Rechtspraak Rechtbank Noord-Nederland 2025-05-27
ECLI:NL:RBNNE:2025:4667
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Assen parketnummer 18/337176-23 Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 27 mei 2025 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1989 te [plaats] , thans gedetineerd en ingeschreven op het adres van de [verblijfplaats] , te weten [adres] . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 13 mei 2025. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.L.P. Fauser, advocaat te Groningen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. G.R. Stoeten. Tenlastelegging Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, laste gelegd dat: 1 hij op of omstreeks 31 juli 2023 te Emmen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2019, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt en een aan zijn, verdachte, zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige was, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten het - een of meermalen de clitoris van die [slachtoffer 1] heeft ingesmeerd en/of rondjes heeft gedraaid met zijn, verdachte(n)s, vinger(s) (blz. 451 van het dossier) en/of - een of meermalen betasten van en/of wrijven met zijn, verdachte(n)s, hand over de vagina en/of de schaamstreek en/of schaamlippen en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] ; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 31 juli 2023 te Emmen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid een aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 2019), heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande uit een of meermalen: - een of meermalen de clitoris van die [slachtoffer 1] heeft ingesmeerd en/of rondjes heeft gedraaid met zijn, verdachte(n)s, vinger(s) (blz. 451 van het dossier) en/of - een of meermalen betasten van en/of wrijven met zijn, verdachte(n)s, hand over de vagina en/of de schaamstreek en/of schaamlippen en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] ; 2 hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 22 februari 2023 tot en met 30 september 2023 te Emmen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid een aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 2019), heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande uit een of meermalen: de hand van die [slachtoffer 1] om zijn, verdachtes, penis gelegd en/of die [slachtoffer 1] zijn, verdachtes, penis en/of lichaam heeft aangeraakt en/of gemasseerd en/of gewreven en bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld en/of andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat het leeftijdsverschil tussen die [slachtoffer 1] en verdachte aanzienlijk was (30 jaar) en/of verdachte een (liefdes)relatie met de oppas, tevens medeverdachte, van die [slachtoffer 1] had en/of verdachten wist en/of gebruik heeft gemaakt van het feit dat die [slachtoffer 1] een kwetsbaar meisje was en/of - zij een (hechte) (vertrouwens)band hadden; 3 hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 20 november 2022 tot en met 14 april 2023 te Emmen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2007, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, bui boortedatum] 2012, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft verdachte (telkens) zijn, verdachtes, vinger(s) in haar vagina gebracht en/of zijn, verdachtes, penis in haar vagina gebracht en/of zijn, verdachtes, penis in haar anus gebracht en/of zijn, verdachtes, penis in haar mond gebracht en/of heeft hij, verdachte, haar aangeraakt/gestreeld/geknepen aan haar billen en/of aan haar vagina; 5 hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 26 juni 2020 tot en met 25 augustus 2023 te Emmen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, 30 afbeeldingen, te weten foto's en video's en gegevensdragers bevattende een afbeelding, te weten een of meer telefoon(s) van het merk Samsung S22 en/of Motorola en/of een HP Probook van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of tot op heden onbekend gebleven minderjarige(n), is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verspreid, aangeboden, openlijk tentoongesteld, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd, verworven, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit: - het met de/een penis, vinger/hand en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een persoon (te weten onder andere [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] ) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandnaam: [bestandsnaam] , beschreven op pagina 161 van het procesdossier) en/of het betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de schaamlippen en/of borsten en/of penis van een (ander) persoon door een persoon (te weten o.a. [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] ) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandnaam: [bestandsnaam] , beschreven op pagina 215 van het procesdossier) en/of - het met de/een vinger/hand en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het eigen geslachtsdeel en/of de eigen billen door een persoon (te weten o.a. [slachtoffer 2] ) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestandnaam: [bestandsnaam] , beschreven op pagina 410 van het procesdossier) en/of - het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon (te weten o.a. [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] ) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's /film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (bestandnaam: [bestandsnaam] , beschreven op pagina 240 van het procesdossier) terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit misdrijf een beroep en/of een gewoonte heeft gemaakt. Beoordeling van het bewijs Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de (primair) ten laste gelegde feiten. Met betrekking tot het onder 3 primair ten laste gelegde feit heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat ook het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 2] wettig en overtuigend bewezen kan worden. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft betoogd d De rechtbank begrijpt evenwel uit de zinsnede dat verdachte de clitoris van die [slachtoffer 1] heeft ingesmeerd en/of rondjes heeft gedraaid met zijn, verdachtes, vingers dat daarmee bedoeld wordt dat verdachte met zijn vingers tussen de schaamlippen is geweest, nu voor het aanraken van de clitoris de natuurlijke lichaamsopening van de grote en kleine schaamlippen moet worden binnengedrongen. Derhalve kunnen de handelingen van verdachte zoals hiervoor omschreven en zoals ten laste gelegd, gekwalificeerd worden als het seksueel binnendringen van het lichaam. Met betrekking tot feit 3 subsidiair De rechtbank acht feit 3 subsidiair wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Deze opgave luidt als volgt: de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 13 mei 2025; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 11 januari 2024, opgenomen op pagina 178 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100- 2023261873 d.d. 8 maart 2024, inhoudend de verklaring van [naam 2] ; 3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 januari 2024, opgenomen op pagina 186 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van [naam 3] m.b.t. het studioverhoor van getuige [slachtoffer 2] . 4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 december 2023, opgenomen op pagina 215 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van [verbalisant 1] ; 5. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 december 2023, opgenomen op pagina 512 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] . Met betrekking tot feit 5 De rechtbank acht feit 5 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Deze opgave luidt als volgt: de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 13 mei 2025; een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 december 2023, opgenomen op pagina 329 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100- 2023261873 d.d. 8 maart 2024, inhoudend het relaas van [verbalisant 1] ; 3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 februari 2024, opgenomen op pagina 410 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van [naam 4] . 4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 februari 2024, opgenomen op pagina 424 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van [naam 4] . 5. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 februari 2024, opgenomen op pagina 426 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van [naam 4] . 6. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 februari 2024, opgenomen op pagina 428 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van [naam 4] . Met betrekking tot feit 4 De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven 1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 28 september 2020, opgenomen op pagina 251 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100- 2023261873 d.d. 8 maart 2024, inhoudend als verklaring van [ moeder slachtoffer 3] : V: Wie is jouw dochter waarvoor je aangifte doet? A: Dat is [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum] 2012 te [plaats] . Ik ben haar biologische moeder En dan, urn, ik denk 5 keer, 6 keer, 9 keer. V: Maar kun je het ook voordoen, hoe dat gaat? A: Ik denk het wel. O: D e getuige staat op. Ze legt haar knuffel in het midden van de praatkamer op de grond, gaat plat op haar buik op de knuffel liggen en schuift haar heupen naar voren en naar achteren over de knuffel. Hierna staat ze weer op. V: Oké. En wie is dit dan? O: Verbalisant [verbalisant 2] wijst naar de knuffel terwijl ze bovenstaande zegt. A: Ikke. V: En wie is dat dan? O: Verbalisant [verbalisant 2] wijst naar de getuige terwijl ze bovenstaande zegt. A: Urn... Papa. V: Dus als ik het goed begrijp, lig jij... A: Op. Op me vaders bed. V: Ik wil nog even over dat zwanger maken hè, want ik wil er graag alles van begrijpen. Jij zegt: “Op me papas bed." En dan is het niet het ene huis, maar het nieuwe huis is het? A: Ja, ja. V: Oké. En waar is dat nieuwe huis? A: Nieuwe huis is ook in [plaats] . A: Papa brengde mij in bed, en papa ging, um, gelijk met mij samen in bed. V: Ja. A: En hij zei: “Ik ga even nog een sigaretje roken, en dan vraag ik jou iets, zwanger maken.” En dan zei ik: “Nee.” V: Oké En dan? Hij vraagt jou iets, gaat sigaretje roken. Vraagt jou iets, zwanger maken, en je zegt 'nee'. En dan? A: Toen ging die dat doen. Toen zei ik: “Ophouden.” A: Toen ging papa me zwanger maken. V: Wat doet papa dan? A: Um, zo, wat ik net voor liet zien. V: Oké. En dan? A: Dan zei ik: “Ik wil slapen.” Dus ik heb mijn knuffel, deze knuffeltje gepakt, en ik ging slapen. En toen was ik nog even wakker. En dan ging die met een vinger bij mijn poes. En dat was alles. V: En hoe vaak is dat zo gebeurd dan? 1 keer of vaker, op deze manier? A: Vaker. A: Papa zei: “Oké.” Dan ging papa naast me liggen. En toen ging ik slapen, en ben ik wakker geworden. En had-ie vinger bij m'n poes gedaan. V: En hoe weetje dan dat-ie dat deed? A: Omdat ik wakker was nog. V: Ja. Maar je sliep toch, zei je? A: Ja, en toen ben ik wakker geworden. En even naar wc gegaan. En toen ben ik weer naar boven. En kon ik even nog niet slapen, dus toen ging papa met een vinger bij mijn poes V: Oké. En hoe weet je dan dat-ie met zijn vinger bij je poes zat? A: Dat voelde ik. V: Dat voelde je. Hé, en waar zat die vinger dan? A: Gewoon in mijn poes. V: En wat is dan in? A: Gewoon, in mn poes. O: De getuige wijst met de rechterhand naar haar kruis terwijl ze bovenstaande zegt. V: En wat bedoel je met in? A: Dit. Helemaal erin. O: De getuige wijst nog steeds met haar rechterhand in haar kruis. Verbalisant [verbalisant 2] kijkt onder de tafel om het gebaar van de getuige te kunnen zien. V: Helemaal erin? A: Ja V: En wat voelde je dan? A: Voelde ik hele tijd kriebelig. V: En jij zegt: “Die vinger bij mijn poes." Waar was die vinger dan, bij je poes? A: Weet ik niet meer. V: Erop, ertegenaan, ernaast, of erin, of anders? A: D'rin. V: Oké. En als die vinger in jouw poes zit, wat doet die vinger dan? A: Hele tijd, urn, zo. O: De getuige beweegt haar linkerwijsvinger op en neer terwijl ze bovenstaande zegt. V: Hele tijd zo. Hoe weet je dat, dat die de hele tijd zo doet? A: Omdat, urn, dat heb ik een keer gezien. V: En waar heb je dat gezien? A: Bij papa thuis. V: En waar zag je dat bij papa thuis? A: Boven, in hem, op een bed. V: Wil je eens, ga eens voor mij tekenen hoe dat bed was, en hoe jij dan in dat bed was? O: De getuige krijgt een vel papier en een stift. O: De getuige tekent. Onderstaande uitleg wordt regelmatig verduidelijkt aan de hand van de tekening. A: Het bed is een matras. V: Een matras. A: Ik weet niet hoe je een matras tekent. V: Is het alleen een matras, of is het ook een bed? A: Gewoon, alleen een matras. Ik weet niet waarom papa alleen maar op een matras slaapt. V: Ja A: Maar papa slaapt alleen op een matras V: Ja, oké. Nou, toe maar. A: En lag ik zo op me rug... Zo! V: Oké. En waar is papa dan? A: Klein beetje te ver, maar dat kan omdat ik niet zo goed kan tekenen. A: Zo. Daar lag papa. V: Oké. Waar is de deur? A: De deur is hier. V: En daar zit de deur. En wat Hij heeft er eerst niet veel over verteld, maar gaf uiteindelijk wel aan dat het waar was . In mei 2021 leerde ik [verdachte] kennen en omstreeks oktober van dat jaar gaf hij het toe. U vraagt mij wat er dan waar was. [verdachte] vertelde mij dat ze seks gehad hadden. Hij vertelde mij dit via de whatsapp. Het begon ermee dat hij mij appte dat hij mij iets eerlijk moest vertellen. Ik heb toen terug geappt: “oh God, wat nou? En toen vertelde/appte hij het. Hij heeft mij volledig verteld wat er gebeurd was. Het begon met voorspel en toen gebeurde het. Ik vind