Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-05-08
ECLI:NL:RBNNE:2025:3411
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,834 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 258143827
zaaknummer: 11275017 BU VERZ 24-2054
uitspraak van de kantonrechter van 8 mei 2025
in de zaak van
[betrokkene] (hierna: betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken’, verricht op 25 mei 2023, om 16:11 uur, op de N46 bij Groningen, met een motorfiets, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 289,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 25 maart 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. R. van der Velde (hierna: de vertegenwoordiger).
Beoordeling
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Vaststellen gedraging
3. Betrokkene betwist de gedraging niet, maar voert argumenten aan ter verklaring. Daarmee is de gedraging vast komen te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de sanctie.
Overmacht
4. Betrokkene voert aan dat hij, doordat de hele rechterrijstrook tijdens het invoegen vol was en hij als bestuurder van een motorfiets kwetsbaar is, gas heeft gegeven en een stukje over het verdrijvingsvlak heeft gereden om gevaarlijke situaties te voorkomen en veilig te blijven rijden.
4.1
De vertegenwoordiger stelt zich ter zitting op het standpunt dat, indien sprake was van een drukke rechterrijstrook waardoor er geen ruimte was om in te voegen, zij dit terug zou verwachten in de verklaring van de verbalisanten. Daarnaast merkt de vertegenwoordiger op dat betrokkene niets over de door hem aangevoerde overmachtssituatie heeft verklaard bij staandehouding. De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat betrokkene voldoende tijd had om op het invoegen te anticiperen, waardoor het niet noodzakelijk was om met hoge snelheid het verdrijvingsvlak te gebruiken. De vertegenwoordiger stelt dat zij van een kwetsbare weggebruiker een anticiperende rijhouding zou verwachten, en wijst daarbij op de verklaring van de verbalisant, waaruit blijkt dat betrokkene harder reed dan 130 km per uur.
4.2
Betrokkene doet in feite een beroep op overmacht. Voor zo’n beroep moeten feiten of omstandigheden worden aangevoerd op grond waarvan aannemelijk kan worden gemaakt dat de betrokkene onder de gegeven omstandigheden niet anders heeft kunnen handelen dan hij heeft gedaan. De kantonrechter is van oordeel dat die omstandigheden er niet zijn. Het invoegen op een drukke weg is een situatie waar iedere weggebruiker op moet anticiperen. De kantonrechter volgt dan ook het standpunt van de vertegenwoordiger dat betrokkene voldoende tijd heeft gehad om op deze situatie te anticiperen en acht het met hoge snelheid over het verdrijvingsvlak rijden niet noodzakelijk.
Omstandigheden
5. Betrokkene heeft ter zitting naar voren gebracht dat de rijbanen van de Ringweg op de plek van de verkeersovertreding versmallen tot één rijbaan. Betrokkene voert aan dat deze rijstrook vol was vanwege de spits, waardoor hij geen ruimte had om in te voegen. Betrokkene stelt dat hij als bestuurder van een motorfiets een kwetsbare weggebruiker is en om die reden niet aan het einde van de invoegstrook stil kon gaan staan. Betrokkene voert aan dat hij deze situatie, door 30 centimeter over het verdrijvingsvlak te rijden, op de veiligste manier heeft opgelost. Verder stelt betrokkene ter zitting dat hij door de verbalisanten op een gevaarlijke plek is staandegehouden en dat hij geen verklaring heeft afgegeven doordat de verbalisant hem overviel. Betrokkene stelt dat hij inderdaad met een hoge snelheid heeft gereden om zich zo snel mogelijk naar de veilige baan te verplaatsen.
5.1
De vertegenwoordiger stelt zich ter zitting op het standpunt dat zij het verweer van betrokkene dat sprake was van een drukke situatie niet kan rijmen met de verklaring van de verbalisant en de verklaring van betrokkene bij staandehouding. Daarnaast merkt de vertegenwoordiger op dat de waarneming is gedaan door twee verbalisanten en dat de verklaring van de verbalisant blijkt dat betrokkene met een snelheid hoger dan 130 km per uur reed.
5.2
De kantonrechter ziet in het door betrokkene gevoerde verweer onvoldoende aanleiding om de boete te wijzigen. Daartoe volgt de kantonrechter het standpunt van de vertegenwoordiger dat de door betrokkene aangevoerde situatie niet is terug te lezen in de verklaring van de verbalisant en de verklaring van betrokkene zelf bij staandehouding. Verder overweegt de kantonrechter dat van een bestuurder van een voertuig kan worden gevergd dat hij zo tijdig invoegt, dat hij geen gebruik behoeft te maken van het verdrijvingsvlak dat zich aan het einde van de rijstrook bevindt. Uit het verweer van betrokkene blijkt dat het invoegen pas vlak vóór het verdrijvingsvlak mogelijk was, waardoor betrokkene zijn snelheid aanzienlijk moest verhogen om dit te laten slagen. Derhalve is het in hoofdzaak aan betrokkene zelf te wijten dat niet kon worden voorkomen dat de gedraging werd verricht. De boete is terecht opgelegd.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. R. Krikke, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2025.
griffier kantonrechter
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op: