Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-04-30
ECLI:NL:RBNNE:2025:1620
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
10,955 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2025:1620 text/xml public 2026-04-16T07:04:20 2025-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2025-04-30 LEE 24/1479 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:1620 text/html public 2025-04-29T11:34:56 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2025:1620 Rechtbank Noord-Nederland , 30-04-2025 / LEE 24/1479 Omgevingsvergunning appartementencomplexen Meppel. Beroep gegrond, rechtsgevolgen in stand. Belanghebbende - relativiteit - twee maal bezwaarprocedure - Paraplubestemmingsplan parkeren - parkeernota - eenpersoonswoning - woning goedkoop - bomen RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 24/1479 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 april 2025 in de zaak tussen [eisers], uit [woonplaats], eisers (gemachtigde: drs. B.T. Koopmans) en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meppel Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Zenzo-Lithos B.V . uit Groningen (vergunninghouder). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de omgevingsvergunning voor het bouwen van twee appartementencomplexen aan de Weerddwarsstraat in Meppel. 1.1. Het college heeft deze omgevingsvergunning op 3 oktober 2023 verleend. Met het bestreden besluit van 14 februari 2024 op het bezwaar van eisers is het college bij de verlening van de omgevingsvergunning gebleven. 1.2. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 24 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers met hun gemachtigde en mr. G. Siebel met D. Floor namens het college. Namens vergunninghouder zijn verschenen: S. Knol en G. van Uffelen. Totstandkoming van het besluit 2. Op 4 maart 2022 heeft vergunninghouder een aanvraag ingediend voor het bouwen van twee appartementencomplexen met in totaal 43 appartementen aan de Weerddwarsstraat in Meppel. Het plan bestaat uit 36 zogenaamde A-appartementen met een gebruiksoppervlakte van circa 50 m2, drie B-appartementen met een gebruiksoppervlakte van circa 62 m2 en vier C-appartementen met een gebruiksoppervlakte van circa 70 m2. 2.1. Het college heeft de aanvraag op 12 juli 2022 geweigerd vanwege strijdigheid met het bestemmingsplan en redelijke eisen van welstand. 2.2. Vergunninghouder heeft daartegen bezwaar gemaakt. 2.3. Het college heeft op 3 oktober 2023 het bezwaar van vergunninghouder gegrond verklaard en de gevraagde omgevingsvergunning alsnog verleend. Het betreft een vergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, in samenhang met artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 1, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Onderdeel van het besluit is een parkeeronderbouwing van Goudappel. 2.4. Eisers hebben daartegen bezwaar gemaakt. 2.5. Het college heeft het bezwaar van eisers op 14 februari 2024 ongegrond verklaard en het bestreden besluit voorzien van een nadere motivering inzake het afwijken van de molenbiotoop. Beoordeling door de rechtbank 3. De rechtbank beoordeelt de omgevingsvergunning voor het bouwen van twee appartementencomplexen aan de Weerddwarsstraat in Meppel. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eisers. 4. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit maar laat de rechtsgevolgen in stand waardoor de vergunde appartementencomplexen wel gerealiseerd kunnen worden . Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 5. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Bij de invoering van deze wet is een aantal andere wetten gewijzigd. Uit het overgangsrecht dat bij die wet hoort vloeit voort dat op deze procedure het recht van toepassing is zoals dat gold voor 1 januari 2024. 6. Eisers voeren aan dat de procedure die heeft geleid tot de verleende omgevingsvergunning onduidelijk is verlopen. Eisers weten niet zeker of een eerder verleende omgevingsvergunning daadwerkelijk is ingetrokken op 5 juli 2022. Verder ontbreekt de informatie over de eerdere weigering tot vergunningverlening waardoor eisers niet kunnen toetsen of het bouwplan nu wel voldoet aan de eisen van welstand. 6.1. Verder bestrijden eisers het uitgangspunt dat er sprake is van kamerverhuur/eenpersoonswoningen met een daarbij behorende parkeernorm van 0,4 parkeerplaats per appartement. Het college gaat er ongemotiveerd vanuit dat een appartement van 50 m2 met één slaapkamer, automatisch tot bewoning door één persoon leidt. Verder voeren eisers aan dat het aantal auto’s per huishouden te laag is ingeschat en rekent Goudappel ten onrechte met een lager autobezit in deze wijk. Eisers bestrijden ook het uitgangspunt dat er sprake is van goedkope woningen; de huurprijs voor de B- en C- appartementen komt overeen met de huurprijs voor een modaal inkomen, boven de sociale huurprijs. Volgens eisers is het parkeerbeleid 2012 verouderd omdat het autobezit is toegenomen. Het college zou gemotiveerd moeten afwijken van het verouderde beleid. 6.2. Eisers voeren ten slotte aan dat de bomen die op het erf van hun appartementencomplex staan, in de toekomst verwijderd zullen moeten worden. Het groen en de bomen zorgen voor een prettig uitzicht en natuurlijke inkleding van het erf. Verdwijnen van het groen zal een achteruitgang van de directe leefomgeving betekenen en de privacy zal afnemen. Procedurele aspecten Bezwaarschriftprocedures 7. De rechtbank stelt allereerst vast dat het college het bezwaarschrift van eisers van 6 november 2023 ten onrechte niet heeft doorgestuurd naar de rechtbank als beroepsschrift. Het college heeft op 12 juli 2022 het primaire besluit genomen op de aanvraag van vergunninghouder. Hiertegen heeft vergunninghouder bezwaar gemaakt. In het besluit van 3 oktober 2023 heeft het college besloten op dit bezwaarschrift. Het college heeft de weigering om vergunning te verlenen van 12 juli 2022, herroepen en in de plaats daarvan op 3 oktober 2023 een omgevingsvergunning verleend voor de nieuwbouw van 43 appartementen aan de Weerddwarsstraat. Het college had daarom het ‘bezwaarschrift’ van eisers van 6 november 2023 als beroepschrift moeten aanmerken en moeten doorzenden naar de rechtbank. De rechtbank zal dit gebrek in de besluitvorming met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) passeren omdat niet gebleken is dat eisers hierdoor in hun belangen zijn geschaad. 7.1. Op de zitting hebben eisers aangegeven dat zij de overige gronden in het bezwaarschrift van 6 november 2023 niet meer handhaven in deze beroepsprocedure zodat de rechtbank aan een bespreking van die gronden niet toekomt. Belanghebbende 7.2. Het college heeft zich in het verweerschrift op het standpunt gesteld dat eisers met betrekking tot het parkeren niet aan te merken zijn als belanghebbenden. Op de zitting heeft het college aangegeven die stelling niet langer te handhaven. Relativiteit 7.3. Het college stelt zich op het standpunt dat de door eisers aangevoerde beroepsgronden met betrekking tot parkeren niet besproken hoeven worden gelet op artikel 8:69a van de Awb. 7.4. In artikel 8:69a van de Awb is bepaald dat de bestuursrechter een besluit niet vernietigt op de grond dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept. Hierin is het relativiteitsvereiste neergelegd, dat inhoudt dat een belanghebbende in een beroepsprocedure alleen met succes een beroep kan doen op een norm, indien die norm strekt tot bescherming van zijn belangen. 7.5. Eisers beroepen zich op normen die zijn neergelegd in het Paraplubestemmingsplan Parkeren. Anders dan door het college op de zitting is gesteld, beschermen de regels uit het Paraplubestemmingsplan Parkeren naar het oordeel van de rechtbank niet uitsluitend de (toekomstige) bewoners van het te realiseren bouwplan.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2025:1620 text/xml public 2026-04-16T07:04:20 2025-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2025-04-30 LEE 24/1479 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:1620 text/html public 2025-04-29T11:34:56 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2025:1620 Rechtbank Noord-Nederland , 30-04-2025 / LEE 24/1479 Omgevingsvergunning appartementencomplexen Meppel. Beroep gegrond, rechtsgevolgen in stand. Belanghebbende - relativiteit - twee maal bezwaarprocedure - Paraplubestemmingsplan parkeren - parkeernota - eenpersoonswoning - woning goedkoop - bomen RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 24/1479 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 april 2025 in de zaak tussen [eisers], uit [woonplaats], eisers (gemachtigde: drs. B.T. Koopmans) en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meppel Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Zenzo-Lithos B.V . uit Groningen (vergunninghouder). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de omgevingsvergunning voor het bouwen van twee appartementencomplexen aan de Weerddwarsstraat in Meppel. 1.1. Het college heeft deze omgevingsvergunning op 3 oktober 2023 verleend. Met het bestreden besluit van 14 februari 2024 op het bezwaar van eisers is het college bij de verlening van de omgevingsvergunning gebleven. 1.2. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 24 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers met hun gemachtigde en mr. G. Siebel met D. Floor namens het college. Namens vergunninghouder zijn verschenen: S. Knol en G. van Uffelen. Totstandkoming van het besluit 2. Op 4 maart 2022 heeft vergunninghouder een aanvraag ingediend voor het bouwen van twee appartementencomplexen met in totaal 43 appartementen aan de Weerddwarsstraat in Meppel. Het plan bestaat uit 36 zogenaamde A-appartementen met een gebruiksoppervlakte van circa 50 m2, drie B-appartementen met een gebruiksoppervlakte van circa 62 m2 en vier C-appartementen met een gebruiksoppervlakte van circa 70 m2. 2.1. Het college heeft de aanvraag op 12 juli 2022 geweigerd vanwege strijdigheid met het bestemmingsplan en redelijke eisen van welstand. 2.2. Vergunninghouder heeft daartegen bezwaar gemaakt. 2.3. Het college heeft op 3 oktober 2023 het bezwaar van vergunninghouder gegrond verklaard en de gevraagde omgevingsvergunning alsnog verleend. Het betreft een vergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, in samenhang met artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 1, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Onderdeel van het besluit is een parkeeronderbouwing van Goudappel. 