Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-04-02
ECLI:NL:RBNNE:2026:1172
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste en enige aanleg
2,469 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1172 text/xml public 2026-04-30T10:23:33 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-02 C/18/253884 / FT RK 26/84 Uitspraak Eerste en enige aanleg NL Assen Civiel recht; Insolventierecht Rechtspraak.nl INS-Updates.nl 2026-0092 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1172 text/html public 2026-04-15T13:43:41 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1172 Rechtbank Noord-Nederland , 02-04-2026 / C/18/253884 / FT RK 26/84 Afwijzing faillissementsaanvraag; niet summierlijk gebleken van vorderingsrecht. Schuldeisersverzuim. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Privaatrecht Locatie: Assen zaaknummer: C/18/253884 / FT RK 26/84 beschikking d.d. 2 april 2026 inzake [verzoeker] , wonende te [woonplaats] . verzoekende partij, advocaat mr. S.K. Tuithof, strekkende tot faillietverklaring van Wayland Group B.V. , statutair gevestigd te Groningen, kantoorhoudende te Neptunusstraat 28, 9742 JM Groningen, tevens handelend onder de namen Wayland Management, Pt78 Records, Into The Limelight Records, Bleeding Ears Studio, Your Music Tools, Wayland IT services, SentinelText, ParseGenius, KvK-nummer: 85043869, verwerende partij. 1 PROCESGANG 1.1. De verzoekende partij heeft ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ingediend. Het verzoek strekt er toe dat de rechtbank de verwerende partij in staat van faillissement zal verklaren. 1.2. De behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden in raadkamer van 31 maart 2026 van deze rechtbank. Namens verzoeker is ter zitting verschenen mr. E.R. Postma, waarnemer van mr. S.K. Tuithof. Namens verweerder is verschenen de heer [bestuurder verweerder] , bestuurder van verwerende partij. 2 RECHTSOVERWEGINGEN 2.1. De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van Purioso in Nederland ligt. De rechtbank overweegt als volgt over het verzoek. 2.2. Artikel 6 lid 3 van de Faillissementswet bepaalt dat een faillissement op verzoek van een schuldeiser wordt uitgesproken als aan twee voorwaarden is voldaan. Er moet summierlijk blijken van het bestaan van een vorderingsrecht van de verzoeker en van het bestaan van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij is opgehouden te betalen. 2.3. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval niet summierlijk is gebleken van het bestaan van een vorderingsrecht van de verzoeker. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. 2.4. De incassogemachtigde van verzoeker heeft verweerder per brief van 12 februari 2026 gesommeerd om de verschuldigde hoofdsom van € 231,78 te betalen, vermeerderd met rente en incassokosten. In die brief werd tevens betaling gevorderd van een bedrag van € 2.100,00 ter zake van een aangekondigde faillissementsprocedure. 2.5. Verweerder heeft ter zitting aangegeven dat hij direct na ontvangst van deze brief, half februari, contact heeft opgenomen met de gemachtigde en heeft aangeboden om de volledige hoofdsom met alle gevorderde rente en kosten te betalen, dit tegen finale kwijting dus zonder de opgevoerde faillissementskosten van € 2.100,00. Volgens verweerder heeft de gemachtigde dat betalingsaanbod geweigerd omdat aanspraak werd gemaakt op de faillissementskosten. Vervolgens heeft verzoeker op 9 maart 2026 het faillissement van verweerder aangevraagd. Verweerder heeft op 30 maart 2026 alsnog de volledige hoofdsom met rente en kosten voldaan. Verzoeker heeft de ontvangst van deze betaling ter zitting erkend. Verzoeker heeft de door verweerder geschetste gang van zaken niet weersproken, zodat de rechtbank die als vaststaand aanneemt. 2.6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verzoeker ten onrechte een behoorlijk aanbod tot nakoming geweigerd. Verweerder heeft immers aangeboden om de gevorderde hoofdsom met rente en incassokosten te betalen. Een faillissementsverzoek was op dat moment nog niet aanhangig gemaakt en verzoeker kon dus ook geen aanspraak maken op een proceskostenvergoeding. Verzoeker is door de weigering in schuldeisersverzuim geraakt (art. 6:58 BW). Daarmee eindigt weliswaar het schuldenaarsverzuim (art. 6:61 lid 1 BW), maar de schuldenaar blijft verplicht tot vergoeding van de reeds ontstane schade en van de kosten. Die heeft verweerder samen met de hoofdsom op 30 maart 2026 voldaan. Van een vorderingsrecht van de verzoeker is niet gebleken. Het faillissementsverzoek zal daarom worden afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling ziet de rechtbank geen aanleiding omdat verweerder daar geen aanspraak op heeft gemaakt en geen rechtsbijstand heeft ingeschakeld bij het voeren van verweer. BESLISSING De rechtbank: wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. S. van Gessel, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1172 text/xml public 2026-04-30T10:23:33 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-02 C/18/253884 / FT RK 26/84 Uitspraak Eerste en enige aanleg NL Assen Civiel recht; Insolventierecht Rechtspraak.nl INS-Updates.nl 2026-0092 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1172 text/html public 2026-04-15T13:43:41 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1172 Rechtbank Noord-Nederland , 02-04-2026 / C/18/253884 / FT RK 26/84 Afwijzing faillissementsaanvraag; niet summierlijk gebleken van vorderingsrecht. Schuldeisersverzuim. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Privaatrecht Locatie: Assen zaaknummer: C/18/253884 / FT RK 26/84 beschikking d.d. 2 april 2026 inzake [verzoeker] , wonende te [woonplaats] . verzoekende partij, advocaat mr. S.K. Tuithof, strekkende tot faillietverklaring van Wayland Group B.V. , statutair gevestigd te Groningen, kantoorhoudende te Neptunusstraat 28, 9742 JM Groningen, tevens handelend onder de namen Wayland Management, Pt78 Records, Into The Limelight Records, Bleeding Ears Studio, Your Music Tools, Wayland IT services, SentinelText, ParseGenius, KvK-nummer: 85043869, verwerende partij. 1 PROCESGANG 1.1. De verzoekende partij heeft ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ingediend. Het verzoek strekt er toe dat de rechtbank de verwerende partij in staat van faillissement zal verklaren. 1.2. De behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden in raadkamer van 31 maart 2026 van deze rechtbank. Namens verzoeker is ter zitting verschenen mr. E.R. Postma, waarnemer van mr. S.K. Tuithof. Namens verweerder is verschenen de heer [bestuurder verweerder] , bestuurder van verwerende partij. 2 RECHTSOVERWEGINGEN 2.1. De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van Purioso in Nederland ligt. De rechtbank overweegt als volgt over het verzoek. 2.2. Artikel 6 lid 3 van de Faillissementswet bepaalt dat een faillissement op verzoek van een schuldeiser wordt uitgesproken als aan twee voorwaarden is voldaan. Er moet summierlijk blijken van het bestaan van een vorderingsrecht van de verzoeker en van het bestaan van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij is opgehouden te betalen. 2.3. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval niet summierlijk is gebleken van het bestaan van een vorderingsrecht van de verzoeker. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. 2.4. De incassogemachtigde van verzoeker heeft verweerder per brief van 12 februari 2026 gesommeerd om de verschuldigde hoofdsom van € 231,78 te betalen, vermeerderd met rente en incassokosten. In die brief werd tevens betaling gevorderd van een bedrag van € 2.100,00 ter zake van een aangekondigde faillissementsprocedure. 2.5. Verweerder heeft ter zitting aangegeven dat hij direct na ontvangst van deze brief, half februari, contact heeft opgenomen met de gemachtigde en heeft aangeboden om de volledige hoofdsom met alle gevorderde rente en kosten te betalen, dit tegen finale kwijting dus zonder de opgevoerde faillissementskosten van € 2.100,00. Volgens verweerder heeft de gemachtigde dat betalingsaanbod geweigerd omdat aanspraak werd gemaakt op de faillissementskosten. Vervolgens heeft verzoeker op 9 maart 2026 het faillissement van verweerder aangevraagd. Verweerder heeft op 30 maart 2026 alsnog de volledige hoofdsom met rente en kosten voldaan. Verzoeker heeft de ontvangst van deze betaling ter zitting erkend. Verzoeker heeft de door verweerder geschetste gang van zaken niet weersproken, zodat de rechtbank die als vaststaand aanneemt. 2.6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verzoeker ten onrechte een behoorlijk aanbod tot nakoming geweigerd. Verweerder heeft immers aangeboden om de gevorderde hoofdsom met rente en incassokosten te betalen. Een faillissementsverzoek was op dat moment nog niet aanhangig gemaakt en verzoeker kon dus ook geen aanspraak maken op een proceskostenvergoeding. Verzoeker is door de weigering in schuldeisersverzuim geraakt (art. 6:58 BW). Daarmee eindigt weliswaar het schuldenaarsverzuim (art. 6:61 lid 1 BW), maar de schuldenaar blijft verplicht tot vergoeding van de reeds ontstane schade en van de kosten. Die heeft verweerder samen met de hoofdsom op 30 maart 2026 voldaan. Van een vorderingsrecht van de verzoeker is niet gebleken. Het faillissementsverzoek zal daarom worden afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling ziet de rechtbank geen aanleiding omdat verweerder daar geen aanspraak op heeft gemaakt en geen rechtsbijstand heeft ingeschakeld bij het voeren van verweer. BESLISSING De rechtbank: wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. S. van Gessel, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.