Rechtspraak Rechtbank Noord-Nederland 2026-01-12
ECLI:NL:RBNNE:2026:130
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 23/5100 uitspraak van de meervoudige kamer van 12 januari 2026 in de zaak tussen [eiseres], uit [vestigingsplaats], eiseres (gemachtigden: G. Starre en H. Baptist), en de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de minister (gemachtigden: mrs. P.E. van der Werf en J.J. Ton). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het besluit op het verzoek van eiseres om verstrekking van informatie uit het register van twee professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen. De minister heeft dit verzoek afgewezen. Eiseres is het hiermee niet eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het besluit. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de aanvraag van eiseres ten onrechte buiten behandeling heeft gelaten. Naar het oordeel van de rechtbank is de minister bevoegd om de professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen te verzoeken om de informatie waarop het verzoek van eiseres ziet aan de minister beschikbaar te stellen en moet de minister deze bevoegdheid naar aanleiding van het verzoek ook aanwenden. Eiseres krijgt dus gelijk en het beroep is daarom gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres heeft op 27 augustus 2021 de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LVN, en thans: de minister van Landbouw, Visserij en Voedselzekerheid en Natuur, LVVN) en de minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) verzocht om informatie te verstrekken uit het register van twee professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen. Met het besluit van 27 september 2023 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag buiten behandeling gelaten. 2.1. Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt. In haar bezwaarschrift heeft zij de minister verzocht om in te stemmen met een rechtstreeks beroep. De minister heeft met dit verzoek ingestemd en heeft het bezwaarschrift aan de rechtbank doorgezonden. 2.2. De minister heeft op het rechtstreeks beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.3. Eiseres heeft aanvullende gronden ingediend. 2.4. De rechtbank heeft het rechtstreeks beroep op 11 december 2024 op zitting behandeld, samen met het beroep in de zaak met nummer LEE 23/1511. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van eiseres en de gemachtigde van de minister (mr. Van der Werf). De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst en het beroep verwezen naar een meervoudige kamer. 2.5. De rechtbank heeft het rechtstreeks beroep op 26 augustus 2025 in meervoudige samenstelling opnieuw op zitting behandeld, samen met het beroep in de zaak met nummer LEE 23/1511. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van eiseres en de gemachtigden van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek op zitting gesloten en doet in beide zaken apart uitspraak. Beoordeling De aanvraag van eiseres 3. Op 27 augustus 2021 heeft eiseres de minister van LVN en de minister van IenW op grond van artikel 67 van de Verordening (EG) nr. 1107/2009 (de Verordening) verzocht om verstrekking van informatie over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen uit de registers van [bedrijf 1], een professionele gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen uit [vestigingsplaats], en [bedrijf 2], een professionele gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen uit [vestigingsplaats] (de professionele gebruikers). Het verzoek van eiseres ziet op de jaren 2019 en 2020. In het bijzonder heeft zij verzocht om verstrekking van informatie over de naam van het gebruikte gewasbeschermingsmiddel, het tijdstip, de dosis van de toepassing en het perceel en het gewas waarop het gewasbeschermingsmiddel is gebruikt. Het buiten behandeling laten van de aanvraag 4. Op de zitting heeft de minister naar voren gebracht dat het verzoek van eiseres ten onrechte buiten behandeling is gelaten op de grond dat zij niet w Daarmee ligt in deze beroepsprocedure ter beoordeling voor of de minister die belast is met verstrekken van informatie uit de registers van professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen tot afwijzing van het verzoek kan komen. De toepassing van de Woo 9. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht stelt dat met toepassing van de Woo in samenhang met de Verordening moet worden besloten op het verzoek van eiseres. Daartoe is van belang dat artikel 67, eerste lid, derde alinea, van de Verordening tegen de achtergrond van de nationale procedurele autonomie van lidstaten bepaalt dat de bevoegde autoriteiten overeenkomstig het toepasselijke nationale of Gemeenschapsrecht toegang tot de informatie in de registers verstrekken. Uit de wetsgeschiedenis van een wijziging van de Wgb blijkt dat de wetgever heeft beoogd dat verzoeken om toegang tot informatie als bedoeld in artikel 67 van de Verordening door de minister worden beoordeeld volgens de kaders van artikel 67 van de Verordening en de Wet openbaarheid van bestuur (de Wob). De Wob is hierop met ingang van 1 mei 2022 vervangen door de Woo. Is de minister bevoegd om de informatie uit de registers op te vragen? 10. Eiseres betoogt dat de informatie uit het register waar haar verzoek op ziet, niet bij de minister berust en daar ook niet had behoren te berusten als bedoeld in de Woo. Dit betekent volgens haar dat de minister op grond van de Woo niet bevoegd is om naar aanleiding van een verzoek om toegang tot informatie uit een register over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die informatie te vorderen bij de professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen op wier register het verzoek van eiseres ziet. De rechtbank begrijpt het verdere betoog van eiseres zo dat zij stelt dat de Verordening, anders dan de Woo, wel voorziet in deze bevoegdheid en dat de Woo om die reden het recht op toegang tot informatie uit artikel 67 van de Verordening frustreert. 