2.4. Eisers hebben daartegen bezwaar gemaakt. 2.5. Het college heeft het bezwaar van eisers op 14 februari 2024 ongegrond verklaard en het bestreden besluit voorzien van een nadere motivering inzake het afwijken van de molenbiotoop. Beoordeling door de rechtbank 3. De rechtbank beoordeelt de omgevingsvergunning voor het bouwen van twee appartementencomplexen aan de Weerddwarsstraat in Meppel. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eisers. 4. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit maar laat de rechtsgevolgen in stand waardoor de vergunde appartementencomplexen wel gerealiseerd kunnen worden . Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 5. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Bij de invoering van deze wet is een aantal andere wetten gewijzigd. Uit het overgangsrecht dat bij die wet hoort vloeit voort dat op deze procedure het recht van toepassing is zoals dat gold voor 1 januari 2024. 6. Eisers voeren aan dat de procedure die heeft geleid tot de verleende omgevingsvergunning onduidelijk is verlopen. Eisers weten niet zeker of een eerder verleende omgevingsvergunning daadwerkelijk is ingetrokken op 5 juli 2022. Verder ontbreekt de informatie over de eerdere weigering tot vergunningverlening waardoor eisers niet kunnen toetsen of het bouwplan nu wel voldoet aan de eisen van welstand. 6.1. Verder bestrijden eisers het uitgangspunt dat er sprake is van kamerverhuur/eenpersoonswoningen met een daarbij behorende parkeernorm van 0,4 parkeerplaats per appartement. Het college gaat er ongemotiveerd vanuit dat een appartement van 50 m2 met één slaapkamer, automatisch tot bewoning door één persoon leidt. Verder voeren eisers aan dat het aantal auto’s per huishouden te laag is ingeschat en rekent Goudappel ten onrechte met een lager autobezit in deze wijk. Eisers bestrijden ook het uitgangspunt dat er sprake is van goedkope woningen; de huurprijs voor de B- en C- appartementen komt overeen met de huurprijs voor een modaal inkomen, boven de sociale huurprijs. Volgens eisers is het parkeerbeleid 2012 verouderd omdat het autobezit is toegenomen. Het college zou gemotiveerd moeten afwijken van het verouderde beleid. 6.2. Eisers voeren ten slotte aan dat de bomen die op het erf van hun appartementencomplex staan, in de toekomst verwijderd zullen moeten worden. Het groen en de bomen zorgen voor een prettig uitzicht en natuurlijke inkleding van het erf. Verdwijnen van het groen zal een achteruitgang van de directe leefomgeving betekenen en de privacy zal afnemen. Procedurele aspecten Bezwaarschriftprocedures 7. De rechtbank stelt allereerst vast dat het college het bezwaarschrift van eisers van 6 november 2023 ten onrechte niet heeft doorgestuurd naar de rechtbank als beroepsschrift. Het college heeft op 12 juli 2022 het primaire besluit genomen op de aanvraag van vergunninghouder. Hiertegen heeft vergunninghouder bezwaar gemaakt. In het besluit van 3 oktober 2023 heeft het college besloten op dit bezwaarschrift. Het college heeft de weigering om vergunning te verlenen van 12 juli 2022, herroepen en in de plaats daarvan op 3 oktober 2023 een omgevingsvergunning verleend voor de nieuwbouw van 43 appartementen aan de Weerddwarsstraat. Het college had daarom het ‘bezwaarschrift’ van eisers van 6 november 2023 als beroepschrift moeten aanmerken en moeten doorzenden naar de rechtbank. De rechtbank zal dit gebrek in de besluitvorming met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) passeren omdat niet gebleken is dat eisers hierdoor in hun belangen zijn geschaad. 7.1. Op de zitting hebben eisers aangegeven dat zij de overige gronden in het bezwaarschrift van 6 november 2023 niet meer handhaven in deze beroepsprocedure zodat de rechtbank aan een bespreking van die gronden niet toekomt. Belanghebbende 7.2. Het college heeft zich in het verweerschrift op het standpunt gesteld dat eisers met betrekking tot het parkeren niet aan te merken zijn als belanghebbenden. Op de zitting heeft het college aangegeven die stelling niet langer te handhaven. Relativiteit 7.3. Het college stelt zich op het standpunt dat de door eisers aangevoerde beroepsgronden met betrekking tot parkeren niet besproken hoeven worden gelet op artikel 8:69a van de Awb. 7.4. In artikel 8:69a van de Awb is bepaald dat de bestuursrechter een besluit niet vernietigt op de grond dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept. Hierin is het relativiteitsvereiste neergelegd, dat inhoudt dat een belanghebbende in een beroepsprocedure alleen met succes een beroep kan doen op een norm, indien die norm strekt tot bescherming van zijn belangen. 7.5. Eisers beroepen zich op normen die zijn neergelegd in het Paraplubestemmingsplan Parkeren. Anders dan door het college op de zitting is gesteld, beschermen de regels uit het Paraplubestemmingsplan Parkeren naar het oordeel van de rechtbank niet uitsluitend de (toekomstige) bewoners van het te realiseren bouwplan.
Volledig
Uit de regels volgt dat in beginsel moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein en daarvan kan worden afgeweken als dit geen onevenredige gevolgen heeft voor de omgeving en wordt voldaan aan de in de Nota Parkeernormen Gemeente Meppel opgenomen regels en voorwaarden. De regels uit het Paraplubestemmingsplan Parkeren beschermen daarmee naar het oordeel van de rechtbank (mede) de directe omgeving van een aangevraagd bouwplan tegen parkeeroverlast, en daarmee de belangen van eisers. 7.6. De verwijzing van verweerder naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 21 januari 1982 leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank overweegt allereerst dat het een andere wettelijke grondslag betrof. Die uitspraak zag bovendien op de vraag of een vrijstelling van de (parkeer)norm kon worden verleend om te parkeren op eigen terrein, op grond van het destijds geldende bouwverordening. Bij het nemen van de beslissing om geen vrijstelling te verlenen heeft mede een rol gespeeld dat verweerder het perceel van appellant geen geschikte locatie acht voor een sociëteitsruimte gezien het karakter van de betreffende straat als woonstraat en de kans op overlast die een sociëteit in zo’n omgeving meebrengt. Naar aanleiding van dat standpunt overweegt de Afdeling dat artikel 258 van destijds geldende bouwverordening slechts strekt ter bescherming van die belangen welke worden bedreigd door het ontbreken van (voldoende) parkeerfaciliteiten op een bouwperceel zelf. Het weigeren van een vrijstelling op grond van motieven die niet in verband kunnen worden gebracht met die belangen moet derhalve ongeoorloofd worden geacht. Deze uitspraak van de Afdeling kan niet zonder meer worden toegepast op het relativiteitsvraagstuk in de onderhavige kwestie. Overige onduidelijkheden 7.7. Op de zitting is vastgesteld dat eisers in deze beroepsprocedure tijdig alle op de zaak betrekking hebbende stukken gekregen. Met betrekking tot de eerder verleende omgevingsvergunning heeft het college verduidelijkt dat er in 2009 ook een omgevingsvergunning is verleend voor realisatie van een appartementencomplex op deze plek. De omgevingsvergunning is in 2022 ingetrokken en dat het bezwaar dat daartegen is gemaakt door vergunninghouder, is nog in behandeling. Eisers hebben op de zitting aangegeven dat de door hen ervaren onduidelijkheid in de besluitvormingsprocedure met de alsnog verstrekte informatie afdoende is opgehelderd. Materiële aspecten 7.8. Het college stelt zich in de omgevingsvergunning van 3 oktober 2023 op het standpunt dat voldaan wordt aan het Paraplubestemmingsplan Parkeren en verwijst daarbij naar de parkeeronderbouwing van Goudappel. 7.9. In artikel 4.1 van het Paraplubestemmingsplan Parkeren is voorgeschreven dat de gronden slechts mogen worden bebouwd onder de voorwaarde dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. Verder is voorgeschreven dat bij omgevingsvergunningen aan de hand van de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Gemeente Meppel (Nota Parkeernormen) wordt bepaald of sprake is van voldoende parkeergelegenheid. 7.10. De Nota Parkeernormen kent twee uitgangspunten: 1. de parkeercapaciteit dient te voldoen aan de gestelde parkeernorm: 2. de parkeercapaciteit dient op eigen terrein te worden gerealiseerd om te voorkomen dat de parkeervraag wordt afgewenteld op de openbare ruimte. 7.11. In de parkeeronderbouwing van Goudappel zijn de 36 A-appartementen aangemerkt als ‘eenpersoonswoning’ en de zeven B- en C-appartementen als ‘goedkoop’. Goudappel heeft rekening gehouden met de ligging van de projectlocatie en is uitgegaan van een gemiddeld lager autobezit van 16,7% waardoor Goudappel voor de ‘eenpersoonswoning’ rekent met een norm van 0,4 – 16,7% = 0,33 personenauto’s per eenpersoonshuishouden. Voor de 36 A-appartementen is de ongewogen parkeerbehoefte volgens Goudappel (36 x 0,33 =) 11,9 parkeerplaatsen. Verder rekent Goudappel met een toelage van 0,1 per woning vanwege het betaald parkeren in de wijk (36 x 0,1 = 3,6). De totale parkeerbehoefte voor de A-appartementen is (11,9 + + 3,6 =) 15,5 parkeerplaatsen. Voor de zeven B- en C-appartementen heeft Goudappel een parkeerbehoefte van (7 x 1,4=) 9,8 berekend. Daarmee komt volgens Goudappel de totale parkeerbehoefte op (15,5 + 9,8 =) 25,3 parkeerplaatsen. Omdat op het terrein 27 parkeerplaatsen worden aangelegd is volgens Goudappel sprake van een acceptabele parkeersituatie. Geschil 7.12. Tussen partijen staat niet ter discussie dat de ligging van het bouwplan onder ‘schil’ in de zin van de Nota Parkeernormen valt. Het geschil spitst zich toe op de vragen of de A-appartementen als ‘eenpersoonswoning’ kunnen worden gekwalificeerd, of er terecht rekening is gehouden met een gemiddeld lager percentage autobezit en of de B- en C- appartementen als ‘woning goedkoop’ kunnen worden gekwalificeerd. Eenpersoonswoning 7.13. De rechtbank is van oordeel dat het college in het bestreden besluit onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de A-appartementen als ‘eenpersoonswoning’ kunnen worden gekwalificeerd. In de Nota Parkeernormen is geen definitie opgenomen van ‘eenpersoonswoning’. Uit de aanvraag en de omgevingsvergunning van 3 oktober 2023 blijkt ook niet dat de A-appartementen als zodanig zijn vergund. Eisers hebben in bezwaar al aangevoerd dat het uitgangspunt dat de A-appartementen als ‘eenpersoonswoning’ moeten worden aangemerkt, niet is onderbouwd. Het college is daar in het bestreden besluit niet op ingegaan. In de bij het bestreden besluit behorende advies van de commissie bezwaarschriften van 5 februari 2024 is slechts opgenomen dat het aantal benodigde parkeerplaatsen op juiste wijze getoetst is. Het bestreden besluit is daarom in strijd met artikel 3:46 en 7:12 van de Awb. Deze beroepsgrond van eisers slaagt. 7.14. In het kader van de finale geschilbeslechting zal de rechtbank hierna beoordelen of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand gelaten kunnen worden. Het college heeft namelijk een nadere motivering gegeven in het verweerschrift en op de zitting. 7.15. In het verweerschrift heeft het college gesteld dat de toepasselijke parkeernorm wordt bepaald aan de hand van de oppervlakte van een object. In de parkeeronderbouwing die onderdeel uit maakt van de omgevingsvergunning van 3 oktober 2023, stelt Goudappel: “De ambtelijke vertaling van de gemeente Meppel voor de parkeernorm voor eenpersoonshuishoudens is: 50 m² GBO als bovengrens. (…) De appartementen type A zijn om en nabij 50 m² GBO en zijn daarmee bestemd voor eenpersoonshuishoudens. (…) Hierdoor komt het GE wonen op 48,9 m2 (…)”. Op de zitting heeft het college bevestigd dat de vaste uitleg van de Nota Parkeernormen is dat als beleidsuitgangspunt geldt dat woningen met een gebruiksoppervlakte van 50 m2 of minder als eenpersoonswoningen worden aangemerkt en dat de A-appartementen daarom als eenpersoonswoning zijn aangemerkt. 7.16. De rechtbank acht de uitleg van de Nota Parkeernormen waarbij voor het bepalen van dit type woning wordt aangesloten bij het gebruiksoppervlak van de woning in dit geval niet onredelijk. Eisers hebben niet weersproken dat de A-appartementen een gebruiksoppervlakte van minder dan 50 m2 hebben. De rechtbank is van oordeel dat met de nadere toelichting van het college voldoende deugdelijk is gemotiveerd waarom de A-appartementen als eenpersoonswoning kunnen worden gekwalificeerd. Het geconstateerde motiveringsgebrek is dan ook hersteld. Correctie gemiddeld autobezit en betaald parkeren 7.17. De rechtbank overweegt dat in de Nota Parkeernomen is voorgeschreven bij eenpersoonswoningen in de schil, te rekenen met een norm van 0,4 per woning. In de Nota Parkeernormen wordt geen mogelijkheid geboden om de norm te corrigeren vanwege het gemiddelde autobezit of betaald parkeren in de desbetreffende woonwijk. Naar het oordeel van de rechtbank wordt in het rapport van Goudappel ten onrechte een correctie vanwege het autobezit en betaald parkeren toegepast. Het college had het rapport van Goudappel dan ook niet zonder meer aan de besluitvorming ten grondslag kunnen leggen.
Volledig
Uit de regels volgt dat in beginsel moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein en daarvan kan worden afgeweken als dit geen onevenredige gevolgen heeft voor de omgeving en wordt voldaan aan de in de Nota Parkeernormen Gemeente Meppel opgenomen regels en voorwaarden. De regels uit het Paraplubestemmingsplan Parkeren beschermen daarmee naar het oordeel van de rechtbank (mede) de directe omgeving van een aangevraagd bouwplan tegen parkeeroverlast, en daarmee de belangen van eisers. 7.6. De verwijzing van verweerder naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 21 januari 1982 leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank overweegt allereerst dat het een andere wettelijke grondslag betrof. Die uitspraak zag bovendien op de vraag of een vrijstelling van de (parkeer)norm kon worden verleend om te parkeren op eigen terrein, op grond van het destijds geldende bouwverordening. Bij het nemen van de beslissing om geen vrijstelling te verlenen heeft mede een rol gespeeld dat verweerder het perceel van appellant geen geschikte locatie acht voor een sociëteitsruimte gezien het karakter van de betreffende straat als woonstraat en de kans op overlast die een sociëteit in zo’n omgeving meebrengt. Naar aanleiding van dat standpunt overweegt de Afdeling dat artikel 258 van destijds geldende bouwverordening slechts strekt ter bescherming van die belangen welke worden bedreigd door het ontbreken van (voldoende) parkeerfaciliteiten op een bouwperceel zelf. Het weigeren van een vrijstelling op grond van motieven die niet in verband kunnen worden gebracht met die belangen moet derhalve ongeoorloofd worden geacht. Deze uitspraak van de Afdeling kan niet zonder meer worden toegepast op het relativiteitsvraagstuk in de onderhavige kwestie. Overige onduidelijkheden 7.7. Op de zitting is vastgesteld dat eisers in deze beroepsprocedure tijdig alle op de zaak betrekking hebbende stukken gekregen. Met betrekking tot de eerder verleende omgevingsvergunning heeft het college verduidelijkt dat er in 2009 ook een omgevingsvergunning is verleend voor realisatie van een appartementencomplex op deze plek. De omgevingsvergunning is in 2022 ingetrokken en dat het bezwaar dat daartegen is gemaakt door vergunninghouder, is nog in behandeling. Eisers hebben op de zitting aangegeven dat de door hen ervaren onduidelijkheid in de besluitvormingsprocedure met de alsnog verstrekte informatie afdoende is opgehelderd. Materiële aspecten 7.8. Het college stelt zich in de omgevingsvergunning van 3 oktober 2023 op het standpunt dat voldaan wordt aan het Paraplubestemmingsplan Parkeren en verwijst daarbij naar de parkeeronderbouwing van Goudappel. 