Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-07-03
ECLI:NL:RBNNE:2025:3965
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Wraking
1,089 tokens
Dictum
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Wrakingskamer
zaaknummer: C/18/245381/ KG RK 25-205
Dictum
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker]
Wonende te [adres]
,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het schriftelijke wrakingsverzoek van 17 juni 2025;
de schriftelijke reactie van de rechter van 27 juni 2025.
2Het wrakingsverzoek
2.1
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaken
met nummers LEE 24/4202 en LEE 25/1267 tussen verzoeker en gemeente Heerenveen.
2.2
Verzoeker heeft blijkens het schriftelijke verzoek, zakelijk weergegeven, het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. Verzoeker voelt zich bedreigd door het bestuur en, op twee rechters na, de rechters van Rechtbank Noord Nederland. De rechters zijn volgens verzoeker onder meer ondeskundig, laf, corrupt en vooringenomen.
2.3
De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. De rechter stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is geweest van beslissingen of uitspraken waaruit (de schijn van) partijdigheid blijkt.
Beoordeling
3.1
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
3.2.
Aan het verzoek tot wraking zijn geen feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd, en voor zover daarvan al sprake zou zijn, hebben deze geen betrekking op de betreffende rechter. Uit het verzoek blijkt niet dat hetgeen door verzoeker is aangevoerd betrekking heeft op de rechter die met de behandeling van de zaak belast is. Het enkele noemen van de naam van de rechter is daartoe onvoldoende. De wet schrijft voor dat het verzoek wordt gedaan zodra de feiten en omstandigheden die aanleiding gaven tot het wrakingsverzoek bekend zijn geworden en dat deze tegelijk moeten worden voorgedragen. Het wrakingsverzoek voldoet niet aan deze voorschriften. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.
Dictum
De rechtbank
4.1.
verklaart verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
4.2
bepaalt dat de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking bevond;
4.3
beveelt onverwijlde mededeling van deze beslissing aan:
- de verzoeker;
- de gewraakte rechter, mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga;
- de betrokken partij(en).
Deze beslissing is gegeven door mr. M. Brinksma, voorzitter, en mr. W.S. Sikkema en
mr. I. Zetstra, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.A. Gaastra en in openbaar uitgesproken op 3 juli 2025.
- de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.