11. De rechtbank overweegt dat op grond van de Woo kan worden verzocht om de verstrekking of openbaarmaking van publieke informatie die is neergelegd in documenten die bij een bestuursorgaan berusten. Ingevolge de Woo vordert een bestuursorgaan enkel informatie bij een ander indien deze informatie op grond van enig wettelijk voorschrift bij het bestuursorgaan had behoren te berusten. In de totstandkomingsgeschiedenis van de Woo zijn als voorbeelden van deze wettelijke voorschriften genoemd: archiefregelgeving, niet nageleefde verplichtingen om bepaalde informatie aan de overheid te verstrekken in het kader van een toezichtrelatie of de verantwoording van een bekostiging. 11.1. De rechtbank volgt het betoog van eiseres, welk betoog ook door de minister wordt gehouden, dat ten aanzien van de informatie in de registers van professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen niet geoordeeld kan worden dat deze op grond van enig wettelijk voorschrift bij de minister had behoren te berusten. Daartoe overweegt zij dat op grond van artikel 67, eerste lid, van de Verordening de verplichting tot het bijhouden van een register over gewasbeschermingsmiddelen bij de professionele gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen ligt. Dit betekent dat de informatie uit een register over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in beginsel enkel aanwezig is en hoort te zijn bij de professionele gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen op wie de verplichting tot het bijhouden van het register rust. Uit de Verordening en de Wgb kan, in aanvulling hierop, niet worden afgeleid dat informatie uit een register van een gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen in algemene zin ook bij de minister aanwezig hoort te zijn. Dit is mogelijk anders als ten tijde van het verzoek om verstrekking van informatie uit een register van een professionele gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen sprake is van niet nageleefde verplichtingen om informatie uit dat register aan de minister te verstrekken in het kader van een toezichtrelatie. Niet in geschil is d Naar het oordeel van de rechtbank houdt de Verordening, anders dan de minister stelt, niet in dat de bevoegdheid van de bevoegde autoriteit om de professionele gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen te verzoeken om informatie uit diens register ter beschikking te stellen enkel is gegeven ten behoeve van het uitoefenen van controle van overheidswege op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen; zij regelt ook niet dat derde partijen enkel -succesvol- kunnen verzoeken om toegang tot informatie uit de registers die ten behoeve van het uitoefenen van controle op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen reeds beschikbaar is gesteld aan een bevoegde autoriteit of andere overheidsorganen. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende. 14.1. De algemene doelstelling van de Verordening betreft onder meer het waarborgen van een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van mensen en dieren. Over het doel van de registers over gewasbeschermingsmiddelen bepaalt overweging 44 van de Verordening meer in het bijzonder dat deze zijn ingesteld om het niveau van bescherming van de gezondheid van mens en dier en van het milieu te verhogen door de traceerbaarheid van mogelijke blootstellingen te verzekeren, doeltreffendheid van het toezicht en de controle te verbeteren en de kosten van de bewaking van de waterkwaliteit te beperken. Daarbij volgt uit overweging 35 van de Verordening dat om een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van mens en dier en van het milieu te waarborgen van belang is dat gewasbeschermingsmiddelen op de juiste wijze en met inachtneming van de bepalingen uit de Verordening worden ingezet. 14.2. Tegen deze achtergrond is de rechtbank van oordeel dat is beoogd met artikel 67, eerste lid, van de Verordening te voorzien in een algemene toegang tot informatie uit de registers van gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen voor ten minste de in dit artikel genoemde derde partijen; ook wordt daarmee voorzien in de bevoegdheid van de bevoegde autoriteit om aan een professionele gebruiker te verzoeken om die informatie beschikbaar te stellen indien een verzoek om toegang tot die informatie is gedaan door ten minste een derde partij. Het verhogen van de gezondheid van mens, dier en milieu door middel van onder meer de traceerbaarheid van blootstellingen aan gewasbeschermingsmiddelen te verzekeren en de doeltreffendheid van het toezicht en controle te verbeteren is gebaat bij een toegang tot de informatie in de registers van onder meer professionele gebruikers. Die moet dan meer omvatten dan enkel de gevallen waarin concrete aanleiding bestaat om van overheidswege toezichtbevoegdheden aan te wenden om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en mogelijk in dat verband begane overtredingen te onderzoeken. Daarbij is van belang dat uit de Verordening niet expliciet blijkt dat de controlerende functie van de toegang tot de registers is voorbehouden aan controle van overheidswege. Dat artikel 67, eerste lid, van de Verordening is ondergebracht in hoofdstuk VIII met de titel “controles”, betekent daarom dat de bevoegdheid van de bevoegde autoriteit om een verzoek te doen om informatie uit de registers is bedoeld om derde partijen toegang te geven tot informatie in de registers van professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen. Derde partijen, zoals omwonenden van percelen waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, worden met de verstrekking van informatie uit de registers in staat gesteld te controleren in hoeverre gewasbeschermingsmiddelen zijn ingezet in hun fysieke leefomgeving; dit stelt hen in staat tot het maken van gezondheidsoverwegingen. 14.3. Dat, zoals de minister stelt, geen concrete aanleiding bestaat om toezichtbevoegdheden aan te wenden ten aanzien van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door de professionele gebruikers op wiens register het verzoek van eiseres ziet, doet daarom niet af aan het bestaan van de bevoegdheid van de minister om de professionele gebruiker te verzoeken om informatie