Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-09-10
ECLI:NL:RBNNE:2025:4712
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,014 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBNNE:2025:4712 text/xml public 2026-03-13T11:05:36 2025-11-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2025-09-10 C/19/143885 / HA ZA 23-68 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Assen Civiel recht Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBNNE:2024:5429 Rechtspraak.nl JERF Actueel 2025/468 JERF 2026/23 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:4712 text/html public 2025-11-20T15:11:13 2025-11-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2025:4712 Rechtbank Noord-Nederland , 10-09-2025 / C/19/143885 / HA ZA 23-68 Legitieme portie nihil vanwege toerekening van giften (art. 4:70 BW) RECHTBANK Noord-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Assen Zaaknummer: C/19/143885 / HA ZA 23-68 Vonnis van 10 september 2025 in de zaak van [eiser] , te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. D. van der Wal, tegen [gedaagde] , te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , advocaat: mr. M. Hoekman-Haan. 1 De verdere procedure 1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 28 augustus 2024; - de akte opgave giften van [gedaagde] met producties 1 tot en met 5; - de akte opgave giften van [eiser] met producties 10 en 11; - de akte uitlating van [eiser] met producties 12 tot en met 14 van 20 november 2024; - de akte uitlating van [gedaagde] van 18 december 2024. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De verdere beoordeling 2.1. Bij de verdere beoordeling van het geschil verwijst de rechtbank naar en neemt over hetgeen in het vonnis van 28 augustus 2024 is overwogen en beslist. In dat vonnis is [gedaagde] veroordeeld tot het verstrekken van diverse documenten aan [eiser] , op straffe van een dwangsom. Daarnaast is aan beide partijen opgedragen om bij ‘Akte opgave giften’ een opgave te doen van alle giften die erflaatster heeft verricht aan haar dochters [gedaagde] en [dochter erflaatster] en aan haar kleindochter-legitimaris [eiser] , dit met uitzondering van de gebruikelijke giften voor zover zij niet bovenmatig waren. [eiser] is opgedragen om zich na de ‘Akte opgave giften’ bij akte uit te laten over de omvang van de legitimaire massa, de legitieme portie en de legitimaire aanspraak van [eiser] . [gedaagde] is opgedragen om daarna op de akte van [eiser] te reageren. 2.2. Beide partijen hebben voornoemde aktes genomen. De legitimaire massa 2.3. Beide partijen zijn het eens over de hoogte van het banksaldo ad € 41.698,00 op de datum van overlijden van erflaatster, te weten 23 februari 2017. Daarnaast bestaat er geen verschil van mening over de waarde van het perceel ad (1/2 x € 46.000,00) € 23.000,00 , de giften ad € 56.935,00 en de schulden ad € 169.242,43 . 2.4. De rechtbank merkt op dat beide partijen de giften aan de kinderen van [gedaagde] meetellen voor de legitimaire massa, óók de giften die langer dan 5 jaar voor het overlijden van erflaatster zijn verricht. Dat laatste is echter niet juist. Giften aan kleinkinderen vallen niet onder artikel 4:67 letter d BW indien deze kleinkinderen geen legitimaris zijn. De kinderen van [gedaagde] zijn geen legitimaris aangezien zij niet uit eigen hoofde of bij wege van plaatsvervulling voor een vooroverleden of onwaardig kind opkomen (artikel 4:63 lid 2 BW). Een kleinkind waarvan de ouder door de wet als erfgenaam wordt geroepen, valt niet onder letter d. Letter e van artikel 4:67 BW is dan van toepassing. Erflaatster is overleden op 23 februari 2017. De giften die erflaatster langer dan vijf jaar voor haar overlijden heeft verricht aan de kinderen van [gedaagde] tellen niet mee voor de legitimaire massa. Het gaat om giften in 2008 (2x € 1.000,00) en in 2011 (2x € 2.000,00). De rechtbank corrigeert het bedrag aan giften voor de legitimaire massa daarom met € 6.000,00 en stelt deze vast op € 50.935,00 . 