7.9. In artikel 4.1 van het Paraplubestemmingsplan Parkeren is voorgeschreven dat de gronden slechts mogen worden bebouwd onder de voorwaarde dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. Verder is voorgeschreven dat bij omgevingsvergunningen aan de hand van de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Gemeente Meppel (Nota Parkeernormen) wordt bepaald of sprake is van voldoende parkeergelegenheid. 7.10. De Nota Parkeernormen kent twee uitgangspunten: 1. de parkeercapaciteit dient te voldoen aan de gestelde parkeernorm: 2. de parkeercapaciteit dient op eigen terrein te worden gerealiseerd om te voorkomen dat de parkeervraag wordt afgewenteld op de openbare ruimte. 7.11. In de parkeeronderbouwing van Goudappel zijn de 36 A-appartementen aangemerkt als ‘eenpersoonswoning’ en de zeven B- en C-appartementen als ‘goedkoop’. Goudappel heeft rekening gehouden met de ligging van de projectlocatie en is uitgegaan van een gemiddeld lager autobezit van 16,7% waardoor Goudappel voor de ‘eenpersoonswoning’ rekent met een norm van 0,4 – 16,7% = 0,33 personenauto’s per eenpersoonshuishouden. Voor de 36 A-appartementen is de ongewogen parkeerbehoefte volgens Goudappel (36 x 0,33 =) 11,9 parkeerplaatsen. Verder rekent Goudappel met een toelage van 0,1 per woning vanwege het betaald parkeren in de wijk (36 x 0,1 = 3,6). De totale parkeerbehoefte voor de A-appartementen is (11,9 + + 3,6 =) 15,5 parkeerplaatsen. Voor de zeven B- en C-appartementen heeft Goudappel een parkeerbehoefte van (7 x 1,4=) 9,8 berekend. Daarmee komt volgens Goudappel de totale parkeerbehoefte op (15,5 + 9,8 =) 25,3 parkeerplaatsen. Omdat op het terrein 27 parkeerplaatsen worden aangelegd is volgens Goudappel sprake van een acceptabele parkeersituatie. Geschil 7.12. Tussen partijen staat niet ter discussie dat de ligging van het bouwplan onder ‘schil’ in de zin van de Nota Parkeernormen valt. Het geschil spitst zich toe op de vragen of de A-appartementen als ‘eenpersoonswoning’ kunnen worden gekwalificeerd, of er terecht rekening is gehouden met een gemiddeld lager percentage autobezit en of de B- en C- appartementen als ‘woning goedkoop’ kunnen worden gekwalificeerd. Eenpersoonswoning 7.13. De rechtbank is van oordeel dat het college in het bestreden besluit onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de A-appartementen als ‘eenpersoonswoning’ kunnen worden gekwalificeerd. In de Nota Parkeernormen is geen definitie opgenomen van ‘eenpersoonswoning’. Uit de aanvraag en de omgevingsvergunning van 3 oktober 2023 blijkt ook niet dat de A-appartementen als zodanig zijn vergund. Eisers hebben in bezwaar al aangevoerd dat het uitgangspunt dat de A-appartementen als ‘eenpersoonswoning’ moeten worden aangemerkt, niet is onderbouwd. Het college is daar in het bestreden besluit niet op ingegaan. In de bij het bestreden besluit behorende advies van de commissie bezwaarschriften van 5 februari 2024 is slechts opgenomen dat het aantal benodigde parkeerplaatsen op juiste wijze getoetst is. Het bestreden besluit is daarom in strijd met artikel 3:46 en 7:12 van de Awb. Deze beroepsgrond van eisers slaagt. 7.14. In het kader van de finale geschilbeslechting zal de rechtbank hierna beoordelen of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand gelaten kunnen worden. Het college heeft namelijk een nadere motivering gegeven in het verweerschrift en op de zitting. 7.15. In het verweerschrift heeft het college gesteld dat de toepasselijke parkeernorm wordt bepaald aan de hand van de oppervlakte van een object. In de parkeeronderbouwing die onderdeel uit maakt van de omgevingsvergunning van 3 oktober 2023, stelt Goudappel: “De ambtelijke vertaling van de gemeente Meppel voor de parkeernorm voor eenpersoonshuishoudens is: 50 m² GBO als bovengrens. (…) De appartementen type A zijn om en nabij 50 m² GBO en zijn daarmee bestemd voor eenpersoonshuishoudens. (…) Hierdoor komt het GE wonen op 48,9 m2 (…)”. Op de zitting heeft het college bevestigd dat de vaste uitleg van de Nota Parkeernormen is dat als beleidsuitgangspunt geldt dat woningen met een gebruiksoppervlakte van 50 m2 of minder als eenpersoonswoningen worden aangemerkt en dat de A-appartementen daarom als eenpersoonswoning zijn aangemerkt. 7.16. De rechtbank acht de uitleg van de Nota Parkeernormen waarbij voor het bepalen van dit type woning wordt aangesloten bij het gebruiksoppervlak van de woning in dit geval niet onredelijk. Eisers hebben niet weersproken dat de A-appartementen een gebruiksoppervlakte van minder dan 50 m2 hebben. De rechtbank is van oordeel dat met de nadere toelichting van het college voldoende deugdelijk is gemotiveerd waarom de A-appartementen als eenpersoonswoning kunnen worden gekwalificeerd. Het geconstateerde motiveringsgebrek is dan ook hersteld. Correctie gemiddeld autobezit en betaald parkeren 7.17. De rechtbank overweegt dat in de Nota Parkeernomen is voorgeschreven bij eenpersoonswoningen in de schil, te rekenen met een norm van 0,4 per woning. In de Nota Parkeernormen wordt geen mogelijkheid geboden om de norm te corrigeren vanwege het gemiddelde autobezit of betaald parkeren in de desbetreffende woonwijk. Naar het oordeel van de rechtbank wordt in het rapport van Goudappel ten onrechte een correctie vanwege het autobezit en betaald parkeren toegepast. Het college had het rapport van Goudappel dan ook niet zonder meer aan de besluitvorming ten grondslag kunnen leggen.
Volledig
Omdat Goudappel uiteindelijk wel rekent met een norm van (meer dan) 0,4 parkeerplaats per eenpersoonswoning én op de zitting is toegelicht door vergunninghouders dat in de planvorming rekening is gehouden met 0,4 parkeerplaatsen per eenpersoonswoning, passeert de rechtbank dit gebrek in de besluitvorming met toepassing van artikel 6:22 van de Awb omdat niet gebleken is dat eisers hierdoor in hun belangen zijn geschaad. B- en C-appartementen 7.18. De rechtbank is van oordeel dat het college in het bestreden besluit ook onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de B- en C-appartementen als ‘goedkoop’ kunnen worden gekwalificeerd. In de Nota Parkeernormen is geen definitie opgenomen van ‘goedkoop’ of op andere wijze een onderscheid tussen ‘goedkoop’, ‘midden’ en ‘duur’ toegelicht. Ook in het bestreden besluit en de daaraan ten grondslag liggende stukken is niet toegelicht waarom de B- en C- appartementen als ‘goedkoop’ zijn aangemerkt. Het bestreden besluit is ook op dit punt in strijd met artikel 3:46 en 7:12 van de Awb. Deze beroepsgrond van eisers slaagt. 7.19. In het kader van de finale geschilbeslechting zal de rechtbank hierna beoordelen of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand gelaten kunnen worden. Het college heeft namelijk ook op dit punt een nadere motivering gegeven op de zitting. 7.20. Op de zitting heeft het college toegelicht dat de toepasselijke parkeernorm bij kamerverhuur/eenpersoonswoningen wordt bepaald aan de hand van de oppervlakte van een object en dat de overige woningen worden ingedeeld aan de hand van de Nota grondprijzen. Daarbij worden volgens het college woningen tussen de € 350.000,- en € 450.000,- aangemerkt als ‘goedkoop’ en woningen tussen de € 450.000,- en € 600.000,- als ‘midden’. 7.21. De rechtbank acht deze uitleg van de Nota Parkeernormen in dit geval niet onredelijk. Op de zitting is niet gemotiveerd weersproken dat de B- en C-appartementen bij een indeling conform de Nota grondprijzen, als ‘goedkoop’ kunnen worden gekwalificeerd. De rechtbank is van oordeel dat met de nadere toelichting van het college voldoende deugdelijk is gemotiveerd waarom de B- en C- appartementen als ‘goedkoop’ kunnen worden gekwalificeerd. Het geconstateerde motiveringsgebrek is dan ook hersteld. Verouderd beleid 7.22. De rechtbank overweegt dat het feit dat het beleid in de Nota Parkeernormen mogelijk verouderd is, aan het voorgaande niet af doet. In het Paraplubestemmingsplan Parkeren is dwingend voorgeschreven dat aan de hand van de parkeernormen in de Nota Parkeernormen wordt bepaald of sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Het college heeft bij deze toets geen ruimte om af te wijken van dat beleid. Dit argument van eisers kan niet leiden tot een gegrond beroep. Bomen 7.23. De rechtbank overweegt dat de verleende omgevingsvergunning niet ziet op wijzigingen in de groenstrook tussen het appartementencomplex waar eisers wonen, en de te realiseren appartementencomplexen. De beroepsgrond van eisers met hun vrees voor verwijdering van de groenstrook, kan alleen daarom al niet slagen. Conclusie en gevolgen 8. Gelet op overwegingen onder 7.13 en 7.18 is het beroep van eisers gegrond. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. Maar de rechtbank laat met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand. Dit omdat met de nadere motivering die door het college in het verweerschrift en op de zitting is gegeven de geconstateerde gebreken zijn hersteld. Dit betekent dat de vergunde appartementencomplexen wel gerealiseerd kunnen worden. 8.1. Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eisers vergoeden. Eisers hebben verder geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Eisers hebben na afloop van de zitting een proceskostenformulier overgelegd met daarop een declaratie voor de reiskosten (Openbaar vervoer Den Haag - Groningen, € 62,40) en verletkosten (€ 252,-) van hun gemachtigde. Omdat er geen sprake is van een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en de gemachtigde geen partij of belanghebbende is, komen de door de gemachtigde gemaakte kosten gelet op het bepaalde in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht niet voor vergoeding in aanmerking. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het besluit van 14 februari 2024; bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven; bepaalt dat het college het griffierecht van € 187,- aan eisers moet vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.S. van den Berg, rechter, in aanwezigheid van mr.S. G. Steenbergen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 30 april 2025. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Na vergunningverlening hebben de beoogde appartementen de adressen Weerdstraat 4 -1 t/m 18 en Weerdstraat 6 – 1 t/m 25 toegewezen gekregen. Parkeeronderbouwing De Groene Pleinen Meppel, Goudappel BV, 24 mei 2022. Uitspraak van de Afdeling van 21 januari 1982, ECLI:NL:RVS:1982:AM6248. Gebruiksoppervlak.
