Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-06-19
ECLI:NL:RBNNE:2025:2550
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
1,146 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 258757082
zaaknummer: 11391675 BU VERZ 24-2678
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 19 juni 2025
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De overtreding waarvoor de boete is opgelegd is: A915 – ‘voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering in stand houden’, geconstateerd bij een registercontrole bij de RDW Veendam op 10 mei 2023, om 17:04 uur, betreffende een land- of bosbouwtrekker met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 409,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 19 juni 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. Z. Fluitsma.
1.3.
Na sluiting van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene stelt dat de trekker al sinds ca. 1980 verzekerd is. Eerst op chassisnummer en na invoering van de kentekenplicht op kenteken. Hij voert aan dat er een probleem lijkt te zijn geweest bij de verzekeraar of de verzekeringsagent. Hij overlegt een document waaruit volgens hem blijkt dat het voertuig per 1 januari 2023 verzekerd was en de boete onterecht is opgelegd.
4. De vertegenwoordigster stelt zich ter zitting op het standpunt dat het beroep gegrond is.
Overwegingen
5. Uit de door betrokkene overgelegde stukken blijkt dat de trekker per 1 januari 2023 verzekerd was. Daarom heeft betrokkene geen overtreding begaan en is de boete ten onrechte opgelegd. Het beroep is gegrond.
6. De kantonrechter merkt op dat ten tijde van de behandeling van het administratief beroep al bij de officier van justitie bekend had moeten zijn dat de trekker verzekerd was. In de afdruk uit het BCS-portaal in het dossier blijkt namelijk dat op de peildatum van 10 mei 2023 een verzekering bekend was, terwijl op 6 februari 2024 is beslist op het administratief beroep. De kantonrechter roept het Parket CVOM daarom op om beter naar dit soort zaken te kijken, zodat deze de Rechtspraak niet onnodig zittingscapaciteit kosten.
Conclusie
De kantonrechter:
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt die beschikking;
bepaalt dat de zekerheidstelling moet worden terugbetaald aan betrokkene.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. H.J. Bastin, kantonrechter
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op: