Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2024-03-26
ECLI:NL:RBNNE:2024:5345
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,220 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Assen
Zaaknummer: 10496428 \ CV EXPL 23-1795
Vonnis van 26 maart 2024
in de zaak van
[eiser]
,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. drs. R. de Nekker,
tegen
MEPPELENERGIE B.V., HANDELEND ONDER DE NAMEN MEPPELENERGIE EN MEPPELENERGIE B.V.,
te Meppel,
gedaagde partij,
hierna te noemen: MeppelEnergie,
gemachtigde: mr. M.A.M. Lenferink.
Procesverloop
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 3 mei 2023 met producties,
- de conclusie van antwoord met producties,
- de conclusie van repliek met producties,
- de conclusie van dupliek met één productie.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
In deze procedure kan van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan.
2.1.
[eiser] , die eigenaar is van een woning in de wijk [naam 2], heeft in april 2019 met Meppelenergie een overeenkomst gesloten voor de levering van warmte en koude (hierna ook: de warmte-overeenkomst). Op die overeenkomst zijn de Algemene Voorwaarden Levering Warmte en Koude van Meppelenergie van 18 september 2014 (hierna: de Algemene Leveringsvoorwaarden) van toepassing.
2.2.
In de Algemene Leveringsvoorwaarden is onder meer het volgende bepaald:
“Artikel 3: Onderhouden, controleren, vervangen, verplaatsen, uitbreiden, wijzigen of wegnemen van een aansluiting
1. (…) Onverminderd het bepaalde in artikel 11 lid 1 van deze algemene voorwaarden zijn het vervangen, verplaatsen, uitbreiden, wijzigen en wegnemen voor rekening van de aanvrager of de verbruiker, indien:
dit geschiedt op zijn verzoek;
dit het gevolg is van zijn handelen of nalaten ten gevolge va omstandigheden die hem redelijkerwijs zijn toe te rekenen.
(…)
Artikel 6: Overeenkomst tot transport en levering
(…)
6. Zowel de verbruiker als het bedrijf kunne de overeenkomst tot levering opzegging. Opzegging door de verbruiker dient met inachtneming van een opzegtermijn van minimaal 30 (dertig) dagen te geschieden. Opzegging door het bedrijf (Meppelenergie, ktr) (…) is slechts mogelijk in geval van zwaarwichtige belangen (…).
(…)
Artikel 11: De meetinrichting(en)
1. Een meetinrichting wordt door of vanwege het bedrijf en op zijn kosten geplaatst, onderhouden, vervangen, uitgebreid, gewijzigd, verplaatst en weggenomen met in achtneming van hetgeen daaromtrent in de van kracht zijnde tarievenbladen is vermeld.
(…)
Artikel 14: Tarieven
1. Voor het tot stand brengen, uitbreiden, wijzigen en wegnemen van een aansluiting en voor de levering zijn de aanvrager en de verbruiker bedragen verschuldigd volgens de van kracht zijnde tarievenbladen van het bedrijf.
(…)”
2.3.
Op 1 juli 2019 is artikel 3c van de Warmtewet in werking getreden. Dat artikel luidt als volgt:
“Artikel 3c
1. Een overeenkomst tot levering van warmte kan door een verbruiker door middel van een opzegging worden ontbonden.
2. Aan een opzegging hoeft door de leverancier geen gevolg te worden gegeven in gevallen waarin:
a. het technisch niet mogelijk is de levering van warmte aan die verbruiker geheel te beëindigen, of
b. beëindiging van de levering leidt tot aanzienlijk blijvend nadeel voor een andere verbruiker.”
In de memorie van toelichting is over dit artikel het volgende opgemerkt:
“4.5 Afsluiting en beëindiging leveringsovereenkomst
(…)
Het kabinet is verder van mening dat een afnemer de levering van warmte tegen redelijke voorwaarden moet kunnen beëindigen. Op grond van algemeen consumentenrecht kunnen afnemers in algemene zin al hun leveringsovereenkomst beëindigen, als het een overeenkomst voor onbepaalde tijd betreft. Een overeenkomst voor bepaalde tijd kan slechts in uitzonderlijke situaties worden opgezegd. Dit is in het Burgerlijk Wetboek geregeld. Deze overeenkomsten kunnen worden opgezegd als dit in de overeenkomst is opgenomen of als sprake is van onvoorziene omstandigheden die van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten (artikel 6:258 van het BW). Het opzeggen van een leveringsovereenkomst is dus niet voor alle afnemers mogelijk. Met dit wetsvoorstel wordt beoogd voor alle afnemers opzegging mogelijk te maken.
(…)
Verder is voorzien in overgangsrecht voor overeenkomsten die zijn gesloten voordat deze wijziging in werking treedt. Dit overgangsrecht houdt in dat op reeds gesloten overeenkomsten het nu geldende regime van toepassing blijft. Leveringsovereenkomsten hebben thans veelal een lange looptijd en op basis van die looptijd zijn investeringsbeslissingen genomen en investeringsverplichtingen aangegaan door leveranciers. Indien de bovengenoemde wijzigingen ook op deze overeenkomsten van toepassing zouden zijn, worden de betreffende leveranciers hierdoor onevenredig benadeeld. Derhalve is gekozen voor eerbiedigende werking ten aanzien van die overeenkomsten.”
2.4.
Artikel 42a van de Warmtewet bepaalt dat het hiervoor genoemde artikel 3c niet van toepassing is op overeenkomsten die zijn gesloten voor de inwerkingtreding van die wet, te weten 1 juli 2019. In de memorie van toelichting bij dit artikel is het volgende opgenomen:
“De overgangsbepaling voorziet in een eerbiedigende werking voor overeenkomsten gesloten voor inwerkingtreding van het nieuwe artikel 3c. Als gevolg daarvan kan een reeds gesloten leveringsovereenkomst voor bepaalde tijd niet door de verbruiker op grond van dat artikellid worden beëindigd. Zoals in paragraaf 4.5 is aangegeven zou dit een onaanvaardbare doorkruising van bestaande afspraken tot gevolg hebben.”
2.5.
[eiser] heeft de overeenkomst op 7 maart 2022 onder verwijzing naar artikel 6.6 van de Algemene Leveringsvoorwaarden opgezegd en Meppelenergie gevraagd om afgesloten te worden. [eiser] heeft Meppelenergie verzocht om bevestiging van de opzegging zodat hij het door hem gekozen alternatief (een warmtepomp, ktr.) in gang zou kunnen zetten.
2.6.
Meppelenergie heeft de opzegging niet geaccepteerd. Zij heeft onder verwijzing naar artikel 3c van de Warmtewet aangevoerd dat een afsluiting van [eiser] voor haar tot een onevenredig nadeel leidt en bovendien een rechtstreeks gevaar oplevert voor de continuering van de exploitatie van het warmtenet voor overige gebruikers.
Nadat [eiser] haar had gewezen op artikel 42a van de Warmtewet, heeft Meppelenergie geantwoord dat de wettekst en de memorie van toelichting bij dat artikel onduidelijk zijn, dat zij er gelet op toelichting en een uitspraak van de Geschillencommissie Energie vanuit gaat dat die overgangsregeling niet geldt voor overeenkomsten voor onbepaalde tijd en dat zij daarom vooralsnog geen gevolg aan de opzegging van [eiser] wil geven.
2.7.
Correspondentie tussen de gemachtigde van [eiser] en Meppelenergie heeft niet tot een oplossing geleid. De gemachtigde van [eiser] heeft meegedeeld dat [eiser] als gevolg van de weigering om de opzegging te aanvaarden schade lijdt, onder meer de aanzienlijk hogere kosten van een alternatief en dat Meppelenergie hiervoor aansprakelijk wordt gesteld.
2.8.
Installatiebedrijf [naam 1] in [woonplaats] heeft in februari 2022 aan [eiser] een bedrag van € 12.950 geoffreerd voor (de installatie van) een warmtepomp.
Beoordeling
4.2.
De kantonrechter stelt vast dat in artikel 6.6 van de Algemene Leverings-voorwaarden met zoveel woorden is bepaald dat [eiser] de warmte-overeenkomst met in achtneming van een opzegtermijn van dertig dagen kan opzeggen. Uit de artikelen 3, 11 en 14 volgt dat hij Meppelenergie (dan) ook kan verzoeken om de meetinrichting en de aansluiting op haar warmtenet weg te nemen. In de algemene voorwaarden worden daaraan voor hem verder geen beperkingen gesteld. Artikel 6.6 bepaalt enkel ten aanzien van Meppelenergie dat zij alleen tot opzegging kan overgaan als zij daarvoor zwaarwichtige redenen heeft.
Dat [eiser] - zoals Meppelenergie (veronder)stelde - niettemin via een kettingbeding gehouden zou zijn om de aansluiting in stand te houden, is door [eiser] weerlegd. Dat in een brochure bij zijn koop-/aannemingsovereenkomst werd vermeld dat de woning (alleen) is aangesloten op het warmtenet van Meppelenergie, maakt niet dat [eiser] verplicht is om die aansluiting ook te handhaven. Zoals gezegd: in de algemene voorwaarden van Meppelenergie die op de overeenkomst tussen partijen van toepassing zijn, staat dat opzegging en beëindiging van de aansluiting door [eiser] wél mogelijk is.
4.3.
De kantonrechter verwerpt het betoog van Meppelenergie dat de opzegvoorwaarden van artikel 3c van de Warmtewet - via de redelijkheid en billijkheid - ook tussen partijen van toepassing zijn geworden. Artikel 42a van de Warmtewet bepaalt immers dat artikel 3c niet van toepassing is op overeenkomsten die - zoals hier het geval is - vóór 1 juli 2019 zijn gesloten. Nu de wetgever voor die overeenkomsten heeft bepaald dat het bestaande regime wordt gehandhaafd en [eiser] de warmte-overeenkomst met Meppelenergie volgens haar algemene voorwaarden kon en kan opzeggen, is het naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar dat [eiser] gebruik maakt van zijn recht om dat te doen. Uit de memorie van toelichting volgt ook dat de wetgever de opzegmogelijkheden voor verbruikers met de invoering van artikel 3c juist heeft willen verruimen.
4.4.
De conclusie is dat Meppelenergie de opzegging van [eiser] ten onrechte heeft geweigerd en hem ten onrechte niet heeft afgesloten van haar warmtenet. De onder 1 en 2 gevorderde verklaringen voor recht zullen dan ook worden gegeven.
4.5.
[eiser] heeft met offertes onderbouwd dat hij als gevolg van de weigering van zijn opzegging door Meppelenergie nu € 2.500 meer moet betalen voor de warmtepomp die hij wil aanschaffen en laten installeren. Meppelenergie heeft tegen deze vordering geen gemotiveerd verweer gevoerd. Het schadebedrag zal dan ook worden toegewezen.
4.6.
Meppelenergie zal als grotendeels in het ongelijk gestelde partij de proceskosten moeten dragen. Voor het salaris van de gemachtigde van [eiser] zal € 408,00 (2 x € 204,00) worden gerekend. Omdat de nakosten tot de proceskosten behoren, zal de kantonrechter hiervoor ambtshalve € 102,00 aan [eiser] toewijzen, in het dictum genoemde geval nog te verhogen met de kosten van betekening.
Dictum
De kantonrechter:
1. verklaart voor recht dat Meppelenergie een opzegging van [eiser] van de warmte-overeenkomst niet mag weigeren,
2. verklaart voor recht dat [eiser] na opzegging en het toestaan van de “noodzakelijke handelingen” geen vastrecht (meer) verschuldigd is aan Meppelenergie,
3. veroordeelt Meppelenergie tot betaling van € 2.500,00 ter zake van schade bestaande uit de meerkosten van een warmtepomp c.a.,
4. veroordeelt Meppelenergie in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [eiser] begroot op € 129,14 aan dagvaardingskosten, € 244,00 aan griffierecht, € 408,00 aan salaris gemachtigde en € 102,00 aan nakosten,
5. bepaalt dat als Meppelenergie niet binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe aan de veroordelingen in dit vonnis voldoet en dit vonnis daarna wordt betekend, Meppelenergie ook de kosten van betekening moet betalen,
6. verklaart de beslissingen onder 3, 4 en 5 uitvoerbaar bij voorraad.
7. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. van Rossum en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2024.
536/MER