Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-04-16
ECLI:NL:RBNNE:2025:1758
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
1,133 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 260971568
zaaknummer: 11227722 BU VERZ 24-1641
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 16 april 2025
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats],
(gemachtigde: M.J.M. Bergers, Boete.nu).
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat’, verricht op 11 september 2023, om 07:40 uur, op de N372 Noordholt kruising Oosteinde in Roden, met een motorfiets, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 289,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 16 april 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: de vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. P. Veenstra.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Standpunten
2. Gemachtigde voert aan dat betrokkene op de streep reed en niet in de baan voor linksaf reed. Het is gebruikelijk dat motoren bij een verkeerslicht tussen de rijbanen gaan staan. Om één of andere reden is de lus voor linksaf geactiveerd, terwijl betrokkene stond voorgesorteerd voor rechtdoor. Hij is ook bij groen licht rechtdoor gereden. Gemachtigde verzoekt om een vergoeding van de proceskosten.
3. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Betrokkene stond in de baan voor linksaf.
Overwegingen
4. De beroepsgronden slagen niet. Gelet op de foto’s van de gedraging kan de verkeersovertreding worden vastgesteld. Op de eerste foto is te zien dat betrokkene aan de rechterzijde van de voorsorteerstrook voor linksafslaand verkeer rijdt. Het verkeerslicht voor linksafslaand verkeer straalt rood licht uit. Het verkeerslicht voor rechtdoorgaand verkeer straalt groen licht uit. Op de tweede foto is te zien dat de betrokkene zich op de kruising bevindt naast een auto die rechtdoor rijdt. Nu betrokkene bij het naderen van de verkeerslichten reed op de voorsorteerstrook voor linksafslaand verkeer, en niet is gestopt bij de daarvoor bestemde stopstreep terwijl het voor die strook geldende verkeerslicht rood licht uitstraalde, staat vast dat de gedraging is verricht. Dat betrokkene, na het negeren van het voor hem bestemde rode licht, alsnog een andere rijrichting heeft gekozen, doet daaraan niet af. Verder ziet de kantonrechter geen aanleiding om de sanctie te matigen of te vernietigen. De gedraging kan dus worden vastgesteld en de boete is terecht opgelegd. De proceskosten komen daarom niet voor vergoeding in aanmerking.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier.
griffier kantonrechter
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Zie ook Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 januari 2016 (ECLI:NL:GHARL:2016:71).