Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-01-30
ECLI:NL:RBNNE:2025:573
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
1,503 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 260613683
zaaknummer: 11250001 BU VERZ 24-1810
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 30 januari 2025 op het beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), ingediend door
[betrokkene 1]
wonende in [woonplaats]
hierna te noemen: betrokkene.
Zitting hebben
als kantonrechter : mr. P.G. Wijtsma
als griffier : R. de Hoop
Betrokkene is niet op de zitting verschenen. Als vertegenwoordiger van de officier van justitie is verschenen mr. C. de Meer.
De kantonrechter sluit het onderzoek en doet onmiddellijk mondeling uitspraak. Hij overweegt daarbij als volgt.
De verweten gedraging betreft ‘motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij blauwe streep, terwijl dit niet is voorzien van een duidelijk geplaatste parkeerschijf’, verricht op 30 augustus 2023, om 11:38 uur, [pleeglocatie] met een personenauto met kenteken [kenteken] . De opgelegde sanctie bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene betwist de verweten gedraging: hij heeft een ontheffing voor de blauwe zone naast het parkeerterrein, maar die moet tot twee keer toe door de wind zijn weggewaaid vanachter de voorruit. Hij heeft deze ontheffing gekregen omdat hij als inwoner van [woonplaats] afhankelijk is van de veerdienst voor zijn werk aan de wal en als werknemer in de gezondheidszorg buiten de openingstijden van het parkeerterrein bij zijn auto moet komen.
In Wahv-zaken biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders als de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring of als uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.
Uit de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht blijkt dat deze zag dat het voertuig van betrokkene langs een blauwe streep stond geparkeerd binnen een parkeerschijfzone, aangeduid met het bord E10. Achter de voorruit van het voertuig was geen duidelijk zichtbare parkeerschijf aanwezig. De verbalisant verklaart dat hij zag dat er geen geldige ontheffing of invalidenkaart aanwezig was.
Door betrokkene is een foto overgelegd van zijn parkeerontheffing. Betrokkene heeft echter niet aangetoond dat de ontheffing op de bewuste dag daadwerkelijk in het voertuig aanwezig was. De verbalisant heeft geen ontheffing gezien en daarmee is niet voldaan aan de voorschriften. De gedraging kan daarom worden vastgesteld.
Uit pagina drie van de door betrokkene overgelegde ontheffing parkeerschijfzone/blauwe zone op de [locatie] afgegeven door Rijkswaterstaat, volgt dat er door middel van een verklaring van de werkgever aangetoond moet worden dat parkeren ter plaatse nodig is voor het verrichten van werkzaamheden die het publieke belang dienen. Betrokkene heeft een werkgeversverklaring overgelegd waaruit blijkt dat [betrokkene 2] van [huisartsenpraktijk] verklaart dat betrokkene als geregistreerd huisarts bij haar werkzaam is als waarnemend huisarts. Naast zijn werkzaamheden in de huisartsenpraktijk, verricht hij avond- en nachtdiensten voor de Dokterswacht Friesland in de gehele regio Friesland. Daarom wordt in die verklaring het verzoek om de ontheffing gedaan ten behoeve van zijn werkzaamheden in het publieke belang als huisarts in de regio Friesland. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene hiermee voldoende heeft aangetoond dat het ter plaatste parkeren noodzakelijk was voor het verrichten van werkzaamheden die het publieke belang dienen.
Over het verweer dat de ontheffing vanachter de voorruit is weggewaaid, overweegt de kantonrechter dat betrokkene, nu hij niet heeft voldaan aan de voorwaarde dat de ontheffing zichtbaar in het voertuig aanwezig diende te zijn, de gedraging heeft begaan. De sanctie is terecht opgelegd. Met verwijzing naar het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 15 juli 2023, ziet de kantonrechter echter aanleiding om het sanctiebedrag met 50% te matigen tot een bedrag van € 64,00 (inclusief administratiekosten).
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
vernietigt die beslissing;
wijzigt de inleidende beschikking en matigt de sanctie tot € 64,00 (inclusief administratiekosten);
bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
griffier, kantonrechter,
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Hof Arnhem-Leeuwarden d.d. 15 juni 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:5053.