Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-02-19
ECLI:NL:RBNNE:2025:3406
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
1,204 tokens
=== VOLLEDIG ===
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 262571720
zaaknummer: 11378071 BU VERZ 24-2540
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 19 februari 2025 op het beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), ingediend door
[betrokkene] (betrokkene),
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gemachtigde: [gemachtigde] .
Zitting hebben
als kantonrechter : mr. J.Y.B. Jansen
als griffier : mr. M. Hidding
Gemachtigde is op de zitting verschenen. Als vertegenwoordiger van de officier van justitie is verschenen mr. R.A. van der Velde.
De verboden gedraging betreft R311 – ‘als bromfietser niet de rijbaan gebruiken als er geen verplicht fiets/bromfietspad aanwezig is (bord G12a)’, verricht op 14 november 2023, om 12:54 uur aan de Kerkstraat te Assen, Gemeente Assen, met een tweewielige bromfiets gekentekend [kenteken] . De opgelegde sanctie bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).
Gemachtigde, die zelf op een bromfiets achter de leerlingen reed, voert aan dat hij met twee leerlingen aan het lessen was. De leerling voor hem moest wachten voor overig verkeer, hierdoor was zijn aandacht gericht op deze leerling en niet op de andere leerling die op vrijwel hetzelfde moment het voetgangersgebied in reed. Hij probeerde niet zijn leerling te corrigeren. Dat was niet nodig omdat de verkeersveiligheid niet in het geding was. Anders zou hij wel hebben gewaarschuwd. Gemachtigde voert aan dat zijn werk zo onmogelijk wordt gemaakt. Meerdere rijschoolhouders volgen deze zaak met belangstelling. Leerlingen moeten een fout kunnen maken (leereffect door fouten maken).
De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond verklaard moet worden. Zij ziet geen reden waarom er een onderscheid gemaakt zou moeten worden tussen gewone bestuurders en rijscholen. De verkeersveiligheid staat voorop; hierdoor staan er ook camera’s bij het voetgangersgebied. De rijschool zou met de gemeente afspraken kunnen maken en eventuele ontheffingen kunnen aanvragen.
De kantonrechter sluit het onderzoek en doet onmiddellijk mondeling uitspraak. Hij overweegt daarbij als volgt.
Betrokkene heeft een sanctie ontvangen voor het als bromfietser niet de rijbaan gebruiken als er geen verplicht fiets/bromfietspad aanwezig is (bord G12a), verricht op 14 november 2023, aan de Kerkstraat te Assen. Gemachtigde betwist de gedraging niet, maar voert argumenten aan ter verklaring. Daarmee is de gedraging komen vast te staan.
Het is niet te doen om voor deze gevallen beleid te maken. In de door betrokkene aangevoerde omstandigheden ziet de kantonrechter aanleiding om de sanctie te matigen tot nihil. Betrokkene als instructeur mag worden verondersteld te kunnen inschatten of de verkeersveiligheid in het geding is. Incidenteel en bij hoge uitzondering kan de kantonrechter billijken dat ervoor wordt gekozen om een leerling een foutje te laten maken. Voor alles moet duidelijk zijn dat er geen medeweggebruikers gevaar lopen. Dat is niet gebleken.
De kantonrechter:
- verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; - vernietigt die beslissing;- wijzigt de inleidende beschikking in die zin dat de sanctie wordt gematigd tot nihil;- bepaalt dat het bedrag van de zekerheidstelling aan betrokkene wordt gerestitueerd.
Waarvan proces-verbaal,
griffier, kantonrechter,
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op: