Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-11-11
ECLI:NL:RBNNE:2025:4723
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
709 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 25/3570
uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 november 2025 in de zaak tussen
[naam 1 uit woonplaats] , verzoeker
(gemachtigde: L.R.J. Folkers ),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.
Beoordeling
2. De voorzieningenrechter treft alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.
3. Namens verzoeker is op 8 oktober 2025 beroep ingesteld in verband met het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van 10 juli 2025 voor verlenging van de aan verzoeker toegekende voorziening individuele begeleiding specialistisch op grond van de Jeugdwet (zaaknummer: LEE 25/3571). Namens verzoeker is hangende dit beroep een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
4. De rechtbank heeft bij uitspraak van heden het beroep in verband met het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van 10 juli 2025 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat het college met een besluit van 22 oktober 2025 alsnog op de aanvraag heeft beslist.
5. Nu de rechtbank het beroep in verband met het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van 10 juli 2025 niet-ontvankelijk heeft verklaard is er geen spoedeisend belang meer om een voorlopige voorziening te treffen hangende dat beroep.
Conclusie
6. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom kennelijk ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van H. Siebers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 11 november 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Artikel 8:81, eerste lid, van de Awb