Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2024-05-28
ECLI:NL:RBNNE:2024:5367
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
2,082 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 263242014
zaaknummer: 11345914 BU VERZ 24-2420
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 28 mei 2025
in de zaak van
F.A. [betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat’ verricht op 23 december 2023, om 11:18 uur, aan de Sontweg kruising Europaweg te Groningen, gemeente Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 289,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 28 mei 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. Kalsbeek.
1.3.
Na sluiting van het onderzoek heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Dictum
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gedeeltelijk gegrond is en zal de boete matigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene betwist de verweten gedraging en stelt dat zij keurig voor het rode licht stond en wegreed toen het licht groen was. Door betrokkene is aangevoerd dat de camera niet in orde was, nu op beide foto’s van de gedraging dezelfde tijdstippen staan. Daarnaast heeft zij uitvoerig onderzoek heeft gedaan naar de camera, omdat ze wil weten hoe het systeem werkt, maar hier kon zij niets over vinden. Daarnaast heeft betrokkene aangevoerd dat op de foto’s duidelijk het felle driehoekverkeersbord is te zien en haaks daartegenover de camera staat. Betrokkene stelt dat volgens haar de enorme felheid van het omgevingslicht, dat gereflecteerd wordt op het verkeersbord, een sterke lichtbeam geeft in de camera, waardoor dit interne systeem van de filmcamera overstuur is geraakt en onjuiste foto’s heeft gemaakt van het betreffende stoplicht dat op rood stond.
4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd het standpunt van de officier van justitie te willen handhaven en heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
5. In Wahv zaken biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.
5.1
Uit de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht blijkt dat de overtreding met roodlichtapparatuur geautomatiseerd op twee digitale foto’s is vastgelegd. Op foto één is het betreffende voertuig te zien dat de radardetectie of lus achter de stopstreep van het rode verkeerslicht activeert. Op het moment van constatering brandde het rode licht reeds 0,4 seconden. Op foto twee is te zien dat circa een seconde later het voertuig verder is gereden. De overtreding werd geautomatiseerd vastgelegd door middel van goedgekeurde radarapparatuur, die is gemonteerd in een flitspaal.
5.2
Door de vertegenwoordigster is op de zitting aangegeven dat bij dit soort type flitspaal het tijdstip van de gedraging altijd hetzelfde is op beide foto’s en dat dit niets af doet aan juistheid van de meting. Het tijdstip op beide foto’s is altijd hetzelfde als het tijdstip dat in het zaakoverzicht staat genoemd, dat hier 11:18 uur betreft. Door de vertegenwoordigster is daarnaast aangevoerd dat de gedraging wordt vastgesteld aan de hand van detectielussen die in het wegdek zitten en die worden geactiveerd als het rode licht brandt, waardoor de gedraging wordt vastgesteld aan de hand van de meting en niet aan de hand van de foto’s. Tot slot is door de vertegenwoordigster aangevoerd dat zowel de camera’s als het meetsysteem worden geijkt en dat hier ook verklaringen van zijn. Doordat betrokkene dit echter niet had aangevoerd in haar beroepschrift, heeft zij deze verklaringen niet opgevraagd.
5.3
In hetgeen door betrokkene is aangevoerd, ziet de kantonrechter onvoldoende aanleiding te twijfelen aan de in het dossier beschikbare gegevens. Ten aanzien van het verweer van betrokkene dat de camera niet in orde is omdat op beide foto’s van de gedraging hetzelfde tijdstip staat, overweegt de kantonrechter dat uit de uitleg van de vertegenwoordigster op zitting duidelijk blijkt dat bij onderhavige flitspaal het tijdstip van de gedraging op beide foto’s altijd gelijk is. Daarnaast overweegt de kantonrechter dat de rood- en geeltijd op de foto’s wél verschillen, waarbij op de tweede foto is te zien dat betrokkene doorrijdt, terwijl de roodtijd 2,2 seconden betrof. Ten aanzien van het verweer van betrokkene dat een sterke lichtstraal in de camera komt, waardoor er een overspannenheid van het camerasysteem wordt veroorzaakt, overweegt de kantonrechter dat uit de uitleg van de vertegenwoordigster op de zitting blijkt dat de lichtintensiteit geen invloed heeft op de lussen in het wegdek. De kantonrechter ziet geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de meting en gaat ervan uit dat het meetsysteem geijkt en in orde is bevonden, ook nu betrokkene dit niet eerder heeft aangevoerd. Alles overwegende is de kantonrechter van oordeel dat de gedraging kan worden vastgesteld.
5.4
Wel is de kantonrechter van oordeel dat de motivering van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep zeer summier is en dat de gegeven uitleg door de vertegenwoordigster op de zitting over het meetsysteem eerder had gekund en veel voor betrokkene had kunnen ophelderen. Gelet op vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat er sprake is van schending van de motiveringsplicht. Dit, in combinatie met het gegeven, dat de verschillende tijdstippen op de foto’s verwarrend kunnen zijn geweest voor betrokkene, maakt dat de kantonrechter van oordeel is dat de boete gematigd dient te worden tot € 75,00 exclusief administratiekosten.
Conclusie
De kantonrechter:
- verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond;
- wijzigt de beslissing van de officier van justitie in zoverre dat de sanctie wordt gematigd tot € 84,00 inclusief administratiekosten;
- bepaalt dat het teveel betaalde aan zekerheidstelling aan betrokkene wordt gerestitueerd.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. F. Sijens, kantonrechter
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op: