Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-03-05
ECLI:NL:RBNNE:2026:1053
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Voorlopige voorziening+bodemzaak
7,508 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1053 text/xml public 2026-04-14T09:47:51 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-03-05 26/521 en 26/522 Uitspraak Voorlopige voorziening+bodemzaak NL Groningen Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1053 text/html public 2026-04-14T09:47:32 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1053 Rechtbank Noord-Nederland , 05-03-2026 / 26/521 en 26/522 Jeugdwet. Vovo, kortsluiting. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de begeleiding door Cognivo onder de Jeugdwet valt of de Wet passend onderwijs en of het (pgb) uurtarief toereikend is. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummers: LEE 26/521 (voorlopige voorziening) en 26/522 (beroep) uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 maart 2026 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaken tussen [naam uit woonplaats] , eiseres wettelijk vertegenwoordiger van [de jeugdige] , (gemachtigde: L.R.J. Folkers ), en het college van burgemeester en wethouders van Groningen, het college (gemachtigde: mr. G.K.L. Vos). Procesverloop 1. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor verlenging van jeugdhulp. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 22 oktober 2025 toegekend van 26 oktober 2025 tot en met 26 januari 2026. Met het bestreden besluit van 20 januari 2026 heeft het college het bezwaarschrift van eiseres ongegrond verklaard. 1.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening. 1.2. Het college heeft op het verzoek om een voorlopige voorziening gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 25 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college. 1.4. Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist hij ook op het beroep van eiseres daartegen. Totstandkoming van het bestreden besluit 2. [de jeugdige] , geboren op [geboortedatum] 2017, is bekend met autismespectrumstoornis (ASS) en hoogbegaafdheid. Hij gaat vier dagen in de week naar basisschool [de school] in Groningen. 3. Stichting WIJ Groningen (WIJ) heeft voor het college onderzoek verricht om de verlenging van jeugdhulp voor [de jeugdige] te beoordelen. De bevindingen zijn vastgelegd in een gezinsanalyse van 19 augustus 2025. WIJ heeft geadviseerd dat Basisjeugdhulp passend is door iemand met affiniteit met hoogbegaafdheid. WIJ heeft met [de school] naar passende hulp op school gekeken. 3.1. Het college is afgeweken van het advies van WIJ omdat Basisjeugdhulp op dat moment niet passend werd geacht. Met het primaire besluit van 22 oktober 2025 heeft het college voor de periode van 26 oktober 2025 tot en met 26 oktober 2026 4 uur per week individuele begeleiding van Team050 Op Maat toegekend als zorg in natura. 3.2. Daarnaast was het voor het college niet duidelijk genoeg welke hulp [de jeugdige] , zijn ouders of zijn leerkracht nodig hebben en of de Jeugdwet of passend onderwijs van toepassing is, dan wel een combinatie daarvan. Ook was niet duidelijk of een en ander was afgestemd met [de school] . Met een afzonderlijk primair besluit van 22 oktober 2025 heeft het college voor de periode van 26 oktober 2025 tot en met 26 januari 2026 4 uur per week individuele begeleiding specialistisch (ibs) toegekend als persoonsgebonden budget (pgb). Het gaat om hulp die wordt verleend door Cognivo, welke instelling zich richt op de begeleiding van hoogbegaafde kinderen. Het college heeft aanvullend advies van WIJ gevraagd. 4. Eiseres kon zich hierin niet vinden en heeft bezwaar gemaakt. 4.1. Met het bestreden besluit heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard, onder overname van het advies van WIJ. WIJ heeft het stappenplan doorlopen en heeft geconcludeerd dat de begeleiding van Cognivo niet valt onder de reikwijdte van de Jeugdwet. Het primaire doel van deze ondersteuning is namelijk dat [de jeugdige] onderwijs kan volgen, hetgeen al is gerealiseerd. Verdere begeleiding dient door de school te worden verricht in het kader van de Wet passend onderwijs. Daarnaast heeft het college overwogen dat het tarief van € 61,25 per uur toereikend is, omdat eiseres de begeleiding van Cognivo sinds 1 februari 2024 voor dit uurtarief heeft kunnen inkopen. Daarom is het hogere tarief van € 104,15 niet van toepassing. 5. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Wat zij daartegen heeft aangevoerd, wordt hieronder besproken. Beoordeling door de voorzieningenrechter 6. Niet in geschil is de begeleiding van Team050 Op Maat. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de begeleiding door Cognivo onder de Jeugdwet valt en of het uurtarief toereikend is. Toetsingskader 7. Het college is niet gehouden een voorziening op grond van de Jeugdwet te treffen indien er met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke regeling. Van belang is of de school de benodigde begeleiding kan bieden op grond van de Wet passend onderwijs. 7.1. Het college treedt bij het treffen van een individuele voorziening zo nodig in overleg met het bevoegd gezag van een school waar de jeugdige schoolgaand is. Jeugdhulp of passend onderwijs? 8. Het college heeft het bestreden besluit gebaseerd op het stappenplan van WIJ van 8 januari 2026 (het Stappenplan). Daarin staat onder meer dat de begeleiding op school geboden wordt. De leerkrachten hebben ondersteuning nodig om inzicht te krijgen in wat [de jeugdige] kan en wat hij nodig heeft, en er moet inzicht komen bij het aanbieden van passend onderwijs. De docenten moeten daarbij ondersteund worden in het begeleiden van [de jeugdige] . Met school moet de omvang bepaald worden. WIJ concludeert dat [de school] de schoolse hulpvragen moet oppakken en heeft hierover op 2 oktober 2025 met de intern begeleider contact gehad. [de school] is aan zet. 8.1. Eiseres heeft aangevoerd dat Cognivo niet alleen [de jeugdige] leerkracht begeleidt, maar ook [de jeugdige] en zijn ouders, onder meer in de communicatie met school. Zij heeft de (oude) intern begeleider van [de school] in oktober 2025 gesproken. Eiseres heeft van haar vernomen dat WIJ medegedeeld heeft dat [de school] verantwoordelijk is voor een deel van de gevraagde ondersteuning. [de school] heeft echter geen toezeggingen gedaan. 8.2. De voorzieningenrechter overweegt dat het college in beginsel gevolgd kan worden in het betoog dat er geen hulp op grond van de Jeugdwet behoeft te worden toegekend wanneer er aanspraak bestaat op hulp door de school op grond van de Wet passend onderwijs. 8.3. Afstemming tussen jeugdhulp en ondersteuning die de school dient te bieden vereist een goede samenwerking tussen scholen en gemeenten. Echter, van afstemming of samenwerking met [de school] is niet gebleken. Ook is onvoldoende duidelijk gemaakt dat de zorgvraag nog slechts betrekking heeft op schoolse vaardigheden en dat het niet meer mede betreft de begeleiding van de ouders. Het had op de weg van het college gelegen om hier controleerbaar inzicht in te geven. De voorzieningenrechter betrekt hierbij dat eiseres op de zitting desgevraagd heeft toegelicht dat zij met verschillende medewerkers van [de school] , de overkoepelende organisatie [naam organisatie] en het samenwerkingsverband heeft gesproken over ondersteuning voor [de jeugdige] , zonder een voor haar positieve reactie. Zij heeft op 3 december 2025 het college verzocht de jeugdhulp door Cognivo te verlengen. Deze aanvraag blijkt niet bekend bij het college. Uurtarief 9. Het college stelt dat het uurtarief van € 61,25 toereikend is om de begeleiding van Cognivo in te kopen omdat eiseres al sinds 1 februari 2024 de zorg voor dit tarief heeft ingekocht. Ook de opgestuurde nota’s van Cognivo hanteren dit tarief. 9.1. Eiseres stelt dat Cognivo een tarief van € 104,15 en per 1 januari 2026 van € 109,00 hanteert.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1053 text/xml public 2026-04-14T09:47:51 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-03-05 26/521 en 26/522 Uitspraak Voorlopige voorziening+bodemzaak NL Groningen Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1053 text/html public 2026-04-14T09:47:32 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1053 Rechtbank Noord-Nederland , 05-03-2026 / 26/521 en 26/522 Jeugdwet. Vovo, kortsluiting. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de begeleiding door Cognivo onder de Jeugdwet valt of de Wet passend onderwijs en of het (pgb) uurtarief toereikend is. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummers: LEE 26/521 (voorlopige voorziening) en 26/522 (beroep) uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 maart 2026 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaken tussen [naam uit woonplaats] , eiseres wettelijk vertegenwoordiger van [de jeugdige] , (gemachtigde: L.R.J. Folkers ), en het college van burgemeester en wethouders van Groningen, het college (gemachtigde: mr. G.K.L. Vos). Procesverloop 1. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor verlenging van jeugdhulp. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 22 oktober 2025 toegekend van 26 oktober 2025 tot en met 26 januari 2026. Met het bestreden besluit van 20 januari 2026 heeft het college het bezwaarschrift van eiseres ongegrond verklaard. 1.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening. 1.2. Het college heeft op het verzoek om een voorlopige voorziening gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 25 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college. 1.4. Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist hij ook op het beroep van eiseres daartegen. Totstandkoming van het bestreden besluit 2. [de jeugdige] , geboren op [geboortedatum] 2017, is bekend met autismespectrumstoornis (ASS) en hoogbegaafdheid. Hij gaat vier dagen in de week naar basisschool [de school] in Groningen. 3. Stichting WIJ Groningen (WIJ) heeft voor het college onderzoek verricht om de verlenging van jeugdhulp voor [de jeugdige] te beoordelen. De bevindingen zijn vastgelegd in een gezinsanalyse van 19 augustus 2025. WIJ heeft geadviseerd dat Basisjeugdhulp passend is door iemand met affiniteit met hoogbegaafdheid. WIJ heeft met [de school] naar passende hulp op school gekeken. 3.1. Het college is afgeweken van het advies van WIJ omdat Basisjeugdhulp op dat moment niet passend werd geacht. Met het primaire besluit van 22 oktober 2025 heeft het college voor de periode van 26 oktober 2025 tot en met 26 oktober 2026 4 uur per week individuele begeleiding van Team050 Op Maat toegekend als zorg in natura. 3.2. Daarnaast was het voor het college niet duidelijk genoeg welke hulp [de jeugdige] , zijn ouders of zijn leerkracht nodig hebben en of de Jeugdwet of passend onderwijs van toepassing is, dan wel een combinatie daarvan. Ook was niet duidelijk of een en ander was afgestemd met [de school] . Met een afzonderlijk primair besluit van 22 oktober 2025 heeft het college voor de periode van 26 oktober 2025 tot en met 26 januari 2026 4 uur per week individuele begeleiding specialistisch (ibs) toegekend als persoonsgebonden budget (pgb). Het gaat om hulp die wordt verleend door Cognivo, welke instelling zich richt op de begeleiding van hoogbegaafde kinderen. Het college heeft aanvullend advies van WIJ gevraagd. 4. Eiseres kon zich hierin niet vinden en heeft bezwaar gemaakt. 4.1. Met het bestreden besluit heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard, onder overname van het advies van WIJ. WIJ heeft het stappenplan doorlopen en heeft geconcludeerd dat de begeleiding van Cognivo niet valt onder de reikwijdte van de Jeugdwet. Het primaire doel van deze ondersteuning is namelijk dat [de jeugdige] onderwijs kan volgen, hetgeen al is gerealiseerd. Verdere begeleiding dient door de school te worden verricht in het kader van de Wet passend onderwijs. Daarnaast heeft het college overwogen dat het tarief van € 61,25 per uur toereikend is, omdat eiseres de begeleiding van Cognivo sinds 1 februari 2024 voor dit uurtarief heeft kunnen inkopen. Daarom is het hogere tarief van € 104,15 niet van toepassing. 5. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Wat zij daartegen heeft aangevoerd, wordt hieronder besproken. Beoordeling door de voorzieningenrechter 6. Niet in geschil is de begeleiding van Team050 Op Maat. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de begeleiding door Cognivo onder de Jeugdwet valt en of het uurtarief toereikend is. Toetsingskader 7. Het college is niet gehouden een voorziening op grond van de Jeugdwet te treffen indien er met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke regeling. Van belang is of de school de benodigde begeleiding kan bieden op grond van de Wet passend onderwijs. 7.1. Het college treedt bij het treffen van een individuele voorziening zo nodig in overleg met het bevoegd gezag van een school waar de jeugdige schoolgaand is. Jeugdhulp of passend onderwijs? 8. Het college heeft het bestreden besluit gebaseerd op het stappenplan van WIJ van 8 januari 2026 (het Stappenplan). Daarin staat onder meer dat de begeleiding op school geboden wordt. De leerkrachten hebben ondersteuning nodig om inzicht te krijgen in wat [de jeugdige] kan en wat hij nodig heeft, en er moet inzicht komen bij het aanbieden van passend onderwijs. De docenten moeten daarbij ondersteund worden in het begeleiden van [de jeugdige] . Met school moet de omvang bepaald worden. WIJ concludeert dat [de school] de schoolse hulpvragen moet oppakken en heeft hierover op 2 oktober 2025 met de intern begeleider contact gehad. [de school] is aan zet. 8.1. Eiseres heeft aangevoerd dat Cognivo niet alleen [de jeugdige] leerkracht begeleidt, maar ook [de jeugdige] en zijn ouders, onder meer in de communicatie met school. Zij heeft de (oude) intern begeleider van [de school] in oktober 2025 gesproken. Eiseres heeft van haar vernomen dat WIJ medegedeeld heeft dat [de school] verantwoordelijk is voor een deel van de gevraagde ondersteuning. [de school] heeft echter geen toezeggingen gedaan. 8.2. De voorzieningenrechter overweegt dat het college in beginsel gevolgd kan worden in het betoog dat er geen hulp op grond van de Jeugdwet behoeft te worden toegekend wanneer er aanspraak bestaat op hulp door de school op grond van de Wet passend onderwijs. 8.3. Afstemming tussen jeugdhulp en ondersteuning die de school dient te bieden vereist een goede samenwerking tussen scholen en gemeenten. Echter, van afstemming of samenwerking met [de school] is niet gebleken. Ook is onvoldoende duidelijk gemaakt dat de zorgvraag nog slechts betrekking heeft op schoolse vaardigheden en dat het niet meer mede betreft de begeleiding van de ouders. Het had op de weg van het college gelegen om hier controleerbaar inzicht in te geven. De voorzieningenrechter betrekt hierbij dat eiseres op de zitting desgevraagd heeft toegelicht dat zij met verschillende medewerkers van [de school] , de overkoepelende organisatie [naam organisatie] en het samenwerkingsverband heeft gesproken over ondersteuning voor [de jeugdige] , zonder een voor haar positieve reactie. Zij heeft op 3 december 2025 het college verzocht de jeugdhulp door Cognivo te verlengen. Deze aanvraag blijkt niet bekend bij het college. Uurtarief 9. Het college stelt dat het uurtarief van € 61,25 toereikend is om de begeleiding van Cognivo in te kopen omdat eiseres al sinds 1 februari 2024 de zorg voor dit tarief heeft ingekocht. Ook de opgestuurde nota’s van Cognivo hanteren dit tarief. 9.1. Eiseres stelt dat Cognivo een tarief van € 104,15 en per 1 januari 2026 van € 109,00 hanteert.
Volledig
Eiseres baseert dit tarief op de tarieven van de door de Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten (RIGG) gehanteerde inschrijfprocedure met peildatum 1 januari 2025 en 1 januari 2026. In vergelijkbare gevallen heeft het college dit hogere tarief toegekend. De zorgovereenkomst tussen eiseres en Cognivo kon vanwege het toegekende uurtarief niet ingevuld worden met een hoger tarief. Eiseres moet het hogere tarief nabetalen. 9.2. Een tarief voor het pgb dient toereikend te zijn. De wetgever heeft het aan de gemeenteraad willen overlaten om te bepalen welk pgbtarief in welke situatie toereikend is. Het college heeft de hoogte van het pgb voor formele hulp gebaseerd op 70% van, kort gezegd, zorg in natura. In 2025 was het pgbtarief € 61,25 per uur voor ibs; in 2026 € 67,08. 9.3. Deze beroepsgrond slaagt niet. De tarieven van RIGG zijn in dit verband niet doorslaggevend. In het overzicht van RIGG wordt Cognivo niet genoemd. Eiseres heeft verder niet aannemelijk dat tussen haar en Cognivo een overeenkomst bestaat met een uurtarief van € 104,15, of € 109,00 vanaf 2026. Dit tarief blijkt ook niet uit de nota’s van Cognivo, noch uit de zorgovereenkomst ondertekend op 30 oktober 2025. In die zorgovereenkomst staat dat nog bezwaar/beroep over het uurtarief loopt. 9.4. Daarnaast slaagt het beroep van eiseres op het gelijkheidsbeginsel niet, omdat de rechtbank niet kan vaststellen of de door eiseres genoemde gevallen gelijk zijn aan haar situatie. De gegevens daartoe ontbreken. Dit dient voor rekening en risico van eiseres te komen. Overige beroepsgronden 10. Eiseres heeft een opmerking gemaakt over het blokkeringsrecht met betrekking tot de advisering door WIJ. De voorzieningenrechter stelt vast dat eventuele onjuistheden in de advisering in de bezwaarfase aan de orde gesteld hadden kunnen worden. De voorzieningenrechter verwijst voorts naar de uitspraak van de CRvB van 2 juli 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1015. Conclusie en gevolgen 11. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit niet zorgvuldig tot stand is gekomen. 11.1. Mede door het college toegekende jeugdhulp zijn goede stappen gezet. De balans is echter fragiel, waarbij [de jeugdige] niet de dupe kan zijn van de afwezigheid van deugdelijke afstemming en samenwerking tussen het college en de school. De voorzieningenrechter vernietigt daarom het bestreden besluit en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe. De voorzieningenrechter bepaalt dat eiseres de jeugdhulp van Cognivo ook na 26 januari 2026 kan inkopen voor 4 uur per week tegen het uurtarief van € 67,08 tot zes weken na de nieuw te nemen beslissing op bezwaar. 11.2. Het college zal opnieuw onderzoek moeten doen en een nieuwe beslissing op bezwaar nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het college moet bij de nieuw te nemen beslissing de jeugdhulpvoorziening afstemmen op de onderwijsondersteuning vanuit de school en/of het samenwerkingsverband. De voorzieningenrechter verwacht van het college dat in het verslag van het onderzoek inzichtelijk wordt weergegeven wanneer met wie gesproken is, welke rol en/of deskundigheid deze persoon heeft en wat de uitkomst van het gesprek is. De voorzieningenrechter merkt daarbij op dat, na nieuw onderzoek, aannemelijk zal kunnen zijn dat (een deel van) de hulp als onderwijsondersteuning aangemerkt kan worden. Daarnaast kan in de nieuw te nemen beslissing op bezwaar nader ingegaan worden op het beroep op het gelijkheidsbeginsel betreffende het toe te kennen tarief. 