Rechtspraak Rechtbank Noord-Nederland 2025-11-12
ECLI:NL:RBNNE:2025:5804
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Assen Bestuursrecht beschikkingsnummer: 260210772 zaaknummer: 11453363 BU VERZ 24-3035 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 12 november 2025 in de zaak van [betrokkene] (hierna: betrokkene), die woont in [woonplaats] , gemachtigde: mr. M. Lagas, Appjection B.V. Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De overtreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘voor het motorrijtuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs geldigheid verloren’, verricht op 14 augustus 2023, om 17:00, volgens de RDW Veendam (registercontrole), met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 169,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 12 november 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: de vertegenwoordiger van de officier van justitie, mr. P. Veenstra. 1.3. Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Beslissing 2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gedeeltelijk gegrond is en zal de boete matigen met 25%. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Standpunten 3. Gemachtigde heeft het administratief beroepschrift bijgevoegd. Hierin voert betrokkene aan dat de auto is overgedragen aan de garage, die de auto zou afmelden. De garage heeft dit echter veel te laat gedaan. Gemachtigde doet beroep op artikel 8 sub c Wahv. In dit geval is sprake van een vrijwaringsbewijs. Daarnaast stelt gemachtigde dat de omstandigheden van het geval het opleggen van een boete niet rechtvaardigen, omdat het voertuig ten tijde van de registercontrole bij de garage stond. Gemachtigde herhaalt een deel van deze beroepsgronden in zijn beroepschrift in de kantonfase en heeft een afbeelding van het vrijwaringsbewijs bijgevoegd. Het voertuig stond bij de garage waar het zou worden verkocht. Gemachtigde stelt dat het voertuig zich, voor het verlopen van de APK, niet meer op de openbare weg bevond. Het vrijwaringsbewijs is van 21 augustus 2023, nog voordat betrokkene de sanctie heeft ontvangen op 23 augustus 2023. Betrokkene was dus niet op de hoogte van de sanctie toen het vrijwaringsbewijs werd opgesteld. 4. De vertegenwoordiger stelt ter zitting dat een kentekenhouder te allen tijde verantwoordelijk is voor de geldigheid van het keuringsbewijs of het laten schorsen van het kenteken. Betrokkene was op de pleegdatum nog kentekenhouder, waardoor hij aansprakelijk was voor de geldigheid van het kentekenbewijs. De omstandigheid dat er met het voertuig niet op de openbare weg is gereden geeft onvoldoende aanleiding om de boete te matigen. Wel verzoekt de vertegenwoordiger de kantonrechter de boete te matigen met 25% en een proceskostenvergoeding voor de kantonfase toe te kennen, vanwege een overschrijding van de redelijke termijn. Overwegingen De verkeersovertreding 5. De kantonrechter overweegt dat de verkeersovertreding kan worden vastgesteld, aangezien het kenteken van het voertuig op de datum waarop de overtreding werd geconstateerd op naam van betrokkene stond, het keuringsbewijs zijn geldigheid had verloren en de geldigheid van de tenaamstelling niet was geschorst. Uit het dossier blijkt dat de vervaldatum van de keuring 13 juni 2023 was. Gemachtigde heeft een vrijwaringsbewijs overgelegd van 21 augustus 2023. Het voertuig stond echter ten tijde van de registercontrole op 14 augustus 2023 nog op naam van betrokkene. De omstandigheid dat betrokkene de boete pas op 23 augustus 2023 heeft ontvangen, doet hier niet aan af. 5.1. De kantonr