Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-08-08
ECLI:NL:RBNNE:2025:3834
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
1,437 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 262938502
zaaknummer: 11454378 BU VERZ 24-3043
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 8 augustus 2025
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘voertuig laten staan in park, plantsoen, openbare beplantingen of groenstroken’, verricht op 5 december 2023, om 23:40 uur, op de [pleeglocatie] in [woonplaats] , met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 8 augustus 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. Kalsbeek.
1.3
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Dictum
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat voor zijn woning vier à vijf parkeerplaatsen zijn die door de woonbootbewoners kunnen worden gebruikt. Betrokkene en zijn buren hebben meer auto’s dan zij daar kunnen parkeren, daarom maken zij gebruik van een extra parkeerhaven naast de overige parkeervakken. Zij maken hier intensief gebruik van, zonder dat iemand daar hinder van ondervindt. Nergens staat bebording waaruit blijkt dat zij daar niet mogen parkeren. Daarnaast zorgt de bebording na het parkeervak voor een onduidelijke situatie. Het eerste bord duidt aan dat op de pleeglocatie niet mag worden geparkeerd en het tweede bord geeft aan dat er alleen geparkeerd mag worden door woonbootbewoners. Verder heeft zijn partner voor dezelfde overtreding ook een boete gekregen, maar deze is door de officier van justitie vernietigd. Betrokkene is het niet eens met de verschillende beslissingen in dezelfde situatie.
4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond verklaard moet worden. Betrokkene had niet op de groenstrook mogen parkeren. Daarnaast is de bebording die betrokkene aanvoert niet van toepassing op de plek waar hij heeft geparkeerd.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
6. De plek waar betrokkene heeft geparkeerd is geen onderdeel van de parkeerhaven. Het gaat namelijk om een stukje gras dat afgescheiden is van de rijbaan door middel van een trottoirband. De parkeerplaatsen naast het stukje gras zijn te herkennen als parkeerplaats omdat zij duidelijk zijn afgebakend met grijze stenen. Ook zijn deze parkeerplaatsen te herkennen door een inritband. De plek waar betrokkene heeft geparkeerd heeft geen van deze kenmerken en is dus geen onderdeel van de parkeerhaven. Wel is de plek onderdeel van een groenstrook, dit is te zien door het gras, de beplanting verderop en de verhoogde trottoirband. Op een groenstrook mag niet geparkeerd worden volgens de Algemene Plaatselijke Verordening van Groningen. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld.
7. Daarnaast voert betrokkene aan dat de bebording onduidelijk is. De bebording waarnaar betrokkene verwijst is pas geldig na de parkeerhaven en dus niet van toepassing op deze situatie.
8. De kantonrechter kan ten slotte geen uitspraak doen over de boete die door de officier van justitie vernietigd is, omdat hij niet op de hoogte is van de precieze omstandigheden waaronder deze boete is vernietigd.
9. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boete te matigen.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. M. Hidding, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Artikel 5:11, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2021.