Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-10-28
ECLI:NL:RBNNE:2025:4495
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,028 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 263668578
zaaknummer: 11571037 BU VERZ 25-452
uitspraak van de kantonrechter van 28 oktober 2025
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: Meesterboete.nl.
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R397I – ‘parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig’, verricht op 28 december 2023, om 10:19 uur, op de Gedempte Keizersgracht in Leeuwarden. De opgelegde boete bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 14 oktober 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was als vertegenwoordigster van de officier van justitie aanwezig mr. P.A. Veenstra. Betrokkene en de gemachtigde zijn niet verschenen.
Beoordeling
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is en zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
3. Betrokkene zegt in de veronderstelling te zijn geweest dat de vergunning geldig was voor de parkeerplaatsen waar een bord stond dat zei “parkeren voor vergunninghouders” in de voor haar beschikbare zone. Ze heeft zich daarin vergist en hoopt op kwijtschelding van de boete. De gemachtigde voert aan dat het bewijs “rond” had moeten zijn in de fase van administratief beroep en dat door het inbrengen van stukken door de officier van justitie in de fase bij de kantonrechter, dit niet het geval is geweest. Er wordt verzocht om proceskostenvergoeding.
4. De vertegenwoordigster stelt dat de verkeersovertreding kan worden vastgesteld en verzoekt om ongegrondverklaring van het beroep.
5. De kantonrechter overweegt dat betrokkene zelf aangeeft dat zij niet over de juiste vergunning beschikte. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan.
6. Er zijn geen feiten en omstandigheden aangevoerd die kunnen leiden tot aanpassing van de boete. Dit betekent dat de kantonrechter het beroep ongegrond zal verklaren.
7. Het verzoek om proceskostenvergoeding zal dan ook worden afgewezen en de gronden over de herwaardering van de proceskostenvergoeding zullen worden gepasseerd.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.F. Bruinenberg, kantonrechter, in aanwezigheid van D.W. Veenstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025.
griffier kantonrechter
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.