het moeilijk om hierover te verklaren, want het gaat om [verdachte] en ik wil hem niet verlinken. Met “het” bedoel ik dat ze neukten. U houdt mij een whatsappgesprek voor van 26 maart 2022 te 2 1:55 uur (bijlage 1). U vraagt of ik dit gesprek herken. Ja, ik herken het gesprek. Dit gesprek ging over [slachtoffer 3] . Dit is echt gebeurd volgens mij omdat [verdachte] mij dat heeft gezegd. In die tijd waren we ook constant aan het videobellen. Via het videobellen heeft hij mij verteld dat het waar was. Dan hadden we dus “live” contact met elkaar. Ik weet nog dat ik hem gevraagd heb of het echt was. Hij zei: “Ja.” Ik heb los van de whatsappgesprekken ook met [verdachte] gesproken over de seks met [slachtoffer 3] . Ik herinner mij een gesprek bij hem thuis. Ik weet niet hoe we er toen op kwamen, maar ik heb hem weer gevraagd of hij het ook meende. Hij zei dat hij het meende. Hij vertelde wat er was gebeurd, namelijk zoals ik in het begin van mijn verklaring ook heb verteld en zoals ook in de whatsappberichten staat. 4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 december 2023, opgenomen op pagina 331 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 3] : Dit whatsappgesprek wordt gevoerd tussen telefoonnummer [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] . Van het nummer [telefoonnummer 1] verklaarde verdachte [verdachte] dat dit het telefoonnummer is van zijn telefoon. In deze telefoon staat het telefoonnummer [telefoonnummer 2] weggeschreven onder de naam " [nickname] ”. Van dit nummer, [telefoonnummer 2] werd later verklaard door de aangehouden verdachte [medeverdachte] dat dit het telefoonnummer van haar telefoon was. Daarbij is het belangrijk te benoemen dat het Inkomende (I) en Uitgaande (O) tekst betreft. Hierbij hoort het nummer [telefoonnummer 1] bij de (O) uitgaande tekst. Het nummer [telefoonnummer 2] hoort bij de (I) inkomende tekst. Thu 01-12-2022 18:53:30 O: Slipje van [slachtoffer 3] Thu 01-12-2022 19:02:56 I: Oeeehh Thu 01-12-2022 19:04:06 I: Wat dacht je toen je die zag Thu 01-12-2022 19:04:59 O: Die foto heb ik vandaag gemaakt Thu 01-12-2022 19:05:12 I: Jaa dacht ik al Thu 01-12-2022 19:05:17 O: Die heb ik vaak opzij gedaan Thu 01-12-2022 19:05:29 I: Omg echt Thu 01-12-2022 19:05:40 O: Jaaa echt Thu 01-12-2022 19:07:09 I: Wat dacht je toen je die zag Thu 01-12-2022 19:09:31 O: Die heb ik haar vaak uitgetrokken Fri 16-12-2022 23:17:48 O: [slachtoffer 3] vroeg mij of ik haar lekker wilde kriebelen en dat ging ik doen. haar nichtje zag dat Fri 16-12-2022 23:20:10 I: Awhhhh en toen Fri 16-12-2022 23:22:26 O: Ik begon bij haar benen en eindigde bij haar kutje 5. Een schriftelijk bescheid, te weten een Excel-bestand opgenomen in het dossier als bijlage AH-030- 04 WhatsApp, bevattende Whatsappgesprekken tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] , voor zover inhoudend: 5. Regel 37867, [telefoonnummer 3] : Wie mag ik van jou nog meer zwanger maken (27-3-2022 15:10:19(UTC+0). 6. Regel 37868, [telefoonnummer 2] : nu moet jij weer 1 kiezen (27-3-2022 15:12:08(UTC+0) 7. Regel 37875, [telefoonnummer 3] : Jouw [slachtoffer 3] (27-3-2022 15:19:20(UTC+0) Bewijsoverweging met betrekking tot feit 4 Bij de beoordeling van het bewijs stelt de rechtbank voorop dat, zoals vaak het geval is bij seksuele misdrijven, slechts twee personen aanwezig waren bij de ten laste gelegde seksuele handelingen: het vermeende slachtof Zij heeft consequent en gedetailleerd verklaard over de seksuele handelingen en heeft specifieke zaken benoemd die niet gebruikelijk zijn voor een achtjarig kind om te weten. Dat [slachtoffer 3] op sommige vragen tijdens het studioverhoor minder stellig antwoordt, bepaalde handelingen niet duidelijk kan omschrijven of gebeurtenissen niet exact in tijd weet te plaatsen, doet naar het oordeel van de rechtbank niet af aan de betrouwbaarheid van haar verklaring. Daartoe neemt de rechtbank vooral de jonge leeftijd van [slachtoffer 3] ten tijde van het misbruik in aanmerking. Daarnaast speelt de feilbaarheid van het menselijk geheugen, zeker op die leeftijd veroorzaakt door emoties dan wel veroorzaakt door het delict of tijdsverloop, ook een rol. De door de moeder van [slachtoffer 3] getoonde seksfilm aan [slachtoffer 3] maakt de verklaring van [slachtoffer 3] evenmin onbetrouwbaar. Daartoe neemt de rechtbank in aanmerking dat de moeder van [slachtoffer 3] de seksfilm pas aan [slachtoffer 3] toonde nadat [slachtoffer 3] al uit geheel eigen beweging was gaan verklaren over het misbruik en ook al voor het tonen van de seksfilm voordeed hoe het zwanger maken ging. Dat [slachtoffer 3] niet beïnvloed is door de getoonde seksfilm blijkt naar het oordeel van de rechtbank bovendien uit het feit dat [slachtoffer 3] na het tonen van de seksfilm aangeeft dat dat niet is gebeurd. Nu de rechtbank de verklaring van [slachtoffer 3] betrouwbaar acht, dient de rechtbank te beoordelen of die verklaring voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen. Steunbewijs Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer 3] in de eerste plaats wordt ondersteund door de chatgesprekken tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] . Uit die chatgesprekken blijkt duidelijk dat verdachte vergaande seksuele gevoelens had voor zijn dochter. Een aantal van die chats sluit bovendien aan bij de seksuele handelingen waar [slachtoffer 3] over heeft verklaard. Zo geeft verdachte in die chatgesprekken aan dat hij het slipje van [slachtoffer 3] vaak opzij heeft gedaan en heeft uitgetrokken. Daarnaast komt de verklaring van [slachtoffer 3] dat haar vader haar zwanger ging maken, overeen met de in de chatgesprekken door verdachte geuite wens om zijn dochter zwanger te maken. Verder wordt de verklaring van [slachtoffer 3] ondersteund door de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] afgelegd bij de rechter-commissaris op 8 mei 2024. Uit voornoemde verklaring blijkt dat verdachte meerdere keren, op verschillende momenten, aan [medeverdachte] heeft verteld dat er daadwerkelijk seksuele handelingen hebben plaatsgevonden tussen hem en [slachtoffer 3] . De verklaring van de medeverdachte ondersteunt de verklaring van [slachtoffer 3] in die zin dat er daadwerkelijk seksueel contact is geweest. Dat die verklaring wat betreft de specifieke seksuele handelingen niet geheel overeenkomt met de verklaringen van [slachtoffer 3] , doet daar het oordeel van de rechtbank niet aan af. Hoewel de rechtbank begrijpt dat een deel van de (chat)gesprekken tussen verdachte en [medeverdachte] de seksuele fantasieën van verdachte (en [medeverdachte] ) betreffen, betekent dat naar het oordeel van de rechtbank echter niet dat het ook altijd alleen bij fantaseren is gebleven, zoals door verdachte wordt gesteld. De rechtbank wordt in haar oordeel gesterkt door het feit dat verdachte blijkens de chatgesprekken ook veelvuldig fantaseerde over andere kinderen, waaronder [slachtoffer 1] , waarvan verdachte bekend heeft met haar seksuele handelingen te hebben verricht. Verdachte was derhalve in staat om daadwerkelijk te handelen naar zijn seksuele fantasieën. Conclusie Gelet op de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang beschouwd, acht de rechtbank zowel wettig als overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het seksueel binnendringen van het lichaam van zijn dochter [slachtoffer 3] door zijn vinger in haar vagina te b [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] ) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, en - het met een vinger/hand betasten en aanraken van het eigen geslachtsdeel door een persoon (te weten o.a. [slachtoffer 2] ) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en - het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door een persoon (te weten o.a. [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] ) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij de uitsnede van de foto's /film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit misdrijf een beroep en/of een gewoonte heeft gemaakt. Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op: primair met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen feitelijke aanranding van de eerbaarheid, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd subsidiair met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd primair met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd een afbeelding en gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, vervaardigen, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. Strafbaarheid van verdachte De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken. Strafmotivering Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast vordert de officier van justitie dat aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: TBS) met voorwaarden wordt opgelegd zoals geadviseerd door zowel de psycholoog als de psychiater en onder de voorwaarden zoals geformuleerd door de reclassering in het maatregelrapport d.d. 9 mei 2025. Voorts vordert de officier van justitie de dadelijke uitvoerbaarheid van de TBS met voorwaarden. Daarnaast stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat aan verdachte de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (hierna: GVM) moet worden opgelegd alsmede een contact- en locatieverbod op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) zoals door het slachtoffer [slachtoffer 2] verzocht. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw he Al het voornoemde rekent de rechtbank verdachte zeer zwaar aan. Door dit seksueel misbruik heeft verdachte een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers en hun normale en gezonde seksuele ontwikkeling ernstig verstoord. De ervaring leert dat dergelijke gebeurtenissen voor (heel) jonge slachtoffers langdurige en ernstige psychische gevolgen kunnen hebben. Dat verdachte met zijn handelen de slachtoffers en hun familie ernstig leed heeft veroorzaakt, blijkt onder andere uit de slachtofferverklaringen die ter terechtzitting zijn voorgedragen. Verdachte heeft zich geen moment om het welzijn van de slachtoffers bekommerd en heeft zich telkens alleen maar laten leiden door bevrediging van zijn eigen lustgevoelens. Verdachte heeft de jonge kinderen niet alleen seksueel misbruikt, maar daarvan ook beeldmateriaal vervaardigd, verspreid naar de medeverdachte, en in bezit gehad. Dat het op deze wijze vervaardigen van kinderpornografisch materiaal een ernstig strafbaar feit oplevert, behoeft, mede gelet op hetgeen hiervoor reeds met betrekking tot het seksueel misbruik is overwogen, geen nadere motivering. De rechtbank merkt nog op dat gedachten vrij zijn; fantasieën kunnen niet betrokken worden in de strafwaardigheid van handelen. De rechtbank kan echter niet anders dan benoemen dat de zeer grove en gewelddadige fantasieën over zeer jonge kinderen die veelvuldig gedeeld werden tussen verdachte en medeverdachte in het licht van de bewezenverklaring uiterst zorgelijk en verontrustend moeten worden geacht. Psychiatrisch en psychologisch onderzoek De rechtbank heeft bij de strafoplegging ook gelet op de inhoud van de het psychologisch Pro Justitia rapport d.d. 28 april 2024, opgemaakt door D.R. van der Velden, en het psychiatrisch Pro Justitia rapport d.d. 18 februari 2025, opgemaakt door J.C. Laheij. Uit voornoemde rapportages blijkt zakelijke weergegeven- het volgende. Bij verdachte is sprake van een matig verstandelijke beperking, een jongkinderlijk sociaal en emotioneel niveau, hechtingsproblematiek en een andere gespecificeerde parafiele stoornis. Van voornoemde stoornissen was sprake ten tijde van de ten laste gelegde feiten. Volgens zowel de psycholoog als de psychiater hebben die stoornissen de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte beïnvloed ten tijde van de ten laste gelegde feiten. Zo geeft de psychiater aan dat verdachte vanuit zijn parafiele stoornis een diffuse seksuele identiteit heeft en in toenemende mate een seksuele belangstelling voor kinderen kreeg. In deze fantasieën werd hij niet begrensd en mogelijk wel bekrachtigd en versterkt door de interactie met zijn partner. Verdachte kan geen weerstand bieden aan deze primaire gevoelsbeleving, passend bij zijn verstandelijke beperking en kinderlijk sociaal en emotioneel functioneren, aldus de psycholoog. Het initieel handelen van verdachte wordt - bij alle ten laste gelegde feiten - gekleurd door ongecorrigeerde scripts met een ernstig tekort aan voeling met de ernst van het ten laste gelegde en realiteitstoetsing (inschattingsvermogen). Primitief en lustgedreven handelen in het ten laste gelegde overheerst en verdachte mist adequate zelfsturing en - controle (sturingsvermogen). Verdachte werd door zijn parafilie gedreven naar seks met kinderen en had vanuit de beperkingen van zijn verstandelijke ontwikkelingsstoornis minder mogelijkheden om zichzelf te begrenzen in zijn behoeftes. Gelet op het voornoemde adviseren de psychiater en de psycholoog om de ten laste gelegde feiten in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. Nu verdachte het misbruik van zijn dochter stelling ontkent, is er geen zicht gekomen op de doorwerking van de stoornissen met betrekking tot dat feit. De psychiater merkt met betrekking tot het misbruik van [slachtoffer 3] op dat, hoewel er geen delictscenario opgesteld kan worden, zijn handelen hoogstwaarschijnlijk ook gezien moet worden in het licht van de dynamiek zoals voorgaand beschreven. Toere Zoals blijkt uit de hiervoor besproken rapportages van de psycholoog en psychiater bestond bij verdachte tijdens het begaan van het bewezenverklaarde feit een gebrekkige ontwikkeling dan wel ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Zo blijkt uit de rapportages van de gedragsdeskundigen dat er bij verdachte onder andere sprake is van een verstandelijke beperking, een jongkinderlijk sociaal en emotioneel niveau, hechtingsproblematiek en een andere gespecificeerde parafiele stoornis. Gelet op de vastgestelde complexe problematiek van verdachte en een matig-hoog risico op recidive, is er sprake van gevaar voor veiligheid van personen. De deskundigen achten een langdurige forensisch klinische behandeling noodzakelijk om de kans op delictgedrag duurzaam te verlagen. Voorts betreft het bewezenverklaarde feit een misdrijf zoals omschreven in artikel 37a lid 1 onder 2 Sr. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat wordt voldaan aan de eisen voor het opleggen van de maatregel TBS. Gelet op de adviezen van de psycholoog en psychiater alsmede het advies van de reclassering is een TBS met voorwaarden naar het oordeel van de rechtbank het passende kader. De rechtbank zal deze maatregel dan ook aan verdachte opleggen. De rechtbank verbindt daaraan de voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd, met uitzondering van het locatieverbod voor [plaats] nu de rechtbank daartoe geen aanleiding ziet en voor verdachte de mogelijkheid open wil houden om op den duur zijn familie te bezoeken. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank, gelet op de duur van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf, geen aanleiding om de TBS met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren. De maatregel van TBS met voorwaarden wordt opgelegd voor een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zodat, in het geval alsnog een bevel tot verpleging van overheidswege wordt gegeven, de totale duur van de terbeschikkingstelling niet gemaximeerd is. Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel Naast de TBS met voorwaarden adviseren de psycholoog en psychiater om aan verdachte een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen. De gedragsdeskundigen onderschrijven dat met oplegging van die maatregel verdachte, na ommekomst van de maatregel TBS, in een forensisch kader kan worden ondersteund, begeleid en gemonitord door de reclassering. Dit aanvullende kader biedt samen met de geadviseerde TBS met voorwaarden een ruimer forensisch vangnet richting resocialisatie en is passend gelet op de complexe en chronische stoornissen van verdachte. Verwacht wordt namelijk dat deze stoornissen ook na het beëindigen van een TBS maatregel nog aanwezig zullen zijn. Veroordeelde zal in de toekomst voor beschermende factoren voornamelijk zijn aangewezen op externe factoren zoals toezicht en hulpverlening. Ook de reclassering onderschrijft de conclusies van de gedragsdeskundigen om een GVM op te leggen. De rechtbank is, gelet op het vorengaande, van oordeel dat het noodzakelijk is om aan verdachte naast de TBS met voorwaarden een GVM als bedoeld in artikel 38z Sr op te leggen. Hiermee wordt de mogelijkheid gecreëerd om de verdachte ook na de TBS met voorwaarden, ondersteuning en begeleiding te bieden en verdachte onder toezicht te stellen. Op die manier wordt het risico op herhaling geminimaliseerd. Voorts wordt aan de wettelijke vereisten voor oplegging van de maatregel voldaan nu de rechtbank tevens de terbeschikkingstelling van verdachte gelast. In hoeverre en op welke wijze invulling aan de GVM moet worden gegeven is aan de officier van justitie die na ommekomst van de vrijheidsstraf en de TBS een vordering tot tenuitvoerlegging van bedoelde maatregel kan indienen bij de rechtbank. Contact- en locatieverbod Namens het slachtoffer [slachtoffer 2] is verzocht een contact- en locatieverbod op te leggen de vorm van een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v Sr. Naar het oordeel van de rechtbank is wel voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij als gevolg van de onder 1 primair, onder 2 bewezen en onder 5 bewezen verklaarde strafbare feiten immateriële schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van voornoemde bewezen verklaarde feiten. De rechtbank overweegt hiertoe dat sprake is van een normschending door verdachte die naar haar aard ernstig is te noemen en die zeer ernstige gevolgen heeft gehad voor de geestelijke gezondheid van de benadeelde partij. Gelet op het voornoemde neemt de rechtbank aan dat sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze, zoals bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek. Op grond hiervan heeft de benadeelde partij aanspraak op immateriële schadevergoeding. Bij het bepalen van de hoogte van het te vergoeden bedrag aan immateriële schadevergoeding heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde, de tot nu toe bekende gevolgen ervan voor de benadeelde partij en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te kennen. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank toekenning van het gevorderde bedrag van 13.000,00 billijk. De rechtbank zal de vordering toewijzen tot voornoemd bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 september 2023. De rechtbank stelt vast dat verdachte de strafbare feiten samen met een ander heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachte deze al heeft betaald, en andersom. Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Vordering [slachtoffer 2] De rechtbank overweegt ten aanzien van de materiële kosten het volgende. De opgevoerde reiskosten voor de afspraken bij de politie in verband met de aangifte en het verhoor alsmede de reiskosten naar het adres van de benadeelde zijn niet aan te merken als schade die rechtstreeks is geleden door het strafbare feit zoals bedoeld in artikel 51f, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten zijn evenmin toewijsbaar als proceskosten op basis van de civielrechtelijke proceskostenregeling. De opgevoerde materiële kosten, bestaande uit reiskosten, worden daarom afgewezen. De rechtbank overweegt ten aanzien van de immateriële kosten het volgende. Naar het oordeel van de rechtbank is wel voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij als gevolg van de onder 3 subsidiair en onder 5 bewezen verklaarde strafbare feiten immateriële schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. De rechtbank overweegt hiertoe dat sprake is van een normschending door verdachte die naar haar aard ernstig is te noemen en die zeer ernstige gevolgen heeft gehad voor de geestelijke gezondheid van de benadeelde partij. Gelet op het voornoemde neemt de rechtbank aan dat sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze, zoals bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek. Op grond hiervan heeft de benadeelde partij aanspraak op immateriële schadevergoeding. Bij het bepalen van de hoogte van het te vergoeden bedrag aan immateriële schadevergoeding heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde, de tot nu toe bekende gevolgen ervan voor de benadeelde partij en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te kennen. Tevens heeft de rechtbank bij het bepalen van de hoogte van het bedrag in aanmerk Veroordeelde werkt mee aan een time-out in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) als de reclassering dat nodig vindt en veroordeelde daarmee instemt . Deze time-out duurt totdat de reclassering of veroordeelde deze beëindigt, maar maximaal 7 weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal 7 weken, tot maximaal 14 weken per jaar. 5. Veroordeelde gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering. 6. Veroordeelde laat zich opnemen in FPK Trajectum of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname start aansluitend aan detentie. De opname duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing. 7. Veroordeelde laat zich behandelen door een nader te bepalen ambulante behandelinstelling, te bepalen door de reclassering. De behandeling start aansluitend aan de klinische behandeling. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. 8. Veroordeelde verblijft in een nader te bepalen instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start aansluitend aan de klinische behandeling. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld. 9. Veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. 10. Veroordeelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden. 11. Veroordeelde zoekt op geen enkele wijze contact met minderjarigen. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt veroordeelde dat hierbij, een door de reclassering te bepalen, volwassene aanwezig is. 12. Veroordeelde: 13. vermijdt digitale omgevingen waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal; 14. vermijdt digitale omgevingen waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd; 15. maakt geen gebruik van virtuele machines, versleutelprogrammas (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken); 16. geeft inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder a en b zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd. Het toezicht op de naleving van de onderdelen a. tot en met c. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de veroordeelde in gebruik heeft. De veroordeelde werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de veroordeelde in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de veroordeelde de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en