Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-12-08
ECLI:NL:RBNNE:2025:5786
Civiel recht
Beschikking
2,031 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBNNE:2025:5786 text/xml public 2026-02-05T16:15:07 2026-01-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2025-12-08 C/18/246180 / FA RK 25-2709 Uitspraak Beschikking NL Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:5786 text/html public 2026-02-05T16:14:09 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2025:5786 Rechtbank Noord-Nederland , 08-12-2025 / C/18/246180 / FA RK 25-2709 Het verzoek van de alimentatieplichtige om de overeengekomen partneralimentatie te wijzigen vanwege gewijzigde omstandigheden, wordt afgewezen. De door de man gestelde wijziging van omstandigheden (het over ongeveer een half jaar, na een afbouw, stoppen met zijn nachtelijke werkzaamheden) heeft zich namelijk nog niet voorgedaan. Daarnaast is niet duidelijk geworden wat het eventueel afbouwen en vervolgens stoppen met de werkzaamheden betekent voor de vraag of de bijdrage (na een daadwerkelijke wijziging van omstandigheden) nog voldoet aan de wettelijke maatstaven. De man is immers ook nog andere werkzaamheden gaan verrichten, maar heeft niet inzichtelijk gemaakt welke inkomsten hij daarmee genereert. Het voorgaande betekent overigens niet dat de man op zijn (pensioengerechtigde) leeftijd nog kan worden verplicht om door te gaan met zijn werkzaamheden. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Privaatrecht Locatie Groningen zaak-/rekestnummer: C/18/246180 / FA RK 25-2709 beschikking van 8 december 2025 in de zaak van [naam man] , wonende te [woonplaats] , hierna ook te noemen de man, advocaat mr. E. Henkelman-de Mooy, kantoorhoudende te Groningen, en [naam vrouw] , wonende te [woonplaats] , hierna ook te noemen de vrouw, advocaat mr. M. Helmantel, kantoorhoudende te Sappemeer. 1 Het procesverloop 1.1. Deze procedure is ingeleid door het verzoekschrift van de man tot wijziging van de door hem te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw, door de rechtbank ontvangen op 28 juli 2025. 1.2. Op 22 september 2025 ontving de rechtbank het verweerschrift van de vrouw. 1.3. Op 31 oktober 2025 ontving de rechtbank een brief met bijlagen van de vrouw. 1.4. Op 7 november 2025 ontving de rechtbank een F9-formulier met bijlagen van de man. De advocaat van de vrouw heeft bezwaar gemaakt tegen het onnodig late tijdstip van indiening van deze stukken. De rechtbank zal deze stukken daarom niet betrekken bij de beoordeling van het geschil. 1.5. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 november 2025. Hierbij zijn verschenen en gehoord partijen, bijgestaan door hun advocaten. 1.6. Na de mondelinge behandeling heeft de rechtbank kennisgenomen van de door de man op 17 november 2025 opnieuw ingediende productie 2, waaruit de datum van ontbinding van het huwelijk blijkt. 1.7. Ten slotte is bepaald dat deze beschikking wordt gegeven. 2 De feiten 2.1. De rechtbank zal bij de beoordeling van het verzoek uitgaan van de volgende feiten die blijken uit de onweersproken gebleven inhoud van de processtukken en de daarop tijdens de mondelinge behandeling gegeven toelichting. 2.2. Partijen zijn op 13 mei 2002 met elkaar gehuwd. Bij beschikking van 17 augustus 2022 is door de rechtbank Amsterdam de echtscheiding uitgesproken. Het huwelijk is vervolgens ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente op 25 augustus 2022. 2.3. Partijen hebben de gevolgen van de echtscheiding geregeld door middel van een convenant. Het convenant is aan de echtscheidingsbeschikking gehecht. 2.4. Het convenant luidt, voor zover in deze procedure relevant: "PARTNERALIMENTATIE Artikel 2 Algemeen 2.1 De man zal gedurende 10 jaar met ingang van 1 - 4 - 2022 maandelijks bij vooruitbetaling voor de 1e van de maand aan de vrouw voldoen een bedrag van € 2460,75 bruto als bijdrage in haar levensonderhoud. Artikel 3 Inkomsten vrouw 3.1 Indien de vrouw inkomsten uit arbeid en/of vermogen geniet, geldt het navolgende: Eigen inkomsten tot een bedrag van € 1.230,35 bruto per maand vormen geen grond voor vermindering van de alimentatie; Eigen inkomsten, voor zover deze € 1.230,35 bruto per maand te boven gaan, komen voor 25 % in mindering op de alimentatie. 3.2 De vrouw zal de hoogte van haar eigen inkomsten aantonen door overlegging van bewijsstukken aan de man, zoals een recente werkgeversverklaring c.q. jaaropgave. (…) Artikel 5 Regeling pensioenverevening Het door de man tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen (het ouderdomspensioen en het bijzonder nabestaandenpensioen/bijzonder partnerpensioen) zal tussen partijen worden verdeeld; partijen werken mee aan melding aan de pensioenuitvoerder(s) en zullen het daartoe bestemde formulier ondertekenen. De man ziet af van het door de vrouw tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen (het ouderdomspensioen/bijzonder partnerpensioen)." 2.5. De man ontvangt AOW en pensioen. Hij werkt meerdere nachten per maand als nachtverpleegkundige bij een cliënt thuis, over wie hij waakt en bij wie hij zo nodig verpleegtechnische handelingen verricht. Die werkzaamheden verricht hij als zzp-er op urenbasis en worden gefinancierd vanuit een PGB via een zorgkantoor. Daarnaast verricht de man af en toe werkzaamheden als medium op beurzen en tijdens workshops/retraites. 2.6. De vrouw werkt niet en ontvangt geen uitkering. Zij leeft van de bijdrage die zij van de man ontvangt. Ondanks dat partijen hebben afgesproken dat het tijdens het huwelijk door de man opgebouwde pensioen zal worden verdeeld en de man de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, ontvangt de vrouw nog geen pensioen: er is namelijk conversie toegepast, zodat de vrouw haar deel van het pensioen dat de man heeft opgebouwd ontvangt vanaf het moment dat zij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. 3 Het geschil 3.1. De man verzoekt de rechtbank om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 17 augustus 2022 te wijzigen, voor zover het de daarin bepaalde partneralimentatie betreft, althans te bepalen dat de man dient bij te dragen in de kosten van levensonderhoud van de vrouw met een bedrag van € 701,00 bruto per maand, II. althans een zodanige bijdrage vast te stellen en met ingang van een zodanige datum als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren. 3.2. De vrouw voert verweer en concludeert tot afwijzing van de verzoeken van de man. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. Vooraf stelt de rechtbank vast dat de man in zijn verzoekschrift weliswaar heeft verzocht om wijziging van de beschikking (en ter zitting heeft gevraagd om vaststelling van een bijdrage in plaats van om wijziging), maar dat de rechtbank het verzoek zal opvatten als een verzoek tot wijziging van de overeenkomst . Aan de beschikking ligt namelijk het convenant ten grondslag. Daarin is een afspraak gemaakt over de door de man te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw. Een vaststelling is daarom ook niet aan de orde. 4.2. De man is ontvankelijk in zijn verzoek, omdat hij heeft gesteld dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden. 4.3. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een wijziging van omstandigheden. Dat heeft tot gevolg dat er geen reden is tot aanpassing van de bijdrage en dat de man de afgesproken bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw moet blijven betalen. 4.4. Een overeenkomst over het betalen van een bijdrage in de kosten van levensonderhoud kan worden gewijzigd als de bijdrage door een wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen (artikel 1:401 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). Volgens de man is de wijziging gelegen in het feit dat hij door zijn leeftijd, 71 jaar, niet veel langer meer in staat is zijn werkzaamheden voor zijn cliënt te verrichten. De werkzaamheden die hij verricht brengen namelijk met zich dat hij 's nachts werkt (wakker moet blijven) en voorafgaand aan en na zijn nachtdienst een afstand van 93 kilometer enkele reis moet rijden. Met name het terugrijden wordt steeds moeilijker.