Volledig
Omdat Goudappel uiteindelijk wel rekent met een norm van (meer dan) 0,4 parkeerplaats per eenpersoonswoning én op de zitting is toegelicht door vergunninghouders dat in de planvorming rekening is gehouden met 0,4 parkeerplaatsen per eenpersoonswoning, passeert de rechtbank dit gebrek in de besluitvorming met toepassing van artikel 6:22 van de Awb omdat niet gebleken is dat eisers hierdoor in hun belangen zijn geschaad. B- en C-appartementen 7.18. De rechtbank is van oordeel dat het college in het bestreden besluit ook onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de B- en C-appartementen als ‘goedkoop’ kunnen worden gekwalificeerd. In de Nota Parkeernormen is geen definitie opgenomen van ‘goedkoop’ of op andere wijze een onderscheid tussen ‘goedkoop’, ‘midden’ en ‘duur’ toegelicht. Ook in het bestreden besluit en de daaraan ten grondslag liggende stukken is niet toegelicht waarom de B- en C- appartementen als ‘goedkoop’ zijn aangemerkt. Het bestreden besluit is ook op dit punt in strijd met artikel 3:46 en 7:12 van de Awb. Deze beroepsgrond van eisers slaagt. 7.19. In het kader van de finale geschilbeslechting zal de rechtbank hierna beoordelen of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand gelaten kunnen worden. Het college heeft namelijk ook op dit punt een nadere motivering gegeven op de zitting. 7.20. Op de zitting heeft het college toegelicht dat de toepasselijke parkeernorm bij kamerverhuur/eenpersoonswoningen wordt bepaald aan de hand van de oppervlakte van een object en dat de overige woningen worden ingedeeld aan de hand van de Nota grondprijzen. Daarbij worden volgens het college woningen tussen de € 350.000,- en € 450.000,- aangemerkt als ‘goedkoop’ en woningen tussen de € 450.000,- en € 600.000,- als ‘midden’. 7.21. De rechtbank acht deze uitleg van de Nota Parkeernormen in dit geval niet onredelijk. Op de zitting is niet gemotiveerd weersproken dat de B- en C-appartementen bij een indeling conform de Nota grondprijzen, als ‘goedkoop’ kunnen worden gekwalificeerd. De rechtbank is van oordeel dat met de nadere toelichting van het college voldoende deugdelijk is gemotiveerd waarom de B- en C- appartementen als ‘goedkoop’ kunnen worden gekwalificeerd. Het geconstateerde motiveringsgebrek is dan ook hersteld. Verouderd beleid 7.22. De rechtbank overweegt dat het feit dat het beleid in de Nota Parkeernormen mogelijk verouderd is, aan het voorgaande niet af doet. In het Paraplubestemmingsplan Parkeren is dwingend voorgeschreven dat aan de hand van de parkeernormen in de Nota Parkeernormen wordt bepaald of sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Het college heeft bij deze toets geen ruimte om af te wijken van dat beleid. Dit argument van eisers kan niet leiden tot een gegrond beroep. Bomen 7.23. De rechtbank overweegt dat de verleende omgevingsvergunning niet ziet op wijzigingen in de groenstrook tussen het appartementencomplex waar eisers wonen, en de te realiseren appartementencomplexen. De beroepsgrond van eisers met hun vrees voor verwijdering van de groenstrook, kan alleen daarom al niet slagen. Conclusie en gevolgen 8. Gelet op overwegingen onder 7.13 en 7.18 is het beroep van eisers gegrond. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. Maar de rechtbank laat met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand. Dit omdat met de nadere motivering die door het college in het verweerschrift en op de zitting is gegeven de geconstateerde gebreken zijn hersteld. Dit betekent dat de vergunde appartementencomplexen wel gerealiseerd kunnen worden. 8.1. Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eisers vergoeden. Eisers hebben verder geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Eisers hebben na afloop van de zitting een proceskostenformulier overgelegd met daarop een declaratie voor de reiskosten (Openbaar vervoer Den Haag - Groningen, € 62,40) en verletkosten (€ 252,-) van hun gemachtigde. Omdat er geen sprake is van een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en de gemachtigde geen partij of belanghebbende is, komen de door de gemachtigde gemaakte kosten gelet op het bepaalde in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht niet voor vergoeding in aanmerking. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het besluit van 14 februari 2024; bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven; bepaalt dat het college het griffierecht van € 187,- aan eisers moet vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.S. van den Berg, rechter, in aanwezigheid van mr.S. G. Steenbergen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 30 april 2025. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Na vergunningverlening hebben de beoogde appartementen de adressen Weerdstraat 4 -1 t/m 18 en Weerdstraat 6 – 1 t/m 25 toegewezen gekregen. Parkeeronderbouwing De Groene Pleinen Meppel, Goudappel BV, 24 mei 2022. Uitspraak van de Afdeling van 21 januari 1982, ECLI:NL:RVS:1982:AM6248. Gebruiksoppervlak.