Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-05-20
ECLI:NL:RBNNE:2025:3416
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
1,489 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 264547885
zaaknummer: 11521847 BU VERZ 25-100
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 20 mei 2025
in de zaak van
[betrokkene] (hierna: betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De overtreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘7 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom’, verricht op 29 februari 2024, om 12:11 uur, op de N373 (Asserstraat) in Zuidvelde, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 60,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 20 mei 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en de vertegenwoordiger van de officier van justitie,mr. P.A. Veenstra.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gedeeltelijk gegrond is en zal de boete matigen tot nihil. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat op de beschikking geen eenduidige locatie staat aangegeven, nu het huisnummer niet is ingevuld. Betrokkene stelt dat hij de situatie ter plaatse heeft bekeken en dat ter hoogte van nummer 109 een maximumsnelheid van 80 km per uur geldt. Betrokkene voert aan dat vanaf Norg sprake is van een maximumsnelheid van 60 km per uur, maar dat het bord enkel aan de linkerzijde van de rijbaan staat, waardoor de snelheidsbeperking niet geldig is. Verder stelt betrokkene dat de officier van justitie niet op zijn argumentatie in gaat dat er geen sprake is van een eenduidige flitslocatie. Betrokkene voert aan dat de bebording ter hoogte van hectometerpaal 7 niet correct geplaatst is omdat deze lijkt te gelden voor de parallelweg in plaats van de hoofdrijbaan. Ter zitting voert betrokkene aan dat de situatie ter plekke de indruk geeft dat het A1 bord geldt voor de parallelweg. Betrokkene stelt dat op een andere N-weg in de buurt een vergelijkbare situatie bestaat, waar het A1 bord wel alleen van toepassing is op de parallelweg. Verder voert betrokkene aan dat er meerdere toegangswegen in de buurt zijn waar geen bebording aanwezig is.
4. De vertegenwoordiger stelt zich ter zitting op het standpunt dat de gedraging kan worden vastgesteld, nu uit het aanvullend proces-verbaal volgt wat de flitslocatie was en daaruit blijkt dat de verbalisant de bebording heeft gecontroleerd. De vertegenwoordiger voert aan dat de situatie ter plekke voldoende duidelijk is en stelt dat het niet verplicht is dat het A1 bord aan de rechterkant van de rijbaan staat. De vertegenwoordiger verzoekt de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
5. Het verweer van betrokkene dat er geen boete opgelegd mag worden, nu er geen eenduidige flitslocatie op de beschikking staat, volgt de kantonrechter niet. Daartoe overweegt de kantonrechter dat de verbalisant de flitslocatie in een op 2 juli 2024 opgemaakt aanvullend proces-verbaal heeft gespecificeerd.
6. De kantonrechter overweegt dat het vaste rechtspraak is dat de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens zich slechts richten tot de wegbeheerder en dat een individuele weggebruiker daaraan geen rechten kan ontlenen. De kantonrechter merkt daarbij echter op dat een gebrekkige plaatsing van het bord ervoor kan zorgen dat betrokkene door specifieke omstandigheden het bord niet heeft kunnen opmerken en zich daardoor niet heeft kunnen aanpassen. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene in dit geval voldoende omstandigheden heeft aangevoerd die aanleiding geven te twijfelen aan de duidelijkheid van de situatie ter plaatse. Hij zal de boete dan ook matigen tot nul.
Conclusie
De kantonrechter:
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de beslissing van de officier van justitie en matigt de sanctie tot nul;
bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
mr. R. Krikke, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op: