Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-12-10
ECLI:NL:RBNNE:2025:5839
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
962 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBNNE:2025:5839 text/xml public 2026-02-05T12:04:47 2026-02-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2025-12-10 11616723 BU VERZ 25-665 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Groningen Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:5839 text/html public 2026-02-05T12:04:05 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2025:5839 Rechtbank Noord-Nederland , 10-12-2025 / 11616723 BU VERZ 25-665 Wahv. De kantonrechter stelt vast dat het beroepschrift geen gronden bevat. De enkele mededeling dat betrokkene de sanctie niet accepteert is niet aan te merken als grond. Ook de vragen die betrokkene stelt in zijn beroepschrift zijn niet aan te merken als gronden. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht beschikkingsnummer: 268862670 zaaknummer: 11616723 BU VERZ 25-665 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 10 december 2025 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [woonplaats] . Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘6 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom’, verricht op 31 augustus 2024, om 14:14 uur, op de N364 Westerstraat ter hoogte van huisnummer [huisnummer] in Ter Apel, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 62,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 10 december 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. Kalsbeek. 1.3. Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Overwegingen 2. De kantonrechter stelt vast dat het beroepschrift, dat is binnengekomen op 31 oktober 2024, geen gronden bevat. De enkele mededeling dat betrokkene de sanctie niet accepteert is niet aan te merken als grond. Ook de vragen die betrokkene stelt in zijn beroepschrift zijn niet aan te merken als gronden. Verder geeft betrokkene ook aan dat het onjuist is dat hij beroep heeft ingesteld tegen de opgelegde sanctie. Bij brief van 14 november 2025 is betrokkene in de gelegenheid gesteld om het verzuim te herstellen. In de brief staat vermeld dat het beroep niet-ontvankelijk verklaard kan worden als de kantonrechter de gronden niet of niet op tijd ontvangt. Betrokkene heeft niets van zich laten horen. De kantonrechter zal het beroepschrift daarom niet inhoudelijk behandelen. Conclusie De kantonrechter verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.F. Bruinenberg, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier. griffier kantonrechter Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd. Artikel 6:5 van de Awb. Artikel 6:5 van de Awb.