Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-04-02
ECLI:NL:RBNNE:2025:3409
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
1,214 tokens
=== VOLLEDIG ===
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 263295442
zaaknummer: 11423682 BU VERZ 24-2803
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 2 april 2025 op het beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), ingediend door
[betrokkene] (de betrokkene),
wonende te [woonplaats] ,
gemachtigde: [gemachtigde] .
Zitting hebben
als kantonrechter : mr. J.Y.B. Jansen
als griffier : mr. M. Hidding
Gemachtigde is op de zitting verschenen. Als vertegenwoordiger van de officier van justitie is verschenen mr. R.A. van der Velde.
De verweten gedraging betreft ‘voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden’, verricht op 20 november 2023, om 17:06 uur, te RDW Veendam middels een registercontrole, met een land- of bosbouwtrekker, met kenteken [kenteken] . De opgelegde sanctie bedraagt € 459,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene voert aan dat het voertuig een oldtimer combine is, die in de schuur staat en niet op de weg komt. Hij heeft niet met opzet zijn voertuig niet verzekerd. Na de brief van de RDW heeft betrokkene meteen het voertuig geschorst. De kentekenplicht bestaat pas sinds 1 januari 2022. Hij heeft geen brief gekregen van de RDW en hij heeft het ook niet gelezen in de vakbladen. Verder heeft hij meerdere oldtimers, waarvoor hij ook boetes heeft gekregen.
De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond verklaard moet worden. De verantwoordelijkheid ligt bij de kentekenhouder. De invoering van de kentekenplicht is wel bekend gemaakt.
De kantonrechter sluit het onderzoek en doet onmiddellijk mondeling uitspraak. Hij overweegt daarbij als volgt:
Betrokkene betwist de gedraging niet, maar voert argumenten aan ter verklaring. De gedraging kan hiermee worden vastgesteld. De kantonrechter ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of sprake is van bijzondere omstandigheden die het opleggen van een sanctie niet billijken dan wel matiging van de sanctie rechtvaardigen.
De kantonrechter overweegt als volgt. De kentekenhouder is verantwoordelijk voor de verplichtingen die horen bij het op naam hebben van een voertuig (tenaamstelling), zoals de verzekering ervan. De RDW voert registercontroles uit om na te gaan of de verplichtingen worden nageleefd. Blijkt het voertuig niet verzekerd zonder dat de tenaamstelling is geschorst, dan kan een sanctie worden opgelegd.
Als door het voertuig geen gebruik gemaakt wordt van de weg kan betrokkene de RDW verzoeken om de tenaamstelling in het kentekenregister te schorsen. Hierdoor wordt de verzekeringsplicht opgeheven.
De kantonrechter ziet in het verweer van betrokkene toch aanleiding om de boete te matigen tot nihil. De kentekenplicht geldt pas vanaf 1 januari 2022. Betrokkene was niet op de hoogte van de verzekeringsplicht; hij had geen brief gekregen van de RDW en hij heeft het niet gelezen in het vakblad. Daarnaast heeft hij de boetes voor de andere oldtimers wel betaald.
De kantonrechter:
- verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; - vernietigt die beslissing;- wijzigt de inleidende beschikking in die zin dat de sanctie wordt gematigd tot nihil;- bepaalt dat het bedrag van de zekerheidstelling aan betrokkene wordt gerestitueerd.
Waarvan proces-verbaal,
griffier, kantonrechter,
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Artikel 30 lid 5a WAM.