perceelnummer [perceel 2] ligt ten oosten daarvan en parallel daaraan. Over laatstgenoemd perceel loopt de [straatnaam] . Beide percelen zijn eigendom van [naam 1] . De [straatnaam] ligt op het grondgebied van de gemeente Westerkwartier. 2.2. Bij brief van 21 januari 2022 heeft [naam 1] de raad verzocht om de [straatnaam] gedeeltelijk aan de openbaarheid te onttrekken. Het verzoek ziet op het gedeelte van de [straatnaam] dat ligt op perceelnummer [perceel 2] . 2.3. Bij besluit van 22 februari 2023 heeft de raad het verzoek van [naam 1] afgewezen. [naam 1] heeft daartegen administratief beroep ingesteld bij Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten hebben vervolgens in hun besluit van 17 oktober 2023 de motivering van het besluit van de raad gewijzigd en het besluit van de raad verder in stand gelaten. 3. De raad heeft beroep bij de rechtbank ingesteld tegen dat besluit van Gedeputeerde Staten. Bij brief van 29 december 2023 heeft de raad het beroep aangevuld. 3.1. Bij brief van 14 oktober 2024 is de zaak verwezen naar een meervoudige kamer. 3.2. Bij brief van 14 oktober 2024 is aan partijen medegedeeld dat het onderhavige beroep gevoegd wordt behandeld met het beroep van [naam 1] , dat is ingeschreven onder zaaknummer LEE 23/5006. 3.3. Bij brief van 23 januari 2025 heeft [naam 1] nieuwe gronden ingediend. Die brief bevat verder een verzoek om schadevergoeding inzake overschrijding van de redelijke termijn en een verzoek om de zaak met voorrang te behandelen. 3.4. Op 4 mei 2025 heeft [naam 1] producties in het geding gebracht. 3.5. Bij brief van 29 december 2025 heeft de raad het beroep aangevuld. 3.6. Bij brief van 4 januari 2026 heeft [naam 1] beroepsgronden en producties in het geding gebracht. In hetzelfde geschrift heeft hij het verzoek aangevuld dat gaat over immateriële schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. 3.7. Gedeputeerde Staten hebben op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 3.8. Bij e-mailbericht, verzonden op 9 januari 2026 hebben Gedeputeerde Staten de op de zaak betrekking hebbende stukken aangevuld met een brief van 3 juli 2006 van het college van de toenmalige gemeente Grootegast over de uitoefening van de brandweerzorg. 3.9. Bij brief van 12 januari 2026 heeft [naam 1] gereageerd op de schriftelijke uiteenzetting die de raad van de gemeente Westerkwartier heeft ingediend als derde-partij in het beroep van [naam 1] . 3.10. Bij brief van 12 januari 2026 hebben Gedeputeerde Staten de op de zaak betrekking hebbende stukken aangevuld. 3.11. Bij e-mailbericht verzonden op 15 januari 2026 hebben Gedeputeerde Staten op telefonisch verzoek van de griffier alsnog de stukken met betrekking tot de wegenlegger van de [straatnaam] te [woonplaats] van de gemeente Grootegast (de wegenlegger) ingediend. 3.12. Bij e-mailbericht verzonden op 15 januari 2026 heeft [naam 1] foto’s in het geding gebracht. 3.13. De rechtbank heeft het beroep van [naam 1] en het beroep van de raad gevoegd behandeld op de zitting van 22 januari 2026. De raad heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Gedeputeerde Staten hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. [naam 1] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. 3.14. De rechtbank heeft de zaken LEE 23/5006 en LEE 23/5008 na de behandeling op de zitting gesplitst. Daarom wordt op beide beroepen separaat uitspraak gedaan. Beoordeling door de rechtbank 4. De relevante verdrags- en wetsbepalingen staan in de bijlage. Heeft de raad procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het besluit van Gedeputeerde Staten van 17 oktober 2023? 5. De rechtbank is van oordeel dat de raad geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het besluit van Gedeputeerde Staten van 17 oktober 2023. 5.1. Gelet op het geschil dat partijen verdeeld houdt is relevant of de raad van de gemeente Westerkwartier een belang heeft bij de uitkomst van deze procedure. Het gaat om het antwoord op de vraag wat hij concreet met zijn rechtsmiddel wil dan wel kan bereiken. Het betreft niet de vraag óf hij gelijk heeft. Het gaat erom of hij een reëel en actueel belang heeft bij het gelijk, als hij dat zou hebben. Als een reëel en actueel belang niet aanwezig is, dan is de bestuursrechter niet geroepen uitspraak te doen uitsluitend vanwege de principiële betekenis daarvan. Evenmin is procesbelang aanwezig als het alleen nog gaat om de vraag of de door Gedeputeerde Staten gevolgde procedure in rechte stand zou houden. 5.2. De beantwoording van de vraag of de raad procesbelang heeft is gebaseerd op de ter zake doende stukken, zoals die tot de sluiting van het onderzoek op 22 januari 2026 door partijen in het geding zijn gebracht. 5.3. Tussen partijen is niet in geschil dat Gedeputeerde Staten het besluit van de raad in stand heeft gelaten en dat het besluit van de raad strekt tot afwijzing van het verzoek van [naam 1] van 21 januari 2022. Daarmee had de raad ten tijde van het instellen van beroep reeds bereikt wat hij wilde, te weten dat de [straatnaam] niet gedeeltelijk aan de openbaarheid zou worden onttrokken. Het procesbelang van de raad bij een beroep op de bestuursrechter heeft dus van meet af aan ontbroken, omdat de raad reeds bereikt had wat hij wilde. 5.4. Voor zover de raad door het instellen van beroep beoogde in de gelegenheid te worden gesteld om de eigen belangen en de eigen motivering te onderbouwen levert dat evenmin procesbelang op.