2.5. Partijen verschillen wel van mening over de waarde van het onroerend goed dat deel uitmaakte van de nalatenschap van erflaatster. Het onroerend goed van erflaatster was voor de helft eigendom van (de erfgenaam van) oom [naam oom] . Erflaatster en oom [naam oom] bezaten naast voornoemd perceel ook een stuk land, een bosperceel en een woning. Volgens [gedaagde] bedraagt de helft van de waarde van het onroerend goed in totaal € 92.173,48 maar volgens [eiser] is dat € 224.413,74. 2.6. Partijen zijn het erover eens dat helft van de waarde van het perceel grond met bosje en pad dat op 14 augustus 2016 is verkocht voor € 7.620,-, dus € 3.810,- , moet worden meegerekend als bezitting van erflaatster. 2.7. Daarnaast zijn zij het erover eens dat de helft van de waarde van de woning, die op 24 augustus 2016 is verkocht, kan worden meegerekend als bezitting van erflaatster. [eiser] stelt dat de woning is verkocht voor € 169.106,96. Zij heeft een afrekening van de notaris overgelegd (productie 14 bij de akte uitlating) waaruit blijkt dat de netto verkoopopbrengst van de woning inderdaad € 169.106,96 bedroeg. [gedaagde] heeft vervolgens in haar akte gesteld dat de netto verkoopopbrengst € 166.686,90 bedroeg. De rechtbank constateert dat [gedaagde] geen stukken heeft overgelegd of een nadere onderbouwing heeft gegeven waaruit blijkt de netto verkoopopbrengst € 166.686,90 bedroeg in plaats van € 169.106,96, zoals uit de afrekening van de notaris blijkt. De rechtbank zal daarom aan de blote stelling van [gedaagde] voorbijgaan en de helft van € 169.106,96, dus € 84.553,48 meerekenen als bezitting van erflaatster. 2.8. Ten aanzien van het stuk land – de transactie van 21 januari 2015 – verschillen partijen van mening. Vast staat dat de helft van de netto verkoopopbrengst ad € 135.406,48 op 22 januari 2015 (dus bij leven van erflaatster) op de bankrekening van erflaatster is gestort. [eiser] stelt dat dit hele bedrag moet worden opgeteld bij de legitimaire massa omdat er ten tijde van het overlijden van erflaatster nog maar € 41.698,- op haar bankrekening stond. Uit de bankafschriften blijkt volgens [eiser] dat er op 6 februari 2015 een bedrag van € 25.925,04 is afgeboekt onder vermelding van ‘hypotheek’ en op 13 februari 2015 is er € 50.000,- overgeboekt naar de privérekening van [gedaagde] . Daarna zijn er regelmatig bedragen van € 5.000,- overgeboekt naar een rekening van oom [naam oom] en voor meubels en autokosten, terwijl erflaatster al jaren geen auto meer reed, aldus [eiser] . [eiser] stelt zich op het standpunt dat zolang een deugdelijke verklaring omtrent de besteding van de verkoopopbrengst ontbreekt, de bedragen bij de boedelbeschrijving dienen te worden opgeteld. [gedaagde] voert aan dat, zo begrijpt de rechtbank, erflaatster heeft ingeteerd op de verkoopopbrengst en dat er ten tijde van haar overlijden nog € 41.698,- over was, zodat de verkoopopbrengst niet bij de legitimaire massa moet worden opgeteld. 2.9. De rechtbank deelt het standpunt van [eiser] niet. Vast staat dat het stuk land ten tijde van het overlijden van erflaatster al geen eigendom meer was van erflaatster en dus niet tot haar nalatenschap behoorde. Misschien is de verkoopopbrengst door erflaatster geheel of gedeeltelijk weggeschonken. Op grond van het bepaalde in artikel 150 Rv rust de stelplicht en bewijslast ten aanzien van de omvang van de legitimaire massa op de legitimaris. Het is daarom aan [eiser] om te stellen, en bij voldoende betwisting te bewijzen, dat de onder r.o. 2.8 vermelde bankafboekingen moeten worden beschouwd als een gift aan [gedaagde] . Onder giften worden verstaan schenkingen en andere handelingen uit vrijgevigheid, zoals de wet definieert in art. 7:186 lid 2 BW. Er moet sprake zijn van een bevoordelingsbedoeling. Het banksaldo van erflaatster is in de periode van 22 januari 2015 tot haar overlijden op 23 februari 2017 afgenomen naar € 41.698,- Dat betekent dat er van de verkoopopbrengst € 93.708,48 is uitgegeven in twee jaren tijd. Een deel van dit bedrag is te verklaren doordat zowel erflaatster als oom [naam oom] op 6 februari 2015 € 25.925,04 onder vermelding van: “hypotheek” hebben overgemaakt naar hun gezamenlijke bankrekening NL45 RABO 0180 7585 51 (vgl. de overgelegde bankafschriften).