11.3. Aanleiding bestaat het college te veroordelen in de proceskosten van eiseres. Deze kosten worden begroot op € 4.134 (1 punt voor het bezwaarschrift en 1 punt voor de hoorzitting, 2 punten met een waarde van € 666 per punt. 1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het verzoek om een voorlopige voorziening en 1 punt voor de zitting; in totaal 3 punten met een waarde van € 934). Verder dient het college het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het bestreden besluit; draagt het college op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak; wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en bepaalt dat begeleiding door Cognivo wordt voortgezet tot zes weken na de nieuw te nemen beslissing op bezwaar, tegen een uurtarief van € 67,08; bepaalt dat het college het griffierecht van € 108 aan eiseres moet vergoeden; veroordeelt het college tot betaling van € 4.134 aan proceskosten aan eiseres. Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Bastin, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. O.J.J.C. Koopmans, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2026. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open. Artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Stb. 2012, 533, Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs. Artikel 1.2, eerste lid, aanhef, sub b, van de Jeugdwet. Artikel 2.7, eerste lid, van de Jeugdwet. Tweede Kamer, vergaderjaar 2013-2014, 33 684, nr. 10, p. 28, 32-33. Tweede kamer, vergaderjaar 2013-2014, 33 684, nr. 10, p. 147-148. Zie de uitspraken van de CRvB van 30 september 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1276 en ECLI:NL:CRVB:2025:1380. Tweede kamer, vergaderjaar 2019-2020, 25 657, nr. 320, p. 1 en 7. Tweede kamer, vergaderjaar 2019-2020, 25 657, nr. 324, p. 19, 33, 35, 40. Artikel 11, tweede lid, van de Verordening jeugdhulp gemeente Groningen 2024 en artikel 11, tweede lid, van de Verordening jeugdhulp gemeente Groningen 2026. Bijlage 2 van de Nadere regels jeugdhulp gemeente Groningen 2024. Bijlage 2 van de Nadere regels jeugdhulp gemeente Groningen 2026 (Nadere regels 2026).
Volledig
Eiseres baseert dit tarief op de tarieven van de door de Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten (RIGG) gehanteerde inschrijfprocedure met peildatum 1 januari 2025 en 1 januari 2026. In vergelijkbare gevallen heeft het college dit hogere tarief toegekend. De zorgovereenkomst tussen eiseres en Cognivo kon vanwege het toegekende uurtarief niet ingevuld worden met een hoger tarief. Eiseres moet het hogere tarief nabetalen. 9.2. Een tarief voor het pgb dient toereikend te zijn. De wetgever heeft het aan de gemeenteraad willen overlaten om te bepalen welk pgbtarief in welke situatie toereikend is. Het college heeft de hoogte van het pgb voor formele hulp gebaseerd op 70% van, kort gezegd, zorg in natura. In 2025 was het pgbtarief € 61,25 per uur voor ibs; in 2026 € 67,08. 9.3. Deze beroepsgrond slaagt niet. De tarieven van RIGG zijn in dit verband niet doorslaggevend. In het overzicht van RIGG wordt Cognivo niet genoemd. Eiseres heeft verder niet aannemelijk dat tussen haar en Cognivo een overeenkomst bestaat met een uurtarief van € 104,15, of € 109,00 vanaf 2026. Dit tarief blijkt ook niet uit de nota’s van Cognivo, noch uit de zorgovereenkomst ondertekend op 30 oktober 2025. In die zorgovereenkomst staat dat nog bezwaar/beroep over het uurtarief loopt. 9.4. Daarnaast slaagt het beroep van eiseres op het gelijkheidsbeginsel niet, omdat de rechtbank niet kan vaststellen of de door eiseres genoemde gevallen gelijk zijn aan haar situatie. De gegevens daartoe ontbreken. Dit dient voor rekening en risico van eiseres te komen. Overige beroepsgronden 10. Eiseres heeft een opmerking gemaakt over het blokkeringsrecht met betrekking tot de advisering door WIJ. De voorzieningenrechter stelt vast dat eventuele onjuistheden in de advisering in de bezwaarfase aan de orde gesteld hadden kunnen worden. De voorzieningenrechter verwijst voorts naar de uitspraak van de CRvB van 2 juli 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1015. Conclusie en gevolgen 11. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit niet zorgvuldig tot stand is gekomen. 11.1. Mede door het college toegekende jeugdhulp zijn goede stappen gezet. De balans is echter fragiel, waarbij [de jeugdige] niet de dupe kan zijn van de afwezigheid van deugdelijke afstemming en samenwerking tussen het college en de school. De voorzieningenrechter vernietigt daarom het bestreden besluit en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe. De voorzieningenrechter bepaalt dat eiseres de jeugdhulp van Cognivo ook na 26 januari 2026 kan inkopen voor 4 uur per week tegen het uurtarief van € 67,08 tot zes weken na de nieuw te nemen beslissing op bezwaar. 11.2. Het college zal opnieuw onderzoek moeten doen en een nieuwe beslissing op bezwaar nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het college moet bij de nieuw te nemen beslissing de jeugdhulpvoorziening afstemmen op de onderwijsondersteuning vanuit de school en/of het samenwerkingsverband. De voorzieningenrechter verwacht van het college dat in het verslag van het onderzoek inzichtelijk wordt weergegeven wanneer met wie gesproken is, welke rol en/of deskundigheid deze persoon heeft en wat de uitkomst van het gesprek is. De voorzieningenrechter merkt daarbij op dat, na nieuw onderzoek, aannemelijk zal kunnen zijn dat (een deel van) de hulp als onderwijsondersteuning aangemerkt kan worden. Daarnaast kan in de nieuw te nemen beslissing op bezwaar nader ingegaan worden op het beroep op het gelijkheidsbeginsel betreffende het toe te kennen tarief. 11.3. Aanleiding bestaat het college te veroordelen in de proceskosten van eiseres. Deze kosten worden begroot op € 4.134 (1 punt voor het bezwaarschrift en 1 punt voor de hoorzitting, 2 punten met een waarde van € 666 per punt. 1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het verzoek om een voorlopige voorziening en 1 punt voor de zitting; in totaal 3 punten met een waarde van € 934). Verder dient het college het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het bestreden besluit; draagt het college op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak; wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en bepaalt dat begeleiding door Cognivo wordt voortgezet tot zes weken na de nieuw te nemen beslissing op bezwaar, tegen een uurtarief van € 67,08; bepaalt dat het college het griffierecht van € 108 aan eiseres moet vergoeden; veroordeelt het college tot betaling van € 4.134 aan proceskosten aan eiseres. Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Bastin, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. O.J.J.C. Koopmans, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2026. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open. Artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Stb. 2012, 533, Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs. Artikel 1.2, eerste lid, aanhef, sub b, van de Jeugdwet. Artikel 2.7, eerste lid, van de Jeugdwet. Tweede Kamer, vergaderjaar 2013-2014, 33 684, nr. 10, p. 28, 32-33. Tweede kamer, vergaderjaar 2013-2014, 33 684, nr. 10, p. 147-148. Zie de uitspraken van de CRvB van 30 september 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1276 en ECLI:NL:CRVB:2025:1380. Tweede kamer, vergaderjaar 2019-2020, 25 657, nr. 320, p. 1 en 7. Tweede kamer, vergaderjaar 2019-2020, 25 657, nr. 324, p. 19, 33, 35, 40. Artikel 11, tweede lid, van de Verordening jeugdhulp gemeente Groningen 2024 en artikel 11, tweede lid, van de Verordening jeugdhulp gemeente Groningen 2026. Bijlage 2 van de Nadere regels jeugdhulp gemeente Groningen 2024. Bijlage 2 van de Nadere regels jeugdhulp gemeente Groningen 2026 (Nadere regels 2026).