Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-12-10
ECLI:NL:RBNNE:2025:5841
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
1,461 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBNNE:2025:5841 text/xml public 2026-02-05T11:58:23 2026-02-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2025-12-10 11637325 BU VERZ 25-774 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Groningen Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:5841 text/html public 2026-02-05T11:58:04 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2025:5841 Rechtbank Noord-Nederland , 10-12-2025 / 11637325 BU VERZ 25-774 Wahv. Uit de inleidende beschikking volgt dat de gedraging zou zijn verricht in ’t Waar, Gemeente Oldambt. Omdat ’t Waar is gelegen in de provincie Groningen, is de kantonrechter te Groningen bevoegd om van de zaak kennis te nemen. De kantonrechter zal het beroep daarom inhoudelijk behandelen. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht beschikkingsnummer: 263951355 zaaknummer: 11637325 BU VERZ 25-774 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 10 december 2025 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [woonplaats] , (gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl). Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 7 januari 2024, om 14:24 uur, op [adres] in ‘t Waar, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 10 december 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. Kalsbeek. 1.3. Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Standpunten 2. Gemachtigde voert aan dat artikel 5 van de Wahv is geschonden, omdat de verbalisant niet heeft aangegeven waarom hij van een staandehouding heeft afgezien. Gemachtigde verzoekt om vergoeding van de proceskosten. 3. De vertegenwoordigster stelt dat de kantonrechter niet bevoegd is om de zaak te behandelen. Overwegingen 4. De kantonrechter ziet aanleiding om de zaak inhoudelijk te behandelen en acht zichzelf relatief bevoegd. Uit het dossier blijkt dat de vertegenwoordigster, voorafgaand aan het ter kennis brengen van het beroepschrift en de bijbehorende stukken bij de rechtbank Noord-Nederland, geen gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid om de pleeglocatie te wijzigen. Uit de inleidende beschikking volgt dat de gedraging zou zijn verricht in ’t Waar, Gemeente Oldambt. Omdat ’t Waar is gelegen in de provincie Groningen, is de kantonrechter te Groningen bevoegd om van de zaak kennis te nemen. De kantonrechter zal het beroep daarom inhoudelijk behandelen. 5. Vervolgens ziet de kantonrechter aanleiding om te twijfelen aan de gegevens in het dossier. Volgens het zaakoverzicht is de gedraging verricht op [adres] in ’t Waar. [adres] ligt echter niet in ’t Waar, maar in Amsterdam. De gedraging kan daarom niet worden vastgesteld. De kantonrechter zal het beroep gegrond verklaren. 6. Omdat de kantonrechter het beroep gegrond zal verklaren, zal hij de officier van justitie veroordelen in de proceskosten van betrokkene. Hij zal twee punten toekennen met een waarde van € 647,00 voor het indienen van het administratief beroepschrift en het bijwonen van een fysieke hoorzitting. Daarnaast zal hij één punt toekennen voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter met een waarde van € 907,00. Gelet op de aard van de zaak past de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Omdat zowel de inleidende beschikking als de beslissing van de officier van justitie na 31 december 2023 zijn bekendgemaakt, past de kantonrechter de extra wegingsfactor uit artikel 13a, tweede lid, onder a, Wahv toe op beide fasen. 7. De berekening is als volgt: 2 (procespunten) x € 647,00 (tarief) + 1 (procespunt) x € 907,00 (tarief) x 0,5 (wegingsfactor, licht) x 0,25 (extra wegingsfactor herwaardering proceskostenvergoeding) = € 275,13. Hij zal de officier van justitie veroordelen in de kosten van € 275,13. Conclusie De kantonrechter: verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; vernietigt die beslissing; verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond; vernietigt die inleidende beschikking; bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt; veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene van € 275,13. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.F. Bruinenberg, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier. griffier kantonrechter Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd. Vgl. Gerechtshof Leeuwarden, 26 maart 2010, ECLI:NL:GHLEE:2010:BM9900.