Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-10-27
ECLI:NL:RBNNE:2025:5811
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
2,002 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBNNE:2025:5811 text/xml public 2026-01-30T10:57:21 2026-01-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2025-10-27 11207434 BU VERZ 24-1544 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Assen Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:5811 text/html public 2026-01-30T10:57:04 2026-01-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2025:5811 Rechtbank Noord-Nederland , 27-10-2025 / 11207434 BU VERZ 24-1544 Wahv. Handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990, eenrichtingsverkeer). Bevoegdheid verbalisant. Uit de Update Algemeen proces-verbaal van de gemeente Assen blijkt dat met dit verkeersbesluit duidelijkheid wordt gegarandeerd van het regime van het voetgangersgebied voor snor- en bromfietsers. Het beleid is om de hinder van snorfietsen en bromfietsen in het voetgangersgebied te verminderen. De geslotenverklaring is dus mede ingesteld om overlast en hinder te voorkomen en om het centrumgebied beter leefbaar te maken. Gelet op een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is de instelling gerelateerd aan de openbare orde, zodat kan worden vastgesteld dat de verbalisant in kwestie bevoegd was om te handhaven. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Assen Bestuursrecht beschikkingsnummer: 256824610 zaaknummer: 11207434 BU VERZ 24-1544 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 27 oktober 2025 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [woonplaats] , gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl. Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990, eenrichtingsverkeer), verricht op 21 maart 2023, om 19:30 uur, aan de Noordersingel te Assen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 169,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 27 oktober 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. Z. Fluitsma. 1.3. Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Beslissing 2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden. Hij oordeelt dat het beroep gedeeltelijk gegrond is door de overschrijding van de redelijke termijn en hij zal een proceskostenvergoeding toekennen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Standpunten 3. Gemachtigde heeft namens betrokkene aangevoerd dat de verbalisant in deze zaak is aangesteld als Buitengewoon Opsporingsambtenaar (boa) “openbare ruimte”. In de Regeling Domeinlijsten Boa leest men omtrent de bevoegdheid van deze boa dat handhaving op het negeren van een C-of D-bord is toegestaan in relatie tot de leefbaarheid, waaronder het tegengaan van overlast door sluipverkeer en het verbeteren van de leefbaarheid oor bepaalde gebieden af te sluiten voor (vracht) auto’s, zoals de zogeheten milieuzones. Uit het Verkeersbesluit blijkt niet dat de leefbaarheid aan instelling van de geslotenverklaring ten grondslag heeft gelegen. 4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat de gedraging kan worden vastgesteld en dat het beroep inhoudelijk ongegrond is. Wel is de redelijke termijn van berechting overschreden, waardoor de boete gematigd moet worden met 25%. Overwegingen Procesverloop 5. De kantonrechter constateert dat onderhavige zaak eerder is behandeld op een zitting op 11 juni 2025 in Assen. Doordat de rechtbank, in tegenstelling tot de vertegenwoordiger, de aanvullende gronden van gemachtigde niet had ontvangen, heeft de kantonrechter de behandeling van de zaak geschorst om de genoemde gronden aan het dossier te laten toevoegen. De aanvullende gronden van 16 september 2025 maken nu deel uit van het procesdossier van de kantonrechter. De gedraging 6. In Wahv zaken biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. 6.1 In het aanvullend proces-verbaal van 20 april 2023 verklaart de betrokken verbalisant op ambtsbelofte dat hij het voertuig van betrokkene zag rijden ter hoogte van de Brinkstraat. Hij zag dat dit voertuig vanuit de Brinkraat rechtsaf ging en daardoor de Noordersingel opreed. De verbalisant verklaart dat hij zag dat de bestuurder hierdoor drie borden negeerde, namelijk een C4 bord, een C2 bord en een D5 bord. De verbalisant zag dat de borden ten tijde van de gedraging duidelijk zichtbaar aanwezig waren. Omdat het voertuig van hen vandaan reed, zag de verbalisant geen mogelijkheid om het voertuig een stopteken te geven door middel van handsignalen, tevens hadden zij niet de beschikking over een voertuig met stoptransparanten. De verbalisant verklaart dat er buiten zijn bevinden om geen stukken of schouwrapporten zijn waaruit dit blijkt en dat er voor zover bekend geen meldingen zijn gedaan van vernielde, bekladde of verdwenen bebording. De verbalisant verklaart tot slot dat er, gezien de snelheid van de gedraging, geen mogelijkheid is geweest om een fotografische opname te maken. 6.2 In hetgeen door gemachtigde namens betrokkene is aangevoerd, ziet de kantonrechter onvoldoende aanleiding te twijfelen aan de om ambtsbelofte afgelegde verklaring van de verbalisant. Het enkele verweer dat niet duidelijk is of de verbalisant bevoegd was onderhavige boete op te leggen, is daartoe onvoldoende en volgt de kantonrechter ook niet. Hiertoe overweegt hij verder dat uit de Update Algemeen proces-verbaal van 4 september 2023 van de gemeente Assen blijkt dat met dit verkeersbesluit duidelijkheid wordt gegarandeerd van het regime van het voetgangersgebied voor snor- en bromfietsers. Het beleid is om de hinder van snorfietsen en bromfietsen in het voetgangersgebied te verminderen. De geslotenverklaring is dus mede ingesteld om overlast en hinder te voorkomen en om het centrumgebied beter leefbaar te maken. Gelet op het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 mei 2021 is de instelling gerelateerd aan de openbare orde, zodat kan worden vastgesteld dat de verbalisant in kwestie bevoegd was om te handhaven. De kantonrechter is van oordeel dat de gedraging voldoende kan worden vastgesteld en acht de boete terecht opgelegd. Redelijke termijn van berechting 7. In deze zaak is meer dan twee jaar verstreken tussen het moment waarop betrokkene kon verwachten dat hij een boete zou krijgen en deze uitspraak. De kantonrechter zal daarom de boete matigen met 25% . Dit maakt dat hij het boetebedrag zal wijzigen naar € 129,00 (inclusief administratiekosten). Proceskostenvergoeding 8. Over de proceskostenvergoeding overweegt de kantonrechter dat de matiging van het boetebedrag uitsluitend haar grondslag vindt in de overschrijding van de redelijke termijn van berechting. Dit betekent dat alleen de proceskosten gemaakt in de fase waarin de redelijke termijn van berechting is overschreden, voor vergoeding in aanmerking komen. De kantonrechter kent betrokkene dan ook alleen een proceskostenvergoeding toe voor de fase van beroep bij de kantonrechter. 8.1 Ingevolge artikel 1, sub a, juncto artikel 2, eerste lid, sub a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft betrokkene aanspraak op vergoeding voor het indienen van een beroepschrift (één punt). De waarde per punt bedraagt sinds 1 januari 2025 voor het beroep € 907,00.