Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-06-02
ECLI:NL:RBNNE:2025:4136
Strafrecht; Materieel strafrecht
Raadkamer
2,139 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Assen
parketnummer : 82-292279-22
raadkamernummers : 24-015689 en 24-015690
datum : 02 juni 2025
Dictum
[verzoeker] B.V.,
vertegenwoordigd door [eigenaar] , geboren op [geboortedatum] 1964, gevestigd aan [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: de verzoeker.
Feiten
De verzoeker is op 8 april 2024 door de economische politierechter in deze rechtbank vrijgesproken. Dit vonnis is onherroepelijk geworden.
Procedure
Het verzoekschrift is op 24 juni 2024 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op 16 oktober 2024 zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De verzoeker heeft op 5 juli 2024 en op 9 januari 2025 zijn verzoekschrift nader toegelicht en aangevuld.
De rechtbank heeft op 02 juni 2025 het verzoekschrift in openbare raadkamer behandeld. De rechtbank heeft de verzoeker en de officier van justitie op zitting gehoord.
Verzoek
Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding van:
de kosten van [bestuurder bedrijf 1] (namens [bedrijf 1] B.V.; factuurnummer 2024-1) voor advieswerkzaamheden verricht in de strafzaak met het hiervoor genoemde parketnummer tot een bedrag van 8.191,70 (incl. BTW);
de kosten van onderzoek en overleg van [eigenaar] (namens [verzoeker] B.V.; factuurnummer 1) in de strafzaak met het hiervoor genoemde parketnummer tot een bedrag van 2.323,20 (incl. BTW);
de kosten van onderzoek door [naam] (namens [bedrijf 2] te Zwolle; factuurnummer 2024-03-01) in de strafzaak met het hiervoor genoemde parketnummer tot een bedrag van
13.860,00.
Verzoeker heeft bij aanvullend verzoekschrift van 16 januari 2025 het verzoek tot vergoeding van de door [bedrijf 2] te Zwolle gefactureerde kosten ingetrokken.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie verzet zich tegen het toekennen van de gevraagde vergoeding.
Het verzoek werpt teveel vragen op en is onvoldoende onderbouwd met verifieerbare stukken. De officier van justitie stelt zich primair op het standpunt dat het verzoek integraal dient te worden afgewezen.
Subsidiair dient een eventueel toe te kennen schadevergoeding aanzienlijk te worden gematigd.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd en het verzoek is tijdig ingediend.
Het verzoek ex artikel 530 lid 2 Sv
Indien de zaak tegen een verdachte eindigt zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht kan op verzoek van de gewezen verdachte op grond van artikel 530 lid 2 Sv, aan hem, uit s Rijks kas een vergoeding worden toegekend
voor de schade, die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede in de kosten van een raadsman.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534 Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
De verzoeker is op 8 april 2024 door de economische politierechter van deze rechtbank vrijgesproken in de zaak met parketnummer 82-292279-22 inzake het (mede)plegen van valsheid in geschrifte en overtreding van de Meststoffenwet. De strafzaak is daarmee geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a Wetboek van Strafrecht.
De thans door verzoeker verzochte vergoeding ziet op vergoeding van kosten die [bestuurder bedrijf 1] (namens [bedrijf 1] B.V.; factuurnummer 2024-1) heeft verricht in het kader van de strafzaak met parketnummer 82-292279-22 en op vergoeding van kosten die verzoeker zelf in het kader van die strafzaak heeft gemaakt.
De kosten van [bedrijf 1] B.V. zien op
advieswerkzaamheden vanaf 2017 tot 2024 (24 uren à 125,- = 3.000,-)
opstellen verweer rechtbank voor de zitting van 8 april 2024 (8 uren à 125,- = 1.000,-)
inhuren deskundige mest/mineralen (5 uren à 145,- = 1.450,-)
bijwonen van de zitting op 8 april 2024 (4 uren à 125,- = 500,-)
getuige [getuige] oproepen voor de zitting van 8 april 2024 (4 uren à 145,- = 580,-)
kilometer vergoeding ( 240,-).
De kosten van verzoeker zien op
onderzoekskosten en overleg ( 1.500,00)
bijwonen van de zitting op 8 april 2024 (4 uren à 75,00 = 300)
kilometer vergoeding ( 120,00).
De rechtbank overweegt ten aanzien van de verzochte schadevergoeding het volgende.
Het verzoek is ingediend namens [verzoeker] B.V. De eigenaar van dit bedrijf is
de heer [eigenaar] , verzoeker. [eigenaar] is (samen met zijn zoon [bestuurder bedrijf 1] ) tevens bestuurder van [bedrijf 1] B.V.
De factuur van [bedrijf 1] B.V.
De factuur van [bedrijf 1] B.V., gedateerd op 15 april 2024, ziet op werkzaamheden uitgevoerd van 30 december 2016 tot en met 8 april 2024. Voor zover werkzaamheden voor vergoeding in aanmerking komen, kunnen alleen die werkzaamheden worden vergoed die zien op parketnummer 82-292279-22. De overgelegde factuur is niet nader gespecificeerd of onderbouwd met objectieve verifieerbare stukken. De rechtbank kan hierdoor niet beoordelen of en in hoeverre de in de factuur genoemde kosten voor vergoeding in aanmerking komen.
De factuur van [verzoeker] B.V.
Deze factuur, eveneens gedateerd op 15 april 2024, is ingediend door verzoeker zelf.
Hoewel ook deze factuur niet nader is gespecificeerd of onderbouwd acht de rechtbank acht het redelijk en billijk dat de kosten voor onderzoek en overleg die verzoeker in het kader van de strafzaak stelt te hebben gemaakt worden toegewezen.
De kosten van tijdsverzuim voor het bijwonen van de zitting van 8 april 2024 - te weten 2 uren - kunnen ook worden toegewezen. Verzoeker heeft in raadkamer aangegeven dat hij 4 uren heeft opgevoerd omdat hij - uit eigener beweging - een getuige ( [getuige] ) had meegenomen naar de zitting. Deze [getuige] is echter niet als getuige gehoord. Gelet hierop komen de kosten van tijdsverzuim van [getuige] niet voor vergoeding in aanmerking.
Op grond hiervan zal de rechtbank een vergoeding toekennen voor:
onderzoekskosten en overleg: 1.500,-, vermeerderd met de BTW over dat bedrag, te weten 346,50;
kosten van tijdsverzuim verzoeker voor het bijwonen van de zitting van 8 april 2024, te weten (2 uren à 75,- =) 150,-.
Totaal: 1.996,50.
Voor het overige wordt het verzoek afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Dictum
De rechtbank kent aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van 1.996,50 (zegge: negentienhonderdzesennegentig euro en vijftig eurocent).
Wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.S. Venema-Dietvorst, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.D. Vermeer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2025.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de officier van justitie binnen veertien dagen daarna en voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.
BEVELSCHRIFT VAN TENUITVOERLEGGING
De rechter beveelt de tenuitvoerlegging van vorenstaande beslissing als de zaak onherroepelijk is en de betaling ten laste van s Rijks kas door de griffier van deze rechtbank van een bedrag van:
1.996,50 (zegge: negentienhonderdzesennegentig euro en vijftig eurocent), ten gunste van verzoeker, door overmaking van voornoemd bedrag op rekeningnummer
[bankrekeningnummer] , ten name van [verzoeker] B.V.