Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2024-10-14
ECLI:NL:RBNNE:2024:5353
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,917 tokens
Inleiding
RECHTBANK
NOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer: 11154638 \ CV EXPL 24-3209
Proces-verbaal van het mondelinge vonnis van 14 oktober 2024
in de zaak van
[eiser in conventie, verweerder in reconventie]
,
te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ,
gemachtigde voorheen mr. M. Leung, na onttrekking procederend in persoon
tegen
[verweerder in conventie, eiser in reconventie]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [verweerder in conventie, eiser in reconventie] ,
procederend in persoon.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Leeuwarden.
De zaak wordt behandeld door mr. H.H. Kielman, kantonrechter, en mr. H.J. Tamminga als griffier.
Aanwezig zijn:
- [eiser in conventie, verweerder in reconventie]
- [verweerder in conventie, eiser in reconventie]
De kantonrechter opent de mondelinge behandeling.
Partijen lichten hun standpunten toe. Ook beantwoorden partijen vragen van de kantonrechter.
De kantonrechter sluit de mondelinge behandeling en doet vervolgens mondeling uitspraak. Daarbij overweegt de kantonrechter als volgt.
Beoordeling
in conventie
1.1.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] verhuurt een chalet met schuur aan [verweerder in conventie, eiser in reconventie] . Dit chalet bevindt zich op een vakantiepark aan het adres [adres] ten Menaam. De overeengekomen huurprijs is € 600,00 per maand exclusief energiekosten.
1.2.
[verweerder in conventie, eiser in reconventie] erkent dat hij sinds augustus 2023 geen huur en energiekosten meer heeft betaald aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en dat daarom sprake is van een huurachterstand van € 8.958,17. Er is daarmee sprake van een grote huurachterstand die in beginsel ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Doorgaans is namelijk een huurachterstand van drie maanden al voldoende om tot ontbinding van de huurovereenkomst over te gaan.
1.3.
[verweerder in conventie, eiser in reconventie] beroept zich echter op opschorting. Volgens [verweerder in conventie, eiser in reconventie] vertoont het chalet meerdere gebreken. Zo zou de kachel in het chalet niet werken en er (mede daardoor) sprake zijn van schimmelvorming. Daarnaast zou sprake zijn van lekkage in de schuur. [verweerder in conventie, eiser in reconventie] wacht met het betalen van de huur en de energiekosten tot deze gebreken zijn verholpen.
1.4.
De kantonrechter vindt dat [verweerder in conventie, eiser in reconventie] ten onrechte is gestopt met het betalen van de huur. Dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op enig moment door [verweerder in conventie, eiser in reconventie] op de gestelde gebreken is gewezen is niet gebleken. Integendeel, in de periode van 2021 tot en met 2024 zijn er veel gesprekken geweest via WhatsApp. In die gesprekken gaat het vrijwel voortdurend over de betalingsachterstand die [verweerder in conventie, eiser in reconventie] nog aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] moet voldoen en doet [verweerder in conventie, eiser in reconventie] daarin ook steeds toezeggingen. Daarin staat echter nergens dat [verweerder in conventie, eiser in reconventie] geen huur wil betalen omdat er sprake is van gebreken aan het chalet of de schuur. De kantonrechter acht dan ook ongeloofwaardig dat de gestelde gebreken reden zijn geweest om geen huur te betalen. Aangenomen echter dat de gestelde gebreken wél zouden bestaan, dan nog rechtvaardigen die niet het opschorten van de volledige huur en alle energiekosten vanaf oktober 2023. Hooguit zou [verweerder in conventie, eiser in reconventie] dan een deel van de huur mogen achterhouden. Ook als [verweerder in conventie, eiser in reconventie] alleen dat deel van de huur had opgeschort zou de huurachterstand inmiddels zou groot zijn dat dit een ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt.
1.5.
Vanwege het voorgaande zal de kantonrechter de huurovereenkomst ontbinden en [verweerder in conventie, eiser in reconventie] veroordelen het chalet te ontruimen. Dit moet [verweerder in conventie, eiser in reconventie] doen binnen 14 dagen na vandaag.
1.6.
De verschenen wettelijke rente van € 89,09 wordt toegewezen zoals gevorderd.
1.7.
De gevorderde vergoeding van € 995,72 voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is bepaald voor een hoofdsom van € 8.958,17. Daarom wordt het gevorderde bedrag toegewezen.
1.8.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- hoofdsom - verschenen wettelijke rente
€€
8.958,1789,09
- buitengerechtelijke incassokosten
€
995,72
+
totaal
€
10.042,98
- betalingen
€
0,00
-/-
Totaal
€
10.042,98
1.9.
De vordering tot betaling van de huurtermijnen vanaf mei 2024 tot vandaag zal worden toegewezen.
1.10.
[verweerder in conventie, eiser in reconventie] is op grond van de wet een gebruiksvergoeding verschuldigd voor de tijd vanaf de ontbinding van de huurovereenkomst tot de ontruiming van het chalet. Deze gebruiksvergoeding is gelijk aan de hoogte van de huur, dus € 600,00 per maand. [verweerder in conventie, eiser in reconventie] zal worden veroordeeld tot betaling daarvan gedurende de tijd dat hij na ontbinding nog in het chalet verblijft.
1.11.
De verzochte machtiging om de ontruiming zo nodig zelf uit te (laten) voeren met behulp van de sterke arm van politie en justitie is niet toewijsbaar. Op grond van artikel 556 Rv moet een ontruiming altijd door de deurwaarder gebeuren. De deurwaarder heeft geen machtiging nodig om de veroordeling tot ontruiming ten uitvoer te leggen en hij kan, als hij dit nodig vindt, de hulp van de politie inroepen op grond van artikel 2 van de Politiewet. De deurwaarder moet zich bij een gedwongen ontruiming houden aan de daarvoor geldende regels uit onder andere artikel 555 Rv. Gelet daarop bestaat geen grond om de verzochte machtiging te verlenen.
1.12.
[verweerder in conventie, eiser in reconventie] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten in conventie (inclusief nakosten) betalen.
Dictum
De kantonrechter
in conventie
2.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de onroerende zaak aan het adres [adres] te Menaam,
2.2.
veroordeelt [verweerder in conventie, eiser in reconventie] om het gehuurde staande en gelegen aan het adres [adres] te Menaam binnen 14 dagen na dagtekening van dit vonnis met alle zich daarin bevindende personen en zaken - voor zover die niet het eigendom van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zijn - te verlaten en te ontruimen en vervolgens ontruimd en verlaten te houden en onder overgave van de sleutels en hetgeen daartoe verder behoort, ter vrije en algehele beschikking van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] te stellen,
2.3.
veroordeelt [verweerder in conventie, eiser in reconventie] om aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] te betalen een bedrag van € 10.042,98, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
2.4.
veroordeelt [verweerder in conventie, eiser in reconventie] om te betalen aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de huurpenningen van € 600,00 per maand, vanaf mei 2024 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover, vanaf de dag van opeisbaarheid, tot de dag van volledige betaling,
2.5.
veroordeelt [verweerder in conventie, eiser in reconventie] om te betalen aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] een gebruiksvergoeding van € 600,00 per maand, vanaf vandaag tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover, vanaf de dag van opeisbaarheid, tot de dag van volledige betaling,
2.6.
veroordeelt [verweerder in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten van € 926,38, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verweerder in conventie, eiser in reconventie] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
2.7.
veroordeelt [verweerder in conventie, eiser in reconventie] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
2.8.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
2.9.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
2.10.
wijst de vorderingen van [verweerder in conventie, eiser in reconventie] af,2.11. compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. H.H. Kielman en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Hiervan is dit proces-verbaal opgemaakt.
de griffier de kantonrechter