Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-02-04
ECLI:NL:RBNNE:2025:1377
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,855 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 257905995
zaaknummer: 11144927 BU VERZ 24-1166
uitspraak van de kantonrechter van 4 februari 2025
inzake
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] ,
gemachtigde: mr. M. Lagas, Appjection B.V..
Inleiding
1. Aan betrokkene is een sanctie opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verweten gedraging betreft ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 3 mei 2023, om 20:52 uur, op de Turfsingel, Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde sanctie bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft administratief beroep ingesteld tegen de inleidende beschikking. De officier van justitie heeft het administratief beroep ongegrond verklaard.
1.2.
De gemachtigde heeft namens betrokkene beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie. De behandeling van het beroepschrift heeft plaatsgevonden op de openbare zitting van 21 januari 2025. Gemachtigde en betrokkene zijn niet op de zitting verschenen. Als vertegenwoordiger van de officier van justitie is verschenen mr. R. van der Velde (hierna: de vertegenwoordiger).
Beoordeling
2. Gemachtigde voert aan dat betrokkene aan het laden en lossen was. Hij was iemand aan het helpen met verhuizen. Hij heeft daarbij niemand gehinderd. Daarnaast is de informatieplicht geschonden. Gemachtigde heeft het dossier niet ontvangen van de officier van justitie. Verder is de hoorplicht geschonden. Betrokkene heeft verzocht om te worden gehoord, maar de officier van justitie heeft hier geen gehoor aan gegeven. Er is ook geen sprake van een van de uitzonderingen op de hoorplicht.
3. De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond verklaard moet worden. Uit het dossier maakt zij op dat het dossier na de ontvangstbevestiging van het beroep naar gemachtigde is gestuurd. De foto’s zijn daarbij niet meegestuurd. De informatieplicht is daardoor wel geschonden, maar hier hoeven geen gevolgen aan verbonden te worden. Een professioneel gemachtigde weet dat de foto’s op te vragen zijn bij de rechtbank. De hoorplicht is ook geschonden, maar hier hoeven ook geen gevolgen aan verbonden te worden. Gemachtigde heeft een ingebrekestelling gestuurd voordat de hoorzitting plaats heeft gevonden. Kennelijk had hij meer belang bij de beslissing. Daarnaast kan de gedraging worden vastgesteld omdat het stilstaan op het trottoir helemaal niet mag.
Informatieplicht
4. Op grond van artikel 7:18 van de Algemene wet bestuursrecht is de officier van justitie gehouden de op de zaak betrekking hebbende stukken te verstrekken aan de indiener van het beroep. Op de zitting heeft de vertegenwoordiger aangegeven dat het dossier wel verstuurd is aan gemachtigde. Dat gebeurt automatisch. Gemachtigde heeft niet geloofwaardig ontkend dat hij het dossier heeft ontvangen. Op de zitting heeft de vertegenwoordiger wel aangegeven dat de foto’s niet mee waren gestuurd. De kantonrechter oordeelt dan ook dat de informatieplicht is geschonden. In rechtsoverweging 8 legt hij uit welke gevolgen dit oordeel heeft.
Hoorplicht
5. Betrokkene is niet gehoord door de officier van justitie, omdat gemachtigde voor de hoorzitting een ingebrekestelling heeft gestuurd. Betrokkene is echter van meet af aan bijgestaan door een professioneel gemachtigde. Deze heeft de CVOM in de ingebrekestelling gevraagd om binnen twee weken een beslissing te nemen. Dat de CVOM dan een beslissing neemt voordat de hoorzitting heeft plaatsgevonden is een omstandigheid die voor rekening van betrokkene komt. In rechtsoverweging 8 legt de kantonrechter ook uit welke gevolgen dit oordeel heeft.
Gedraging
6. Betrokkene betwist de gedraging niet, maar voert argumenten aan ter verklaring. De gedraging kan hiermee worden vastgesteld. De kantonrechter ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of sprake is van bijzondere omstandigheden die het opleggen van een sanctie niet billijken dan wel matiging van de sanctie rechtvaardigen.
7. Op grond van artikel 10, eerste lid, van het RVV 1990 mag een bestuurder van een auto niet het trottoir gebruiken. Ook niet om te laden en lossen. Betrokkene voert aan dat hij iemand aan het helpen was met het verhuizen en dat hij niemand in de weg stond. Zijn stelling dat er geen sprake was van hinder, treft in dit verband geen doel. De vaststelling van een Muldergedraging is niet afhankelijk gesteld van hinder. Dicht bij de pleeglocatie zijn parkeerplekken aanwezig. Betrokkene had op deze parkeerplekken kunnen gaan staan voor het laden en lossen. Alles overwegende is de kantonrechter van oordeel dat de gedraging kan worden vastgesteld en dat de sanctie terecht is opgelegd. Door betrokkene zijn geen omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat de sanctie gematigd of op nihil gesteld moet worden.
Conclusie
8. In verband met de schending van de informatieplicht en de hoorplicht zal de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie vernietigen. De inleidende beschikking zal hij wel in stand laten, omdat betrokkene niet zodanig in zijn verdedigingsbelang is geschaad dat de beschikking vernietigd moet worden; verder komt het feit dat de CVOM in verband met de ingebrekestelling vóór de hoorzitting een beslissing neemt voor rekening van betrokkene. Bovendien is de sanctie terecht opgelegd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie;
verklaart het administratief beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond;
wijst het verzoek om proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter, in aanwezigheid van
mr. M. Hidding, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2025.
griffier, kantonrechter,
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op: