Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-04-25
ECLI:NL:RBNNE:2025:1999
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,965 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18/294985-22
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 25 april 2025 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 11 april 2025.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. N. Hendriksen, advocaat te Hoorn. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door H.J. Veen.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 25 februari 2022 te of bij [plaatsnaam] , in elk geval in de gemeente Dantumadiel, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om (gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd op een besloten erf waarop een woning staat) in/uit een loods gelegen aan of bij (een woning gelegen aan) de [adres] hennep en/of een of meer (ander(e)) goed(eren) van verdachtes en/of verdachtes mededader(s gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en), te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
met medeneming van een of meer (hand)vuurwapen(s) zich naar die loods gelegen aan of bij (een woning gelegen aan) de [adres] heeft begeven en/of (aldaar)
een of meer toegangsdeur(en) van die loods heeft opengebroken en/of
( in die loods) een (loop)deur heeft opengebroken en/of
( in die loods) aan een schuifdeur (met een voorwerp) heeft gewrikt, althans die
schuifdeur heeft vernield en/of
bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld hierin dat verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, met een (hand)vuurwapen een of meerdere kogel(s)/patro(o)n(en) heeft afgevuurd op, althans in de richting van, in elk geval in het bijzijn van, die [slachtoffer] en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en en/of daarbij heeft geroepen: "ga weg, ga terug, wegwezen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of een pallet, althans een (groot) voorwerp, voor de auto van die [slachtoffer] heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij op of omstreeks 25 februari 2022 te of bij [plaatsnaam] , in elk geval in de gemeente Dantumadiel, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door opzettelijk dreigend met een (hand)vuurwapen een of meerdere kogel(s)/patro(o)n(en) heeft afgevuurd op in het bijzijn van die [slachtoffer] .
Beoordeling
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van feit 1 en 2 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 26 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en aftrek van het voorarrest. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd.
Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat op 25 februari 2022 een poging tot inbraak heeft plaatsgevonden bij een loods in [plaatsnaam] . Aangever [slachtoffer] kreeg een melding van de inbraak
en is naar de loods gegaan. Er zouden meerdere verdachten aanwezig zijn. Eén van de verdachten heeft meerdere schoten gelost, waarna de verdachten zijn gevlucht in een Volkswagen Transporter. Korte tijd later is een van de medeverdachten aangehouden in een Volkswagen Transporter, welke een dag voor het incident door verdachte is gehuurd. Uit ANPR-gegevens blijkt dat de Volkswagen Transporter in de nacht van het incident een ANPR-camera passeert op de [adres] . Uit nader onderzoek blijkt dat ook een Volkswagen Caddy, waar verdachte eigenaar van is, in de nacht van het incident dezelfde ANPR-camera heeft gepasseerd. Tot slot volgt uit de historische gegevens van het telefoonnummer van verdachte dat hij in de nacht van 25 februari 2022 in de buurt is geweest van de plaats delict. Verdachte geeft, anders dan dat hij de Volkswagen Transporter en Caddy aan andere -onbekend gebleven- personen zou hebben uitgeleend, geen verklaring voor deze feiten. Alle voornoemde feiten en omstandigheden tezamen maken dat het dossier voldoende wettig en overtuigend bewijs bevat voor het tenlastegelegde onder 1 en 2.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde onder 1 en 2. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het dossier geen bewijs bevat waaruit blijkt dat verdachte betrokken is geweest bij deze feiten. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte in de nacht van 25 februari 2022 op de plaats delict aanwezig is geweest en ook niet dat hij voorafgaand aan het incident of daarna contact heeft gehad met een van de andere medeverdachten.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht feit 1 en 2 niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.
De rechtbank is van oordeel dat hoewel het dossier aanwijzingen bevat dat verdachte op enigerlei wijze betrokken is geweest bij de hem ten laste gelegde feiten, het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat voor een bewezenverklaring van deze feiten. Op basis van het dossier kan weliswaar worden vastgesteld dat in ieder geval een van de twee voertuigen die aan de verdachte kunnen worden gerelateerd bij de inbraak betrokken is geweest, maar niet kan worden vastgesteld dat verdachte op dat moment een van die voertuigen heeft bestuurd dan wel dat hij op andere wijze strafbaar betrokken is geweest noch waaruit die betrokkenheid van verdachte zou hebben bestaan. Ook uit de telefoongegevens waaruit volgt dat de telefoon van verdachte een zendmast in [plaatsnaam] heeft aangestraald op ongeveer 27 minuten rijden van de plaats delict, maakt niet dat geconcludeerd kan worden dat verdachte op de plaats delict is geweest. De rechtbank spreekt verdachte derhalve integraal vrij van de ten laste gelegde feiten.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 1 en 2 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Spooren, voorzitter, mr. H.C.L. Vreugdenhil en mr. A. Dantuma- Hieronymus, rechters, bijgestaan door mr. J.R. Dijkstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 april 2025.
Mr. Dantuma-Hieronymus is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.