Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-05-22
ECLI:NL:RBNNE:2025:2446
Civiel recht
Wraking
833 tokens
Dictum
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Wrakingskamer
zaaknummer: C/18/244687 KG RK 25-151
Dictum
van de voorzitter van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster,
strekkende tot de wraking van
mr. P.G. Wijtsma,
rechter in deze rechtbank.
Procesverloop
1.1
Bij beslissing van 24 april 2025 heeft de wrakingskamer het verzoek van
verzoekster tot wraking van 14 april 2025 van de rechter die belast is met de behandeling van de procedure bekend onder [zaaknummer in hoofdzaak] (de rechter) ongegrond verklaard.
1.2
Uit het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting op 30 april 2025 blijkt dat
verzoekster de rechter wederom heeft gewraakt. Bij beslissing van 15 mei 2025 heeft de wrakingskamer van deze rechtbank het verzoek tot wraking van de rechter ongegrond verklaard.
1.3
Op 16 mei 2025 heeft verzoekster een nieuw verzoek tot wraking van de rechter ingediend.
2Het wrakingsverzoek
2.1
Het verzoek strekt tot wraking van mr. P.G. Wijtsma.
2.2
Verzoekster heeft in haar schriftelijke verzoek aangegeven dat de relatiesfeer
aantoonbaar is en dat het materiaal bij het toezicht ligt. Hierbij heeft verzoekster aangegeven dat de wrakingskamer heeft verzaakt dit te bevragen en dat de wrakingskamer een mondelinge zitting ten onrechte achterwege heeft gelaten.
Beoordeling
3.1
Bij beslissing van 15 mei 2025 van de meervoudige wrakingskamer van deze rechtbank is het door verzoekster ingediende verzoek tot wraking van de rechter ongegrond verklaard. Tevens is daarbij bepaald dat een volgend verzoek tot wraking van de rechter in de procedure met [zaaknummer in hoofdzaak] niet in behandeling wordt genomen.
3.2
Op grond van artikel 4, tweede lid, aanhef en onder g, van het Wrakingsprotocol Rechtbank Noord-Nederland (vastgesteld op 4 april 2023) kan de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren indien ten aanzien van verzoeker in een eerdere beslissing op een wrakingsverzoek bepaald is dat wegens misbruik een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen.
3.3
Gelet op dit artikellid en op de beslissing van de meervoudige wrakingskamer van 15 mei 2025 verklaart de voorzitter van de wrakingskamer het verzoek tot wraking van verzoekster van 16 mei 2025 van de behandelend rechter in de procedure met [zaaknummer in hoofdzaak] niet-ontvankelijk.
Dictum
De voorzitter van de wrakingskamer verklaart het verzoek van 16 mei 2025 van verzoekster niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. Th. A. Wiersma, voorzitter, in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.I. Havinga en in openbaar uitgesproken op 22 mei 2025.
de griffier de voorzitter
(de griffier is verhinderd deze beslissing
mede te ondertekenen)
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.