Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2024-09-10
ECLI:NL:RBNNE:2024:5355
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,457 tokens
Inleiding
RECHTBANK
NOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Assen
Zaaknummer: 10712738 \ CV EXPL 23-3765
Vonnis van 10 september 2024
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: Stichting Achmea Rechtsbijstand,
tegen
MEPPELENERGIE B.V.,
te Meppel,
gedaagde partij,
hierna te noemen: MeppelEnergie,
gemachtigde: A. Tijmersma.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek - de conclusie van dupliek
- de akte uitlaten producties van [eiser].
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
MeppelEnergie is netbeheerder en energieleverancier van een warmtenet in de wijk [naam] te Meppel. Het warmtenet van MeppelEnergie bestaat uit een installatie die 424 woningen van verbruikers voorziet van zowel verwarming als koeling.
2.2. [
eiser] beschikt over een aansluiting op het warmtenet van MeppelEnergie.
2.3. [
eiser] is met ingang van 3 december 2020 een overeenkomst aangegaan met MeppelEnergie voor de levering van warmte voor ruimteverwarming en warm tapwater en koude (hierna: de overeenkomst). Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden levering warmte en koude voor verbruikers met een aansluiting van maximaal 100 kW (hierna: de Algemene Voorwaarden) van MeppelEnergie van toepassing.
2.4.
In artikel 2 lid 3 van de Algemene Voorwaarden is onder meer opgenomen:
“Het bedrijf is bevoegd niet over te gaan tot het tot stand brengen, uitbreiden of wijzigen van een aansluiting dan wel hiervoor bijzondere voorwaarden te stellen, om aldus te voorkomen dat de belangen van het bedrijf of die van één of meerdere aanvragers of verbruikers worden geschaad.”
2.5.
In artikel 6 lid 6 van de Algemene Voorwaarden is opgenomen:
“Zowel de gebruiker als het bedrijf kunnen de overeenkomst tot levering opzeggen. Opzegging door de verbruiker dient met inachtneming van een opzegtermijn van minimaal 30 (dertig) dagen te geschieden. Opzegging door het bedrijf dient gemotiveerd en schriftelijk te geschieden en is slechts mogelijk in geval van zwaarwichtige belangen en met inachtneming van een opzegtermijn van minimaal 90 (negentig) dagen.”
2.6.
In artikel 23 lid 4 van de Algemene Voorwaarden is opgenomen:
“Wijzigingen gelden ook ten aanzien van reeds bestaande overeenkomsten. Indien een verbruiker een wijziging niet wenst te accepteren, kan hij de overeenkomst opzeggen overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 lid 6 van deze algemene voorwaarden.”
2.7.
Art. 3c van de Warmtewet luidt:
“
Een overeenkomst tot levering van warmte kan door een verbruiker door middel van een opzegging worden ontbonden.
Aan een opzegging hoeft de leverancier geen gevolg te geven in de gevallen waarin:
het technisch niet mogelijk is de levering van warmte aan die gebruiker geheel te beëindigen, of
beëindiging van de levering leidt tot aanzienlijk blijvend nadeel voor een andere verbruiker.
3. Een leverancier reageert schriftelijk op een opzegging als bedoeld in het eerste lid, en motiveert daarin in voorkomend geval waarom de beëindiging niet kan plaatsvinden.”
2.8.
De Memorie van Toelichting bij art. 3c lid 2 sub b Warmtewet luidt, voor zover hier van belang:
“(…) Het voorgestelde wettelijke systeem omvat twee uitzonderingen op de regel dat een afnemer altijd zijn leveringsovereenkomst moet kunnen beëindigen. De eerste doet zich voor wanneer het technisch niet mogelijk is om de levering van warmte in zijn geheel te beëindigen. Indien een afnemer geen eigenstandige aansluiting heeft, zoals in situaties van blokverwarming door middel van inpandige stijgleidingen zonder individuele aansluitingen, is het technisch vrijwel niet mogelijk om de levering van warmte volledig te beëindigen. Het warme water blijft immers door de stijgleidingen stromen en warmte afgeven ten behoeve van de overige bewoners, waarvan ook de afgesloten afnemer zou blijven profiteren. De tweede is wanneer beëindiging van de leveringsovereenkomst, en daarmee ook de levering van warmte, leidt tot «aanzienlijk nadeel» voor een andere gebruiker. Gekozen is voor deze vrij ruime term omdat er bij warmtelevering veel verschillende situaties zijn, die niet in één wettelijke bepaling te vatten zijn. Bijvoorbeeld in gevallen waarin warmtesystemen serieel geschakeld zijn bestaat een risico op nadeel voor andere gebruikers, omdat beëindiging van de levering aan een afnemer zou kunnen betekenen dat afnemers verderop in het systeem ook geen warmte meer geleverd krijgen, tenzij de leverancier de infrastructuur dusdanig omlegt dat de levering aan deze afnemers gegarandeerd blijft. Een andere mogelijke situatie is een klein warmtenet met een beperkt aantal aansluitingen, waar een of meerdere opzeggingen leiden tot dusdanige verslechtering van de financiële situatie van de leverancier dat de warmtelevering aan de overige aangeslotenen in gevaar komt. Beëindiging van de levering door een afnemer mag er niet toe leiden dat andere afnemers verstoken blijven van warmtelevering of hiervoor ineens hogere kosten in rekening gebracht krijgen.
Voor beide uitzonderingen ligt de bewijslast bij de leverancier die de afnemer een onderbouwing moet verschaffen indien hij het verzoek tot beëindiging van de leveringsovereenkomst weigert op grond van een van deze twee uitzonderingsmogelijkheden. De leverancier bepaalt dus of de uitzonderingsmogelijkheden van toepassing zijn en verstrekt de verzoekende afnemer een volledige onderbouwing indien hij zich beroept op een van de uitzonderingsgronden. (…)”
2.9.
Op 29 december 2022 heeft [eiser] een e-mail aan MeppelEnergie verzonden waarin hij aangeeft de overeenkomst te willen ontbinden.
2.10.
Op 18 januari 2023 heeft MeppelEnergie aan [eiser] laten weten geen gevolg te kunnen geven aan de opzegging.
2.11.
Naderhand hebben partijen veelvuldig met elkaar gecorrespondeerd.
Geschil
3.1. [
eiser] vordert, uitvoerbaar bij voorraad:
Primair
I. voor recht te verklaren dat de leveringsovereenkomst tussen [eiser] en MeppelEnergie op rechtsgeldige wijze is opgezegd, alsmede dat de leveringsovereenkomst uiterlijk in het derde kwartaal van 2025 – op een nader door [eiser] aan MeppelEnergie aan te geven datum – eindigt;
Subsidiair
II. MeppelEnergie te veroordelen tot medewerking aan de ontbinding van de leveringsovereenkomst middels opzegging, tegen een nader door [eiser] aan te geven datum, onder verbeurte van een dwangsom van € 50,00 per dag of dagdeel dat MeppelEnergie in gebreke blijft hieraan te voldoen;
III. te bepalen dat de leveringsovereenkomst uiterlijk in het derde kwartaal van 2025, althans op een in goede justitie te bepalen datum, zal worden beëindigd, onder verbeurte van een dwangsom van € 50,00 per dag of dagdeel dat MeppelEnergie in gebreke blijft hieraan te voldoen;
Meer subsidiair
IV. voor recht te verklaren dat de leveringsovereenkomst middels de opzegging van [eiser] ontbonden is, waarbij de levering en afname uiterlijk in het derde kwartaal van 2025 – op een nader door [eiser] aan MeppelEnergie aan te geven datum – eindigt, dan wel op een in goede justitie te bepalen datum;
Meer subsidiair
V. de leveringsovereenkomst te vernietigen op een in goede justitie te bepalen datum in 2025;
Meer subsidiair
VI. MeppelEnergie te veroordelen om binnen 14 dagen na dit vonnis aan [eiser] kenbaar te maken per welke datum de leveringsovereenkomst, binnen een periode van drie jaar, door [eiser] kan worden beëindigd, onder verbeurte van een dwangsom van € 50,00 per dag of dagdeel dat MeppelEnergie in gebreke blijft hieraan te voldoen;
Zowel primair, als subsidiair als meer subsidiair
VII. voor recht te verklaren dat de op 29 december 2022 aangekondigde tariefswijziging niet eerder dan 1 februari 2023 mocht ingaan;
VIII. MeppelEnergie te veroordelen om binnen 14 dagen na dit vonnis de nota van januari 2023 aan te passen en overgaat tot uitbetaling van het onverschuldigde door [eiser] betaalde bedrag, waarbij de kosten voor het verbruik over de maand januari 2023 begroot dienen te worden aan de hand van de tarieven zoals deze in december 2022 golden, onder verbeurte van een dwangsom van € 50,00 per dag of dagdeel dat MeppelEnergie in gebreke blijft hieraan te voldoen;
IX. MeppelEnergie te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten, ten bedrage van € 462,50;
X. MeppelEnergie te veroordelen in de kosten van de procedure, alsmede de nakosten.
3.2.
MeppelEnergie voert verweer. MeppelEnergie concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1. [
eiser] heeft op 29 december 2022, nadat MeppelEnergie de nieuwe tarieven van 2023 aan hem heeft medegedeeld, de overeenkomst opgezegd. Vaststaat dat [eiser] de mogelijkheid heeft om de overeenkomst op te zeggen als hij een wijziging niet wenst te accepteren. MeppelEnergie heeft, met een beroep op artikel 3c lid 2 sub b Warmtewet, aan [eiser] aangegeven niet akkoord te gaan met de opzegging.
4.2.
De vraag is of MeppelEnergie [eiser] mag weigeren om de overeenkomst op te zeggen. De bewijslast van het gelden van de uitzonderingsbepaling ligt bij MeppelEnergie.
4.3.
MeppelEnergie stelt dat zij een beroep kan doen op de uitzonderingsbepaling en verwijst daarbij naar de Memorie van Toelichting behorende bij de Warmtewet (Kamerstukken II 2016/17, 34 723, nr. 3 (hierna: Kamerstukken)). De kantonrechter merkt op dat artikel 6:230m BW – mede op grond van de Kamerstukken – van toepassing is op de onderhavige overeenkomst. De wetgever heeft er voor gekozen om de consument (afnemer) te beschermen. Als gevolg van artikel 6:230m BW bevat een overeenkomst de voorwaarden voor opschorting of beëindiging daarvan. Een overeenkomst zal derhalve moeten bepalen welke voorwaarden gelden indien een afnemer zijn overeenkomst wil opzeggen. Bij het ontbreken van die voorwaarden kan de leverancier (thans MeppelEnergie) daar geen beroep op doen. MeppelEnergie voert aan dat [eiser] op de hoogte was van de mogelijkheid om geen gevolg te geven aan de opzegging van [eiser] en verwijst naar artikel 2 lid 3 van de Algemene Voorwaarden. De kantonrechter is, zoals ook door [eiser] is aangevoerd, van oordeel dat onder het ‘wijzigen van een aansluiting’ niet ‘afsluiting van het warmtenet’ kan worden verstaan. De kantonrechter overweegt dat uit de contractuele afspraken niet blijkt dat er beperkingen of voorwaarden zitten aan de opzeggingsmogelijkheid van [eiser]. In de Algemene Voorwaarden is opgenomen dat een verbruiker met inachtneming van een termijn van 30 dagen kan opzeggen (art. 6 lid 6) en dat opzegging ook mogelijk is als de verbruiker de tariefswijziging niet wenst te aanvaarden (art. 23 lid 4). In art. 6 lid 6 is slechts geregeld dat MeppelEnergie zwaarwichtige redenen moet hebben om op te zeggen en niet om die redenen een opzegging kan ontwijken. Daaruit volgt niet dat [eiser] had kunnen verwachten dat zijn opzegging onder omstandigheden niet zou worden aanvaard. De kantonrechter is van oordeel dat artikel 3c lid 2 Warmtewet als voorwaarde heeft te gelden. Aan de opzegging van [eiser] hoeft immers geen gevolg te worden gegeven door MeppelEnergie onder de voorwaarde dat het technisch niet mogelijk is om de levering aan hem geheel te beëindigen of de beëindiging van de levering leidt tot aanzienlijk blijvend nadeel voor een andere verbruiker. MeppelEnergie heeft, nu dit niet is bedongen en gesteld noch gebleken is dat [eiser] bij het sluiten van de overeenkomst op de hoogte was van artikel 3c lid 2 sub b Warmtewet, nagelaten deze informatie aan [eiser] te verschaffen. Dat had MeppelEnergie wel moeten doen gelet op het bepaalde in artikel 6:230m BW. Gelet daarop kan MeppelEnergie geen beroep doen op de uitzonderingsbepaling van artikel 3c lid 2 sub b Warmtewet.
4.4.
Uit voorstaande volgt dat [eiser] rechtsgeldig de overeenkomst heeft kunnen opzeggen. De kantonrechter zal verklaren voor recht dat de leveringsovereenkomst tussen [eiser] en MeppelEnergie op rechtsgeldige wijze is opgezegd. De kantonrechter zal ook verklaren voor recht dat de leveringsovereenkomst uiterlijk in het derde kwartaal van 2025 – op een nader door [eiser] aan MeppelEnergie aan te geven datum – eindigt. MeppelEnergie heeft immers geen afzonderlijk verweer gevoerd tegen de vordering van [eiser] dat de overeenkomst pas eindigt op een nader door hem aan te geven datum. Gelet op de opzegtermijn van 30 dagen acht de kantonrechter dit niet onaanvaardbaar.
4.5.
Nu het gevorderde onder I. wordt toegewezen, behoeft het gevorderde onder II. tot en met VI. geen beoordeling meer.
4.6.
Ten aanzien van het gevorderde onder VII. oordeelt de kantonrechter als volgt. [eiser] stelt zich op het standpunt dat de op 29 december 2022 aangekondigde tariefswijziging niet in mocht gaan op 1 januari 2023, omdat er een 30-dagentermijn geldt voor de aankondiging daarvan. De kantonrechter is van oordeel dat MeppelEnergie tijdig de tariefswijziging heeft aangekondigd. MeppelEnergie heeft voldoende onderbouwd dat de 30-dagentermijn niet geldt voor de levering van warmte. MeppelEnergie heeft als warmteleverancier dan ook niet de plicht om de tariefswijziging minimaal 30 dagen voor de wijziging aan de gebruikers (thans: [eiser]) aan te kondigen. Nu MeppelEnergie de tariefswijziging vóór 1 januari 2023 aan [eiser] heeft aangekondigd, heeft zij aan haar verplichting voldaan. Het gevorderde onder VII. zal worden afgewezen. Het gevorderde onder VIII. ligt derhalve voor afwijzing gereed.
4.7. [
eiser] vordert onder IX. veroordeling van MeppelEnergie tot betaling van de buitengerechtelijke kosten, ten bedrage van € 462,50. MeppelEnergie heeft hiertegen geen afzonderlijk verweer gevoerd. De vordering zal als op de wet gegrond worden toegewezen.
4.8.
MeppelEnergie is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
132,42
- griffierecht
€
86,00
- salaris gemachtigde
€
677,50
(2,5 punten × € 271,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.030,92
Dictum
De kantonrechter
5.1.
verklaart voor recht dat de leveringsovereenkomst tussen [eiser] en MeppelEnergie op rechtsgeldige wijze is opgezegd, alsmede dat de leveringsovereenkomst uiterlijk in het derde kwartaal van 2025 – op een nader door [eiser] aan MeppelEnergie aan te geven datum – eindigt;
5.2.
veroordeelt MeppelEnergie tot betaling van € 462,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;
5.3.
veroordeelt MeppelEnergie in de proceskosten van € 1.030,92, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als MeppelEnergie niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.J.R. de Locht en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2024.
56118/vj