Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-08-06
ECLI:NL:RBNNE:2025:4100
Civiel recht
Bodemzaak
718 tokens
Inleiding
rolbeslissing
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaaknummer / rolnummer: C/17/191007 HA ZA 23-180
Rolbeslissing van 6 augustus 2025
in de zaak van
[A] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [A] ,
advocaat: mr. B.Z. Loonstein,
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
RISEPOINT LIMITED (voorheen: Trannel International Limited),
te Sliema, Malta,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Risepoint,
advocaat: mr. T. Novakovski en mr. I.E.M. Verheijen.
Partijen zullen hierna [A] en Risepoint genoemd worden.
Procesverloop
1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding
de conclusie van antwoord
de conclusie van repliek
de conclusie van dupliek
de rolbeslissing van 18 juni 2025 waarin een mondelinge behandeling is gelast
de akte overlegging productie ten behoeve van de mondelinge behandeling van de zijde van Risepoint (producties 31 tot en met 44)
akte overlegging productie (productie 34) van de zijde van [A]
de mondelinge behandeling van 9 juli 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
een e-mail van mr. Novakovski van 23 juli 2025
een e-mail van mr. Loonstein van 23 juli 2025.
Beoordeling
2.1.
Risepoint heeft de rechtbank ter gelegenheid van de mondelinge behandeling (weer) verzocht om de zaak aan te houden in afwachting van de beantwoording door de Hoge Raad van de prejudiciële vragen die zijn voorgelegd door de rechtbank Amsterdam en Noord-Holland. [A] heeft tegen dit aanhoudingsverzoek bezwaar gemaakt.
2.2.
Gelet op de huidige stand van het debat, zoals dat ook is gevoerd ter gelegenheid van de mondelinge behandeling, ziet de rechtbank aanleiding om de zaak aan te houden in afwachting van de beantwoording door de Hoge Raad van de prejudiciële vragen die door de rechtbanken Amsterdam en Noord-Holland bij vonnissen van 22 januari 2025 aan de Hoge Raad zijn voorgelegd.
Dictum
3.1.
verwijst de zaak naar de parkeerrol van 1 oktober 2025, voor akte uitlating prejudiciële beslissing,
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beslissing is gegeven door mr. T.J. Sleeswijk Visser, voorzitter en mr. J.E. Biesma en mr. M.A.B. Faber-Siermann, rechters en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2025.
82.