Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-02-20
ECLI:NL:RBNNE:2025:3405
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,745 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 256635096
zaaknummer: 11228127 BU VERZ 24-1644
uitspraak van de kantonrechter van 20 februari 2025
inzake
[betrokkene] (de betrokkene),
wonende in [woonplaats] ,
gemachtigde: mr. H.A. Koning.
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verweten gedraging is: ‘als bestuurder of passagier geen gebruik maken van een autogordel’, verricht op 23 maart 2023, om 13:59 uur, te Roegoorn, Assen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 169,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft administratief beroep ingesteld tegen de inleidende beschikking.
De officier van justitie heeft het administratieve beroep ongegrond verklaard.
1.2.
Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie. Op de zitting van 19 november 2024 is de behandeling van de zaak geschorst, om de vertegenwoordiger van de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een aanvullend-proces-verbaal op te vragen. De vertegenwoordiger heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt en een aanvullend proces-verbaal van 9 december 2024 ingebracht.
1.3.
De behandeling van het beroepschrift is vervolgens voortgezet op de zitting van 4 februari 2025. Betrokkene is op de zitting verschenen. Als vertegenwoordiger van de officier van justitie is verschenen: mr. S. Bayram. Betrokkene heeft op de zitting gronden van zijn gemachtigde overgelegd die zijn toegevoegd aan het dossier. Op de zitting is het onderzoek gesloten.
Beoordeling
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de door betrokkene aangevoerde beroepsgronden.
3. Betrokkene voert aan dat hij niet staande is gehouden aan de Roegoorn in Assen en dat hij zijn identiteitsbewijs niet heeft getoond. Op de foto staat niets waaruit blijkt dat hij de losse gesp op die manier heeft gebruikt. Daarnaast wordt er tegenstrijdig verklaard door de verbalisant. In het zaakoverzicht stond dat hij geen goed zicht had in de auto en in het aanvullend proces-verbaal spreekt hij over een honderd procent herkenning van betrokkene. Verder wordt in het zaakoverzicht aangegeven dat betrokkene is staande gehouden. Uit aanvullend proces-verbaal blijkt daarentegen dat de verbalisanten de gegevens uit het politiesysteem hadden gehaald. Het aanvullend proces-verbaal heeft de situatie alleen maar onduidelijker gemaakt.
4. Betrokkene betwist de gedraging. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in principe voldoende voor het vaststellen van de gedraging, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
5. De verklaring van de verbalisanten zoals opgenomen in het zaaksoverzicht luidt als volgt: “Ik zag dat het voertuig werd bestuurd. Ik zag dat het voertuig reed openbare weg. De bestuurder droeg geen gordel. Ik zag dat de gordel ongebruikt langs de deurstijl van het voertuig hing. Ik had geen goed zicht op de bestuurder van het voertuig. Ik bevond mij voor het voertuig en achter het voertuig na een achtervolging. Losse gesp was in klip gedrukt. Zie bijgevoegde foto.”
6. In het aanvullend proces-verbaal van 9 december 2024 verklaart de verbalisant het volgende: “op 23 maart 2023 omstreeks 14.05 heb ik, verbalisant [verbalisant 1] , verdachte [betrokkene] zien rijden in het voertuig voorzien van kenteken [kenteken] . Ik, verbalisant, was samen met collega [verbalisant 2] . Ik, verbalisant [verbalisant 1] , herkende de verdachte ambtshalve voor honderd (100) procent. Omdat de verdachte er op dat moment vandoor ging, en wij, verbalisanten, de verdachte niet meer hebben getroffen, is er telefonisch contact met de verdachte [betrokkene] gezocht voor het afleggen van een verklaring.
Omdat de verdachte niet staande gehouden is, in verband met het er van door gaan, zijn de identiteitsgegevens van verdachte uit de politiesystemen gehaald. Dit is onder andere het politiesysteem BVI-IB. Deze identiteitsgegevens zijn nodig omdat anders het proces verbaal niet gemaakt kan worden.”
7. In het zaakoverzicht verklaart de verbalisant dat hij geen goed zicht had op betrokkene omdat hij tijdens de achtervolging steeds voor of achter het voertuig reed. Uit het aanvullend proces-verbaal volgt dat de verbalisanten betrokkene met honderd procent hebben herkend. Deze verklaringen zijn niet tegenstrijdig. De verbalisanten hebben de betrokkene namelijk pas herkend toen hij uit de auto stapte en wegvluchtte. De verklaring van betrokkene dat hij niet is staande gehouden en zijn identiteitskaart niet heeft getoond klopt daardoor ook, maar dit is geen reden dat er geen boete opgelegd had kunnen worden aan betrokkene als bestuurder. De verbalisant heeft, toen betrokkene uit de auto stapte, gelijk (aanstonds) vastgesteld dat hij de bestuurder was. Daarnaast is de enkele verklaring van betrokkene dat hij niet in de auto heeft gereden niet genoeg om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Alles overwegende is de kantonrechter van oordeel dat de gedraging kan worden vastgesteld en dat de boete terecht is opgelegd. Door betrokkene zijn geen omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat de boete gematigd of op nihil gesteld moet worden.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter, in aanwezigheid van
mr. M. Hidding, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2025.
griffier kantonrechter
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op: