Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-06-12
ECLI:NL:RBNNE:2025:2365
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
1,220 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 256359564
zaaknummer: 11301355 BU VERZ 24-2198
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 12 juni 2025
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R617C – ‘als bestuurder zich links van doorgetrokken streep bevinden (streep tussen verkeer in beide richtingen)’, verricht op 10 maart 2023, om 16:28 uur, op de Lauwersseewei in Dokkum, met een bedrijfsauto met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 289,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op de zitting van 12 juni 2025 behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. S. Bayram.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling
Standpunten
1. Betrokkene voert, onder verwijzing naar bijlagen, aan dat sprake was van een onderbroken streep. Daarnaast sneeuwde het die dag, waardoor de weg niet goed zichtbaar was. Verder reed de auto voor hem erg langzaam, daarom heeft hij deze ingehaald.
2. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
3. De kantonrechter ziet onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant en de gegevens in het zaakoverzicht. In het algemeen wordt er doorslaggevende waarde gehecht aan de verklaring van de verbalisant. Betrokkene heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij inderdaad over een onderbroken streep zou zijn gereden. De gedraging kan daarom worden vastgesteld.
4. Vervolgens ziet de kantonrechter zich de vraag gesteld of er omstandigheden zijn die aanleiding geven om de boete te matigen of te vernietigen.
5. De aangevoerde omstandigheden geven geen aanleiding tot matiging van de boete. Betrokkene had daar niet mogen inhalen, ongeacht of het overige verkeer langzaam reed. Hij had moeten wachten tot de doorgetrokken streep weer werd onderbroken. Ook indien sprake was van sneeuwval, blijft het de verantwoordelijkheid van betrokkene om zich aan de geldende verkeersregels te houden.
6. Wel zal de kantonrechter het sanctiebedrag met 25% matigen omdat de redelijke termijn voor berechting als bedoeld in artikel 6 van het EVRM is overschreden. De redelijke termijn bedraagt twee jaar. In dit geval is de termijn aangevangen op het moment van verzending van de inleidende beschikking, 21 maart 2023. Deze uitspraak is gedaan op 12 juni 2025, wat betekent dat de redelijke termijn is geschonden.
7. Door de matiging bedraagt het sanctiebedrag nog € 280,00 x 0,75 + € 9,00 = € 219,00.
Conclusie
De kantonrechter:
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
vernietigt die beslissing;
wijzigt de inleidende beschikking en matigt de sanctie tot € 219,00 (inclusief administratiekosten);
bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. H.J. Bastin, kantonrechter
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Hof Arnhem-Leeuwarden d.d. 28 juli 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:6369.