Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-11-12
ECLI:NL:RBNNE:2025:4831
Civiel recht
Wraking
732 tokens
Dictum
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Wrakingskamer
zaaknummer: C/18/249920 KG RK 25-338
Dictum
van de voorzitter van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker]
wonende te [plaats] ,
verzoeker.
Procesverloop
1.1
Op 12 november 2025 heeft verzoeker een verzoek tot wraking ingediend.
2Het wrakingsverzoek
2.1
In het verzoek tot wraking heeft verzoeker het zaaknummer [nummer]
genoemd. Verzoeker geeft aan dat sprake is van integriteitsschending.
Beoordeling
3.1
Naar het oordeel van de voorzitter van de wrakingskamer is sprake van een kennelijk niet-ontvankelijk verzoek en daarom laat de voorzitter van de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, tweede lid, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank. Hierna legt de voorzitter van de wrakingskamer uit hoe hij tot deze beslissing is gekomen.
3.2
Artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.3
Op grond van artikel 4, tweede lid, aanhef en onder c, van het Wrakingsprotocol Rechtbank Noord-Nederland (vastgesteld op 4 april 2023) kan de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren indien het verzoek niet is gemotiveerd.
3.4
De voorzitter van de wrakingskamer overweegt allereerst dat alleen een rechter die de zaak behandelt kan worden gewraakt. Verzoeker heeft in zijn wrakingsverzoek niet de rechter genoemd die hij wraakt. Daarnaast is naar het oordeel van de voorzitter van de wrakingskamer geen sprake van een gemotiveerd wrakingsverzoek in de zin van de wet. Hiertoe overweegt de voorzitter dat verzoeker in zijn wrakingsverzoek geen feiten of omstandigheden naar voren heeft gebracht waardoor volgens hem de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Gelet hierop verklaart de voorzitter van de wrakingskamer het verzoek tot wraking van verzoeker van 12 november 2025 niet-ontvankelijk.
Dictum
De voorzitter van de wrakingskamer verklaart het verzoek van 12 november 2025 van verzoeker niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. Th. A. Wiersma, voorzitter, in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.I. Havinga en in openbaar uitgesproken op 12 november 2025.
de griffier de voorzitter
(de griffier is verhinderd deze beslissing
mede te ondertekenen)
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.